De inzet van een klimharnas start steevast bij een visuele nulmeting van de bandweefsels en metalen sluitingen. Men controleert op rafelen. Gespen moeten soepel vallen. Na deze inspectie volgt het aantrekken, waarbij de gebruiker de beenlussen positioneert en de schouderbanden over de romp trekt. Het harnas wordt vervolgens aangetrokken totdat er precies genoeg ruimte overblijft tussen band en lichaam; een speling van ongeveer twee vingers dikte geldt hierbij als de gangbare technische maatstaf.
De koppeling met het valbeveiligingssysteem geschiedt via de aanwezige D-ringen. Hierbij vindt de uitvoering als volgt plaats:
Tijdens de werkzaamheden op hoogte beweegt de gebruiker zich binnen het bereik van de vanglijn. Het harnas volgt de lichaamscontouren zonder de circulatie af te knellen. Bij stationaire taken wordt de verbinding vaak onder lichte spanning gehouden. Dit beperkt de potentiële valweg. De integratie van een valdemper tussen het harnas en het ankerpunt zorgt ervoor dat de optredende krachten bij een incident binnen de fysiologische grenzen van het menselijk skelet blijven.
Stel je een staalmonteur voor op dertig meter hoogte. Hij balanceert op een smalle I-profiel balk. Zijn klimharnas is met de rug-D-ring verbonden aan een horizontaal leeflijnsysteem; de lijn sleept achter hem aan terwijl hij beide handen gebruikt om bouten vast te draaien. In deze setting is bewegingsvrijheid essentieel. Een heel andere situatie doet zich voor bij een servicemonteur die een verticale ladder in een windturbine beklimt. Hier wordt de verbinding gemaakt met de borst-D-ring aan een starre klimbeveiliging. Bij een misstap blokkeert de vangwagen direct. Het harnas houdt de monteur verticaal. Dit voorkomt verstikking of ernstig letsel aan de wervelkolom.
Lassen aan een brugconstructie vraagt om een specifiek type harnas. De vonkenregen zou een standaard polyester band in seconden doorbranden. De lasser draagt daarom een zwart, mat aramideharnas. Het materiaal is onverschillig onder de hitte. Dan zijn er de dagelijkse werkzaamheden op een plat dak. De dakdekker gebruikt een eenvoudig EN 361 harnas. Snel aangetrokken over de werkkleding. Twee vingers ruimte onder de beenbanden. Hij werkt veilig langs de dakrand, wetende dat de valdemper de klap opvangt mocht de grindlaag onder zijn voeten verschuiven.Bij langdurige gevelinspecties zie je vaak de combinatie van valbeveiliging en positionering. De inspecteur klikt zijn korte leeflijn in de zij-ringen van de heupband. Hij leunt achterover. Het harnas verdeelt de druk over de brede steunband in de rug. Geen vermoeide armen. De focus ligt volledig op de scheurvorming in het metselwerk, niet op de angst om te vallen. Soms volstaat een simpel hesje waarin het harnas is geïntegreerd. Geen gedoe met in de knoop geraakte banden. Eén rits, drie gespen, en de steigerbouwer kan aan de slag.
Veiligheid op hoogte is in Nederland juridisch verankerd in de Arbeidsomstandighedenwet. De wetgever is onverbiddelijk. Het Arbobesluit, specifiek artikel 7.23, stelt dat bij werkzaamheden waarbij valgevaar bestaat — wettelijk vastgelegd op een hoogte van 2,5 meter of meer — passende maatregelen verplicht zijn. Soms geldt dit zelfs onder die grens. Denk aan werken boven open water of nabij verkeersstromen. De regelgeving hanteert een strikte arbeidshygiënische strategie. Collectieve bescherming, zoals leuningen en vangnetten, geniet altijd de voorkeur boven individuele middelen. Pas als vaste voorzieningen technisch niet haalbaar of gevaarlijker zijn, is het gebruik van een klimharnas als Persoonlijk Beschermingsmiddel (PBM) toegestaan.
Een klimharnas valt onder Categorie III van de Europese PBM-verordening 2016/425. Dit betreft middelen die beschermen tegen onomkeerbare schade of overlijden. Producten moeten voorzien zijn van een CE-markering gevolgd door het nummer van de aangemelde instantie (notified body) die de productie controleert. De technische specificaties worden gedicteerd door verschillende EN-normen:
Het mengen van componenten die niet op elkaar zijn afgestemd, kan leiden tot aansprakelijkheidsproblemen bij ongevallen. De fabrikant levert altijd een handleiding in de taal van de gebruiker mee; het ontbreken hiervan maakt het hulpmiddel feitelijk onbruikbaar voor de professionele markt.
De zorgplicht houdt niet op bij de aanschaf. Volgens NEN-EN 365 moet valbeveiligingsuitrusting minimaal één keer per twaalf maanden worden gekeurd door een gecertificeerd deskundige. Vaak gebeurt dit vaker bij intensief gebruik of extreme vervuiling. De inspectieresultaten worden vastgelegd in een logboek. Dit is geen bureaucratische exercitie maar een noodzaak. Textiele onderdelen van polyamide of polyester degraderen onder invloed van UV-licht en wrijving. De meeste fabrikanten hanteren een uiterste levensduur van 10 jaar, waarbij de productiedatum op het label leidend is. Is het label onleesbaar? Dan moet het harnas direct uit de vaart worden genomen. Na een valincident is vernietiging van het harnas wettelijk de enige optie, zelfs als er geen zichtbare schade is.
Van henneptouw tot hightech. De evolutie van het klimharnas in de bouw was een proces van vallen en opstaan, letterlijk. Vroege valbeveiliging bestond vaak uit niet meer dan een eenvoudige leren riem of een dik touw rond de taille. Dit was de tijd van de 'heupgordel'. Effectief om iemand op zijn plek te houden, maar levensgevaarlijk bij een vrije val. De impactkrachten op de ruggengraat en weke delen waren bij een incident vaak destructief. Het besef dat krachten over het gehele skelet verspreid moesten worden, drong pas halverwege de twintigste eeuw breed door binnen de industriële sector.
De jaren zeventig markeerden de werkelijke technische omslag. Men keek naar de luchtvaart en de parachutesport. Beenlussen werden toegevoegd. Schouderbanden werden integraal onderdeel van het ontwerp. De introductie van synthetische vezels zoals nylon en later hoogwaardig polyester verving de onbetrouwbare natuurlijke materialen. Deze nieuwe weefsels boden een consistente treksterkte. Bovendien konden ze de eerste schok van een val beter absorberen door gecontroleerde rek.
In Nederland versnelde de ontwikkeling door strengere regelgeving in de jaren tachtig en negentig. De wildgroei aan lokale veiligheidsmiddelen maakte plaats voor Europese harmonisatie. De definitieve ban op de heupgordel als valbeveiliging was een historisch ankerpunt. Sinds de invoering van de EN 361-norm in de jaren negentig is het volledige harnas de onbetwiste standaard. De focus verschoof in de laatste decennia van louter overleven naar ergonomie en langdurige inzetbaarheid. Snelgespen vervingen de complexe doorhaalgespen. Ademende stoffen kwamen in de plaats van stugge banden. De techniek groeide mee met de hoogte van de bouwwerken.
Safetyfreaks | Safetyplatformcargosurveyors | Traclev | Absturzsicherung | Hits | Aenowaterschappen