De montage van pannenhaken vindt gelijktijdig plaats met het leggen van de dakpannen zelf. Men klemt de haak over de zijsluiting of de kop van de dakpan, afhankelijk van het type en de vormgeving van het keramische of betonnen dakelement. Het andere uiteinde van de haak wordt achter of om de panlat geslagen of geklikt. Dit creëert een hefboomwerking die de pan bij windzuiging op zijn positie houdt. Vast is vast. Bij bepaalde typen pannenhaken, zoals de tikpanhaak, wordt het metalen uiteinde met een gerichte slag in het hout van de panlat gedreven voor een onwrikbare verbinding.
De verdeling over het dakvlak geschiedt niet willekeurig. Op basis van een windlastberekening wordt bepaald of een dambordpatroon volstaat of dat volledige verankering noodzakelijk is. In de randzones en bij de hoekpannen, waar de turbulentie het grootst is, wordt doorgaans elke pan individueel geborgd. Het middenvlak vraagt vaak om een minder intensieve dekking. De pannenhaak moet daarbij altijd strak tegen de panlat aanliggen om speling te voorkomen, aangezien elke millimeter ruimte bij herhaaldelijke windstoten kan leiden tot slijtage aan de pan of de lat.
Verschillende dakpannen vereisen verschillende geometrieën. Een universele haak bestaat niet; de kromming en de lengte van de steel zijn specifiek afgestemd op de dikte van de pan en de afmeting van de gebruikte panlatten. Bij renovatieprojecten waarbij de pannen blijven liggen maar de verankering moet worden verbeterd, worden vaak speciale renovatiehaken toegepast die zonder het volledig lichten van de pannen tussen de sluitingen kunnen worden geschoven.
De diversiteit in pannenhaken is direct terug te voeren op de enorme variëteit in dakpanmodellen en de manier waarop deze op de panlat rusten. We onderscheiden primair de tikpanhaak en de klikpanhaak. Waar de tikpanhaak met een scherpe, puntige zijde in het hout van de panlat wordt gedreven, grijpt de klikpanhaak zich met een verende constructie om de lat heen. Geen gaten in het hout betekent minder kans op inrotting. Een tikpanhaak vraagt om een hamer. Klikhaken vereisen enkel handkracht. De keuze hangt vaak af van de voorkeur van de dakdekker en de dikte van de gebruikte panlatten; een klikhaak moet immers exact passen om de noodzakelijke klemspanning te genereren.
Dan zijn er nog de zijsluitingshaken. Deze vallen weg in de verticale sluiting van de pan en zijn na montage nagenoeg onzichtbaar voor het oog. Een kophaak daarentegen houdt de pan aan de bovenzijde vast. Dit type wordt veelvuldig toegepast bij vlakke pannen waar een zijsluitingshaak de esthetische strakheid zou verstoren of simpelweg niet past door het ontbreken van een diepe wel. Voor renovaties bestaan er specifieke renovatiehaken. Deze laten zich tussen de pannen schuiven zonder dat de hele rij gelicht hoeft te worden. Praktisch bij herstelwerkzaamheden.
Materiaal is allesbepalend voor de levensduur. Roestvrij staal (RVS), vaak kwaliteit AISI 304 of voor kustgebieden AISI 316, is de standaard. Verzinkt stalen exemplaren zie je minder vaak. Logisch ook. De zoute zeelucht of industriële uitstoot vreet een zinklaagje relatief snel op, waarna corrosie de structurele integriteit van de haak aantast. Een falende haak is een vliegende pan.
Er wordt vaak gesproken over universele haken. Dat is een riskant begrip in de bouw. Hoewel ze op meerdere typen pannen passen, biedt een modelspecifieke haak altijd de beste pasvorm. Een haak die 'ongeveer' past, kan speling vertonen. Bij herhaaldelijke windstoten gaat de pan klapperen. Metaal schuurt over keramiek. Dat leidt tot slijtage aan de sluitingen van de pan en uiteindelijk tot lekkages. Precisie is hier geen luxe, maar een noodzaak voor een stormvast dak.
Naleving van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) is onontkoombaar. Veiligheid van de directe omgeving staat centraal; een afwaaiende dakpan is een projectiel. De NEN 6707 fungeert hierbij als het dwingende technisch kader voor de berekening van de verankering van dakbedekkingen. Deze norm houdt rekening met de windbelasting die op de kapconstructie drukt. Nederland is daarbij opgedeeld in drie windzones. Kustgebieden vallen onder zone 1, terwijl het binnenland vaak in zone 3 wordt ingedeeld. Hoe hoger het gebouw en hoe steiler het dak, hoe groter de zuigspanning op de pannen.
De bepaling van de benodigde hoeveelheid pannenhaken stoelt op specifieke parameters:
Naast de NEN 6707 is de BRL 1513 relevant voor de kwaliteitsborging tijdens de uitvoering. Hierin staan de richtlijnen voor de mechanische bevestiging van kleine dakelementen beschreven. Het simpelweg negeren van deze richtlijnen heeft directe gevolgen voor de verzekerbaarheid bij stormschade. Geen haak volgens de voorgeschreven berekening betekent in de praktijk vaak: geen dekking. De verantwoordelijkheid voor een correcte windlastberekening ligt bij de ontwerper of de uitvoerende partij. Zij moeten aantonen dat de fixatiemethode bestand is tegen de statistische piekwindsnelheden zoals die in de Eurocode 1 (NEN-EN 1991-1-4) zijn vastgelegd.
Gewicht was decennialang de norm. Massa hield de kap op zijn plek. Eeuwenlang vertrouwde de dakdekker op de loutere zwaartekracht van zware, handgevormde keramische pannen, soms aangevuld met een dot kalkmortel in de hoeken om inwaaien van stuifsneeuw en wind te beperken. Tot de industriële revolutie de dakenmarkt radicaal veranderde. Machinale productie zorgde voor dunnere, lichtere en maatvaste pannen. Efficiënt voor de constructie, maar een risico bij storm. De pan werd een vleugel. Mechanische verankering werd noodzakelijk.
De vroege pannenhaak was een rudimentair hulpmiddel. Vaak niet meer dan een gebogen koperdraadje of een handgesmede spijker die door een boorgat in de pan werd geslagen. In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog nam de standaardisatie toe. De tikpanhaak werd de industriestandaard; een direct gevolg van de behoefte aan snelle, grootschalige woningbouw waarbij handmatige handelingen tot een minimum moesten worden beperkt. Men sloeg de haken simpelweg vast in het hout. Effectief, maar arbeidsintensief.
De echte ommezwaai in de technische evolutie vond plaats in de jaren '90. Een reeks zware stormen legde de kwetsbaarheid van het Nederlandse daklandschap bloot. De introductie van de NEN 6707 in 1991 markeerde de overgang van vrijblijvendheid naar strikte regelgeving. De pannenhaak transformeerde van een simpel 'extraatje' naar een berekend constructieonderdeel. Tegelijkertijd dwong de opkomst van verduurzaamd hout en agressievere milieu-invloeden de markt richting roestvast staal. De klikhaak kwam op. Geen hamers meer nodig. Snelle montage, minder fysieke belasting voor de verwerker en een hogere treksterkte. Van gewicht naar mechanica; een noodzakelijke reactie op de veranderende bouwfysica.