De steektrap kenmerkt zich, zoals de naam al enigszins verraadt, door zijn pure rechtlijnigheid. Een ononderbroken rechte lijn, van begin naar eind, zonder enige afwijking. Deze meest elementaire uitvoering, vaak simpelweg 'enkele steektrap' genoemd, vormt de basis.
Toch betekent dit niet dat de toepassing ervan altijd zo rechttoe rechtaan is. In grotere constructies of bij hogere verdiepingshoogtes zien we vaak een reeks van dergelijke rechte trappen, gescheiden door een bordes. Een 'dubbele steektrap', bijvoorbeeld, bestaat uit twee rechte vluchten met daartussen een overloop. De afzonderlijke traparmen blijven in de kern steektrappen, omdat ze elk afzonderlijk recht zijn en geen bochten bevatten.
Waar de verwarring soms ontstaat, is in de afbakening met trapsoorten die wel een richtingsverandering kennen. Neem de kwartslag- of halfslagtrappen; deze bevatten aan het begin, het einde, of halverwege wisselende treden (of een bordes) om een hoek te maken. De treden zelf zijn dan vaak geen pure rechthoeken meer, ze zijn scheef afgesneden om de bocht te faciliteren. En dan heb je nog de wenteltrap of spiltrap, die zich spiraalvormig om een centrale as of spil omhoog windt.
Deze ontwerpen zijn fundamenteel anders dan de steektrap. Waar de kwartslag- of wenteltrap de ruimte efficiënt benut door een continue richtingsverandering, kiest de steektrap voor een ononderbroken, compromisloze rechte looplijn. Dat is de crux; de steektrap buigt eenvoudigweg niet af. Zijn ontwerp is gericht op maximale doorgang en een directe verbinding, zonder enige vorm van draaiing die de looproute complexer maakt. De functie prevaleert boven de ruimtelijke efficiëntie van een bocht.
Waar zie je zo'n steektrap nu eigenlijk? Denk eens aan de alledaagse situatie, een woning. Van de begane grond naar de eerste verdieping, recht omhoog, zonder gedoe. Ruimte genoeg in de hal, geen noodzaak voor een bocht. Een schoolgebouw, bijvoorbeeld, of een kantoor; daar tref je ze vaak aan. Maximale doorstroming van mensen, geen versmalling of vertraging door een bocht. Directheid troef, dat is het idee.
Of in een industriële setting, stel je voor, een fabriekshal. Daar moet je snel en veilig van de ene naar de andere verdieping. Steektrappen zijn dan de standaard, robuust en efficiënt. Soms zelfs met een roostertrede, om vuil door te laten. Ook in appartementencomplexen, in de algemene trappenhuizen, zie je ze terug. Van verdieping naar verdieping, een ononderbroken lijn. Geen verrassingen, enkel functionaliteit.
En wat te denken van tijdelijke constructies? Op een bouwplaats, bijvoorbeeld. Daar worden vaak steektrappen ingezet. Eenvoudig te plaatsen, te demonteren, en verplaatsen. Puur praktisch, niets meer. Ook bij toegang tot een zolder of kelder, mits de beschikbare ruimte het toelaat voor die lange, rechte aanloop, is het een uitkomst. Want een lange, rechte trap, die loopt altijd net iets prettiger dan een gedraaide variant, de tred is constant. Het is de meest ongecompliceerde oplossing, en dat is precies de kracht van de steektrap.
De geschiedenis? Van de steektrap? Die begint eigenlijk gewoon, bij het begin. Al voordat er sprake was van 'bouwkunst' zoals we dat nu kennen, zocht de mens naar manieren om hogerop te komen. Een omgevallen boomstam, ruwe treden uitgehakt in een helling; daar liggen de wortels van wat we nu een steektrap noemen. Het is de meest elementaire oplossing, rechttoe rechtaan, letterlijk.
Door de eeuwen heen, met de ontwikkeling van meer geavanceerde bouwtechnieken en materialen – van bewerkt hout en zorgvuldig gehouwen steen in de oudheid tot de staal- en betonconstructies van vandaag – heeft die fundamentele vorm van de rechte trap standgehouden. Zijn oerfunctionaliteit, een ononderbroken pad tussen twee niveaus, was en bleef doorslaggevend. Er kwamen weliswaar ingewikkeldere trappen, denk aan de sierlijke wenteltrappen in kastelen of de ruimtebesparende kwartslagtrap. Maar de steektrap bleef het praktische werkpaard. Niet voor de pracht en praal, maar voor pure, ongecompliceerde doorgang. De innovatie zat hem niet in het principe, dat bleef recht, maar in de constructiemethoden en de materialen. En later in de ergonomie, de veiligheid; vaste maten voor aantreden en optreden, de leuning. Dat soort zaken. Maar de rechte lijn, die bleef. Altijd.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Wikiwand | Bouwplannen | Allstairs | Timmerfabriekvankooten | Metaalspecialist