Schroefdraadkoppeling

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een mechanisch verbindingselement voorzien van in- of uitwendig schroefdraad voor het vloeistof- of gasdicht koppelen van buizen, slangen en fittingen.

Omschrijving

Schroefdraadkoppelingen vormen de ruggengraat van nagenoeg elk leidingsysteem, of het nu gaat om complexe industriële installaties of de cv-installatie in een woning. Het principe rust op mechanische krachtoverbrenging via een schroeflijn waarbij de flanken van de draad tegen elkaar worden geperst om stabiliteit en dichtheid te garanderen. Men maakt essentieel onderscheid tussen conische draad (R-draad), die een afdichtende werking in de schroefgang zelf heeft, en cilindrische of parallelle draad (G-draad), waarbij de afdichting meestal geschiedt via een externe pakking of ring. Het is een kwestie van materiaalspanning en passing. Te strak aandraaien kan leiden tot het 'vreten' van de draad of het barsten van de fitting, terwijl een te losse verbinding onvermijdelijk resulteert in lekkage onder druk.

Uitvoering en werkwijze

De fysieke totstandkoming van een schroefdraadverbinding vangt aan met een nauwgezette inspectie van de draadgangen op braamvorming, vervuiling of beschadigingen. Zuiverheid is essentieel voor een onbelemmerde loop. Bij verbindingen die in de draad zelf afdichten, vindt de applicatie van een afdichtingsmedium plaats; tape, koord of pasta vult de microscopische toleranties tussen de flanken op. De monteur zet de onderdelen handmatig aan. De eerste gangen moeten soepel pakken om scheefloop en daarmee onherstelbare schade aan de draad te voorkomen. Pas na deze initiële fixatie wordt mechanisch gereedschap, zoals een pijpsleutel of steeksleutel, aangewend om de benodigde torsie over te brengen. De werkelijke afsluiting ontstaat door de axiale druk die de draadflanken tegen elkaar perst, waarbij bij conische varianten een gecontroleerde wigwerking optreedt. Bij cilindrische systemen verschuift de handeling naar het comprimeren van een tussenliggende pakking of O-ring tussen de vlakke borsten van de koppeling. De weerstand tijdens het aandraaien dient als indicatie voor de bereikte voorspanning. Een afsluitende procedure omvat doorgaans een persproef of het gebruik van lekdetectiemiddelen om de integriteit van de koppeling onder de beoogde werkdruk vast te stellen.

Geometrische varianten en draadnormen

Vorm en passing

De geometrie van de schroefdraad bepaalt de methode van afdichting. In de Europese installatietechniek domineert de BSP-draad (British Standard Pipe), ook wel Whitworth-draad genoemd. Hierbij maken we onderscheid tussen de G-draad en de R-draad. De G-draad is cilindrisch. De diameter blijft over de gehele lengte gelijk. Afdichting vindt hierbij nooit plaats in de draad zelf, maar altijd via een vlakke afdichting zoals een fiberring of een rubberen O-ring tussen de vlakke borsten van de koppeling.

De R-draad is conisch. Hij loopt taps toe. Naarmate de koppeling verder wordt aangedraaid, wordt de passing nauwer. De flanken persen zich in elkaar. Hier is een afdichtmiddel zoals PTFE-tape of hennep noodzakelijk om de microscopische ruimtes te vullen. In de industrie kom je ook de Amerikaanse NPT-draad (National Pipe Thread) tegen. Deze is eveneens conisch, maar heeft een flankhoek van 60 graden in plaats van de 55 graden bij BSP. Ze zijn niet uitwisselbaar. Forceer dit nooit; de draadgangen vernielen elkaar direct.


Verschijningsvormen en benamingen

Onderdelen en specifieke functies

Schroefdraadkoppelingen kennen talloze gedaanten, elk met een eigen functiebenaming in het veld. Een sok of mof is de meest basale vorm: een bus met inwendige draad aan beide zijden. De nippel vormt de tegenhanger met uitwendige draad. Voor de overgang tussen verschillende diameters gebruikt men een verloopnippel of verloopsok.

Een cruciale variant is de driedelige koppeling, in de volksmond vaak een 'union' genoemd. Deze bestaat uit twee staartstukken en een wartelmoer. Het grote voordeel? Je kunt een leidingsectie demonteren zonder de aangrenzende buizen te hoeven draaien. Onmisbaar bij pompen en appendages. Verder onderscheiden we:

  • Kniekoppeling: Voor haakse bochten van 90 of 45 graden.
  • T-stuk: Voor het creëren van aftakkingen in het systeem.
  • Eindkap of plug: Voor het permanent of tijdelijk blinddrukken van een leiding.

Materialen variëren van messing en verzinkt staal tot roestvast staal (RVS 316) voor corrosieve omgevingen. Kunststof varianten van PVC of polypropyleen zie je veel in de beregening of zwembadtechniek. Let op de chemische bestendigheid. Messing ontzinkt in agressief water. RVS kan vreten bij montage; gebruik daarvoor altijd een speciaal montagevet.


Praktijksituaties en toepassingen

Denk aan de montage van een thermostatische douchemengkraan. De installateur gebruikt twee S-koppelingen om het verschil in hartafstand tussen de muurplaten en de kraan te overbruggen. Hier zie je de schroefdraadkoppeling in actie; door het conische verloop en de juiste hoeveelheid afdichtingstape blijft de verbinding in de muur lekvrij, zelfs bij wisselende watertemperaturen.

In een CV-ruimte kom je de 'union' of driedelige koppeling vaak tegen bij de circulatiepomp. De pomp zit geklemd tussen twee koppelingen met grote wartelmoeren. Moet de pomp vervangen worden? Draai de wartels los. De leidingen blijven op hun plek. Geen gezaag, geen nieuw soldeerwerk. Slechts twee platte rubberen ringen vervangen en de boel weer vastdraaien.

Buiten bij de gevelkraan. Een messing slangpilaar met uitwendige draad wordt in de kraan gedraaid. Een eenvoudige, functionele verbinding voor de tuinslang. Vaak uitgevoerd met een rubberen inlegrubbertje in de slangkoppeling voor een snelle, handvaste montage zonder gereedschap. In de werkplaats zie je weer andere varianten. Persluchtgereedschap maakt gebruik van snelkoppelingen met schroefdraad die constant trillingen moeten weerstaan. Daar borgt een drupje vloeibare schroefdraadborging dat de koppeling niet langzaam losloopt door de vibraties van de slagmoersleutel.

Een gasfornuis aansluiten. Een specialistische klus waarbij de schroefdraadkoppeling cruciaal is voor de veiligheid. De gele teflontape verraadt de toepassing voor gas. Een paar slagen om de draadrichting mee, stevig aandraaien, en daarna de onvermijdelijke controle met zeepsop. Geen bellen? Dan is de passing perfect.


Normen en wettelijke kaders voor schroefverbindingen

Veiligheid regeert. In de Nederlandse bouw- en installatietechniek vormt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) het juridische fundament waaraan elke schroefdraadkoppeling indirect moet voldoen. De wet eist namelijk gas- en vloeistofdichtheid om de volksgezondheid en veiligheid te waarborgen. Voor de feitelijke uitvoering grijpt de vakman terug op specifieke NEN-normen. NEN 1078 is de leidraad voor gasinstallaties, waarbij schroefdraadverbindingen tot een bepaalde diameter zijn toegestaan, mits uitgevoerd met de juiste afdichtingsmiddelen voorzien van het Gastec QA-keurmerk. Gele tape is hier geen suggestie, maar een voorschrift.

  • Drinkwaterinstallaties: Hier dicteert NEN 1006 (Waterwerkbladen) de regels. Koppelingen moeten corrosiebestendig zijn en mogen geen schadelijke stoffen afgeven aan het water. Let op het KIWA-keurmerk op de fitting.
  • Draadstandaarden: De geometrie van de draad zelf is vastgelegd in internationale normen zoals ISO 7-1 voor conische schroefdraad (R/Rp) en ISO 228-1 voor cilindrische draad (G). Het door elkaar gebruiken van verschillende normen, zoals het forceren van Amerikaanse NPT op Europese BSP-draad, is in strikte zin een overtreding van de technische installatievoorschriften omdat de integriteit van de verbinding niet gegarandeerd kan worden.

Brandveiligheid speelt een rol bij de materiaalkeuze. Kunststof koppelingen in schachten? Vaak verboden of aan strikte eisen gebonden. Metalen koppelingen hebben een hogere thermische stabiliteit. Bij industriële toepassingen onder hoge druk moet de installateur bovendien rekening houden met de Richtlijn Drukapparatuur (PED). Elke koppeling moet daar aantoonbaar geschikt zijn voor de optredende werkdruk. Een verkeerde keuze is niet alleen technisch falen, maar ook juridisch verwijtbaar handelen. Controleer altijd de werkdruk (PN-waarde) op de koppeling zelf.


Historische ontwikkeling en standaardisatie

De standaardisatie van de schroefdraadkoppeling was geen luxe, maar bittere noodzaak. Tot diep in de negentiende eeuw fabriceerde elke smid of machinefabriek een eigen profiel. Een koppeling uit de ene regio paste simpelweg nooit op de buis uit een andere stad. Chaos regeerde. Joseph Whitworth bracht in 1841 de ommekeer. Met de introductie van de British Standard Whitworth legde hij de basis voor de flankhoek van 55 graden. Deze geometrie herkennen we vandaag nog steeds in de BSP-draad. De industriële revolutie eiste namelijk uitwisselbaarheid voor complexe stoominstallaties en de eerste stedelijke gasnetten.

In de Nederlandse bouwsector nam de schroefdraadkoppeling een vlucht bij de transitie van loden leidingen naar staal en gietijzer. Draadsnijden op de bouwplaats werd een kernvaardigheid. Zware, handmatige draadsnij-ijzers met ratelmechanismen waren decennialang de standaard. Pas met de opkomst van centrale verwarming in de twintigste eeuw verschoof de focus naar lichtere materialen zoals messing en roestvast staal. De introductie van PTFE-tape in de jaren zestig markeerde een technisch kantelpunt. Het verving voor veel fijnere installaties de traditionele combinatie van hennep en fitterskit. Hoewel moderne perstechnieken de primaire leidingsystemen hebben overgenomen, blijft de schroefdraadkoppeling de onbetwiste standaard voor het aansluiten van appendages en vervangbare componenten.


Gebruikte bronnen: