De uitvoering start bij de montage van een drukvaste bekisting. Deze mal moet bestand zijn tegen de aanzienlijke zijdelingse krachten die vrijkomen tijdens de mechanische verdichting. Binnen deze structuur wordt de aardvochtige leem in banen verdeeld. Men werkt in gangen. Elke losse storting heeft een dikte van ongeveer vijftien centimeter voordat de verdichting begint. Door het stampen, handmatig of met pneumatisch gereedschap, wordt de lucht tussen de minerale delen uitgeperst en neemt de dichtheid van de massa toe. De laaghoogte slinkt hierbij aanzienlijk.
De overgang tussen twee lagen is een kritiek punt in de uitvoering. Horizontale stortnaden markeren het ritme van het werk. Er ontstaat een organisch patroon. Om een goede hechting tussen de lagen te garanderen, wordt de bovenkant van een reeds verdichte laag soms licht opgeruwd voordat de volgende lading leem wordt aangebracht. Bij grotere wandlengtes worden verticale bekistingstops geplaatst, vaak voorzien van een dokenverbinding of een schuine las om de structurele samenhang tussen aangrenzende wanddelen te waarborgen.
Directe ontkisting is mogelijk. Zodra de bovenste laag is aangestampt, kunnen de panelen worden verwijderd. De wand staat direct op eigen kracht. Stabiliteit volgt uit mechanische frictie. Er vindt geen chemische reactie plaats. Het resterende aanmaakvocht verdampt geleidelijk aan de open lucht, een proces dat afhankelijk van de wanddikte en de klimatologische omstandigheden enkele maanden in beslag kan nemen. Tijdens deze droogfase hardt de constructie verder uit tot haar definitieve sterkte.
Pisé de terre. Zo noemen de Fransen het, een term die internationaal vaak de standaard zet voor deze techniek. Er is een wezenlijk onderscheid tussen de ongestabiliseerde en de gestabiliseerde variant. Bij de ongestabiliseerde vorm blijft de mix puur; slechts zand, grind en klei vormen de wand. Geen chemische bindmiddelen. Dit vraagt om constructieve bescherming, zoals een flink overstekend dak tegen slagregen, want de massa blijft in de kern watergevoelig. Dan de gestabiliseerde variant, vaak afgekort als SRE (Stabilized Rammed Earth). Hierbij mengt men een klein percentage cement of kalk door de leem om de erosiebestendigheid en druksterkte te verhogen. Het maakt de wand minder kwetsbaar voor weersinvloeden, maar de circulariteit wordt complexer. Het is een keuze tussen puur natuur of technische zekerheid.
Tegenwoordig verschuift de focus steeds vaker naar prefab leemstampbouw. Geen handmatig gestamp op een winderige bouwplaats meer. Grote elementen worden in de fabriek geperst, gecontroleerd gedroogd en als kant-en-klare segmenten naar het project getransporteerd. Dit verkort de bouwtijd aanzienlijk. Het elimineert het risico op uitspoeling tijdens de vroege droogfase op locatie. Het resultaat oogt hetzelfde, maar de logistiek is totaal anders.
Verwarring met verwante technieken komt vaak voor, maar de verschillen zijn fundamenteel:
De textuur van de wand kan variëren door de toevoeging van pigmenten of verschillende granulaten. Sommige architecten kiezen voor een bewuste overdrijving van de laagdiktes voor een geologisch effect. Anderen streven naar een homogeen vlak waarbij de stortnaden bijna onzichtbaar zijn. De korrelopbouw bepaalt de esthetiek. Eén massieve schijf. Het resultaat van brute kracht en fijnzinnige mengverhoudingen.
Een robuuste scheidingswand in een energieneutrale woning fungeert als thermische batterij. De laagjes zijn hier niet egaal; de aannemer heeft door subtiele variaties in de zandkleur een levendig, horizontaal lijnenspel gecreëerd. De dertig centimeter dikke massa absorbeert overdag de hitte van de binnenvallende zon. 's Nachts straalt de wand deze warmte passief weer uit. Het binnenklimaat blijft stabiel. De wand voelt koel aan in de zomer en straalt een natuurlijke geborgenheid uit in de winter.
In de entreehal van een modern museum zijn prefab leemstampblokken toegepast. Geen lange droogtijden op een natte bouwplaats. De elementen zijn met een kraan gestapeld, bijna als monolithische legostenen, met de allure van een geologische formatie. Men ziet de mechanische verdichtingssporen als een bewuste esthetiek. In de plint is een strook natuursteen verwerkt. Dit weert opspattend regenwater en voorkomt erosie aan de basis van de constructie.
Een onverwarmde kapschuur op een landgoed gebruikt de techniek voor de massieve achterwand. Hier is de leem ongestabiliseerd gelaten. Puur natuur. De textuur is grof en korrelig. Kleine kiezels steken hier en daar uit het oppervlak. Een fors overstekend pannendak houdt de gevel droog. De 'laarzen en hoed'-methode in optima forma. Mocht het gebouw ooit worden afgebroken, dan kan de wand simpelweg worden vermalen en teruggegeven aan de akker. Circulair bouwen zonder ingewikkelde recyclingprocessen.
Strikte normering voor ongebakken aarde ontbreekt in de huidige Nederlandse NEN-reeksen. Men moet roeien met de riemen die er zijn. Binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vallen massieve leemwanden onder de algemene eisen voor constructieve veiligheid en stabiliteit, maar specifieke rekenregels voor de druksterkte van ongestabiliseerde leemstampbouw ontbreken. Constructeurs en toetsende instanties wijken daarom veelal uit naar de Duitse Lehmbau Regeln van het Dachverband Lehm. Deze gelden internationaal als de technische maatstaf voor het berekenen van slankheid, belasting en materiaalspecificaties. Het aantonen van gelijkwaardigheid is hierbij het sleutelwoord.
De NTA 8800 werpt een kritische blik op de thermische schil. Hoewel de warmteaccumulatie van een massieve wand superieur is, blijft de isolatiewaarde (R-waarde) bij standaard wanddiktes vaak achter bij de huidige wettelijke nieuwbouweisen. Een monolithische wand van 40 centimeter volstaat zelden als buitenschil zonder aanvullende isolatievoorzieningen. De lambda-waarde van gestampte leem varieert sterk per dichtheid. Brandveiligheid is daarentegen een krachtig argument in het vergunningstraject. Leem is onbrandbaar en wordt conform NEN-EN 13501-1 ingedeeld in Euroklasse A1. Dit vereenvoudigt de onderbouwing voor de branddoorslag en brandoverslag aanzienlijk.
Milieuprestatie Gebouwen (MPG) is de plek waar de techniek excelleert. Onbewerkte leem heeft een minimale schaduwprijs in de Nationale Milieudatabase (NMD). Dit helpt bij het behalen van de steeds strengere grenswaarden voor de milieubelasting van bouwmaterialen. Wordt er echter cement toegevoegd voor stabilisatie? Dan stijgt de CO2-impact direct en verandert de status van het materiaal voor wat betreft circulariteit. Hergebruik is dan minder vanzelfsprekend. Het materiaal voldoet aan de eisen voor een gezond binnenklimaat, maar specifieke emissienormen voor bouwproducten blijven een punt van aandacht bij de samenstelling van de mengsels.
De techniek van leemstampbouw is geen recente innovatie, maar een van de oudste constructiemethoden ter wereld. Al in het neolithicum gebruikten diverse beschavingen bekistingen om aarde te verdichten. Grote delen van de Chinese Muur bestaan in de kern uit gestampte aarde, een constructie die de eeuwen trotseerde dankzij de enorme massa en compressie. Plinius de Oudere beschreef in de eerste eeuw na Christus al de 'vormwanden' in Spanje en Noord-Afrika. Hij prees hun duurzaamheid en weerstand tegen brand. Een nuchtere observatie die nog steeds standhoudt.
In Europa kwam de methode pas echt op de kaart door François Cointeraux. Aan het eind van de 18e eeuw publiceerde deze Franse architect invloedrijke handboeken over pisé de terre. Zijn drijfveer was sociaal-economisch: hij wilde brandveilige en betaalbare woningen voor de massa, zonder de afhankelijkheid van dure brandstoffen voor baksteenovens. In de regio rond Lyon staan nog steeds duizenden meerlaagse gebouwen uit deze periode. Functioneel. Robuust. Gemaakt van de grond waarop ze staan.
Met de opkomst van industrieel geproduceerd beton en goedkope baksteen raakte de techniek in de 20e eeuw op de achtergrond. De arbeidsintensieve aard paste niet in de naoorlogse versnelling. Pas in de jaren 70 ontstond er een herwaardering vanuit de ecologische beweging. Wat begon als experimentele zelfbouw, evolueerde door de decennia heen naar een hoogwaardige architecturale discipline. De overstap van houten handstampers naar pneumatische gereedschappen markeerde een technisch kantelpunt. Tegenwoordig verschuift de focus van in situ stampen naar industriële prefabricage in de fabriek, waardoor de historische techniek definitief aansluit bij moderne bouwstromen.