Lijmbed

Laatst bijgewerkt: 06-02-2026


Definitie

Een lijmbed is een met een getande spaan aangebrachte laag lijm die zorgdraagt voor de mechanische en chemische hechting tussen een bouwdeel en de ondergrond.

Omschrijving

Het draait om de rillen. Zonder die ribbels is er geen lijmbed, alleen een smeerboel die nooit goed hecht. Je trekt de lijm met een getande spaan over de vloer of wand, waardoor er rillen ontstaan die bij het aandrukken van de tegel in elkaar vloeien tot een gesloten laag. Luchtinsluiting is hierbij de grootste vijand. In de praktijk bepaalt de vlakheid van de ondergrond vaak de dikte, al laten moderne dunbedmortels weinig ruimte voor correctie van een kromme vloer. Is de vloer verre van waterpas? Egaliseer dan eerst. Bij grootformaat tegels spreken we vaak over 'buttering floating', een techniek waarbij zowel de ondergrond als de tegel worden ingesmeerd om holle ruimtes te elimineren, omdat een holle plek onder een vloertegel vroeg of laat een barst betekent. Zeker bij vloerverwarming luistert de volledige bedekking nauw.

Verwerking en applicatiemethode

Strakke banen trekken. De hoek van de lijmkam bepaalt alles. Houdt de verwerker de spaan te schuin, dan blijven de rillen te laag en is de uiteindelijke overdracht van de lijm naar het materiaal ondermaats. Men brengt de lijmspecie eerst aan met de vlakke kant van de spaan om de ondergrond volledig te bevochtigen, waarna met de vertande zijde de rillen in een gelijkmatig patroon worden getrokken. Deze rillen moeten bij voorkeur parallel lopen. Dit is geen esthetische keuze; het zorgt ervoor dat lucht via de kanalen tussen de rillen kan ontsnappen zodra het element in het bed wordt gedrukt en licht wordt geschoven of geklopt.

Bij projecten met hoge mechanische belasting of bij het gebruik van grootformaat elementen volstaat een enkel lijmbed op de ondergrond vaak niet om een volledig contactoppervlak te garanderen. In dergelijke scenario's wordt de buttering-floating methode toegepast, waarbij zowel de ondergrond als de achterzijde van het bouwdeel van lijm worden voorzien, wat resulteert in een nagenoeg 100% lijmcontact en het elimineren van holle ruimtes. Een lijmbed is dun. De dikte varieert doorgaans tussen de twee en zes millimeter, afhankelijk van de vertanding en het type lijm, waardoor de marge voor het opvangen van onvlakheden in de ondergrond minimaal blijft. De rillen vloeien onder druk samen tot een homogene laag die de mechanische verbinding vormt.


Maatvoering en laagdikte

De dikte van het lijmbed bepaalt de toepasbaarheid. Het dunbed is de standaard in de moderne bouw. We spreken hier over een laagdikte van 2 tot 5 millimeter. Ideaal voor vlakke ondergronden zoals gipsblokken of een geëgaliseerde vloer. Weinig marge. Een millimeter afwijking in de vloer zie je direct terug in het resultaat. Voor grovere situaties bestaat het middelbed. Dit bed reikt tot ongeveer 15 millimeter dikte. Het is de redder in nood bij onregelmatige ondergronden of natuursteen met dikteverschillen, waarbij de lijm ook een nivellerende functie krijgt.

Type bedDiktePrimaire toepassing
Dunbed2 - 5 mmVlakke wanden, standaard tegels, mozaïek.
Middelbed5 - 15 mmNatuursteen, oneffen ondergronden, zware tegels.
Dikbed> 15 mmTraditionele mortelverwerking (zelden lijm).

Functionele varianten en vloeigedrag

Vloeibedmortels vormen een technologische variant. De rillen van een vloeibed zakken onder het gewicht van de tegel bijna direct in. De lijm vloeit uit. Lucht wordt naar de zijkanten gedrukt. Dit elimineert de noodzaak voor het dubbelzijdig insmeren bij vloeren, mits de ondergrond vlak genoeg is. Het resultaat is een nagenoeg honderd procent contactoppervlak. Onmisbaar bij vloerverwarming om een efficiënte warmteoverdracht te garanderen.

Daarnaast maken we onderscheid op basis van elasticiteit. Een flexibel lijmbed bevat polymeren. Deze vangen spanningen op tussen de ondergrond en het bouwdeel. Denk aan houten vloeren of buitenwerk waar temperatuurverschillen de boel laten werken. Een star lijmbed heeft die toevoegingen niet en wordt enkel gebruikt op stabiele, minerale ondergronden zoals beton waar geen beweging te verwachten valt. Het verkeerde bed op de verkeerde plek? Dan springen de tegels er binnen een seizoen vanaf. Soms is de achterzijde van het materiaal bepalend. Bij glasmozaïek is een wit lijmbed de norm om de kleur van het glas niet negatief te beïnvloeden.


Praktijksituaties en toepassingen

Stel je een badkamerrenovatie voor. De tegelzetter zet zijn lijmkam onder een hoek van 45 graden op de wand. In één vloeiende beweging ontstaan strakke, parallelle lijmrillen. Hij drukt een wandtegel vast. De rillen pletten. Ze vullen de holtes op. De hechting is direct voelbaar; de zuiging van het lijmbed houdt de tegel op zijn plek zonder dat deze direct naar beneden zakt.

Bij een grootformaat vloertegel in een woonkamer met vloerverwarming ziet het proces er anders uit. De achterzijde van de tegel krijgt een dunne contactlaag lijm met de vlakke kant van de spaan. Dit is de 'buttering'. Op de vloer trekt de verwerker juist grove rillen. Zodra de tegel landt, vloeien beide lagen samen tot één massief geheel. Geen luchtbel blijft achter. Maximale warmtegeleiding is het resultaat. Je hoort geen holle klank als je er later overheen loopt.

Buiten op een dakterras komt de elasticiteit om de hoek kijken. Een flexibel lijmbed wordt hier toegepast onder natuursteen tegels. In de volle zon warmen de tegels op en zetten uit. Het lijmbed werkt als een schokdemper tussen de werkende tegel en de starre betonvloer eronder. Zonder die flexibiliteit zouden de tegels na de eerste vorstperiode simpelweg onthechten door de spanning.

In een keuken met een ongelijkmatige achterwand biedt een middelbed uitkomst. De vakman gebruikt een kam met halfronde tanden van 15 millimeter. Hierdoor kan hij de tegels dieper in het bed drukken op de punten waar de muur naar voren komt en iets minder diep op de holle plekken. Het lijmbed fungeert hier als vulmiddel en hechtlaag ineen, waardoor de uiteindelijke wand toch loodrecht oogt.


Wet- en regelgeving

Normen bepalen de spelregels. Bij een lijmbed is de Europese norm NEN-EN 12004 de absolute spil. Deze norm classificeert de lijmsoorten op basis van hechttreksterkte en verwerkingseigenschappen. C1 of C2? Het verschil zit in de prestatie van het bed onder zware omstandigheden. Voor de mate waarin een lijmbed vervorming kan opvangen, is NEN-EN 12002 relevant. Hierin worden de S1- en S2-labels toegekend, die aangeven hoeveel millimeter een uitgehard lijmbed kan buigen zonder te scheuren. Cruciaal bij houten vloeren of gevelwerk.

Hoewel het Bouwbesluit (nu BBL) niet direct de kamhoek van de tegelzetter voorschrijft, stelt het wel eisen aan de veiligheid en duurzaamheid van constructies. Een onvolledig lijmbed bij gevelbekleding kan leiden tot onveilige situaties. In technische bestekken wordt daarom vaak gehamerd op de dekkingsgraad.

  • NEN-EN 12004: Eisen aan hechting, open tijd en glijweerstand van de lijm.
  • NEN-EN 12002: Bepaling van de vervormbaarheid (flexibiliteit) van het lijmbed.
  • CUR-Aanbeveling 101: Specifieke richtlijn voor het verlijmen van keramische tegels op buitenwanden.

Kwaliteit is meetbaar. Bij vloerverwarming of buitenwerk is een dekkingsgraad van nagenoeg 100% vaak een contractuele eis om schade door thermische spanningen of vorst te voorkomen. Geen wet, maar wel de norm voor goed vakmanschap.


Van zandcement naar chemische hechting

Vroeger was dikte de norm. Tegelzetters werkten decennialang uitsluitend in een dikbed van zandcementmortel. Zwaar werk. Tegels moesten eerst verzadigd worden met water om te voorkomen dat ze al het vocht uit de specie zogen voordat de binding kon plaatsvinden. De hechting was puur mechanisch en afhankelijk van de porositeit van de tegel. De jaren '50 markeerden een kantelpunt met de introductie van de eerste organische dispersielijmen en gemodificeerde poederlijmen. Chemische additieven veranderden de logica van de bouwplaats volledig. Door de toevoeging van polymeren kon de laagdikte drastisch omlaag zonder verlies van klemkracht. Dunbedmortel werd geboren.

De techniek dwong tot ander gereedschap. De getande spaan verving de troffel als primair instrument om een constante, dunne laag te garanderen. In de jaren '70 en '80 versnelde deze ontwikkeling door de opkomst van plaatmaterialen en niet-zuigende ondergronden zoals betonmortel en gipsblokken. Een traditioneel speciebed hield daar simpelweg niet. Het lijmbed transformeerde van een nivellerende onderlaag naar een hoogwaardige verbindingslaag met specifieke chemische eigenschappen. Droog verlijmen werd de standaard. Snelheid werd leidend. De opkomst van grootformaat tegels in de 21e eeuw dwong het lijmbed tot een laatste evolutie: de vloeibedmortels en flexibele lijmen die we vandaag de dag als vanzelfsprekend beschouwen.


Vergelijkbare termen

Lijmlaag

Gebruikte bronnen: