Het frame staat. De ruit volgt. De montage van een serreruit start met de nauwkeurige inspectie van de draagstructuur, waarbij de sponningen vrij moeten zijn van oneffenheden die puntbelasting kunnen veroorzaken. In de praktijk rust de ruit nooit rechtstreeks op de constructie. Stelblokjes van kunststof dragen het gewicht van het glas en zorgen voor de vereiste omtrekspeling. Deze speling is noodzakelijk; glas zet uit en krimpt onder invloed van temperatuurwisselingen. Voor de dakbeglazing worden de ruiten in hellende profielsystemen geschoven waar ze op rubberen oplegprofielen landen die de eerste barrière vormen tegen water en wind.
De fixatie aan de bovenzijde gebeurt meestal via aluminium klemprofielen. Deze worden met roestvaststalen schroeven op het onderprofiel bevestigd, waarbij de aandraaikracht gelijkmatig verdeeld moet zijn om spanning in het glasoppervlak te vermijden. Een dekkap werkt het geheel esthetisch af en beschermt de schroefverbindingen tegen weersinvloeden. Bij verticale wandbeglazing is het proces anders en worden vaak glaslatten toegepast die de ruit tegen het binnendichtingsprofiel drukken. De aansluiting tussen het glas en de profielen wordt geperfectioneerd met EPDM-afdichtingen of specifieke beglazingskit. Een goede afwatering van de sponning is hierbij essentieel; binnengedrongen vocht moet via afwateringssleuven naar buiten kunnen treden om de randverbinding van het isolatieglas te beschermen tegen delaminatie.
Het samenspel tussen mechanische klemming en luchtdichte afsluiting bepaalt het eindresultaat. Soms worden grote glasoppervlakken met een kraan of glaszuiger geplaatst. De positionering moet in één keer goed zijn. De randen van de ruit zijn kwetsbaar. Een verkeerde beweging tegen de constructie kan leiden tot latere breuk door thermische spanningen. Zodra de ruit ligt en de klemprofielen zijn aangedraaid, is de constructie constructief gesloten en kan de afwerking van de serre binnenshuis beginnen.
Een serreruit is meer dan een brok glas; het is een actieve component van de gebouwschil. In de dagelijkse praktijk uit zich dat in uiteenlopende situaties.
Lawaai van een nabijgelegen snelweg? Een serreruit met een akoestische PVB-folie dempt het monotone gedreun tot een zacht achtergrondgeluid. Het verschil tussen een onrustige ruimte en een oase van stilte zit hem in die enkele millimeters folie tussen de glaslagen.
De wet stelt strikte grenzen. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) vormt het vigerende juridische fundament waaraan elke serreruit moet voldoen, waarbij de focus ligt op gebruiksveiligheid en energieprestatie. Waar glasvlakken tot aan de vloer doorlopen of een borstwering ontbreekt, dwingt het BBL via de verwijzing naar NEN 3569 specifieke maatregelen af om letsel door doorvallen of snijden te voorkomen. Geen vrijblijvendheid. De norm bepaalt exact in welke risicozones gelaagd of gehard glas verplicht is, afhankelijk van de valhoogte en de gebruiksfunctie van de ruimte.
Constructieve berekeningen voor dakbeglazing vallen onder de Eurocodes, specifiek NEN-EN 1991. Een serreruit in een dakconstructie wordt hierin niet slechts als vulling, maar als een constructief element beschouwd dat weerstand moet bieden aan veranderlijke belastingen. Winddruk. Sneeuwophoping. Het eigen gewicht van het pakket. De dikte van het glas en de samenstelling van de ruit moeten aantoonbaar voldoen aan deze mechanische eisen om de constructieve veiligheid van de gehele serre te waarborgen.
Energiezuinigheid is verankerd in de wet. Voor nieuwe serres of ingrijpende renovaties gelden de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen), die minimale thermische isolatiewaarden voor de gebouwschil dicteren. De serreruit speelt hierin een hoofdrol. De warmtedoorgangscoëfficiënt, de U-waarde, moet binnen de wettelijke marges vallen om warmteverlies in de winter en oververhitting in de zomer te beperken. NEN 1068 biedt hierbij de rekenmethodiek om de thermische isolatie van de beglazing inclusief de invloed van de profielen vast te stellen.
Daarnaast is de NEN 2608 van belang voor de vlakheid en de toelaatbare spanningen in het glas. Deze normering borgt dat de serreruit onder extreme temperatuurverschillen niet bezwijkt door thermische spanning. Handhaving van deze normen waarborgt niet alleen de levensduur van de ruit, maar is ook essentieel voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning en de uiteindelijke oplevering van het bouwwerk.
Vroeger was de serreruit een privilege. Een statussymbool voor de elite in de zeventiende eeuw. In die tijd diende de ruit slechts één doel: het beschermen van exotische planten in oranjerieën tegen de grillige winters. Het glas was toen nog handgeblazen, dun en vol imperfecties. De afmetingen bleven beperkt door de fysieke kracht van de glasblazer. Grote glasvlakken bestonden simpelweg niet; men combineerde talloze kleine ruitjes in zware houten of ijzeren roedesystemen om toch licht binnen te laten.
De industriële revolutie bracht de ommekeer. Met de uitvinding van getrokken glas in de negentiende eeuw en later het revolutionaire floatglasprocédé van Pilkington in de jaren vijftig, veranderde de serreruit fundamenteel. Glas werd vlakker, sterker en vooral groter. De serre transformeerde van een plantenkas naar een volwaardige woonruimte. Maar die overgang ging niet zonder slag of stoot. Enkelglas bleek een thermisch lek. In de winter bevroren de ruiten aan de binnenzijde en in de zomer was de hitte ondraaglijk. De oliecrisis van de jaren zeventig dwong de sector tot innovatie. Dubbelglas werd de norm. De serreruit evolueerde van een eenvoudige barrière tegen wind naar een gelaagd technologisch product. Coatings die warmte binnenhouden of juist buiten reflecteren, werden de standaard. Waar de ruit vroeger puur functioneel was voor de botanicus, is het nu een dragend onderdeel van de energetische huishouding in de moderne woningbouw.