De bodemgesteldheid dicteert de eerste handeling. Men begint met het uitleggen van voetplaten en spindels op houten onderleggers, een noodzakelijke stap om de enorme puntlasten van de staanders op de ondergrond over te dragen zonder dat er verzakking optreedt. Een scheve basis is simpelweg onacceptabel. Zodra de onderste laag, de zogeheten slag, waterpas staat, worden de volgende staanders geplaatst en middels liggers en kortelingen gekoppeld. Dit skelet groeit gestaag. Diagonale schoren worden kruislings aangebracht om de constructie de nodige stijfheid te geven tegen winddruk en trillingen; zonder deze schoren is er geen stabiliteit.
Naarmate de steiger de gevel volgt, vindt de verankering plaats. Ankers worden in de muur bevestigd en via buizen en koppelingen aan de staanders verbonden, waardoor de steiger een star geheel vormt met het object. De koppeling tussen gebouw en steiger is de ruggengraat van de constructie. Platformen worden ingelegd om loopoppervlakken te creëren. Dubbele leuningen en kantplanken markeren de randen van elk werkniveau. Het is een methodische verticale verplaatsing. Van beneden naar boven. Bij demontage werkt men exact in de tegenovergestelde richting, van de nok naar het maaiveld, waarbij de verankeringen pas verdwijnen als de bovenliggende belasting volledig is weggenomen. Elk onderdeel wordt systematisch losgekoppeld en gecontroleerd naar de begane grond getransporteerd.
Het proces is een voortdurende afwisseling tussen opbouw, controle op haaksheid en directe fixatie aan de bestaande bouw.
In de wereld van de steigerbouw bepalen de complexiteit van het object en de vereiste belasting de keuze voor het systeem. De klassieke buis- en koppelsteiger is de nestor onder de systemen. Hierbij worden losse stalen buizen met klemkoppelingen verbonden. Het is puur handwerk. Deze methode biedt de hoogste mate van flexibiliteit voor onregelmatige gebouwvormen, maar vergt aanzienlijk meer montagetijd en technisch inzicht van de steigerbouwer.
Modernere projecten leunen vaak op systeemsteigers. Denk aan modulaire systemen zoals de rozetsteiger of de bekende Layher-constructies. Deze werken met vaste knooppunten en spieverbindingen. De maatvoering ligt grotendeels vast. Snelheid en uniformiteit zijn hier de grootste troeven. Hoewel de vrijheid iets beperkter is dan bij losse buizen, maken de voorgemonteerde rozetten een uiterst stabiele en snelle opbouw mogelijk.
| Type variant | Kenmerkend aspect | Typische toepassing |
|---|---|---|
| Rolsteiger | Lichtgewicht aluminium, verrijdbaar | Kortdurend onderhoud en schilderwerk |
| Hangsteiger | Bevestigd aan bovenliggende structuur | Bridges en renovatie waar de grond geblokkeerd is |
| Ondersteuningssteiger | Extreem hoge verticale draagkracht | Opvangen van bekistingen en vers beton |
| Gevelsteiger | Verankerd aan de verticale wand | Stucwerk, metselwerk en gevelreiniging |
Er bestaat soms verwarring tussen een werksteiger en een toegangssteiger. Waar de eerste primair bedoeld is om veilig op te werken, dient de tweede puur als tijdelijke trap of looproute voor personeel naar hoger gelegen verdiepingen. Daarnaast kennen we de uitwijksteiger. Dit is een uitkragende constructie die buiten de eigenlijke steigerlijn steekt om specifieke punten van een gebouw bereikbaar te maken. Voor zware industriebouw worden vaak zwaardere staalprofielen gebruikt die afwijken van de standaard buisdiameter van 48,3 mm. De keuze hangt altijd samen met de gewenste belastingklasse, variërend van lichte inspectie tot zwaar metselwerk met materiaalopslag op de vloeren.
Een monumentale torenspits die gerenoveerd moet worden. Geen rechte hoek te bekennen. De steigerbouwer gebruikt hier buis-en-koppelwerk. Het is passen en meten. Met uitwijksteigers reiken de vakmensen tot over de uitstekende waterspuwers. Het lijkt een spinnenweb van staal. Vakmanschap op de millimeter.
Appartementencomplex in een krappe binnenstad. De stoep moet vrij blijven voor voetgangers. De oplossing? Een gevelsteiger die rust op zware stalen liggers die uit de raamopeningen steken. Een zogenaamde console-opstelling. Geen staanders op de grond. De logistiek van de stad gaat gewoon door, terwijl boven de gevel wordt gereinigd.
Een enorme reactorvat in de chemie moet van binnen worden geïnspecteerd. Er wordt een systeemsteiger ín het vat gebouwd. Nauwe mangaten vormen de enige toegang. Elk onderdeel moet handmatig door een opening van zestig centimeter worden doorgevoerd. Snelheid telt hier. Elke dag stilstand kost kapitalen. De steiger staat binnen één shift.
Bij de aanleg van een nieuw viaduct over de snelweg. Hier zie je geen lichte aluminium buizen, maar massieve ondersteuningssteigers. Ze dragen de bekisting voor het vloeibare beton. Tienduizenden kilo's druk. Zodra het beton is uitgehard, draait de steigerbouwer de zware spindels langzaam omlaag. De constructie komt vrij. Het viaduct draagt zichzelf.
Veiligheid is geen optie; het is een strikt juridisch kader. De Arbowet vormt de basis, waarbij het Arbobesluit in hoofdstuk 7 specifieke eisen stelt aan arbeidsplaatsen op hoogte. Geen half werk. Zodra een werkvloer boven de 2,5 meter uitkomt, of wanneer er sprake is van risicovolle situaties boven water of wegverkeer, zijn collectieve beschermingsmiddelen dwingend voorgeschreven. De Richtlijn Steigers (RS) fungeert hierbij als de technische bijbel voor de Nederlandse bouw. Dit document is een praktische vertaling van de Europese normen NEN-EN 12810 en NEN-EN 12811. Deze normen leggen de lat voor de sterkte, stijfheid en stabiliteit van zowel systeemsteigers als losse componenten.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) kijkt verder dan de steigerbouwer alleen. Het gaat om de veiligheid van de omgeving. Voorbijgangers moeten beschermd worden tegen vallende objecten. Vaak eist een gemeente bij de vergunningverlening specifieke maatregelen voor de objectveiligheid van de openbare weg. Een berekening door een constructeur is noodzakelijk zodra de configuratie afwijkt van de standaardopstellingen in de handleiding van de fabrikant. Statica liegt niet. De uiteindelijke vrijgave gebeurt via een inspectie, vaak gevisualiseerd met een Scafftag bij de opgang. Zonder deze groene kaart blijft de toegang verboden. Na een zware storm, ingrijpende aanpassingen of een vaste periode van doorgaans twee weken moet de keuring opnieuw plaatsvinden. Dat is de wet.
Van ruwe boomstammen naar gestandaardiseerde staalprofielen. Eeuwenlang was hout de standaard. Vastgebonden met touw en wilgentenen. Dat werkte voor de kathedralenbouw, maar de industriële revolutie vroeg om meer draagkracht. In 1906 veranderde alles door de uitvinding van de metalen koppeling. Weg met de sjorringen. De introductie van de stalen buis met een diameter van 48,3 millimeter zorgde voor de eerste echte uniformiteit in de sector.
De wederopbouw na 1945 versnelde de innovatie drastisch. Er was een enorme behoefte aan snelheid. De traditionele buis-en-koppelsteiger bleef populair vanwege zijn enorme flexibiliteit op grillige gevels, maar de arbeidsintensiviteit werd een knelpunt. In de jaren zeventig volgde de doorbraak van modulaire systeemsteigers. Met vaste rozetten en spieverbindingen werd de montage een kwestie van assemblage in plaats van constructie. Statica verving intuïtie. De opkomst van aluminium zorgde daarnaast voor lichtere, verrijdbare systemen voor kortere klussen.
Recentere decennia staan vooral in het teken van de juridische en technische verfijning. De wildgroei aan eigen methodieken maakte plaats voor strikte Europese normen zoals de EN 12811. Waar vroeger de steigerbouwer op eigen inzicht bouwde, is de moderne praktijk een samenspel tussen gecertificeerde onderdelen en vooraf berekende configuraties. Veiligheid werd een integraal onderdeel van het ontwerp in plaats van een bijkomstigheid. De steiger is geëvolueerd van een simpel hulpmiddel tot een hoogwaardige technische constructie.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Iplo | Technischwerken | Bouwnu | Steigermontagenederland | Bewustbbl