Je struikelt er haast over, een Korinthisch kapiteel, als je een beetje oplet. Denk aan de gevel van menig parlementsgebouw, zowel hier als ver over de grenzen. Die statige zuilenrijen, de blikvangers bij de entree, daar vind je ze vrijwel altijd. Het geeft direct die onmiskenbare allure, een knipoog naar Romeinse grandeur.
Of neem nou die prachtige, oude bankgebouwen, uit een tijd dat financieel kapitaal nog letterlijk in steen werd gehouwen; een Korinthische zuil aan de ingang was toen de norm, een statement van betrouwbaarheid en weelde. Zelfs in modernere tijden, bijvoorbeeld bij de ingang van een prestigieus hotel of een universiteitsgebouw dat klassieke waarden wil uitstralen, zie je die rijke acanthusbladeren en voluten de boel versieren. Het gaat verder dan louter dragen; het is een deel van de boodschap, de architecturale stem die zegt: 'Hier is iets belangrijks, iets duurzaams.' Je moet er gewoonweg op letten; ze zijn overal waar een beetje pracht en praal gewenst is, van een klassieke tempelreconstructie in een themapark tot het stadhuis in de provinciestad.
De geschiedenis van het Korinthische kapiteel vangt aan in het oude Griekenland, zij het later dan zijn Dorische en Ionische tegenhangers. Men situeert de opkomst ervan doorgaans in de late 5e eeuw voor Christus, met de tempel van Apollo Epikourios in Bassae als een van de vroegste en wellicht de eerste gedocumenteerde toepassing – daar nog als een interne zuil.
Aanvankelijk was de toepassing schaars, veel meer een verfijnde toevoeging dan een dominante orde. De legende schrijft de uitvinding toe aan de beeldhouwer Kallimachos, geïnspireerd door een acanthusplant die rond een mandje groeide, bedekt met een dakpan. Deze anekdote, hoewel charmant, onderstreept vooral de organische, natuurlijke inspiratie die aan de basis lag van dit weelderige ontwerp. De ware doorbraak, de wijdverspreide adoptie en verfijning, vond echter niet in Griekenland, maar in Rome plaats. De Romeinse architectuur omarmde het Korinthische kapiteel met open armen, waarderend de decoratieve rijkdom die perfect aansloot bij hun voorliefde voor grandeur en symbolische expressie. Het werd de meest populaire van alle ordes, vaak gebruikt in imposante bouwwerken zoals tempels, basilieken en keizerlijke fora. Het ontwikkelde zich tot een symbool van Romeinse macht en esthetiek.
Door de eeuwen heen bleef het Korinthische kapiteel een inspiratiebron. Tijdens de Renaissance beleefde het een ware wedergeboorte, architecten bestudeerden en imiteerden de klassieke vormen, waaronder dit kapiteel, als toonbeeld van harmonie en perfectie. Van de barok tot het neoclassicisme, en zelfs tot in de 19e en vroege 20e eeuw, werd het steevast ingezet om gebouwen een imposante, klassieke uitstraling te verlenen. Denk aan parlementsgebouwen, justitiepaleizen, en andere representatieve architectuur – de Korinthische orde droeg bij aan de gewenste autoriteit en status, een tijdloze getuige van architectonische evolutie en constante waardering voor verfijnd vakmanschap.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Mainzerbeobachter | Rtvnof