Sensoren slapen nooit. De continue stroom aan data vormt de basis van de systeemintegriteit. Vaak loopt er een sensorkabel langs de kritieke punten van een leidingsysteem, waarbij de draden in de kabel een specifiek elektromagnetisch veld in stand houden dat direct verstoord wordt zodra vloeistof de isolatiemantel binnendringt. De centrale verwerkingseenheid meet de verandering in weerstand of capaciteit. Hierdoor wordt niet alleen de lekkage opgemerkt, maar wordt de locatie tot op de meter nauwkeurig op een plattegrond geprojecteerd.
Bij gasdetectie is de methodiek anders. Ultrasone sensoren luisteren naar het specifieke hoogfrequente suizen van ontsnappend gas. Dit gebeurt vaak nog voordat concentratiemeters een verhoogde waarde registreren. Diffusie kost tijd. Geluid is direct. In industriële omgevingen worden deze akoestische sensoren strategisch geplaatst rondom afsluiters en flensverbindingen.
Dubbelwandige opslagmethoden vertrouwen op de interstitiële ruimte. Dit is de holle ruimte tussen twee wanden. Men brengt deze ruimte onder een constant vacuüm of een lichte overdruk met stikstof. Elke drukschommeling is verdacht. Een lek in de binnenwand laat product in de tussenruimte stromen, terwijl een defect in de buitenwand leidt tot instroom van grondwater of verlies van druk naar de omgeving. Het detectiesysteem registreert deze drukvariaties onmiddellijk via drukschakelaars.
In utiliteitsbouw vindt men vaak punt-detectie. Vlotterschakelaars onder de verdeelunit van een vloerverwarming. Of optische sensoren in de opvangbak van een airconditioning. Zodra het vloeistofniveau een kritiek punt bereikt, wordt een elektrisch contact gesloten of verbroken. Dit zet een kettingreactie in gang: de toevoerklep sluit, pompen stoppen en het gebouwbeheersysteem geeft een storingsmelding. Effectief door eenvoud.
Geen lekkage is gelijk. De keuze voor een specifiek systeem hangt nauw samen met de geometrie van de te bewaken ruimte. Puntdetectie vormt de basis. Dit zijn compacte sensoren, vaak vlotters of optische voelers, die op strategische plekken zoals onder een airco-unit of in een pompput worden geplaatst. Ze wachten tot de vloeistof hen letterlijk raakt. Effectief, maar beperkt in bereik.
Daartegenover staat lijndetectie. Hierbij fungeert een speciale sensorkabel als één doorlopende detector. Deze kabels worden vaak toegepast in technische ruimtes met verhoogde vloeren, zoals datacenters, waar water overal kan toeslaan. Het systeem herkent niet alleen dát er een lek is, maar ook waar op het tracé de kortsluiting of weerstandsverandering optreedt. Een cruciaal onderscheid voor snelle interventie.
Systemen verschillen fundamenteel in hun reactievermogen. Passieve systemen beperken zich tot signalering. Een luid akoestisch alarm of een melding naar een gebouwbeheersysteem (GBS). De mens moet handelen. Actieve systemen gaan een stap verder. Deze zijn gekoppeld aan magneetventielen of afsluiters. Zodra de sensor vocht detecteert, wordt de watertoevoer direct mechanisch onderbroken. Dit voorkomt dat een klein lek uitgroeit tot een overstroming tijdens het weekend. Vaak spreekt men in deze context ook over slimme waterstroommeters die afwijkende debieten in de hoofdleiding analyseren zonder dat er externe sensoren aan de leidingen zelf vastzitten.
In de industriële sector en bij brandstofopslag is de terminologie strikter vastgelegd, vaak conform de Europese norm NEN-EN 13160. Hier maken we onderscheid tussen verschillende klassen:
Hoewel de term lekkagemelder vaak als synoniem wordt gebruikt voor eenvoudige consumentenapparaten, verwijst lekdetectiesysteem in de bouw en techniek naar de integrale installatie inclusief centrale en actoren.
Een serverruimte met een verhoogde computervloer. Onder de geperforeerde tegels, waar koelwaterleidingen en dikke kabelbomen kriskras door elkaar lopen, ligt een felgekleurde sensorkabel in lussen over de betonvloer. Een technicus merkt niets. Maar bij de centrale melder gaat een rood lampje branden: 'Lek gedetecteerd, zone B, 14 meter vanaf beginpunt'. De kabel reageert op een enkele druppel uit een zwetende koppeling. Snelheid is hier essentieel.
In de grootkeuken van een ziekenhuis bevindt zich een vlottersensor in de rvs-lekbak onder de industriële vaatwasser. De afvoer raakt verstopt. Water stijgt. Zodra de vlotter drie centimeter omhoog komt, onderbreekt het systeem de stroomtoevoer naar de machine en sluit een magneetventiel direct de watertoevoer af. De vloer blijft droog. Patiëntenvoeding komt niet in gevaar. Geen natte voeten voor het personeel.
Denk aan een tankstation met ondergrondse brandstofopslag. Tussen de twee stalen wanden van de tank heerst een kunstmatig vacuüm. Op de console in de winkel staat een wijzer in het groene vlak. Plotseling zakt de druk. Geen druppel benzine bereikt de bodem, want de buitenwand is nog intact. Het alarmsignaal waarschuwt de exploitant dat de binnenwand inspectie behoeft. Snel handelen voorkomt hier een milieudelict en een kostbare sanering.
Platte daken van distributiecentra worden steeds vaker uitgerust met permanente sensoren onder de dakbedekking. Vocht in de isolatielaag verandert de elektrische weerstand. De beheerder krijgt een digitale overzichtskaart waarop een beginnende lekkage bij een hemelwaterafvoer als een donkere vlek zichtbaar wordt. Reparatie kan nu heel lokaal plaatsvinden. Dit voorkomt dat het volledige dakpakket verzadigd raakt en voortijdig moet worden vervangen. Meten is weten.
Handhaving stopt nooit bij de voordeur. Het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) vormt het juridische fundament waarbinnen lekdetectie vaak geen luxe, maar een keiharde voorwaarde is voor de exploitatie van een bedrijfslocatie. Vooral waar de bodem kwetsbaar is. Bodembedreigende activiteiten vereisen maatregelen die een verwaarloosbaar bodemrisico waarborgen. De PGS 28 richtlijn is hierin leidend voor brandstofinstallaties. Het systeem moet daar simpelweg functioneren. Altijd. Een storing betekent vaak onmiddellijke stillegging van de pompinstallatie. Geen brandstof, geen omzet.
Brusselse regels gelden ook in de kelder. Voor koeltechnische installaties is de Europese F-gassenverordening (EU 2024/573) de maatstaf. Overschrijdt de inhoud van een systeem een bepaalde kritieke massa aan CO2-equivalenten? Dan is automatische lekdetectie dwingend voorgeschreven. Geen discussie mogelijk. De wetgever wil emissies voorkomen voordat ze de atmosfeer bereiken en de installateur moet dit registreren in het logboek. Sensoren zijn hier de eerste verdedigingslinie tegen klimaatimpact.
Bouwkundig bezien speelt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) een rol bij de algemene veiligheid en de beperking van schade aan de constructie door ongewenste vloeistofstromen. Hoewel niet elk gebouw wettelijk een lekdetectiesysteem móét hebben, dwingen verzekeraars dit via hun polisvoorwaarden vaak af bij risicovolle ruimtes zoals datacenters. Geen detectie? Geen dekking bij waterschade. Een zakelijke realiteit die zwaarder weegt dan menig wetstekst. De NEN-EN 13160 blijft daarbij de technische kapstok waaraan de certificering van deze systemen is opgehangen.
| Regelgeving / Norm | Toepassingsgebied in de praktijk |
|---|---|
| BAL (Besluit activiteiten leefomgeving) | Zorgplicht voor bodem en grondwater bij industriële locaties. |
| PGS 28 / PGS 31 | Strikte eisen voor bewaking van brandstof- en chemicaliëntanks. |
| EU 2024/573 (F-gassen) | Verplichte monitoring bij grote koel- en klimaatinstallaties. |
| NEN-EN 13160 | De integrale norm voor lekdetectie-apparatuur en installatie-eisen. |
Vroeger was een lek simpelweg zichtbaar. Men vertrouwde op de scherpe blik van de monteur die bij de wekelijkse controleronde keek naar vochtplekken op het beton of de indringende geur van brandstof in de machinekamer registreerde, vaak pas als de bodem al verzadigd was. De eerste technische stap bestond uit handmatige drukproeven. Leidingen werden tijdelijk afgeperst met lucht of water om een stabiel drukniveau te controleren. Een dalende wijzer op de manometer was het enige bewijs van falen.
De echte kanteling kwam met de opkomst van de grootschalige chemische industrie en de strengere milieuwetgeving in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Dubbelwandige opslag werd de standaard voor risicovolle stoffen. In de beginfase waren dit nog passieve systemen waarbij een beheerder periodiek handmatig peilde in de tussenruimte. Pas met de integratie van elektronische drukschakelaars en vlottersystemen verschoof de focus naar continue, automatische bewaking. De ontwikkeling van polymere sensorkabels in de jaren 90 bracht vervolgens een revolutie in de utiliteitsbouw teweeg. Men hoefde niet langer te wachten op een verzamelde plas water; de eerste druppel langs een tracé werd direct vertaald naar een elektrisch signaal.
Vandaag de dag is de techniek volledig gedigitaliseerd. Wat begon met een eenvoudige mechanische vlotter is geëvolueerd naar complexe akoestische analyse en algoritmes die via het Internet of Things (IoT) minuscule afwijkingen in stroomsnelheden interpreteren. Het systeem denkt mee. Van reactief dweilen naar proactief beheren.
Joostdevree | Navigator.emis.vito | Calameo | Cadis | Gidsenwijzer | Aosmithinternational | Corcon | Otl-lekdetectie | Cibor Aosmithinternational | Dewatergroep | Euro-index | Coltec | Proflekdetectie | Cibor