Sleg

Laatst bijgewerkt: 10-02-2026


Definitie

Een sleg is een zware hamer met een grote houten of metalen kop en een lange steel, specifiek ontworpen voor het leveren van grote slagkracht bij sloopwerk en het indrijven van palen.

Omschrijving

Het is de doffe dreun die je op een kilometer afstand hoort wanneer er op een bouwplaats of in het weiland gewerkt wordt. De sleg is geen gereedschap voor de fijnproever die millimeterwerk nastreeft, maar een essentieel instrument voor wie brute weerstand moet breken of massa moet verplaatsen. Of het nu gaat om het slopen van een gemetselde muur of het diep in de klei drijven van houten rasterpalen, de sleg levert de benodigde impact door zijn enorme kinetische energie. De kop is specifiek ontworpen om de energie over een groter oppervlak te spreiden dan een gewone hamer, wat cruciaal is om te voorkomen dat een houten paalkop direct versplintert onder het geweld van de slag. De steel fungeert als een hefboom die de spierkracht van de gebruiker vermenigvuldigt. Een sleg hanteer je met twee handen; het is fysiek zwaar werk waarbij balans belangrijker is dan pure kracht.

Toepassing in de praktijk

Werkwijze en techniek

De beweging start vanuit de benen en de heupen. De gebruiker hanteert de sleg met twee handen, waarbij de positie van de handen gedurende de slag verandert. Tijdens de opwaartse beweging schuift de hand die zich het dichtst bij de kop bevindt vaak naar boven om de zware kop beter te geleiden. Zodra het dode punt boven het hoofd of de schouder is bereikt, begint de neerwaartse zwaai. Op dat moment glijdt de hand terug naar de onderkant van de steel. Dit maximaliseert de hefboomwerking en daarmee de kinetische energie bij de impact. De massa van de kop doet het eigenlijke werk; de gebruiker stuurt vooral de baan van de slag.

Bij het indrijven van palen is de hoek van inval cruciaal. De kop moet het oppervlak van de paal volledig horizontaal raken. Scheve slagen leiden tot energieverlies of, erger nog, het splijten van het hout of het breken van de steel. Momentum is hierbij belangrijker dan pure snelheid. Bij sloopwerkzaamheden wordt de sleg vaak horizontaal of diagonaal ingezet. Men richt op de zwakkere delen van een constructie, zoals de voegen in metselwerk of de randen van een betonnen plaat. Door de grote massa van de sleg ontstaan er diepe trillingen in het materiaal die de interne cohesie verbreken. De slag wordt niet afgebroken bij contact, maar men 'slaat door' het materiaal heen om de volledige krachtoverdracht te benutten. Het tempo ligt laag. Ritme is bepalend voor de duurzaamheid van de handeling.


Materiaal en uitvoering

De keuze tussen staal en hout is niet arbitrair. Een houten sleg, vaak vervaardigd uit zwaar eikenhout of haagbeuk en soms versterkt met ijzeren ringen om splijten te voorkomen, is de standaard voor het plaatsen van afrasteringen. Waarom? Omdat de relatief zachte kop de klap absorbeert en de paalkop heel laat, een eigenschap die een stalen voorhamer mist. Men spreekt hier ook wel van een sabel of paalsleg. Geen brute kracht op kwetsbaar hout, maar gecontroleerde massa.

De stalen variant, in de bouwsector beter bekend als de voorhamer, is het gereedschap voor destructie. Hierbij telt alleen de massa van de kop, meestal variërend van 4 tot maar liefst 10 kilogram. Er bestaan ook varianten met een rubberen of kunststof slagvlak voor het zware straatwerk. Hierbij moet de impact groot zijn zonder de tegels of stenen te verbrijzelen.

Type variantMateriaal kopPrimaire toepassing
Houten sleg (Sabel)Eiken / HaagbeukHouten rasterpalen indrijven
VoorhamerGehard staalSloopwerk en zware impact
Rubber slegHardrubber / PolyurethaanBestrating en stelwerk

Onderscheid met de moker

Verwarring ontstaat vaak met de moker. Een essentieel verschil. Een moker is een vuistgereedschap met een korte steel voor éénhandig gebruik, bedoeld voor het lichtere hak- en breekwerk of het aanslaan van beitels. De sleg is een onvervalst tweehands-werktuig. De steel is minstens 70 tot 90 centimeter lang. Dit is noodzakelijk om de benodigde zwaaikracht en kinetische energie te genereren die bij een moker simpelweg ontbreekt door de korte hefboom. Waar de moker regeert in de hand van de metselaar, domineert de sleg de slooplocatie en het ruwe terrein.


Praktijkscenario's en herkenbare situaties

De afrastering in het buitengebied

Een drassig weiland aan de rand van de polder. De nieuwe kastanjepalen moeten de grond in voor het vee komt. Geen hydraulische paaldriver in de buurt. De boer pakt de houten sleg, de sabel. Hij heft de lange steel met beide handen boven zijn schouder. De houten kop daalt neer op de paal. Een doffe, droge klap klinkt over de vlakte. De paal zakt drie centimeter de klei in. Omdat de kop van de sleg ook van hout is, vervormt de paalkop niet tot een 'paddenstoel'. Het is een ritmisch samenspel tussen massa en weerstand.

Sloop van een dragende scheidingswand

In een renovatieproject moet een gemetselde muur van kalkzandsteen wijken. De vakman hanteert een stalen voorhamer van zes kilogram. Hij zet zijn voeten breed. De beweging komt niet uit de armen, maar uit de heupen. De sleg zwaait in een wijde boog horizontaal naar het metselwerk. Hij mikt op de voegen. Impact. De trilling scheurt het verband direct open. Stenen vallen los. Waar een moker slechts kleine happen uit de muur neemt, slaat de sleg gaten die de hele constructie instabiel maken.

Het stellen van zwaar straatwerk

Grote betontegels van 60 bij 60 centimeter in een bedding van zand. Die leg je niet met een rubberen hamer recht. De stratenmaker gebruikt de rubberen sleg. Een korte, gecontroleerde val van de kop op de hoek van de tegel. De massa dwingt de tegel in het zand. Geen barsten in de toplaag. Alleen het geluid van de impact dat vertelt of de tegel 'vast' ligt of dat er nog lucht onder zit. De lange steel voorkomt dat de stratenmaker voortdurend op zijn knieën moet zitten; hij stuurt de sleg vanuit een staande positie.


Arbeidsomstandigheden en fysieke belasting

Geen specifieke NEN-norm voor de sleg zelf. Wel strikte regels voor het gebruik ervan op de bouwplaats. De Arbeidsomstandighedenwet stelt kaders voor de maximale fysieke belasting van werknemers. Werken met een sleg is topsport. Zwaar werk. Artikel 5.2 en 5.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit verplichten werkgevers om de risico's van handmatig tillen en krachtzetten te beoordelen. Bij herhaaldelijk gebruik van een zware voorhamer moet de werkgever maatregelen nemen om de belasting van rug en gewrichten te beperken. Pauzes zijn cruciaal. Of overstappen op mechanische paaldrivers wanneer de bodemweerstand te groot wordt.

De trillingen bij impact vormen een risico. Schokbelasting op de polsen en ellebogen is aanzienlijk. Werkgevers moeten deze risico's opnemen in de verplichte Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E).


Veiligheidsvoorschriften en PBM's

Veiligheid is niet vrijblijvend. Bij sloopwerkzaamheden met een stalen voorhamer treden vaak piekgeluiden op die de 80 dB(A) ruim overschrijden. Gehoorbescherming is dan verplicht volgens de Europese Verordening 2016/425 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen. Splintergevaar is reëel. Zeker bij houten slegen of het slaan op hard metselwerk. Een slagvaste veiligheidsbril conform EN 166 beschermt tegen rondvliegend puin of houtsnippers.

Controleer de steel. Altijd. Een loszittende kop verandert de sleg in een gevaarlijk projectiel. Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit stelt dat arbeidsmiddelen zodanig moeten worden onderhouden dat de veiligheid gewaarborgd blijft. De gebruiker moet de sleg voor elk gebruik visueel controleren op scheuren in de steel of speling bij de wigconstructie. Gebruik is verboden bij zichtbare gebreken.


Historische ontwikkeling

Massa aan een steel. Meer is het in essentie niet. Toch gaat de historie van de sleg diep de modder in, terug naar de tijd dat de Nederlandse polder nog een ongetemde wildernis was en men uitsluitend op handkracht was aangewezen. De middeleeuwse waterbouwer kende de sleg als zijn belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen het water; haagbeuk of eiken, zware koppen die met de hand werden uitgehakt uit de taaiste delen van de stamvoet. IJzer was destijds een luxe die men niet verspilde aan een hamerkop, dus de vroege sleg was volledig organisch. Men zocht specifiek naar bomen met een natuurlijke vergroeiing of een warrige draad in het hout, puur voor de extra taaiheid tegen splijten.

In de zeventiende eeuw veranderde de dynamiek op de bouwplaats. De intensiteit van de funderingswerken nam toe en de sleg moest mee evolueren. Smeden sloegen ijzeren banden om het kopshout. Die beslagringen waren cruciaal. Zonder die versterking versplinterde de kop na een paar honderd slagen op de zware palen van de Amsterdamse grachtenpanden, een kostbaar tijdverlies dat men zich niet kon veroorloven. De industriële revolutie bracht uiteindelijk de stalen variant voort. De voorhamer zoals we die nu kennen. Compactere massa, een hardere impact, maar ironisch genoeg ongeschikt voor het werk waar de sleg ooit voor werd uitgevonden: hout-op-hout contact. Zo ontstond de tweedeling die we vandaag nog steeds zien in het vakgebied. De houten sabel bleef het domein van de boer en de hovenier voor afrasteringen, terwijl de stalen sleg uitgroeide tot het symbool van de sloper en de wegenbouwer. Mechanisatie heeft de sleg naar de marge van de grote bouwplaats gedrukt, maar de basisvorm is al zeker vijfhonderd jaar nagenoeg ongewijzigd gebleven. Een zeldzame technologische constante in een sector die verder aan elkaar hangt van innovatie.


Vergelijkbare termen

Moker | Voorhamer

Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Hamerhandel