Schranklat

Laatst bijgewerkt: 10-02-2026


Definitie

Een schranklat is een diagonaal geplaatste lat die dient om een houten raamwerk of constructie haaks te houden en vervorming door zijdelingse krachten te verhinderen.

Omschrijving

De schranklat is het simpelste middel tegen een groot constructief probleem: vormverlies. Zodra een kozijn of kapconstructie wordt geplaatst, zijn de verbindingen vaak nog niet stijf genoeg om eigen gewicht of externe druk te weerstaan. De lat wordt schuin over het verband gespijkerd. Hierdoor ontstaan driehoeken die de constructie fixeren. Zonder deze ingreep zou de boel 'schranken'. Dat is timmermanstaal voor het uit de haak zakken van een rechthoekig kader. Het is een cruciale stap tijdens het stellen van kozijnen; één millimeter afwijking zorgt later voor klemmende ramen en deuren. Soms is de lat tijdelijk en verdwijnt hij zodra het metselwerk de stabiliteit overneemt, maar bij dakconstructies kan hij permanent als windlat fungeren.

Toepassing in de praktijk

Tijdens het stelproces van houten elementen vindt de montage van de schranklat plaats op het moment dat de constructie nog flexibel is. Het element wordt eerst zuiver haaks getrokken. Men controleert dit doorgaans door de diagonalen van het kader te meten; deze moeten exact gelijk zijn. Zodra de juiste hoek van negentig graden is bereikt, wordt de lat diagonaal over de hoekverbindingen of het volledige vlak gespijkerd. De fixatie vindt plaats aan de stijlen en dorpels van een kozijn of de spanten van een kap.

Bij prefab fabricage in de werkplaats wordt de schranklat vaak al aangebracht voordat het transport naar de bouwplaats begint. Dit voorkomt dat trillingen of hijskrachten de verbindingen ontzetten. Eenmaal op de bouwlocatie blijft de lat aanwezig terwijl de constructie wordt verankerd aan de omliggende bouwdelen. Bij kozijnen fungeert de lat als tijdelijk hulpmiddel. Zodra het omringende metselwerk is uitgehard of de definitieve gevelbekleding is aangebracht, vindt demontage plaats. De stabiliteit is dan overgegaan op het bouwkundige casco. In kapconstructies wordt de lat vaak definitief opgenomen in het geheel, waarbij deze over meerdere spantbenen wordt doorgezet om de stijfheid in de lengterichting van het gebouw te waarborgen.


Functionele varianten en de overgang naar windlatten

De ene schranklat is de andere niet. Hoewel het principe van diagonaliteit altijd hetzelfde blijft, verschilt de uitvoering sterk per toepassing. Men maakt primair onderscheid tussen de tijdelijke hulpschranklat en de permanente variant. Bij een stelkozijn is de lat een vluchtig hulpmiddel. Vaak een eenvoudige vurenhouten rachel. Zodra de spouwlatten zijn verankerd en het metselwerk de druk overneemt, gaat de koevoet eronder. Weg ermee. In de kapconstructie verandert het karakter echter volledig. Hier spreken we vaak over een windlat of windverband. Deze latten zijn breder en worden stevig op de spanten of gordingen gespijkerd om de stabiliteit van de gehele kap in de lengterichting te waarborgen. Ze blijven zitten zolang het gebouw staat. Onmisbaar voor de stijfheid.

Naamgeving en onderscheid met de schoor

Terminologie in de bouw is soms diffuus. De transportlat is een specifieke variant van de schranklat, puur bedoeld om prefab elementen ongeschonden van de fabriek naar de bouwplaats te krijgen. Zonder die diagonale fixatie zouden de trillingen van de vrachtwagen de pen-en-gatverbindingen simpelweg lostillen. Er ontstaat vaak verwarring met een 'schoor'. Een schoor is echter doorgaans een structureel, dikker onderdeel van een constructie, zoals bij een vakwerk of een korbeel. De schranklat is dunner, wordt vaak 'erop' gespijkerd in plaats van 'ertussen' gewerkt en fungeert vaker als montagehulpmiddel dan als zware drager. Kortom: een schoor draagt de last, de schranklat bewaakt de haaksheid. Klein verschil, grote gevolgen. Geen overbodige luxe tijdens het stellen.

De schranklat in de praktijk

Een timmerman zet een nieuw grenen raamkozijn in de ruwbouw. Het element staat keurig waterpas, maar bij de kleinste zijdelingse druk vervormt de rechthoek naar een scheve vorm. Een eenvoudige vurenhouten rachel wordt nu schuin over de hoekverbindingen gespijkerd. De diagonalen zijn weer gelijk. Zo blijft het kozijn strak in het lood tijdens het opmetselen van de gevel. Simpel. Doeltreffend.

Kijk naar een rij spanten op een nieuwe zolderverdieping. De wind trekt aan de constructie voordat het dakbeschot is aangebracht. Om te voorkomen dat de hele rij als een kaartenhuis omvalt, zijn er diagonaal schranklatten, ook wel windlatten genoemd, over de binnenzijde van de spanten bevestigd. Deze fixeren de onderlinge afstand. Ze waarborgen de stijfheid in de lengterichting van het gebouw. Onmisbaar voor de structurele integriteit.

Terwijl de kraan een zwaar prefab gevelelement naar de juiste positie op de derde verdieping hijst, vangt een diagonaal gespijkerde lat de hijskrachten op. Zonder deze tijdelijke transportlat zouden de trillingen van de vrachtwagen en de druk van de stroppen de zorgvuldig afgestelde pen-en-gatverbindingen uit hun verband trekken. De montageploeg kan het element direct zuiver plaatsen. Geen gedoe met na-stellen op de steiger. Eenmaal verankerd in de betonstructuur gaat de koevoet onder de lat en is de functie volbracht.


Kaders voor stabiliteit en stijfheid

Wettelijke kaders en normering

Stabiliteit is geen suggestie, het is een hard voorschrift. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt fundamentele eisen aan de constructieve veiligheid van bouwwerken. Een constructie mag niet bezwijken, ook niet tijdens de bouwfase. Hoewel de term schranklat niet letterlijk in de wetteksten voorkomt, is het een essentieel hulpmiddel om aan de prestatie-eisen voor stijfheid te voldoen. Voor permanente toepassingen, zoals windlatten in kapconstructies, vormt de NEN-EN 1995 (Eurocode 5) de technische basis. Deze normering dicteert hoe de stijfheid van houtconstructies berekend moet worden. Een constructeur bepaalt op basis hiervan of de diagonale fixatie voldoende weerstand biedt tegen windbelasting.

Bij de fabricage van gevelelementen speelt de KVT (Kwaliteitsvoorschriften houten gevelelementen) een leidende rol. Deze richtlijnen schrijven voor dat kozijnen hun vormvastheid moeten behouden vanaf de fabriek tot aan de definitieve verankering in het casco. De schranklat is hierbij het praktische antwoord op de eis van haaksheid. Een afwijking buiten de gestelde toleranties kan leiden tot het afkeuren van het element. Bovendien speelt de Arbowetgeving indirect een rol; tijdelijke stabiliteitsvoorzieningen zijn cruciaal voor een veilige werkomgeving op de bouwplaats. Een spant of kozijn dat niet deugdelijk geschoord of geschrankt is, vormt een direct risico voor de uitvoerenden. De schranklat borgt dus niet alleen de kwaliteit, maar ook de veiligheid op de steiger.


De evolutie van haaksheid

Driehoeksmeetkunde als reddingsboei. De geschiedenis van de schranklat begint bij het fundamentele inzicht dat een rechthoek geen intrinsieke stijfheid bezit. In de traditionele vakwerkbouw van de late middeleeuwen werden zware, permanente korbelen en schoren gebruikt om gebouwen overeind te houden bij storm. De schranklat in zijn huidige vorm — vaak een tijdelijke, dunne vurenhouten rachel — is echter een product van de modernisering van de bouwsector.

Met de opkomst van de grootschalige prefabricage in de twintigste eeuw veranderde de dynamiek op de bouwplaats. Snelheid werd leidend. Kozijnen werden niet langer ter plekke uit losse balken samengesteld, maar als complete elementen aangevoerd. Hierdoor ontstond de noodzaak voor een fixatiemiddel dat enkel tijdens het transport en de montage de haaksheid bewaakt. Een procesmatige evolutie. De invoering van strenge normeringen in de jaren '70 en '80, zoals de voorlopers van de huidige KVT-richtlijnen, formaliseerde het gebruik van de schranklat als kritiek onderdeel van de kwaliteitsborging. Geen timmermansinstinct meer. Pure noodzaak om aan de maatvoeringstoleranties te voldoen. Het markeert de overgang van zware constructieve stabiliteit naar fijnmazige procesbeheersing in de moderne houtskeletbouw.


Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Joostdevree