De realisatie van een raveling start bij het tijdelijk onderstempelen van de bestaande balklaag om verzakking tijdens de ingreep te voorkomen. De vloer mag niet wijken. Na het aftekenen van de sparing worden de staartbalken doorgezaagd. De dwarsgeplaatste raveelbalk overbrugt de afstand tussen de omliggende hoofdbalken, ook wel trimmers genoemd, waarbij de kopse kanten van de staartbalken strak tegen de zijkant van de raveelbalk aansluiten. Verbindingen geschieden via traditionele inkepingen of vaker met stalen balkschoenen die de raveelbalk fixeren aan de trimmers. De belasting rust nu op de dwarsverbinding. De afgezaagde staartbalken worden vervolgens aan de raveelbalk bevestigd, waardoor de verticale lasten via de raveel- en trimmerbalken naar de muren of hoofddraagconstructie worden afgeleid.
Het proces van rafeling bij wegverhardingen is een vorm van materiaalontbinding. Het begint met de degradatie van het bindmiddel. UV-straling en zuurstof maken de bitumen bros. De hechting aan de steenslag vermindert. Zodra voertuigen met hun banden wrijvingskrachten uitoefenen, worden de granulaten simpelweg uit het asfaltdek losgetrokken. Er ontstaan kleine holtes. Dit proces versnelt zodra water in deze holtes dringt en bij vorst uitzet, wat de resterende cohesie verder ondermijnt. Vooral bij open asfaltstructuren zoals ZOAB vindt deze korreluitstoot plaats zodra de kleefkracht onder een kritische grens zakt. Het wegdek verliest zijn homogeniteit.
De hoofdoorzaak van rafeling bij asfaltverhardingen ligt in de chemische en fysieke veroudering van het bindmiddel. Bitumen verliest door oxidatie en langdurige blootstelling aan UV-straling zijn noodzakelijke elasticiteit. Het materiaal wordt bros. De kleefkracht neemt af. Zodra de onderlinge samenhang tussen de granulaten minder is dan de wrijvingskracht van passerende voertuigen, worden de steentjes simpelweg uit het oppervlak getrokken. Vooral bij open mengsels zoals ZOAB is de impact groot. De wind en regen hebben hier meer vat op het skelet.
Wringen en remmen versnellen het proces. Op locaties waar veel draaiend verkeer is, zoals bij kruispunten of rotondes, treden grote schuifspanningen op die de verzwakte bitumenmortel niet meer kan opvangen. Het wegdek rafelt. Er ontstaan holtes. Water nestelt zich in deze ruimtes en bevriest tijdens winterse periodes. De uitzetting van het ijs drukt de resterende steenslag los, waardoor een destructieve spiraal ontstaat die de integriteit van de toplaag snel ondermijnt.
De gevolgen zijn direct voelbaar en hoorbaar. Het rolgeluid van banden op het asfalt neemt merkbaar toe doordat de oppervlaktestructuur onregelmatig en ruw wordt. Er ontstaat schade door opspattend grind. Losse steentjes vliegen tegen ruiten en lakwerk van voertuigen. De waterafvoer van het wegdek verslechtert bij ernstige rafeling, wat leidt tot een verhoogd risico op aquaplaning en een afname van de stroefheid. Uiteindelijk verliest de deklaag zijn beschermende functie voor de onderliggende asfaltlagen, wat de totale levensduur van de wegconstructie drastisch verkort.
Een timmerman op een stoffige zolder zet de cirkelzaag in de balklaag voor een nieuw trapgat. Drie balken door. Boem. Verzakking dreigt direct. Hier zie je de raveling in actie; een zware dwarsbalk wordt tussen de twee resterende hoofdbalken gemonteerd om de afgezaagde koppen op te vangen. De constructie vormt een stevig kader rondom de nieuwe opening. Zonder dit frame zou de vloer erboven onherroepelijk doorbuigen onder het gewicht van een zware boekenkast of een tussenwandje.
Rij je over een provinciale weg vlak na een stevige vorstperiode? Luister dan naar het wielgehuil. Het wegdek oogt 'geplukt' en rafelig bij de bochten van een rotonde waar wringend verkeer de overhand heeft. Overal in de berm liggen die kenmerkende zwarte steentjes, losgeslagen uit hun bitumenbedje door de combinatie van vrieskou en mechanische druk. Het asfalt vertoont een pokdalig patroon van kleine gaatjes. Het is geen kuil, maar een systematisch verlies van de toplaag. Bij de installatie van een groot dakraam zie je een vergelijkbaar constructief principe in het houtwerk; de gordingen worden onderbroken en een raveling zorgt dat het dakvlak niet bezwijkt onder de druk van een dik pak sneeuw of windstoten.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Latexfalt | Zoek.officielebekendmakingen | Kiwa | Tno | Viewer.pmg | Woonopmaat | Buitengewoonbv | Circulairekennis