De realisatie van roederamen vindt plaats via twee uiteenlopende technische benaderingen: de constructieve methode en de optische nabootsing. Bij de traditionele constructieve uitvoering vormen de roeden een wezenlijk onderdeel van de raamconstructie. Horizontale en verticale profielen worden met inkepingen of pen-en-gatverbindingen in elkaar gepast tot een raamwerk. In de ontstane openingen worden afzonderlijke, kleine ruiten geplaatst. Elke ruit rust in een eigen sponning. De afwerking gebeurt met glaslatten of, bij restauraties, met stopverf.
De moderne bouwpraktijk hanteert vaak de optische methode om aan strenge isolatienormen te voldoen zonder het uiterlijk van een roederaam op te offeren. Hierbij fungeert een enkele, grote glasplaat als basis. Men plakt de roeden, vaak uitgevoerd in hout, aluminium of kunststof, rechtstreeks op de binnen- en buitenzijde van het glas. Om de suggestie van losse ruiten te versterken, plaatst de glasfabrikant veelal een afstandhouder (een 'Wiener Sprosse') in de spouw van het dubbele of driedubbele glas. Deze interne profielen lijnen exact uit met de opgeplakte roeden. Een andere variant is de roede tussen het glas, waarbij het profiel volledig in de luchtspouw is opgesloten. Dit vereenvoudigt de reiniging van het glasoppervlak aanzienlijk. Soms wordt er gewerkt met voorzetroosters die aan de binnenzijde van het raam scharnieren of klikken, waardoor de authentieke uitstraling behouden blijft terwijl het raam aan de buitenzijde vlak blijft.
De fundamentele scheiding in roedetypes ligt bij de dragende functie. De constructieve roede deelt het raam fysiek op in afzonderlijke sponningen; elk ruitje is een los element. Dit type roede is dikker en robuuster. Bij monumentale restauraties is dit vaak de standaard, maar de thermische prestaties vormen een uitdaging door de vele randverbindingen.
Daartegenover staat de plakroede, technisch vaak aangeduid als de Wiener Sprosse. Hierbij bestaat het glas uit één grote isolerende plaat. Aluminium of houten profielen worden op het glas gelijmd, terwijl een intern afstandsprofiel in de spouw de illusie van een onderbreking voltooit. Het oog ziet een onderverdeeld raam, de energierekening ziet een modern isolatiepaneel. Dan is er nog de roede tussen het glas. Dit is een puur praktische variant. De profielen zitten opgesloten in de spouw van het dubbelglas. Het grote voordeel? Geen stofnesten of lastige hoekjes tijdens het zemen. Het nadeel is echter een verlies aan dieptewerking, wat door architecten vaak als esthetisch minderwaardig wordt beschouwd.
Materiaal dicteert de verfijning. Houten roeden zijn klassiek en laten complexe profileringen toe, zoals een ojief of een kraalprofiel. In de industriële architectuur en bij moderne renovaties zien we echter vaak het stoeltjesprofiel terugkomen. Dit zijn uiterst slanke stalen roeden die een enorme sterkte bieden ondanks hun minieme aanzichtbreedte.
Qua indeling onderscheiden we verschillende patronen die de stijlperiode van een pand verraden:
| Type indeling | Kenmerken |
|---|---|
| Kruisroeden | Klassieke verdeling in vier of meer gelijke rechthoekige vlakken. |
| Ladderroeden | Alleen horizontale roeden die het raam in stroken verdelen, vaak gezien bij vroege modernistische woningbouw. |
| Waaierroeden | Gebogen roeden in het bovenlicht, kenmerkend voor de empirestijl of barok. |
| Franse roeden | Zeer smalle, verfijnde verdelingen die een elegante, fragiele uitstraling geven. |
Verwar roederamen overigens niet met glas-in-lood. Hoewel beide het glasoppervlak onderbreken, zijn de roeden bij een roederaam altijd stijve, zelfdragende profielen van hout, metaal of kunststof. Loodstrips zijn flexibel en vereisen vaak extra versterking door middel van brugstaven om hun vorm te behouden.
Stel je een gerestaureerde herenboerderij voor. De eigenaar kiest hier vaak voor de traditionele weg. Constructieve roeden van eikenhout. Elk ruitje is een apart element, vastgezet met stopverf. Dit geeft de gevel een karakteristiek reliëf door de schaduwwerking van de diepliggende ruiten. Het is arbeidsintensief vakmanschap.
In een modernere setting, zoals een loft in een oude textielfabriek, zie je vaak het stoeltjesprofiel. Slanke, stalen roeden die enorme glaspartijen verdelen. De lijnen zijn scherp. Het licht valt in strakke banen op de betonvloer. Hier zijn de roeden niet alleen decoratief, maar geven ze de grote glasvlakken ook de nodige stijfheid tegen windbelasting.
Een heel ander beeld tref je aan in de seriematige woningbouw van de jaren '90. Hier regeert het onderhoudsgemak. Witte kunststof kozijnen met roeden die in de spouw van het dubbelglas zijn gemonteerd. Geen gedoe met schilderen of lastig zemen langs smalle randjes. De buitenkant van het glas blijft één glad vlak. Eén keer vegen met de trekker en het raam is schoon. Het mist de diepte van hout, maar bespaart uren aan werk.
Bij de bouw van een villa in jaren '30-stijl is de Wiener Sprosse de standaard. Het combineert het beste van twee werelden. Je hebt de isolatiewaarde van één grote HR++ plaat. De houten latjes worden op het glas geplakt. Binnenin de ruit zit een aluminium afstandhouder die precies uitlijnt met de latjes. Voorbijgangers zien een klassiek roederaam. De bewoner ziet een lage energierekening.
Regels beperken de vrijheid. Vooral bij historisch vastgoed. De Erfgoedwet vormt hierin het fundament voor het behoud van roederamen bij monumentale panden. Wie een rijksmonument bezit, vervangt niet zomaar authentieke constructieve roeden door een modern alternatief met plakroeden. De lokale welstand of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed toetst streng op profilering, materiaalgebruik en de exacte breedte van de roede. Een millimeter afwijking tast het gevelbeeld aan en leidt vaak tot een weigering van de omgevingsvergunning.
Veiligheid is geen optie maar een plicht. NEN 3569 schrijft voor wanneer letselveilig glas toegepast moet worden. Bevindt het roederaam zich onder de borstweringshoogte van 85 centimeter? Dan is veiligheidsglas vereist. Bij constructieve roeden betekent dit dat elk individueel ruitje uitgevoerd moet worden in gelaagd of gehard glas. Dit verhoogt de complexiteit van de glaszetting aanzienlijk.
De isolatieprestatie valt onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). De maximale warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) van ramen is vastgelegd om aan de BENG-eisen te voldoen. Roederamen vormen hier een thermische uitdaging. Elke roede is een potentiële koudebrug. Bij constructieve roeden telt de totale lengte van de afstandhouders en sponningen mee in de berekening van de gemiddelde U-waarde van het kozijn. Hoe meer vakken, hoe lastiger het is om aan de strenge isolatienormen te voldoen zonder te kiezen voor dikkere, minder elegante profielen. De technische afweging tussen esthetiek en thermische isolatie is bij roederamen altijd een spanningsveld.
Glasoppervlaktes werden vroeger gedicteerd door de longinhoud van de glasblazer. Een fysieke grens. Cilinderglas of kroonglas resulteerde in bescheiden ruitmaten, waardoor de timmerman gedwongen was het raamvlak op te delen met houten latten om grotere openingen te dichten. In de 17e eeuw waren deze roeden nog fors en zwaar. Vaak van eikenhout. Functioneel maar dominant. De 18e eeuw bracht verfijning. De roeden werden slanker, de profilering complexer en het schuifraam maakte zijn opmars als technisch vernuft waarbij de gewichten in de kozijnstijlen de zwaardere ruiten in balans hielden.
De industriële revolutie bracht een radicale omslag met de introductie van metalen profielen. Gietijzer en later het welbekende stalen stoeltjesprofiel maakten ragfijne verdelingen mogelijk die met hout simpelweg onhaalbaar waren door de beperkte sterkte van dunne houten stijlen. Sterkte bij een minimale aanzichtbreedte was het nieuwe credo. Fabrieksgebouwen en ateliers kregen hun karakteristieke uiterlijk door deze stalen rasters die enorme glasvlakken stijfheid gaven tegen windbelasting. Na de introductie van 'floatglas' in de 20e eeuw verdween de technische noodzaak voor roeden nagenoeg volledig. Grote, ononderbroken glasplaten werden de norm. De roede transformeerde van een constructief vereiste naar een architectonisch stijlmiddel. Tegenwoordig vormt de 'Wiener Sprosse' de technische brug; een methode om historische esthetiek te verenigen met de moderne eisen van dubbel of driedubbel isolatieglas zonder in te boeten op thermische prestaties. Van noodgreep naar nostalgie.
Opthoog | Timmerfabriekwjm | Planer.finstral Planer.finstral