De fysieke realisatie van een rookgasdoorvoer begint bij het exact uitzetten van de sparing in de thermische schil van het gebouw. Men boort de sparing. Bij een hellend dak verwijdert de verwerker de dakpannen op de beoogde locatie om plaats te maken voor een specifieke doorvoerpan of een universele plakplaat die de waterdichtheid garandeert. De buis wordt van buitenaf door de dakconstructie gestoken en aan de binnenzijde gefixeerd met een beugel aan het dakbeschot. Dit voorkomt dat de doorvoer verschuift door winddruk of mechanische spanningen in het leidingwerk.
Bij geveldoorvoeren vindt de montage horizontaal plaats door de spouwmuur, waarbij vaak een diamantboor wordt ingezet om een strakke opening in het metselwerk te realiseren. De verbinding met de interne afvoerleidingen geschiedt meestal via een mof-spieverbinding voorzien van hittebestendige afdichtringen. De segmenten schuiven in elkaar. Bij concentrische systemen worden zowel de binnen- als buitenpijp simultaan gekoppeld. Een rozet dekt aan de binnenzijde de opening in de muur of het plafond af, terwijl aan de buitenzijde de uitmonding op een voorgeschreven afstand van het gevelvlak blijft steken. Bij installaties die condens produceren, wordt de doorvoer met een licht afschot richting het toestel gemonteerd om de afvoer van condenswater via de interne sifon mogelijk te maken.
In de moderne installatietechniek domineert het concentrische systeem. Dit is een pijp-in-pijp constructie waarbij de binnenpijp de warme rookgassen afvoert en de tussenruimte met de buitenpijp de nodige verbrandingslucht aanvoert. Het is een inherent veilig systeem; bij een lekkage in de binnenpijp zuigt het toestel zijn eigen rookgassen aan en slaat het direct op storing. Parallelle systemen bestaan daarentegen uit twee gescheiden buizen. Deze variant wordt vaak toegepast in situaties waar grote afstanden overbrugd moeten worden of bij renovaties in collectieve rookgasafvoersystemen (CLV-systemen) in de gestapelde bouw.
Niet elke doorvoer is geschikt voor elk type brandstof. Voor gasgestookte HR-ketels wordt veelal gewerkt met polypropyleen (PP) of aluminium. Deze materialen zijn uitstekend bestand tegen de zure condens die vrijkomt bij lage temperaturen. Bij hout- of pelletkachels is de temperatuurbelasting vele malen hoger. Hier zijn dubbelwandig geïsoleerde, roestvaststalen (RVS) doorvoeren verplicht om de brandveiligheid van de omliggende constructie te waarborgen. Het type materiaal bepaalt de T-klasse (temperatuurklasse) van de doorvoer.
De locatie van de uitmonding deelt de markt in twee kampen. De dakdoorvoer, vaak aangeduid als dakterminal, steekt verticaal door het dakvlak. De geveldoorvoer, of muurdoorvoer, voert horizontaal door de buitenmuur af. Hoewel geveldoorvoeren installatietechnisch vaak eenvoudiger zijn, beperkt de regelgeving de toepassing ervan steeds vaker om overlast voor buren of herinstroming van gassen via ventilatieopeningen te voorkomen. Een specifieke variant is de 'verdunningsfactor-doorvoer', waarbij de uitmonding zodanig is vormgegeven dat gassen direct krachtig worden gemengd met de buitenlucht.
Het is een klassieke fout: een rookgasafvoer aansluiten op een ventilatiekap. Hoewel ze uiterlijk op elkaar lijken, zijn de inwendige componenten totaal verschillend. Een ventilatiedoorvoer is niet ontworpen om de thermische spanningen en chemische corrosie van rookgascondens op te vangen. De afdichtingsrubbers van een echte rookgasdoorvoer zijn gemaakt van EPDM of silicone van hoge kwaliteit, specifiek getest op gasdichtheid onder hoge temperaturen. Let ook op de rioolontluchting; deze ziet er soms identiek uit maar mist de noodzakelijke brandwerende eigenschappen en doorstroomcapaciteit voor verbrandingstoestellen.
Een zwarte kunststof dakterminal steekt boven de pannen van een rijtjeswoning uit. Dit is de meest voorkomende situatie bij een moderne HR-combiketel. Via één gecombineerde pijp — het concentrische systeem — loost de ketel zijn verbrandingsgassen terwijl hij tegelijkertijd verse lucht aanzuigt. De aansluiting op het dak is waterdicht gemaakt met een loodvervanger of een specifieke doorvoerpan die exact in het dakvlak past.
In een appartementencomplex waar geen ruimte is voor een verticaal kanaal door alle verdiepingen, zie je vaak een geveldoorvoer. Een rvs-rooster in de buitenmuur markeert het eindpunt. De rookgassen worden horizontaal uitgestoten. Hierbij is de exacte positionering cruciaal; de uitmonding mag niet te dicht bij een openslaand raam van de bovenburen zitten om te voorkomen dat koolmonoxide weer naar binnen trekt.
Bij de installatie van een houtkachel ziet de doorvoer er robuuster uit. Hier gaat een dikke, dubbelwandig geïsoleerde rvs-buis door de verdiepingsvloer en het dak. Omdat de temperaturen enorm kunnen oplopen, is de doorvoer omgeven door een brandmanchet of een brandwerende omkasting. De buitenkant van de pijp blijft door de isolatie relatief koel, wat brandgevaar bij het dakbeschot voorkomt. Aan de bovenzijde is vaak een trekkap gemonteerd die voorkomt dat regenwater direct in het kanaal valt en de trek bij harde wind stabiliseert.
Veiligheid is bij de lozing van rookgassen niet onderhandelbaar. In Nederland dicteert het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) de fundamentele eisen waaraan een rookgasdoorvoer moet voldoen. De kern? Rookgassen mogen nooit een gevaar voor de gezondheid vormen of hinder veroorzaken voor de omgeving. Hier komt de norm NEN 2757 om de hoek kijken. Deze norm beschrijft exact hoe de verdunningsfactor berekend moet worden. Het is een wiskundige exercitie die de afstand bepaalt tussen de uitmonding en ventilatietoevoeren of ramen van zowel het eigen gebouw als dat van de buren. Vaak blijkt een geveldoorvoer juridisch onmogelijk. De rookgassen zouden dan te geconcentreerd bij een te openen raam terechtkomen. Een dakdoorvoer is dan het enige alternatief dat aan de wettelijke eisen voldoet. Geen discussie mogelijk.
Sinds de invoering van de Gasketelwet is de vrijblijvendheid voorbij. Alleen gecertificeerde bedrijven en monteurs mogen werkzaamheden verrichten aan verbrandingstoestellen en de bijbehorende rookgasdoorvoer. Punt. De installateur moet aantonen dat de gehele keten gasdicht is en gemonteerd is volgens de voorschriften van de fabrikant. Dit wordt vaak vastgelegd in een installatie-attest. Daarnaast speelt NEN 3028 een cruciale rol bij de inrichting van de opstellingsruimte en de veilige doorvoer door wanden. Gaat de doorvoer door een brandwerende scheiding? Dan moet de brandwerendheid ter plaatse van de sparing worden hersteld conform NEN 6068. Dit voorkomt dat de rookgasafvoer als een soort lont fungeert die vuur van de ene naar de andere ruimte transporteert. Brandmanchetten of specifieke brandwerende omkastingen zijn hierbij vaak verplicht bij kunststof systemen.
De rookgasdoorvoer evolueerde van een passief gat in het dak naar een complex technisch instrument. Ooit volstond een gemetselde schoorsteen. Natuurlijke trek klaarde de klus. Maar de massale overgang naar aardgas in de jaren zestig dwong de bouwsector tot een radicale herbezinning op afvoermaterialen. Aluminium voeringen verschenen in bestaande kanalen om aantasting van het metselwerk door rookgascondensaat te voorkomen. De echte omslag kwam echter met de opkomst van de Hoog Rendement (HR) ketel in de jaren tachtig. Rookgassen werden kouder. Condensatie werd de nieuwe realiteit. Oude materialen faalden.
Materialen als polypropyleen (PP) deden hun intrede omdat traditionele metalen simpelweg wegvraten door de zure vloeistof. Een technische noodzaak. De veiligheidssprong kwam met het concentrische principe, waarbij luchttoevoer en gasafvoer in één systeem werden geïntegreerd. Dit maakte de weg vrij voor de geveldoorvoer. Een doorbraak voor de gestapelde bouw. Vroeger was de schoorsteen een architectonisch element, nu is de doorvoer een gestandaardiseerd installatiedeel geworden. Sinds de invoering van de Gasketelwet in 2023 is de historische vrijblijvendheid rondom de montage definitief verleden tijd. Het is geen simpel buisje meer. Het is een cruciaal onderdeel van de energetische gebouwprestatie geworden.