De montage vangt aan zodra de penanten de juiste hoogte hebben bereikt. Eerst de oplegvlakken vlak maken. Een lateibalk rust nooit los op de stenen, maar wordt altijd in een vers mortelbed gedrukt om puntlasten te voorkomen en een volledige krachtoverdracht naar de onderliggende constructie te garanderen. Bij stalen varianten is de diepte van de spouw bepalend voor de positie. Grotere overspanningen vragen om stempels. Deze tijdelijke ondersteuningen blijven staan tot het bovenliggende metselwerk volledig is uitgehard en de constructie de beoogde stijfheid bezit. Meestal enkele weken. Vaak een kwestie van millimeterwerk onder hoogspanning.
Direct boven de balk volgt de installatie van waterkerende membranen. Lood of kunststof folies leiden binnendringend hemelwater naar de buitenzijde van het blad. Open stootvoegen doen de rest. Bij prefab betonlateien is de pasvorm leidend, terwijl bij in het werk gestorte varianten de bekisting en wapeningskorf eerst minutieus moeten worden opgebouwd. Het metselen boven de latei vereist een zorgvuldige aansluiting om koudebruggen te vermijden. Bij een vuilwerk latei die later wordt afgewerkt, is de hechting van het stucwerk een cruciaal aandachtspunt. Een zichtlatei vraagt daarentegen om een voegafwerking die direct esthetisch aansluit op de rest van de gevel. Een samenspel van zwaartekracht en precisie.
De betonnen variant voert de boventoon in de woningbouw. Massief. Onverzettelijk. Prefabricage maakt razendsnelle montage mogelijk, al weegt zo'n balk al snel tientallen kilo's per strekkende meter. Men maakt hierbij onderscheid tussen zelfdragende lateien en samenwerkende lateien. De zelfdragende versie vangt de volledige last zelfstandig op, terwijl de samenwerkende latei pas zijn definitieve sterkte ontleent aan de combinatie met de bovenliggende, zorgvuldig gemetselde lagen baksteen. Een cruciaal verschil voor de stabiliteit tijdens de bouwfase.
Staal is de koning van de slankheid. Verzinkte stalen hoeklijnen of L-profielen worden veelvuldig toegepast in de buitenste schil van spouwmuren. Ze vallen nauwelijks op. Ze verdwijnen in de lintvoeg. Voor zware belastingen of extreem brede overspanningen wijkt de constructeur vaak uit naar warmgewalste profielen zoals een HEA- of IPE-balk. Staal vraagt echter om aandacht voor brandwerendheid en corrosiepreventie, zeker in een agressief buitenklimaat.
Schoonwerk of vuilwerk. Dat is de vraag bij aanvang. Een vuilwerk latei is puur functioneel; deze verdwijnt achter een stuclaag of betimmering en de afwerking doet er esthetisch niet toe. Schoonwerk lateien blijven in het zicht en zijn daarom vaak voorzien van een specifieke profilering, kleur of textuur. Soms ontstaat er verwarring met de term 'rollaag'. Hoewel een rollaag (verticaal gemetselde stenen) visueel een opening overspant, fungeert deze in de moderne bouw zelden als zelfstandig dragend element zonder onderliggende stalen of betonnen latei.
In de volksmond wordt een latei ook wel eens een draagsteen of simpelweg een 'balkje boven het raam' genoemd. Technisch gezien is er echter een scherp onderscheid met de onderslagbalk. Waar een latei direct de muur boven een opening draagt, ondersteunt een onderslagbalk meestal andere balken of vloerdelen over een grotere lengte. Precisie in naamgeving voorkomt constructieve blunders.
In de dagelijkse bouwpraktijk kom je de lateibalk in talloze gedaantes tegen. Denk aan de volgende situaties:
Een verbouwing waarbij een oude garage wordt getransformeerd tot kantoor. De smalle openslaande deuren maken plaats voor een brede glazen pui. De overspanning wordt plotseling drie meter. Een standaard betonbalk volstaat niet meer; er wordt een zwaar HEA 180 staalprofiel geplaatst. Het staal verdwijnt achter een koof. Ondertussen wordt de druk van de volledige geveltop en de verdiepingsvloer veilig naar de verbrede penanten afgevoerd. Loodzware techniek, onzichtbaar weggewerkt.
Bij moderne, strakke architectuur zie je vaak prefab baksteenlateien. In een villa met grote raampartijen wil de bewoner geen onderbreking van het gevelbeeld. Geen grijze betonstrepen. De oplossing? Een latei waarin de gevelstenen al in de fabriek zijn ingestort. Na het voegen is de balk onzichtbaar. Het metselwerk lijkt boven de glaspartij te zweven. Esthetiek ontmoet techniek op de millimeter.
Renovatie van een herenhuis uit 1900. Boven de achterdeur vertoont het metselwerk een venijnige trapvormige scheur. De boosdoener is een vergane eikenhouten balk. Ooit geplaatst door de oorspronkelijke bouwer, nu door jarenlang vocht simpelweg verrot. De aannemer plaatst stempels tegen het plafond. Hij verwijdert de rotte balk en schuift een slanke, gegalvaniseerde stalen L-latei in de spouw. De historische rollaag blijft in het zicht, maar de constructieve veiligheid is weer voor decennia gegarandeerd.
In de seriematige woningbouw domineren de zelfdragende prefab betonlateien. Snelheid is hier de sleutel. Zodra de kalkzandsteen wanden op hoogte zijn, hijst de kraan de balken direct op hun plek. Geen gedoe met bekistingen. Een vers bedje mortel, even waterpassen en de metselaar kan direct door met de volgende laag. Efficientie in beton.
Constructieve veiligheid is geen suggestie. Het is een harde eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Lateibalken moeten de krachten uit de bovenliggende structuur veilig overbrengen naar de fundering. Punt. De berekening van deze krachtsverdeling gebeurt op basis van de Eurocodes, waarbij voor metselwerkconstructies specifiek NEN-EN 1996 van belang is. Voor de latei zelf gelden, afhankelijk van het materiaal, NEN-EN 1992 voor beton of NEN-EN 1993 voor staal. Een constructeur stelt de vereiste stijfheid en sterkte vast om ontoelaatbare doorbuiging te voorkomen.
Fabrikanten van geprefabriceerde lateien zijn gebonden aan NEN-EN 845-2. Deze norm definieert de eisen voor hulpstukken voor metselwerk. Let op de CE-markering. Deze markering op een latei is verplicht en bewijst dat het product voldoet aan de Europese prestatie-eisen voor draagvermogen en duurzaamheid. Zonder deze certificering mag het element niet in de handel worden gebracht voor constructieve toepassingen. Het is het paspoort van de latei.
Brandveiligheid dicteert vaak de materiaalkeuze. Het BBL stelt eisen aan de brandwerendheid van de hoofddraagconstructie, waar een latei boven een dragende opening deel van uitmaakt. Staal is kwetsbaar. Onbeschermde stalen profielen verliezen bij extreme hitte hun stabiliteit, wat kan leiden tot bezwijken van het bovenliggende metselwerk. In kritieke brandscheidingen is daarom vaak een brandwerendheid van 30, 60 of 90 minuten vereist. Dit dwingt tot het bekleden van de latei met brandwerende plaat of het toepassen van betonlateien met voldoende dekking op de wapening.
Duurzaamheid in de spouw is eveneens gereguleerd. Corrosie is de vijand van staal. Voor stalen lateien in de buitenste schil is een afwerking volgens NEN-EN-ISO 1461 voor thermisch verzinken vaak de minimale standaard. De wetgeving rondom energieprestatie (BENG) dwingt daarnaast tot het voorkomen van koudebruggen. Een latei mag de thermische schil niet zomaar doorbreken. Specifieke isolerende tussenstukken of thermische onderbrekingen zijn dan noodzakelijk om aan de isolatiewaarden te voldoen. Geen detail blijft onbesproken in de huidige regelgeving.
De latei is zo oud als de architectuur zelf. Stonehenge is in essentie een verzameling monumentale lateien. In de klassieke oudheid beperkte de geringe treksterkte van natuursteen de maximale overspanning; kolommen moesten noodgedwongen dicht op elkaar staan om breuk door eigen gewicht te voorkomen. Hout bood meer flexibiliteit. Het bracht echter brandgevaar en rot met zich mee. Eeuwenlang vertrouwde de Europese bouwmeester daarom op de ontlastingsboog van metselwerk om de druk boven vensters naar de penanten te geleiden. De latei zelf was in die periodes vaak slechts een secundair element van eikenhout of zandsteen, dat constructief werd ontzien door de boogvorm erboven.
De omslag kwam met de industriële revolutie. Smeedijzeren en later stalen profielen maakten grotere raampartijen mogelijk zonder de noodzaak voor logge bogen. Een revolutie in de gevelarchitectuur. Rond 1900 deed gewapend beton zijn intrede. Dit veranderde de dynamiek op de bouwplaats fundamenteel. De integratie van staal en beton loste het probleem van trekspanning in horizontale liggers definitief op. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werden betonlateien steeds vaker standaard, al bleven ze toen nog vaak zichtbaar als robuuste, grijze elementen in het metselwerk.
Na de Tweede Wereldoorlog dwong de enorme woningnood tot radicale standaardisatie. Prefabricage werd de norm. Waar een latei voorheen vaak ter plaatse werd gestort of moeizaam getimmerd, schoof de industrie op naar gecertificeerde, kant-en-klare elementen. De introductie van de samenwerkende latei in de jaren zeventig maakte slankere constructies mogelijk. Tegenwoordig verschuift de technologische focus. Niet langer is alleen draagkracht van belang. De moderne geschiedenis van de latei wordt nu geschreven door thermische onderbrekingen en het minimaliseren van koudebruggen om te voldoen aan strikte energienormen. Van brute kracht naar verfijnde isolatietechniek.