Lichtgewicht baksteen; een brede parapluterm, dat is het zeker. In de praktijk hoor je echter vaak namen die tot specifieke merken behoren, zoals 'Poriso' of 'Porotherm' stenen. Deze zijn zo ingeburgerd dat ze bijna als soortnaam fungeren, men bedoelt dan vaak een gebakken kleiproduct met verhoogde isolatiewaarde door ingebakken poriën. De variatie zit 'm vooral in de receptuur; de precieze mix van klei en de specifieke toeslagstoffen die tijdens het bakken verdampen of verbranden. Denk aan zaagsel, polystyreenkorrels, kolenslib of vliegas; elk geeft een net iets andere poriënstructuur. Dat beïnvloedt de dichtheid, de sterkte, de isolatiewaarde, kortom, de prestaties van de steen.
Dan de afbakening, cruciaal om verwarring te voorkomen. Een lichtgewicht baksteen is, en dit is belangrijk, altijd gebakken klei. Dat onderscheidt het direct van 'cellenbeton' of 'gasbeton'. Die materialen, hoewel ook uitermate licht en met uitstekende isolerende eigenschappen, ontstaan via een heel ander proces: een mengsel van cement, kalk, zand en water, dat met gasvormende middelen wordt opgeschuimd en vervolgens onder hoge druk en temperatuur, in een autoclaaf, uithardt. Geen bakproces, geen klei. Twee totaal verschillende werelden, al lijken ze op het eerste gezicht functioneel op elkaar. En wat te denken van de 'geperforeerde baksteen'? Die heeft weliswaar gaten, wat gewicht scheelt en de hechting verbetert. Maar die gaten zijn doelbewust aangebracht, een vorm van massa-reductie. Het is niet de fijne, homogene porositeit door verbrande organische materialen, zoals je die in een lichtgewicht baksteen aantreft, die primair dient voor thermische isolatie. De methode, de poriënstructuur, het doel: daar zit het verschil. En voor de toepassing, tja, dat maakt nogal wat uit.
De theorie is één ding, maar hoe ziet de toepassing van lichtgewicht bakstenen er nu werkelijk uit op de bouwplaats? Neem de gemiddelde metselaar, die dag in, dag uit stenen verwerkt. Een traditionele steen van pakweg 3,5 kilogram tilt hij zo’n duizend keer per dag, dan voelt elk verschil in gewicht. Met een lichtgewicht variant, soms tot veertig procent lichter, is de fysieke belasting aanzienlijk minder; dit vertaalt zich direct in hogere productiviteit en minder rugklachten. De snelheid van werken, niet te onderschatten.
Of denk aan de thermische prestaties van een gebouw. Waar je bij traditioneel metselwerk vaak een dik pakket isolatie in de spouw nodig hebt, kan een buitenmuur van lichtgewicht baksteen, door zijn poreuze structuur, zelf al een significant deel van die isolatiewaarde leveren. Dit bespaart niet alleen ruimte in de spouw, wat de totale wanddikte kan reduceren, maar vereenvoudigt ook de constructie en verkort de bouwtijd. Je bouwt met minder lagen een beter isolerende schil. Dit zie je veel terug bij energieneutrale nieuwbouw.
Ook bij renovaties, vooral wanneer een bestaande constructie extra gewicht niet of nauwelijks kan dragen, biedt de lichtgewicht baksteen een oplossing. Een voorgevel die een nieuwe esthetiek nodig heeft, zonder dat de fundering hier extra op berekend hoeft te zijn. Hier worden vaak baksteenstrips van lichtgewicht materiaal toegepast. De optische uitstraling van massief metselwerk, de bouwfysische voordelen, maar zonder de gewichtsconsequenties. Het behoud van het gevelbeeld, de minimale extra belasting, dat is precies waar zo’n project om vraagt. Snel, efficiënt, esthetisch verantwoord.
De toepassing van lichtgewicht bakstenen, zoals die van traditioneel metselwerk, dient te voldoen aan de eisen gesteld in het Nederlandse bouwrecht. Hierin is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) leidend. Dit besluit omvat diverse aspecten die relevant zijn voor bouwmaterialen, waaronder de constructieve veiligheid van bouwwerken, maar ook de energieprestatie.
De specifieke prestatiekenmerken van lichtgewicht bakstenen, zoals hun druksterkte en isolatiewaarde, worden getoetst aan de hand van Europese geharmoniseerde normen, zoals NEN-EN 771-1 voor metselbakstenen. Deze norm definieert de eigenschappen waaraan deze stenen moeten voldoen, zoals maatvoering, vorstbestandheid en wateropname. Dit garandeert dat de stenen geschikt zijn voor het beoogde gebruik en bijdragen aan een veilig en duurzaam gebouw. Bovendien spelen de isolerende kwaliteiten een rol bij het realiseren van de vereiste energieprestatie van gebouwen, in lijn met de BENG-eisen die voortvloeien uit het Bbl. De bijdrage aan thermische isolatie vermindert de behoefte aan aanvullende isolatiematerialen en beïnvloedt daarmee de totale bouwfysische oplossing van de gevel.
De zoektocht naar lichtere bouwmaterialen met verbeterde thermische eigenschappen, die is van alle tijden. Toch, de ontwikkeling van de lichtgewicht baksteen als een specifiek, doelbewust geconstrueerd product, één met een gecontroleerde porositeit, dit concept is relatief jong, pas echt een kind van de twintigste eeuw. Voor die tijd was porositeit in gebakken klei, eerlijk gezegd, vaker een teken van een minderwaardige baksteen, een onbedoeld gevolg van een onzuivere klei of een onvolmaakt bakproces, dan een bewuste ontwerpeigenschap.
De opkomst van de industriële baksteenproductie legde de basis voor deze innovatie. Met ovens die nauwkeuriger te sturen waren en menginstallaties die consistentere mengsels produceerden, werd het technisch haalbaar om organische materialen, zoals zaagsel, gericht aan de klei toe te voegen. Deze toeslagstoffen verbrandden vervolgens gecontroleerd tijdens het bakken, precies wat nodig was om een fijne, gelijkmatige poriënstructuur in de steen te creëren. De eerste drijfveren? Die waren vaak puur economisch: minder grondstof per steen, wat resulteerde in lagere productiekosten en aanzienlijk minder transportgewicht per eenheid.
De ware versnelling in de ontwikkeling en vooral de verfijning van de lichtgewicht baksteen kwam echter hand in hand met een groeiend besef van bouwfysica en de noodzaak tot energiebesparing. De energiecrisissen van de jaren zeventig waren hierin een katalysator. Plotseling was er een immense vraag naar bouwmaterialen die significant konden bijdragen aan de isolatiewaarde van gebouwen. De lichtgewicht baksteen, van nature al superieur in thermische weerstand vergeleken met de traditionele, massieve variant, paste perfect in dit nieuwe, duurzamere bouwlandschap. Fabrikanten investeerden fors in onderzoek en ontwikkeling. Het doel: de samenstelling optimaliseren, de druksterkte behouden en de isolerende eigenschappen maximaliseren, zonder de essentiële verwerkbaarheid op de bouwplaats aan te tasten. Dit heeft geresulteerd in de huidige generatie hoogwaardige lichtgewicht bakstenen, materialen die nu onmisbaar zijn geworden in het hedendaagse duurzame bouwen.
Joostdevree | En.wikipedia | Knb-keramiek | Keruirefra | Krref | Lopoterracotta