Staalfundering

Laatst bijgewerkt: 11-02-2026


Definitie

Een funderingsmethode waarbij de belasting van een bouwwerk rechtstreeks wordt overgebracht op de draagkrachtige bodemlaag zonder gebruik van funderingspalen.

Omschrijving

De term 'staalfundering' of 'fundering op staal' wekt vaak verwarring bij leken. Het heeft namelijk niets met het materiaal staal te maken. De etymologische oorsprong ligt in het Oudgermaanse 'stal', wat een vaste plek of rustplaats betekent. In de praktijk houdt dit in dat de muren of kolommen direct op een verbrede voet in de grond rusten. Deze methode is alleen haalbaar wanneer de draagkrachtige laag zich vlak onder het maaiveld bevindt, zoals bij zandgronden of mergel. In gebieden met dikke lagen klei of veen is deze techniek ongeschikt vanwege het risico op aanzienlijke zettingen en verzakkingen. Een fundering op staal moet altijd op een vorstvrije diepte worden aangelegd, in Nederland doorgaans minimaal 80 centimeter beneden het maaiveld, om opvriezen en daarmee gepaard gaande bewegingen in de constructie te voorkomen.

Praktische uitvoering en werkwijze

De fysieke realisatie vangt aan met het ontgraven van de funderingssleuven of de bouwput. Men graaft tot de dragende laag, de zogenaamde vaste bank, is blootgelegd. Geen palen. De diepte moet de lokale vorstgrens passeren om opvriezen van de bodem onder de fundering te voorkomen. Een ongeroerde bodem geniet de voorkeur, maar vaak is mechanische verdichting van het zandbed noodzakelijk om de vereiste conusweerstand te garanderen. Op de bodem van de ontgraving wordt dikwijls een werkvloer van enkele centimeters schraal beton aangebracht. Dit faciliteert een zuivere verwerking van de wapening en voorkomt dat cementwater voortijdig in de ondergrond weglekt.

De bekisting wordt vervolgens gesteld volgens het funderingsplan, waarbij de contouren van de stroken of poeren de maatvoering bepalen. Na het positioneren van de wapeningskorven volgt de stort van de betonmortel. De vloeibare massa vult de vormen en creëert na hydratatie de verbrede voet die de verticale belasting van de bovenbouw spreidt over het horizontale bodemoppervlak. Na verharding en het verwijderen van de bekistingswanden wordt de resterende ruimte in de sleuven met zand aangevuld. Dit aanvullen gebeurt laagsgewijs, waarbij zorgvuldig aandichten cruciaal is voor de stabiliteit van de omliggende grond en toekomstige vloerconstructies.


Vormen van de directe fundering

Strookfundering

De meest toegepaste variant in de woningbouw is de strookfundering. Hierbij rusten de dragende muren op doorlopende banen van gewapend beton die aanzienlijk breder zijn dan de muur zelf. Stroken zijn standaard. Door de breedte van de strook aan te passen aan de draagkracht van de bodem en de belasting uit de bovenbouw, wordt de gronddruk binnen de toelaatbare grenzen gehouden. Bij zware muren of minder draagkrachtige zandlagen wordt de strook breder uitgevoerd om het spanningstrapezium gunstig te beïnvloeden.

Poerfundering

Individuele poeren zijn de logische keuze wanneer de hoofddraagconstructie bestaat uit een skelet van kolommen. Geen doorlopende sleuven. Een poer is een massief blok beton, vaak vierkant of rechthoekig, dat een puntlast spreidt over een groter grondoppervlak. In moderne hallenbouw ziet men vaak prefab betonpoeren, terwijl bij kleinere constructies zoals overkappingen de poeren in het werk worden gestort. Soms worden poeren onderling verbonden door funderingsbalken om horizontale krachten op te vangen of om de gevelsluiting te dragen.

Plaat- of vlotfundering

Een plaatfundering fungeert als een stijf vlot. Het gehele gebouw rust op één massieve, gewapende betonvloer die de krachten verdeelt over de totale oppervlakte onder het pand. Dit is een uitstekende oplossing bij een bodem die niet overal even homogeen is. Door de stijfheid van de plaat worden lokale zettingen overbrugd, waardoor de kans op scheurvorming in de bovenbouw afneemt. In de particuliere woningbouw wordt dit type vaak gecombineerd met een vorstrand: een verdikte rand langs de omtrek van de plaat die tot de vorstvrije diepte reikt.


Onderscheid in uitvoering en materiaal

TypeKenmerkToepassing
Versneden metselwerkHistorische methode waarbij de muurvoet trapsgewijs verbreedt met baksteen.Oude stadspanden en monumenten.
Gewapend betonModerne standaard; hoge trek- en drukvastheid door staalwapening.Vrijwel alle nieuwbouw op zandgrond.
StampbetonOnverstijfd beton zonder wapening, enkel voor zeer lichte belastingen.Tuinmuurtjes of lichte bergingen.

Het verschil tussen een 'staalfundering' en een 'paalfundering' is fundamenteel en mag nooit verward worden. Waar de staalfundering direct op de bovenste draagkrachtige laag steunt, reiken palen juist door slappe lagen heen naar dieper gelegen zandbanken. Soms ontstaat verwarring met een 'stalen fundering' in de zin van metalen schroefpalen of buispalen. Dat is onjuist. Staalfundering duidt op de positie ('op de stal'), niet op het materiaal staal.


Praktijkvoorbeelden van de staalfundering

In de Nederlandse bouwpraktijk kom je de staalfundering dagelijks tegen, mits de bodemgesteldheid dit toelaat. De uitvoering varieert per type bouwwerk en de specifieke belasting die op de ondergrond wordt uitgeoefend.

Denk aan een moderne villabouw op de Utrechtse Heuvelrug. Omdat de vaste zandgrond hier nagenoeg aan de oppervlakte ligt, kiest de constructeur voor brede stroken van gewapend beton. De graafmachine trekt sleuven van een meter diep. Geen zware heistelling die de omgeving trilt. De metselaar begint direct op de gestorte betonvoet met het optrekken van de kalkzandsteen binnenwanden.

Bij de realisatie van een eenvoudige houten overkapping of een open kapschuur ziet de situatie er anders uit. Hier zijn geen doorlopende muren nodig. De aannemer graaft slechts op zes strategische punten gaten voor betonnen poeren. Deze blokken beton fungeren als de voetstukken voor de houten staanders. De puntlast van het dak wordt via de staanders direct naar de vaste bank geleid, terwijl de tussenliggende grond ongemoeid blijft.

In historische binnensteden openbaart de staalfundering zich vaak tijdens renovatiewerkzaamheden. Bij het uitgraven van een oude kelder onder een herenhuis worden de 'voeten' van de gevel zichtbaar: lagen baksteen die steeds een halve steen breder uitsteken naarmate ze dieper de grond in gaan. Dit zogenaamde versneden metselwerk bewijst dat men eeuwen geleden al begreep hoe je druk over een groter oppervlak moet verdelen om verzakking te voorkomen.

Een ander scenario is de bouw van een garage op een minder homogene bodem. Om zettingsverschillen op te vangen, wordt er een volledige betonplaat gestort. Deze plaat werkt als een vlot. Als er een zachte plek in de grond zit, overbrugt de stijfheid van de plaat deze zwakte, waardoor de muren van de garage niet gaan scheuren. De diepe vorstrand aan de buitenzijde zorgt dat kou in de winter geen vat krijgt op de positie van het gebouw.

Kaders van constructieve veiligheid

Een fundering is juridisch gezien meer dan alleen beton in de grond. Het is het fundament onder de aansprakelijkheid van de constructeur. De regels zijn streng. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) schrijft dwingend voor dat een bouwwerk veilig moet zijn en blijven gedurende de beoogde levensduur. Geen verzakkingen die de constructieve integriteit in gevaar brengen. Voor de feitelijke berekening grijpt de wetgever naar de Eurocodes. NEN-EN 1997, en dan specifiek de Nederlandse invulling in NEN 9997-1, vormt de ruggengraat van het geotechnisch ontwerp.

Hierin staat precies hoe je de draagkracht van de zandlaag toetst aan de belastingen uit de bovenbouw. Een sonderingsrapport is onmisbaar. Zonder dit rapport kan een constructeur de rekenwaarde van de maximale gronddruk niet bepalen. De gemeente eist dit document bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Geen sondering, geen vergunning. Vaak wordt ook gekeken naar het effect op belendingen. Zeker bij binnenstedelijke bouw. Een onjuist berekende staalfundering kan immers leiden tot schade aan de buren door spanningsveranderingen in de bodem. Wetgeving dwingt hier tot uiterste zorgvuldigheid.

Vorstvrije aanleg is daarnaast een impliciete eis die voortvloeit uit de algemene veiligheidsnormen voor de stabiliteit van de constructie. Je wilt geen beweging door bevriezing van het bodemvocht onder de funderingsvoet. Verder kunnen lokale regels in het Omgevingsplan van de gemeente beperkingen opleggen. Denk aan archeologische waarden in de ondergrond of specifieke bescherming van grondwaterstanden. Dergelijke factoren bepalen direct of een staalfundering op de gewenste diepte wel is toegestaan.


Historische ontwikkeling

De oorsprong ligt ver voor de industriële revolutie. Geen beton. Geen staalwapening. Men vertrouwde op baksteen en natuursteen. Het concept van de 'stal' of vaste rustplaats dicteerde de bouwwijze waarbij muren direct op de draagkrachtige laag werden gezet. Oude stadsgebouwen in zandrijke regio's rusten vaak op versneden metselwerk. Laag na laag. Steeds een fractie breder naarmate de muur dieper de grond in dook. Dit zorgde voor een natuurlijke spreiding van de druk zonder dat er complexe geotechnische berekeningen aan te pas kwamen. Puur vakmanschap op basis van empirische ervaring.

Met de opkomst van beton in de 19e eeuw verschoof de technische uitvoering ingrijpend. Eerst paste men stampbeton toe. Massieve blokken zonder enige vorm van wapening die louter op druk werden belast. Pas met de introductie van gewapend beton aan het begin van de 20e eeuw veranderde de geometrie van de fundering fundamenteel. De stroken konden slanker. De spreiding werd efficiënter door het opvangen van trekkrachten door de ingelegde staalstaven. Waar men vroeger metersdiep moest metselen voor een brede voet, volstond nu een relatief dunne, gewapende betonstrook op een zorgvuldig verdicht zandbed. De transitie van ambachtelijke metselwerkvoeten naar gestandaardiseerde betonconstructies markeert de moderne geschiedenis van de directe fundering.

Regelgeving volgde de techniek. Waar de diepte van de fundering vroeger werd bepaald door de 'vaste bank', introduceerde de moderne bouwkunde strikte normen voor de vorstvrije diepte. In Nederland stabiliseerde dit op de bekende 80 centimeter onder het maaiveld. De verschuiving van lokale tradities naar de universele Eurocodes zorgde voor een verdere rationalisering van het ontwerp. Minder materiaalgebruik. Hogere zekerheid. De essentie van de 'stal' bleef echter ongewijzigd door de eeuwen heen: rusten op de ongeroerde grond.


Vergelijkbare termen

schroeffundering | Betonfundering

Gebruikte bronnen: