Tijdens het stelproces van houten elementen vindt de montage van de schranklat plaats op het moment dat de constructie nog flexibel is. Het element wordt eerst zuiver haaks getrokken. Men controleert dit doorgaans door de diagonalen van het kader te meten; deze moeten exact gelijk zijn. Zodra de juiste hoek van negentig graden is bereikt, wordt de lat diagonaal over de hoekverbindingen of het volledige vlak gespijkerd. De fixatie vindt plaats aan de stijlen en dorpels van een kozijn of de spanten van een kap.
Bij prefab fabricage in de werkplaats wordt de schranklat vaak al aangebracht voordat het transport naar de bouwplaats begint. Dit voorkomt dat trillingen of hijskrachten de verbindingen ontzetten. Eenmaal op de bouwlocatie blijft de lat aanwezig terwijl de constructie wordt verankerd aan de omliggende bouwdelen. Bij kozijnen fungeert de lat als tijdelijk hulpmiddel. Zodra het omringende metselwerk is uitgehard of de definitieve gevelbekleding is aangebracht, vindt demontage plaats. De stabiliteit is dan overgegaan op het bouwkundige casco. In kapconstructies wordt de lat vaak definitief opgenomen in het geheel, waarbij deze over meerdere spantbenen wordt doorgezet om de stijfheid in de lengterichting van het gebouw te waarborgen.
Een timmerman zet een nieuw grenen raamkozijn in de ruwbouw. Het element staat keurig waterpas, maar bij de kleinste zijdelingse druk vervormt de rechthoek naar een scheve vorm. Een eenvoudige vurenhouten rachel wordt nu schuin over de hoekverbindingen gespijkerd. De diagonalen zijn weer gelijk. Zo blijft het kozijn strak in het lood tijdens het opmetselen van de gevel. Simpel. Doeltreffend.
Kijk naar een rij spanten op een nieuwe zolderverdieping. De wind trekt aan de constructie voordat het dakbeschot is aangebracht. Om te voorkomen dat de hele rij als een kaartenhuis omvalt, zijn er diagonaal schranklatten, ook wel windlatten genoemd, over de binnenzijde van de spanten bevestigd. Deze fixeren de onderlinge afstand. Ze waarborgen de stijfheid in de lengterichting van het gebouw. Onmisbaar voor de structurele integriteit.
Terwijl de kraan een zwaar prefab gevelelement naar de juiste positie op de derde verdieping hijst, vangt een diagonaal gespijkerde lat de hijskrachten op. Zonder deze tijdelijke transportlat zouden de trillingen van de vrachtwagen en de druk van de stroppen de zorgvuldig afgestelde pen-en-gatverbindingen uit hun verband trekken. De montageploeg kan het element direct zuiver plaatsen. Geen gedoe met na-stellen op de steiger. Eenmaal verankerd in de betonstructuur gaat de koevoet onder de lat en is de functie volbracht.
Stabiliteit is geen suggestie, het is een hard voorschrift. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt fundamentele eisen aan de constructieve veiligheid van bouwwerken. Een constructie mag niet bezwijken, ook niet tijdens de bouwfase. Hoewel de term schranklat niet letterlijk in de wetteksten voorkomt, is het een essentieel hulpmiddel om aan de prestatie-eisen voor stijfheid te voldoen. Voor permanente toepassingen, zoals windlatten in kapconstructies, vormt de NEN-EN 1995 (Eurocode 5) de technische basis. Deze normering dicteert hoe de stijfheid van houtconstructies berekend moet worden. Een constructeur bepaalt op basis hiervan of de diagonale fixatie voldoende weerstand biedt tegen windbelasting.
Bij de fabricage van gevelelementen speelt de KVT (Kwaliteitsvoorschriften houten gevelelementen) een leidende rol. Deze richtlijnen schrijven voor dat kozijnen hun vormvastheid moeten behouden vanaf de fabriek tot aan de definitieve verankering in het casco. De schranklat is hierbij het praktische antwoord op de eis van haaksheid. Een afwijking buiten de gestelde toleranties kan leiden tot het afkeuren van het element. Bovendien speelt de Arbowetgeving indirect een rol; tijdelijke stabiliteitsvoorzieningen zijn cruciaal voor een veilige werkomgeving op de bouwplaats. Een spant of kozijn dat niet deugdelijk geschoord of geschrankt is, vormt een direct risico voor de uitvoerenden. De schranklat borgt dus niet alleen de kwaliteit, maar ook de veiligheid op de steiger.
Driehoeksmeetkunde als reddingsboei. De geschiedenis van de schranklat begint bij het fundamentele inzicht dat een rechthoek geen intrinsieke stijfheid bezit. In de traditionele vakwerkbouw van de late middeleeuwen werden zware, permanente korbelen en schoren gebruikt om gebouwen overeind te houden bij storm. De schranklat in zijn huidige vorm — vaak een tijdelijke, dunne vurenhouten rachel — is echter een product van de modernisering van de bouwsector.
Met de opkomst van de grootschalige prefabricage in de twintigste eeuw veranderde de dynamiek op de bouwplaats. Snelheid werd leidend. Kozijnen werden niet langer ter plekke uit losse balken samengesteld, maar als complete elementen aangevoerd. Hierdoor ontstond de noodzaak voor een fixatiemiddel dat enkel tijdens het transport en de montage de haaksheid bewaakt. Een procesmatige evolutie. De invoering van strenge normeringen in de jaren '70 en '80, zoals de voorlopers van de huidige KVT-richtlijnen, formaliseerde het gebruik van de schranklat als kritiek onderdeel van de kwaliteitsborging. Geen timmermansinstinct meer. Pure noodzaak om aan de maatvoeringstoleranties te voldoen. Het markeert de overgang van zware constructieve stabiliteit naar fijnmazige procesbeheersing in de moderne houtskeletbouw.