Ruw hout

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Hout dat na het zagen geen verdere mechanische oppervlaktebewerking zoals schaven heeft ondergaan, waardoor de houtvezels openstaan en de zaagsnede zichtbaar blijft.

Omschrijving

Het oppervlak van ruw hout, vaak aangeduid als fijnbezaagd of bezaagd, voelt grof aan en vertoont de directe sporen van de lint- of cirkelzaag. Splinters zijn hierbij eerder regel dan uitzondering. Omdat de schaafbank is overgeslagen, blijven de natuurlijke toleranties van het zagen aanwezig; de maatvoering is hierdoor minder exact dan bij geschaafd hout. Een balk van 50x75 mm kan in de praktijk zomaar enkele millimeters afwijken. Dit gebrek aan precisie wordt in de ruwbouw geaccepteerd vanwege de lagere kosten en de specifieke technische voordelen. De open celstructuur aan het oppervlak zorgt namelijk voor een superieure hechting van coatings, beitsen en lijmen. Vloeistoffen dringen dieper in de vezels door, wat de duurzaamheid van het schilderwerk op termijn aanzienlijk ten goede komt.

Verwerking en totstandkoming

De productie van ruw hout start bij de primaire versnijding van boomstammen in de zagerij. Krachtige lintzagen of cirkelzaagbladen klieven de stammen direct in de gewenste handelsmaten. De zaaginstelling dicteert de uiteindelijke maatvoering. Geen schaafbeitel raakt het oppervlak aan. Wat uit de machine komt, is het eindproduct. De snelheid van de zaag en de scherpte van de tanden bepalen de diepte van de tekening op het houtoppervlak. Er vindt geen correctieronde plaats om oneffenheden of dikteverschillen weg te werken.

In de dagelijkse bouwpraktijk arriveert het hout vaak in gebundelde pakketten, waarbij tussenlatten voor ventilatie zorgen. Timmerlieden selecteren de delen op basis van de benodigde structurele sterkte. Maatafwijkingen zijn de standaard. Men lijnt de balken doorgaans uit op één referentievlak, zodat de variabele diktes aan de achterzijde of onderzijde vallen. Dit vangt de natuurlijke toleranties op. Bevestiging geschiedt meestal met nagels of schroeven; de grovere structuur biedt hierbij een uitstekende mechanische grip. Bij verduurzaming wordt vaak gekozen voor dompelen of spuiten. De vloeistof trekt direct diep in de openstaande vezels, een proces dat bij geschaafd hout aanzienlijk meer tijd en moeite zou kosten. Het materiaal wordt toegepast in zijn meest pure, machinale vorm.


Variaties in zaagbeeld en vochtconditie

Niet elke ruwe plank is identiek. De vakman maakt een scherp onderscheid tussen bezaagd en fijnbezaagd hout. Terwijl de standaard bezaagde balk de grove, bijna agressieve sporen van de cirkel- of lintzaag draagt, heeft fijnbezaagd hout een subtielere textuur. Dit is geen schaven. Het blijft ruw. De vezels staan open, maar de tekening van de zaagsnede is minder diep en egaler van structuur, wat het bij uitstek geschikt maakt voor esthetische gevelbekleding waar een hoge verfopname vereist is.

Naast de oppervlaktetextuur speelt de conditionering een rol. Vers gezaagd hout, in de handel vaak 'groen' genoemd, bevat nog een aanzienlijk vochtpercentage en zal bij natuurlijke droging onherroepelijk krimpen of torderen. Gedroogd ruw hout heeft die eerste krimpcyclus in de droogkamer al achter de rug. Vaak staat hier de afkorting KD (Kiln Dried) bij vermeld. Hoewel de maatvoering nog steeds de toleranties van de zaag kent, is de kans op latere vervorming bij deze variant aanzienlijk kleiner.

Soms wordt er gesproken over 'half-geschaafd' of 'éénzijdig gewolmd' hout. Dit zijn hybride vormen. Hierbij blijft de zichtzijde ruw voor het uiterlijk of de hechting, terwijl de achterzijde vlak wordt geschaafd om een betere aansluiting op het regelwerk te garanderen. Het is een pragmatische oplossing voor wie de technische voordelen van de open vezel wil combineren met een stabielere montagebasis. Verwar ruw hout overigens niet met geborsteld hout; bij dat laatste worden de zachte jaarringen machinaal weggekrabd om relief te creëren, terwijl echt ruw hout enkel de eerlijke, mechanische weerslag van de zagerij toont.


Praktijkvoorbeelden en toepassingen

Kijk omhoog in een ongeïsoleerde kapschuur of een oudere zolderkap. Je ziet de gordingen. Dikke, robuuste balken van vurenhout. Ze zijn rechtstreeks uit de zagerij gekomen. Geen gladde zijden. De splinters zitten er nog aan. Het oogt functioneel. Omdat de balken achter de aftimmering verdwijnen of in een bijgebouw zitten, is de ruwe afwerking geen enkel probleem. Het bespaart aanzienlijk op de materiaalkosten.

Een gevel bekleed met verticale planken van fijnbezaagd douglas. De schilder is tevreden. De beits vloeit niet weg. De open vezels zuigen de vloeistof op als een spons. Na tien jaar zit de laag er nog steeds strak op. Bij geschaafd hout was de verf er waarschijnlijk allang afgeschilferd. De ruwe textuur breekt bovendien het licht. Dit geeft de gevel een matte, natuurlijke uitstraling die met glad hout onmogelijk is.

De bekisting voor een betonfundering. Hier telt de prijs per strekkende meter. Gebruik ruwe vuren planken. Ze zijn stijf genoeg om de druk van het natte beton te weerstaan. Na het uitharden trek je de planken los. Het beton toont nu een lichte houttekening. Ruw en eerlijk. Niemand die zich druk maakt om een millimeter verschil in de dikte van de plank.

In de tuinbouw zie je het terug bij beschoeiingen en zware palen. Onbehandeld eiken of azobé. De zaagsneden zijn nog duidelijk zichtbaar in het oppervlak. Het hout gaat direct de grond in. Esthetische perfectie is hier ondergeschikt aan de structurele massa van het onbewerkte materiaal.


Regelgeving en normering bij onbewerkt hout

Constructieve veiligheid begint bij de juiste sortering. In Nederland dicteert het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) dat houtconstructies moeten voldoen aan specifieke fundamentele eisen. Veiligheid is geen optie. Voor ruw hout dat een dragende functie vervult, is de Europese norm NEN-EN 14081 onverbiddelijk. Dit kader regelt de sterktegradering. Is het C18? Is het C24? De markering moet fysiek op het hout of op de verpakking staan. Zonder CE-markering mag het hout simpelweg de constructie niet in. Het is de wettelijke basis voor het verhandelen van bouwproducten binnen de Europese Unie.

Voor de maatvoering, die bij ruw hout inherent variabel is, vormt de NEN-EN 336 het cruciale ijkpunt. Hierin worden de tolerantieklassen gedefinieerd voor de nominale maten bij een vastgesteld vochtgehalte. Je mag afwijken. Maar de marges zijn strikt begrensd om de statische berekeningen van de constructeur niet te ondermijnen. Een balk die te dun uitvalt, brengt de stabiliteit in gevaar. Daarnaast spelen milieunormen een grote rol in moderne bestekken. Certificeringen zoals FSC en PEFC zijn weliswaar geen directe publiekrechtelijke wetgeving in het BBL, maar ze vormen vaak een dwingende voorwaarde in het kader van duurzaam inkopen door de overheid. Het hout is ruw, de regels zijn scherp en de controle in de keten is noodzakelijk.


De evolutie van de zaagsnede

Vroeger was alles ruw. Voordat de industriële revolutie haar intrede deed in de zagerijen, werden boomstammen handmatig gekloofd met wiggen of moeizaam met een kraanzaag in de lengte doormidden gezwoegd door twee man in een zaagkuil. Handwerk zonder pardon. De afwerking van het houtvlees was puur functioneel en de sporen van de bijl of de handzaag bleven altijd zichtbaar in de constructie. Pas met de opkomst van door wind en water aangedreven houtzaagmolens in de zeventiende eeuw, met de Zaanstreek als technisch epicentrum, ontstond er een eerste vorm van mechanische standaardisatie van bezaagde delen.

De negentiende eeuw bracht de stoommachine en daarmee de cirkelzaag. Deze innovatie veranderde het uiterlijk van ruw hout ingrijpend; de lineaire sporen van de raamzaag maakten plaats voor de kenmerkende cirkelvormige tekening op het oppervlak. Het was sneller. Het was goedkoper. Maar het bleef ruw. Tot ver in de twintigste eeuw was onbewerkt, bezaagd hout de absolute norm voor zowel de onzichtbare ruwbouw als voor zware dragende constructies, simpelweg omdat de extra arbeidsgang van het machinaal schaven een luxe was die men enkel voor kozijnen en meubels reserveerde.

Met de introductie van moderne sterktenormen en de roep om precisie in de houtskeletbouw verschoof de voorkeur van de aannemer langzaam naar geschaafd materiaal. De toleranties van ruw hout pasten minder goed in de steeds nauwere marges van de systeem- en industriebouw. Toch bleef het product overeind. Niet uit nostalgie, maar vanwege technische superioriteit bij buitentoepassingen. De herwaardering voor de open vezelstructuur als ideale basis voor moderne verfsystemen zorgde ervoor dat ruw hout, en dan met name de fijnbezaagde variant, zijn vaste plek in de technische bestekken behield.


Gebruikte bronnen: