Raamstijl

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een raamstijl is een verticaal constructie-onderdeel van een raam of kozijn dat de verbinding vormt tussen de boven- en onderdorpel.

Omschrijving

De raamstijl vormt de ruggengraat van het kozijn. Zonder deze verticale staanders zou een raamconstructie simpelweg bezwijken onder het gewicht van het glas of de druk van de wind. In de basisopstelling van een kozijn onderscheiden we de zijstijlen, die direct grenzen aan het metselwerk of de stelkozijnen, en de tussenstijlen die grotere glasvlakken onderverdelen. De stijl fungeert niet alleen als drager, maar bevat ook de sponningen waarin het glas of het draaiende raamdeel valt. Bij deuren spreken we vaak over een deurpost, maar technisch gezien vervult deze exact dezelfde functie binnen de omraming. De stijfheid van de stijl bepaalt voor een groot deel de levensduur van het hang- en sluitwerk; een doorbuigende stijl zorgt onherroepelijk voor klemmende ramen.

Uitvoering en toepassing

Constructieve integratie en assemblage

De realisatie van een raamstijl begint doorgaans bij de profilering van het basismateriaal in de fabriek of werkplaats. In de machinale houtbewerking trekken freeskoppen in één arbeidsgang de noodzakelijke sponningen en groeven voor de glaslatten. Pen-en-gatverbindingen. Dit blijft de standaard voor houten constructies waarbij de stijl onwrikbaar tussen de dorpels wordt geklemd. Terwijl de verticale lijn wordt uitgezet, moet de aansluiting op de onderdorpel vaak voorzien worden van een specifieke inkeping voor de waterhol of weldorpel, wat essentieel is voor de afwatering van het kozijn.

Bij de montage van tussenstijlen in grotere puien wordt vaak gebruikgemaakt van mechanische verbinders of doken die de stijl exact haaks op de horizontale delen positioneren. De kleinste afwijking leidt direct tot een scheluw kozijn. Bij kunststof of aluminium systemen schuift men vaak stalen versterkingsprofielen in de holle kamers van de stijl voordat de eindkappen of lasverbindingen worden aangebracht. Fixatie aan het bouwkundig kader gebeurt via muurankers of kozijnschroeven, waarbij de stijl waterpas moet worden gesteld om te voorkomen dat draaiende delen gaan klemmen of uit zichzelf openvallen. In de laatste fase van de uitvoering worden de rubbers of tochtprofielen in de daarvoor bestemde gleuven gedrukt, waarna de stijl gereed is voor de opname van het glas of het raamhout.


Functionele classificaties en de makelaar

Niet elke verticale lijn in een gevel is technisch gezien dezelfde stijl. De zijstijl vormt de uiterste flank van het kozijn en verankert de constructie in de ruwbouw. Tussenstijlen, vaak aangeduid als middenstijlen, splitsen grote glasoppervlakken op in kleinere, hanteerbare vakken. Dit is geen pure esthetiek. Het vangt winddruk op. Bij een stolpstel — twee ramen die naar elkaar toe sluiten zonder vaste tussenpost — zien we een bijzondere variant: de makelaar. Deze verticale stijl zit vast aan het draaiende raamhout en beweegt mee naar buiten. Het resultaat is een volledig vrije opening zonder hinderlijke barrière in het midden.

Bij schuifsystemen verandert de dynamiek. Hier spreken we over de wisselstijl. Dit zijn de verticale profielen waar het schuivende en het vaste deel elkaar overlappen en in elkaar haken voor de wind- en waterdichtheid. De toleranties zijn hier millimeterwerk. Een kromme wisselstijl betekent een tochtgat dat nooit meer dichtgaat.


Onderscheid tussen kozijnstijl en raamstijl

Verwarring ontstaat vaak tussen de stijl van het kozijn en de stijl van het raam. De kozijnstijl is het statische deel dat in de muur vastzit. De stijl van het raamhout daarentegen is onderdeel van de vleugel, het beweegbare raam. In de volksmond noemen we alles een raamstijl. Technisch is dat onjuist. Het raamhout is doorgaans slanker uitgevoerd om de lichtinval te maximaliseren, terwijl de kozijnstijl robuuster moet zijn voor de stabiliteit van de gehele pui. Bij renovaties van monumenten luistert dit nauw. Men kiest daar vaak voor geprofileerde stijlen met kraal- of duivenjagersprofielen om het historische karakter te behouden zonder concessies te doen aan de constructieve stijfheid.


Praktijksituaties en visuele herkenning

Denk aan de grote glazen pui van een modern kantoorpand. De robuuste verticale banen die het glas onderbreken, zijn de tussenstijlen. Ze voorkomen dat de ruiten bij een stevige najaarsstorm naar binnen klappen. Heel anders is de setting bij klassieke stolpramen in een oud herenhuis. Je gooit beide vleugels open voor een kamerbreed uitzicht. De verticale lat die met de ene vleugel mee naar buiten draait, is de makelaar. Dit is een raamstijl die geen vast onderdeel van het kozijn vormt, maar beweegt met het raamhout mee.

Bij schadegevallen wordt de cruciale rol van de stijl vaak pijnlijk duidelijk. Een houten kozijn met achterstallig onderhoud vertoont vaak houtrot aan de onderzijde van de zijstijl. Precies op het punt waar deze de onderdorpel raakt. Het water trekt via het kopshout omhoog. Het resultaat? Een raam dat niet meer soepel sluit. De constructieve stijfheid onderin de stijl is simpelweg verdwenen.

In de moderne woningbouw tref je de wisselstijl aan bij schuifpuien. Trek de schuifdeur dicht. Kijk naar de plek waar het vaste en het beweegbare deel elkaar passeren. De twee profielen haken daar in elkaar om de tocht te weren. Dat is de wisselstijl in actie. Zonder dit specifieke onderdeel zou de wind ongehinderd door de kier tussen de twee glasplaten waaien. Het luistert nauw. Eén millimeter afwijking in de haaksheid van de stijl en de pui loopt onherroepelijk vast.


Regelgeving en normering

Constructieve eisen en veiligheid

De raamstijl moet voldoen aan de eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Veiligheid staat centraal. De weerstand tegen windbelasting en waterdichtheid is vastgelegd in NEN 2778. Het mag niet lekken. Voor de sterkte van de stijl is NEN-EN 14351-1 de leidraad voor de CE-markering van het gehele kozijn. Waar de raamstijl voorheen louter een esthetische of eenvoudige dragende functie had, dwingt de huidige regelgeving rondom thermische isolatie en luchtdichtheid tot complexe profielopbouw die moet voldoen aan de strikte U-waarde berekeningen conform de NTA 8800.

Inbraakwerendheid? Dat regelt de NEN 5096. De stijl vormt vaak het kritieke punt bij een braakpoging, dus de PKVW-richtlijnen stellen hier specifieke eisen aan de stijfheid van het profiel en de verankering van de sluitkommen. De sterkte van de stijl bepaalt of een raam voldoet aan weerstandsklasse 2. Bij grote glasvlakken wordt de doorbuiging van de stijl getoetst aan de Eurocodes voor constructieve veiligheid, waarbij de winddruk op de gevel direct invloed heeft op de vereiste traagheidsmomenten van de toegepaste raamstijlen. NEN 3569 is ook van belang. Indien letselbeperkend glas wordt toegepast, moet de stijl de verhoogde massa van dit vaak dikkere glas veilig kunnen overbrengen op de bouwkundige constructie, zonder dat er gevaarlijke vervormingen optreden in de sponning of bij de bevestigingspunten.


Gebruikte bronnen: