De montage van een legraam start in de regel bij de voorbereiding van de bouwkundige sponning waarin het frame komt te rusten. Precisie is hierbij geboden. Het raamwerk, dikwijls vervaardigd uit profielstaal of hardhout, wordt in de uitsparing van het plafond geplaatst en mechanisch verankerd aan de hoofddraagconstructie van het gebouw. Soms hangt het geheel aan trekstangen. De ruiten worden vervolgens van bovenaf in de sparingen van het frame gelegd, waarbij soepele tussenprofielen of celrubber strips direct contact tussen de harde materialen verhinderen. Dit is cruciaal voor de opvang van thermische spanningen.
In de spouw tussen het legraam en de buitenste lichtstraat worden vaak de elektrische voorzieningen voor daglichtsimulatie weggewerkt. Het is een technisch compartiment. De afwerking aan de zichtzijde sluit aan op het omringende stucwerk of de plafondelementen, waardoor een visueel doorlopend vlak ontstaat terwijl de constructieve elementen verborgen blijven voor de toeschouwer onder het raam. Toegankelijkheid blijft een punt van aandacht. Voor glasbewassing of het vervangen van lichtbronnen wordt vaak een mangat of een uitneembaar glaspaneel in de constructie opgenomen. Luchtdichtheid rondom de randen voorkomt dat vervuilde lucht uit de dakruimte de onderliggende kamer binnendringt.
Materiaal bepaalt de draagkracht en de uitstraling. Staal voert de boventoon in industriële en monumentale contexten. Smeedijzeren of gietijzeren profielen dragen vaak zware ruiten in historische bankgebouwen en overheidsinstellingen. Het gewicht is aanzienlijk. Hout is de klassieke tegenhanger. Vaak toegepast in woningen of kleinschalige kantoren waar een warmere esthetiek gewenst is, hoewel de overspanningen beperkter blijven dan bij metaal. Modernere varianten maken gebruik van geëxtrudeerd aluminium. Dit materiaal is licht en corrosiebestendig. De vakverdeling varieert van een strak raster tot complexe geometrische patronen die het invallende licht breken en sturen.
De vulling van het raamwerk dicteert hoe de ruimte eronder wordt beleefd. Draadglas is de functionele standaard. Het biedt veiligheid bij breuk en een sobere uitstraling. Voor een diffuus lichtbeeld zonder scherpe schaduwen valt de keuze vaak op opaalglas of gezandstraald glas. Dit verhult bovendien stofophoping op de bovenzijde. Monumentale legramen bevatten soms glas-in-lood panelen. Hierdoor transformeert het plafond in een kunstwerk. In technische ruimtes ziet men vaker polycarbonaat of andere kunststoffen, vooral wanneer gewichtsbesparing prioriteit heeft boven krasbestendigheid of thermische stabiliteit. De keuze tussen enkel en gelaagd glas hangt nauw samen met de veiligheidseisen van de betreffende verblijfsruimte.
Verwarring ligt op de loer bij termen als lichtstraat of daklicht. Een legraam is essentieel anders. Het vormt de binnenste schil. Waar een lichtstraat de weersinvloeden direct trotseert en waterdicht moet zijn, fungeert het legraam als een esthetisch en lichttechnisch filter in het interieur. Het ligt onder de eigenlijke dakconstructie. De luchtspouw tussen deze twee elementen werkt als thermische buffer en biedt ruimte voor verlichtingsarmaturen. Een lichtkoepel is vaak een enkelvoudig prefab element in het dakvlak, terwijl een legraam een samengesteld raamwerk is dat integraal deel uitmaakt van de plafondafwerking. Het is geen raam naar de buitenlucht, maar een venster naar een gecontroleerde lichtruimte.
In het hart van een negentiende-eeuws bankgebouw kijk je omhoog. Je ziet geen directe lucht, maar een zwaar gietijzeren raster met ruiten. Dit legraam filtert het felle licht van de bovenliggende lichtstraat. Het resultaat is een zachte, egale gloed op de marmeren treden. Geen verblindende zonnestralen. De ruimte voelt sereen en statig aan. Het frame vangt bovendien stof en condens op dat van de eigenlijke dakconstructie naar beneden zou kunnen vallen.
Een donkere gang in een modern kantoorpand zonder zijramen. Bovenin is een strak aluminium legraam met melkglas gemonteerd. Achter het glas branden krachtige ledstrips. Ze bootsen de kleurtemperatuur van de buitenlucht na. Medewerkers hebben de illusie van daglicht. De techniek, de bekabeling en de armaturen blijven onzichtbaar achter de vakverdeling van het plafond. Het is een slimme oplossing voor gebieden waar natuurlijk licht simpelweg niet kan komen.
In een museumzaal is direct zonlicht de vijand van de kunst. Hier dient het legraam als optische barrière. Het verspreidt de uv-straling en voorkomt harde schaduwen op de schilderijen. Vaak zijn de glaspanelen in dergelijke ruimtes voorzien van een gezandstraalde afwerking. Je ziet een wit, lichtgevend vlak dat integraal onderdeel uitmaakt van de architectuur. Het raamwerk is hier vaak van slank profielstaal, mechanisch verankerd om het gewicht van het gelaagde veiligheidsglas te dragen.
Denk aan de renovatie van een oude fabriekshal tot loft. Een bestaand stalen legraam bleef behouden als herinnering aan de oorspronkelijke functie. Het oude, gebarsten draadglas is vervangen door moderne ruiten met een hoge isolatiewaarde. Het fungeert nu als een thermische buffer tussen de leefruimte en de ongeïsoleerde kapconstructie. Het behoudt de industriële esthetiek terwijl het de stookkosten verlaagt. Puur pragmatisme ontmoet historisch behoud.
Glas boven het hoofd is nooit vrijblijvend. De regelgeving is streng. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt kaders voor daglichttoetreding in verblijfsruimten, waarbij het legraam vaak de noodzakelijke schakel vormt om aan de vereiste equivalente daglichtoppervlakte te komen. NEN 3569 is hierbij leidend. Deze norm dicteert het gebruik van veiligheidsbeglazing om letsel door naar beneden vallende scherven bij breuk te voorkomen. Gelaagd glas is de norm. Niets minder.
De constructieve integriteit van het raamwerk zelf valt onder de Eurocodes voor belastingen op constructies. Dit is cruciaal wanneer het legraam bereikbaar moet zijn voor onderhoudspersoneel of glasbewassing. Een doorbraakbeveiliging is dan geen luxe maar een eis. Brandveiligheid speelt eveneens een rol in het technisch ontwerp. De gebruikte materialen voor de profilering en de beglazing moeten voldoen aan specifieke brandklassen, zeker in vluchtwegen of grote publieke ruimtes waar de rookontwikkeling en druppelvorming van materialen strikt zijn vastgelegd in de vigerende brandveiligheidsvoorschriften.