De productie start bij de machinale verwerking van de ruwe grondstof. Kleiwalsen vermalen de massa. In de strengpers dwingt een schroef de klei onder vacuüm door een mondstuk. Er ontstaat een continue kolom. Een snijraam met gespannen draden verdeelt deze kolom met hoge snelheid in afzonderlijke eenheden. Dit resulteert in strakke zijvlakken. Bij de vormbakmethode bootsen mechanische persen de menselijke inworp na door de klei met kracht in stalen mallen te slaan. Overtollig materiaal wordt direct machinaal afgestreken.
Het transport naar de drogerij verloopt via volledig geautomatiseerde banen. In de tunneldroger wordt de luchtstroom nauwkeurig beheerst. Dit voorkomt scheurvorming door te snelle uitdroging. De eigenlijke transformatie vindt plaats in de tunneloven. Wagens beladen met vormelingen rijden door een stationaire vuurzone. Het is een lineair traject. Sensoren monitoren de temperatuur op diverse punten continu. Geautomatiseerde branders corrigeren de hitte op basis van deze data om de stookcurve te handhaven. Elke steen ondergaat een identieke behandeling. Na de thermische fase volgt vaak een inspectie door camerasystemen. Robotarmen groeperen de stenen en plaatsen ze op transportpallets. Alles geschiedt zonder directe menselijke handeling in het vormgevingsproces.
Binnen de machinale productie vallen verschillende subcategorieën die elk een eigen esthetiek en technische specificatie kennen. De meest prominente scheiding ligt tussen de strengperssteen en de vormbaksteen. Glad of generfd? De keuze bepaalt het gevelbeeld. Waar de strengperssteen uitblinkt in extreme maatvastheid door de klei als een continue kolom door een mondstuk te persen en vervolgens met uiterste precisie op maat te snijden, zoekt de vormbaksteen juist de nuance op.
Een veelvoorkomend punt van verwarring is de term 'handvorm'. In de moderne handel verwijst dit bijna uitsluitend naar een machinaal geproduceerde steen die de onregelmatige textuur en nerf van een authentieke handgevormde steen nabootst. Het is een industriële imitatie van nostalgie. De machine 'werpt' de klei hierbij met minder kracht in de mal om plooien te creëren. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt op basis van de afwerking, zoals gesmoorde stenen. Hierbij wordt door een zuurstofarm bakproces de kleur van de steen door en door veranderd naar grijs- of blauwtinten. Geen verf, maar pure chemie in de oven. Het resultaat blijft een machinaal product, maar met een visuele complexiteit die afwijkt van de standaard rode of gele varianten.
Een modern kantoorpand langs de snelweg. De gevel oogt als een strak gespannen laken. Hier zie je strengpersstenen in hun element. Messcherpe hoeken. Geen korreltje zand te bekennen. De architect koos voor verlijmen, waardoor de voeg bijna onzichtbaar is. Dat kan alleen met deze mate van maatvastheid. Elke steen is identiek aan de vorige.
Stel je een nieuwe woonwijk voor met een knipoog naar de jaren dertig. De ontwikkelaar wil karakter, maar ook snelheid. Men kiest voor de machinale handvormsteen. Op de pallet liggen duizenden stenen met een kunstmatige nerf en een bezand oppervlak. Ze zien er nostalgisch uit. Toch zijn ze in een razendsnel tempo gevormd in een vormbakmachine. Efficiëntie ontmoet esthetiek. Geen enkele metselaar hoeft te puzzelen met kromme exemplaren.
Een ander beeld: een luxe villa met een Wasserstrich-gevel. De stenen hebben een zachte glans. De kleur is puur klei, zonder de afdekking van zand. In de fabriek zorgde water voor het lossen uit de mal. Het resultaat is een gevel die leeft door subtiele onregelmatigheden, maar technisch voldoet aan de strengste tolerantienormen. Robuust en voorspelbaar.
De norm regeert de klei. Wie machinaal produceert, ontkomt niet aan de NEN-EN 771-1. Deze Europese standaard vormt de technische ruggengraat van de kwaliteitscontrole voor bakstenen. Maattoleranties zijn hierin strikt vastgelegd in klassen zoals T1, T2 of de uiterst precieze Rm. De machine moet leveren wat de norm voorschrijft; er is geen ruimte voor grilligheid. Elke pallet die de fabriek verlaat, draagt verplicht een CE-markering op basis van de Verordening Bouwproducten (CPR). Dit is gekoppeld aan de Declaration of Performance (DoP). Zonder dit juridische document is de steen onverkoopbaar voor de professionele handel binnen de Europese Unie.
De DoP bevat essentiële data voor de constructeur. Denk aan de genormaliseerde gemiddelde druksterkte en de vorst-dooiweerstand. Voor het berekenen van de stabiliteit van metselwerkconstructies is de Eurocode 6 (NEN-EN 1996) leidend. Hierin worden de mechanische eigenschappen, zoals die door de machinale productie constant worden gegarandeerd, direct vertaald naar rekenwaarden voor de draagkracht van de gevel.
In de Nederlandse bouwpraktijk is de wettelijke basis vaak niet voldoende. Men verlangt zekerheid. Het KOMO-keurmerk, gebaseerd op beoordelingsrichtlijn BRL 1007, fungeert als de gouden standaard voor private kwaliteitsborging. Hoewel het een vrijwillig systeem is, eisen bijna alle bestekken dit certificaat. Het garandeert dat een onafhankelijke instantie het productieproces en de producteigenschappen periodiek toetst. Dit beperkt de faalkosten op de bouwplaats aanzienlijk.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt de publiekrechtelijke kaders voor de uiteindelijke toepassing in het bouwwerk. Machinaal gemaakte bakstenen scoren hierbij hoog op brandveiligheid; ze vallen standaard in Euro-brandklasse A1. Onbrandbaar. Geen rookontwikkeling. Geen brandende druppels. Ook de milieuprestatie van het product wordt steeds vaker getoetst via de Milieuprestatie Gebouwen (MPG), waarbij de efficiënte, machinale productiemethoden gunstig kunnen uitvallen door een lagere energetische footprint per geproduceerde eenheid in vergelijking met minder geoptimaliseerde processen.
Vroeger bepaalde de menselijke fysiek de maat van de stad. Handvormsteen was de enige optie. Klei werd met de hand in houten mallen geslagen. Een zwaar, seizoensgebonden ambacht dat tot diep in de negentiende eeuw de standaard bleef. De industriële revolutie brak dit monopolie. De vraag naar bouwmaterialen explodeerde door de snelle verstedelijking. In 1854 bracht Carl Schlickeysen de eerste strengpers op de markt. Dit was een technisch kantelpunt. Geen individuele vormpjes meer, maar een continue kleikolom. Efficiëntie verving het handwerk.
De echte versnelling kwam met de thermische revolutie. In 1858 patenteerde Friedrich Hoffmann de ringoven. Dit was een circulair systeem met verschillende kamers waarbij het vuur nooit uitging. De hitte van de afkoelende stenen verwarmde de vers gevormde stenen voor. Een geniale besparing op brandstof. Het bakproces werd hierdoor onafhankelijk van het weer. Waar de veldoven maanden over een batch deed, produceerde de ringoven een constante stroom keramiek. Hout en turf maakten plaats voor steenkool. Later, halverwege de twintigste eeuw, volgde de overstap naar aardgas en de introductie van de tunneloven, wat een nog nauwkeurigere sturing van de stookcurve mogelijk maakte.
De standaardisatie volgde de machine. In het begin van de twintigste eeuw ontstond de behoefte aan uniformiteit voor grootschalige infrastructuur en woningbouw. Lokale maten verdwenen. De introductie van genormaliseerde formaten, zoals het Waalformaat en Dikformaat, werd pas echt haalbaar door de precisie van de machine. Maatvastheid werd een eis in plaats van een toevalstreffer. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is de automatisering geperfectioneerd met robotica voor het stapelen en sensoren voor vochtmeting. Het ambacht is verworden tot procestechnologie.
Joostdevree | Encyclo | Knb-keramiek | Wienerberger | Circulairmaterialenplan | Lexicons | Mathys | Stad | Apjjf