Steengoedboor

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een gespecialiseerde boor met een hardmetalen of diamantsegment, specifiek ontwikkeld voor het boren in extreem harde en dichte keramische materialen zoals gres of porcellanato.

Omschrijving

Hardheid is de vijand hier. Een standaard steenboor verbrandt simpelweg op het moment dat de punt het keiharde oppervlak van een moderne vloertegel raakt. De steengoedboor, vaak voorzien van een asymmetrisch geslepen kop of een diamantcoating, schraapt of slijpt zich een weg door de dichte structuur. Geen gehamer, want dan barst de tegel direct. Het gaat om geduld en toerentalbeheersing. Vooral bij porcellanato, dat door en door gebakken is op hoge temperaturen, is deze boor onmisbaar om splintervrije gaten te krijgen voor sanitairbevestigingen of leidingdoorvoeren.

Toepassing en procesgang

Het proces begint bij de aanzet. Omdat de extreem gladde toplaag van porcellanato of gres nauwelijks grip biedt, moet de boor zich direct vastbijten zonder zijdelings over het glazuur weg te glippen. In de praktijk wordt de machine vaak onder een flauwe hoek aangezet waarbij de rand van de diamantkop een eerste, sikkelvormige inkeping in het oppervlak slijpt. Zodra er voldoende grip is, wordt de machine geleidelijk in een loodrechte positie gebracht ten opzichte van het werkvlak.

Toerentalbeheersing is doorslaggevend voor het resultaat. Bij diamantgecoate varianten draait de machine op een hoog toerental om door middel van constante wrijving en verspanning materiaal weg te nemen, terwijl hardmetalen koppen juist gebaat zijn bij een lager tempo om oververhitting te voorkomen. Geen klopfunctie. Nooit. De mechanische impact van een hamerstand zou de interne spanning in de keramische structuur direct omzetten in een fatale barst die door de hele tegel loopt.

Koeling reguleert de voortgang. Tijdens het boren ontstaat een enorme hitteontwikkeling aan de boorpunt die afgevoerd moet worden om verbranding van het gereedschap te vermijden. Dit gebeurt vaak door actieve watertoevoer of door het gebruik van boren met een interne waxvulling die smelt tijdens de bewerking. Zodra de boor de harde schil heeft doorbroken en de zachtere ondergrond raakt, verandert de weerstand merkbaar. Op dat moment wordt de steengoedboor doorgaans gewisseld voor een standaard beton- of steenboor om de gewenste diepte in de achterliggende constructie te bereiken, aangezien de specifieke snijgeometrie van de steengoedboor niet optimaal functioneert in zachtere bouwmaterialen.


Typologie en koelmethodieken

De keuze tussen varianten is binair: diamant of hardmetaal. Terwijl de diamantboor met een slijpende beweging de moleculaire structuur van het porcellanato verbrijzelt, moet de hardmetalen variant het hebben van een scherpe, vaak asymmetrisch geslepen snijkant die zich fysiek in de gebakken klei vreet. Voor de hardste tegels, die met een PEI-waarde van 5, is diamant de enige realistische optie. Hardmetaal volstaat bij zachtere wandtegels of minder extreem verdicht gres.

Koeling als onderscheidende factor

Binnen het diamantsegment maken we onderscheid tussen droog- en natgebruik. De droogboor is een technisch vernuftig ding. In de schacht bevindt zich vaak een reservoir met koelwax. Tijdens de wrijving smelt deze wax, vloeit naar de boorpunt en absorbeert de thermische energie. Het is schoon werken. Geen waterballet in de badkamer. Daartegenover staat de natboor, die een constante externe watertoevoer vereist via een drukvat of een speciale spoelkop. Dit verlengt de standtijd van het gereedschap aanzienlijk, maar vraagt om meer voorbereiding en afscherming van de omgeving.

Vormgeving en diameter

Niet elk gat heeft dezelfde functie. Voor pluggaten van 6 of 8 millimeter gebruikt men massieve stiften. Zodra de diameter toeneemt voor bijvoorbeeld een douchekraan of een afvoerbuis, spreken we over diamant-gatenzagen of holle boren. Deze boren verspanen alleen een dunne ring aan de buitenzijde. Dit minimaliseert de materiaalafvoer en reduceert de warmteontwikkeling drastisch. Er zijn ook nog boren met een zeskantopname voor de accuboormachine en varianten met M14-draad, die specifiek bedoeld zijn voor de haakse slijper waar de toerentallen veel hoger liggen.

TypeToepassingKenmerk
Hardmetaal (asymmetrisch)Zacht steengoed / wandtegelsLage prijs, beperkte hittebestendigheid
Diamant (wax-gekoeld)Hard porcellanato / droog borenGebruiksgemak, gemiddelde standtijd
Diamant (watergekoeld)Extreem harde materialen / serieus werkLange levensduur, intensieve koeling
Diamant-gatenzaagGrote diameters (sanitair)Holle kern, lage wrijvingsweerstand

Praktijkvoorbeelden

Stel je een badkamerrenovatie voor met grootformaat porcellanato tegels van 10 millimeter dik. De installateur moet gaten boren voor de douchekraan. Hij gebruikt een diamantgatenzaag op een haakse slijper. Hij zet de boor niet plat op de tegel, maar begint onder een hoek van dertig graden om grip te krijgen. Pas als er een kleine inkeping in het glazuur zit, kantelt hij de machine langzaam naar een loodrechte positie. Geen hamerstand, alleen het jankende geluid van diamant op keramiek.

Een ander scenario is het ophangen van een glazen douchewand. Hierbij zijn kleine, precieze gaten van 6 millimeter nodig. De vakman kiest voor een boor met een interne waxvulling. Tijdens het boren zie je de wax vloeibaar worden en langs de kop sijpelen; dit is het teken dat de koeling werkt. Zodra hij de tegel volledig heeft doorboord en de zachtere snelbouwsteen erachter raakt, stopt hij direct. Hij wisselt de steengoedboor om voor een standaard steenboor. Zou hij doorgaan met de diamantboor in de ruwe steen, dan zou de kop binnen enkele seconden onherstelbaar beschadigen door de schurende werking van het gruis.

In een commerciële keuken waar meterslange wanden met hard gres zijn bekleed, zie je vaak het gebruik van natboren. Een klein drukvat levert een constante stroom water direct op de boorpunt. Het voorkomt de vorming van fijnstof en zorgt ervoor dat de boor niet verbrandt bij het tiende gat op rij. Het resultaat is een perfecte, splintervrije rand die precies achter de afdekrozetten van de leidingen valt.


Normering en veiligheidsvoorschriften

Kwartsstof en de Arbowet

Stofbeheersing staat centraal. Bij het mechanisch bewerken van keramische materialen met een steengoedboor komt onvermijdelijk fijnstof vrij, waarbij de Arbeidsomstandighedenwet strikte limieten stelt aan de blootstelling van werknemers aan respirabel kwartsstof om beroepsziekten op lange termijn te voorkomen. Cruciaal voor de veiligheid op de werkvloer. Werkgevers zijn verplicht om de arbeidshygiënische strategie te volgen, wat in de praktijk neerkomt op bronbestrijding door middel van natboren of directe stofafzuiging aan de boorkop. Overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor kwartsstof is simpelweg niet toegestaan en vereist technische maatregelen boven persoonlijke beschermingsmiddelen.

Productveiligheid en NEN-EN 13236

Gereedschap met diamantsegmenten moet voldoen aan de Europese veiligheidsnorm NEN-EN 13236. Deze standaard specificeert de eisen voor veiligheid voor superabrasieve producten. Het gaat hierbij om de structurele integriteit van de verbinding tussen het diamantsegment en de boorschacht onder hoge mechanische belasting en rotatiesnelheden. Een losslaand segment bij een hoog toerental vormt een aanzienlijk risico. De CE-markering op de verpakking of de schacht is de bevestiging dat de fabrikant voldoet aan de geldende Europese richtlijnen voor veiligheid en gezondheid. Geen bijzaak, maar een voorwaarde voor professioneel gebruik in de bouwsector.


De evolutie van hardheid

De opkomst van de steengoedboor is een direct gevolg van de materiaalrevolutie in de tegelindustrie. Decennialang waren keramische tegels relatief zacht. Poreus ook. Een klassieke steenboor met een simpele wolfraamcarbide plaat volstond voor het boren in de brosse scherf. De jaren tachtig markeerden echter een omslagpunt. De introductie van porcellanato, met zijn extreem hoge dichtheid en geringe wateropname, maakte traditioneel gereedschap nagenoeg onbruikbaar. De mechanische weerstand van deze nieuwe generatie gres-tegels lag simpelweg te hoog voor de standaard boorpunt.

Fabrikanten moesten de boortechniek fundamenteel heruitvinden. Waar voorheen de klopfunctie van de boormachine het werk deed, zorgde diezelfde impact nu voor fatale breuken in het glazuur. De focus verschoof van slaan naar verspanen. Slijpen werd de norm. De eerste gespecialiseerde steengoedboren kregen asymmetrische snijgeometrieën om zonder hamerstand grip te krijgen op de keiharde toplaag. Met de verdere verharding van keramiek volgde de onvermijdelijke stap naar diamanttechnologie.

Oorspronkelijk was industrieel diamant het exclusieve domein van de zware betonbewerking en wegenbouw. Miniaturisatie van diamantsegmenten veranderde de markt. De ontwikkeling van vacuümsoldeertechnieken bracht dit vermogen naar de handboormachine van de installateur. Droogboren met geïntegreerde wax-koeling is een relatief recente innovatie die de afhankelijkheid van externe watertoevoer in afgewerkte ruimtes doorbrak. Het gereedschap evolueerde zo van een universeel hulpstuk naar een uiterst specifiek precisie-instrument voor de moderne afbouwsector.


Gebruikte bronnen: