De realisatie van puntvaste beglazing begint bij de uiterst precieze bewerking van de glaspanelen in de fabriek. Elk paneel ondergaat eerst een mechanische bewerking waarbij gaten worden geboord of uitsparingen worden geslepen. Dit gebeurt altijd vóór het hardingsproces. Omdat gehard glas na de thermische behandeling niet meer bewerkt kan worden, moet de positionering van de gaten exact overeenstemmen met de geometrie van de achterliggende draagstructuur. Foutmarges zijn hierbij nihil.
Op de bouwlocatie wordt een secundaire draagstructuur opgetrokken. Deze constructie varieert van ranke stalen kokerprofielen en houten spanten tot complexe kabelnetten of glazen vinnen. Hierop monteert men de rvs-bevestigingspunten, ook wel spiders genoemd. De glaspanelen worden vervolgens met behulp van zuignappen in positie gebracht, waarna de rotules — speciaal ontworpen bevestigingsbouten — door de gaten in het glas worden gestoken en aan de spiders worden gekoppeld.
Bewegingsvrijheid is cruciaal. De rotules zijn vaak voorzien van kogelgewrichten om hoekverdraaiingen door windbelasting of thermische uitzetting op te vangen. Dit voorkomt dat er ontoelaatbare spanningspieken rondom de boorgaten ontstaan. Nadat alle panelen met chirurgische precisie zijn uitgelijnd, worden de open voegen tussen de glasplaten gedicht. Hiervoor wordt doorgaans een hoogwaardige siliconenkit gebruikt die de water- en winddichtheid garandeert zonder de noodzakelijke flexibiliteit van het systeem te beperken.