Leigoot

Laatst bijgewerkt: 06-02-2026


Definitie

Een leigoot is een smalle metalen goot die hemelwater van een hoger gelegen dakvlak of dakkapel gecontroleerd naar een lager gelegen verzamelgoot leidt.

Omschrijving

De leigoot fungeert als een essentieel tussenstation in de hemelwaterafvoer bij complexe dakconstructies. In plaats van water ongecontroleerd van een dakkapel of een hoger dakdeel over de onderliggende dakpannen te laten stromen, vangt deze goot het water op en 'leidt' het naar de hoofdafvoer. Het is een functionele oplossing die schade aan de onderliggende dakbedekking voorkomt. Zonder deze gecontroleerde stroom zou de constante waterdruk op één punt de pannen of leien versneld doen slijten, wat op termijn lekkages in de hand werkt. Vaak wordt de leigoot verward met een kilgoot, maar de leigoot ligt meestal op het dakvlak zelf of direct onder de overgang van een opbouw, in plaats van in een snijlijn tussen twee dakvlakken.

Toepassing en uitvoering

Praktische uitvoering en montage

De montage start met het exact inmeten van het traject tussen de hogere uitloop en de lagere verzamelgoot. Precisie is hierbij essentieel. Het metaal, meestal zink of koper, wordt in de gewenste vorm gezet met opstaande randen om zijdelingse overstroom te voorkomen. Men positioneert de gootdelen direct op de dakbedekking of deels verdiept tussen de dakpannen. De fixatie vindt plaats met klangen. Deze metalen strips worden aan de achterliggende panlatten vernageld en vervolgens over de opstaande randen van de leigoot gevouwen. Boren in de goot zelf is uit den boze.

De segmenten worden in de stroomrichting gemonteerd. Overlap is cruciaal. Bij een geringe dakhelling worden de naden vaak gesoldeerd om absolute waterdichtheid te garanderen, terwijl bij steilere vlakken een ruime schuifverbinding volstaat. De bovenzijde wordt nauwsluitend onder het lood- of zinkwerk van de dakkapel of het bovenliggende dakvlak geschoven. Hierdoor ontstaat een waterdichte aansluiting. Aan de onderzijde mondt de leigoot uit in de hoofdafvoer. Het uiteinde wordt vaak iets verjongd of voorzien van een specifieke zetting. Zo stroomt het hemelwater gecontroleerd weg zonder over de rand van de hoofdgoot te klotsen. Het systeem rust op de constructie. Geen ingewikkelde ingrepen in de dakstoel. Een directe, functionele verbinding tussen twee niveaus.


Materiële diversiteit en duurzaamheid

Metaalsoorten in de praktijk

Zink voert de boventoon bij de vervaardiging van leigoten. Het is de standaard. De verwerkbaarheid is uitstekend en de prijs-kwaliteitverhouding voor de meeste woningbouwprojecten optimaal. Koper vormt het exclusieve alternatief. Men kiest hier vaak voor bij monumentale panden of architectonische hoogstandjes waar de karakteristieke patina een esthetische rol speelt. Hoewel koper een aanzienlijk langere levensduur kent, is de initiële investering fors hoger. In moderne, budgetgestuurde projecten duikt soms de plastisol-variant op. Dit is gecoat staal. Het biedt kleurvastheid, maar mist de ambachtelijke uitstraling van gesoldeerd zetwerk.

Lood wordt incidenteel gebruikt voor kortere overspanningen of complexe aansluitingen. Het is extreem flexibel. Echter, voor lange trajecten is lood minder geschikt door het hoge eigen gewicht en de neiging tot 'kruipen', waarbij het materiaal onder invloed van temperatuurschommelingen langzaam vervormt.


Verschijningsvormen en positionering

De open leigoot is de meest herkenbare vorm. Deze ligt direct op de dakpannen en blijft volledig in het zicht. Functioneel en eerlijk. Een andere variant is de verzonken of verdiepte leigoot. Hierbij worden de dakpannen ter plaatse van de goot ingeslepen of worden er speciale passtukken gebruikt, waardoor de goot minder dominant aanwezig is in het dakbeeld. Dit vereist een nauwkeurige afstemming met de panlatten en de dakbedekking.

Soms ontstaat er discussie over de verholen leigoot. In strikte zin is dit een goot die vrijwel volledig onder de dakbedekking verdwijnt, waarbij alleen een smalle gleuf zichtbaar blijft. Dit type wordt vaak toegepast langs de zijkanten van dakkapellen om een strakke aansluiting te veinzen. Het nadeel? Vuilophoping. Bladeren en mos nestelen zich onzichtbaar in de goot, wat de afvoercapaciteit beperkt zonder dat de bewoner het direct merkt.


Onderscheid met aanverwante gootsystemen

Verwarring met de kilgoot ligt op de loer. Toch is het verschil fundamenteel. Een kilgoot bevindt zich op de snijlijn van twee naar binnen gerichte dakvlakken; het is een constructief onderdeel van de dakvorm. De leigoot daarentegen is een toevoeging. Het 'leidt' water over een bestaand vlak. Een kilgoot vangt water op van twee kanten, de leigoot fungeert puur als transportkanaal van punt A naar punt B.

De afloopgoot

In sommige regio's spreekt men simpelweg van een afloopgoot of dakkapelgoot. De termen zijn uitwisselbaar. Het benadrukt de functie: het laten aflopen van water dat anders een eigen weg zou zoeken over de pannen. Waar een zakgoot tussen twee parallelle daken ligt en vaak een forse breedte kent, blijft de leigoot bescheiden in zijn afmetingen. Smal. Doelmatig. Onmisbaar voor het behoud van de onderliggende pannen.


Praktijksituaties en visuele kenmerken

Een typisch beeld bij een rijtjeswoning met een dakkapel aan de achterzijde. De uitloop van de dakkapel eindigt vaak net boven de dakpannen. Hier zie je de leigoot in actie. Het is die smalle metalen 'glijbaan' die vanaf de zijwang van de dakkapel schuin naar beneden loopt, rustend op de pannen. Zonder deze goot zou er na een fikse bui een constante waterstroom over dezelfde drie pannen denderen, wat op den duur zorgt voor een lelijke witte kalkuitbloei of diepe erosie van de panlaag. Het water wordt nu simpelweg gedwongen de goot te volgen.

Bij een landhuis met verschillende dakniveaus kom je de leigoot ook tegen. Denk aan een lager gelegen aanbouw of een erker met een eigen kapje. De overgang van het hoofddak naar deze lagere delen vraagt om sturing. Hier wordt de leigoot vaak subtieler uitgevoerd. Soms deels verdiept tussen de pannen. Je ziet dan alleen een strakke zinken lijn die het hemelwater naar de lager gelegen bakgoot transporteert. Geen gekletter op het platte dak van de uitbouw. Geen opspatten tegen de gevel.

Kijk ook naar de aansluiting van een dakterras op een hellend dak. Het water dat van het terrasoppervlak komt, moet ergens heen. Een leigoot vormt dan de brug tussen de terrasafvoer en de reguliere dakgoot. Vaak weggewerkt onder een loodslab of specifiek overgangsprofiel om een waterdicht geheel te garanderen. Het metaal glimt wanneer het nieuw is, maar na een jaar krijgt het zink die herkenbare, matte grijze kleur die wegvalt tegen de meeste dakpannen.


Wettelijke kaders en technische normen

Water moet een kant op. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) laat daar weinig ruimte voor interpretatie: de afvoer van hemelwater moet deugdelijk zijn. Geen lekkage. Geen schade aan de constructie. De leigoot fungeert hierbij als het instrument om aan de wettelijke zorgplicht voor de waterhuishouding op het eigen perceel te voldoen. Het voorkomt ongecontroleerde stromen die de integriteit van de bouwschil aantasten.

Voor de technische invulling is de NEN 3215 leidend. Deze norm stelt eisen aan de dimensionering van afvoersystemen voor hemelwater en vuilwater. Hoewel een leigoot vaak als een klein onderdeel wordt beschouwd, moet de capaciteit in verhouding staan tot het dakoppervlak dat erop loost. De bijbehorende praktijkrichtlijn NTR 3216 geeft verdere handvatten voor de uitvoering van deze aansluitingen. Het gaat dan specifiek over het voorkomen van overstroom bij extreme neerslag. Lokale gemeentelijke verordeningen kunnen daarnaast eisen stellen aan de wijze waarop dit water uiteindelijk wordt afgevoerd, waarbij de scheiding van schoon hemelwater en rioolwater vaak een rol speelt.


Historische ontwikkeling van de leigoot

Vroeger waren daken eenvoudige constructies. Eén vlak, één helling en water viel direct van de dakvoet. De noodzaak voor een leigoot ontstond pas toen de architectuur complexer werd. Dakkapellen verschenen. Verspringende dakdelen werden de norm in de stedelijke bouwkunst. Water moest plotseling gestuurd worden om schade te voorkomen. Lood was eeuwenlang de standaard. Men klopte het materiaal handmatig in de juiste vorm op de bouwplaats.

De industriële revolutie bracht de grote omslag. Halverwege de 19e eeuw werd gewalst zink op grote schaal beschikbaar. Het was lichter dan lood en goedkoper dan koper. Plaatwerk werd geprefabriceerd in werkplaatsen, wat de nauwkeurigheid van de afwatering ten goede kwam. De ambachtelijke loodgieter werd een zinkwerker die gebruikmaakte van nieuwe soldeertechnieken. Geen enorme overlappen meer, maar waterdichte verbindingen over grotere lengtes. Dit was nodig.

Tijdens de wederopbouw na 1945 veranderde de visie op duurzaamheid. Dakpannen werden dunner en vaak van beton gemaakt, materialen die gevoeliger waren voor erosie door geconcentreerde waterstromen. De leigoot werd een technisch vereiste in de bouwvoorschriften om de levensduur van de onderliggende dakbedekking te garanderen. Geen incidentele oplossing meer, maar een gestandaardiseerd onderdeel van het hemelwaterafvoersysteem. De evolutie volgde de complexiteit van de bouw. Van een simpele lap lood naar een nauwkeurig gezet zinken profiel.


Vergelijkbare termen

Dakgoot | Kilgoot | Mastgoot | Verholen goot

Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Encyclo