Lijnen trekken op ruw beton. De laser bepaalt het nulpunt. Eerst lokaliseert de verwerker het hoogste punt van de fundering of vloer om de minimale dikte van de mortel te waarborgen, want zonder die controle loopt de maatvoering hogerop in de constructie onherroepelijk spaak. Op de hoeken van de te bouwen wanden worden profielen gesteld. Hiertussen spant men een metseldraad. Die moet strak staan. De kimlaagmortel, meestal een industrieel vervaardigd mengsel met een hoge druksterkte en geringe krimp, vormt de nivellerende tussenlaag tussen de betonondergrond en de eerste rij blokken of stenen.
Men vlijt de blokken in de natte specie. Een rubberen hamer corrigeert de positie tot op de millimeter nauwkeurig, waarbij de horizontale voeg fungeert als buffer voor alle toleranties en ongelijkheden van de ruwbouw. De dikte van het mortelbed varieert dus over de lengte van de wand. Constante controle met de waterpas en de duimstok is een continu proces. Eén tik te veel en het blok moet worden gelicht. Bij kalkzandsteen of cellenbeton wordt vaak gewerkt met specifieke kimblokken die qua hoogte exact zijn afgestemd op de gewenste laagverdeling van de verdieping. Pas nadat deze basis volledig is uitgehard en stabiel ligt, start de verwerker met het lijmen of metselen van de rest van de wand. De dunne lijmvoeg van de opgaande lagen laat immers geen ruimte voor latere correcties in de horizontale lijn.
De keuze voor een type kimlaag hangt direct samen met het opgaande werk. Bij wanden van kalkzandsteen elementen worden vrijwel altijd bijbehorende kalkzandsteen kimblokken toegepast. Deze blokken hebben een hoge druksterkte. Ze zijn leverbaar in diverse hoogtematen om exact op de gewenste vloerhoogte uit te komen. Cellenbeton vraagt om een eigen aanpak. Hierbij zijn de kimblokken vaak lichter en hebben ze een hogere isolatiewaarde, wat gunstig is voor de energieprestatie van het gebouw.
Energie-efficiëntie dwingt tot innovatie. Waar een standaard steen warmte geleidt naar de koude fundering, fungeert een isolerende kimblok als thermische onderbreking. Merken als Foamglas (Perinsul) of specifieke lichtbetonvarianten met een lage lambdawaarde zijn hier de standaard. Ze voorkomen koudebruggen. Een cruciale keuze bij passiefhuizen of nul-op-de-meter woningen. Het materiaal moet echter wel de volledige belasting van de bovenliggende muren kunnen dragen zonder te vervormen; sterkte en isolatie gaan hier hand in hand.
| Type variant | Hoofdfunctie | Toepassing |
|---|---|---|
| Standaard kimblok | Maatvoering en vlakheid | Algemene woningbouw (KZS/Cellenbeton) |
| Isolerende kim | Voorkomen koudebrug | Langs funderingsaansluitingen |
| Waterafstotende kim | Optrekkend vocht weren | Kelders en natte ruimtes |
| Vuurvaste kim | Brandcompartimentering | Industriebouw en technische ruimtes |
Niet elke kimlaag is droog. In kelders of bij constructies onder het maaiveld wordt vaak een kimlaag van waterafstotende betonstenen of klinkerkwaliteit baksteen toegepast. De mortel is hier minstens zo belangrijk als de steen zelf. Men mengt dan vaak een waterdichtmiddel door de specielaag, ook wel kimfix genoemd. Dit vormt een barrière tegen optrekkend vocht.
Soms ziet men een 'dubbele kim'. Dit gebeurt wanneer de vloer een extreem groot verloop heeft. Eén laag mortel is dan niet genoeg om het hoogteverschil op te vangen zonder de stabiliteit in gevaar te brengen. Er worden dan twee lagen stenen geplaatst, waarbij de eerste laag de grove correctie doet en de tweede laag de fijne afstelling verzorgt. Een tijdrovende klus. Maar essentieel. Een fout in de basis is namelijk een fout in het hele huis.
Prefab kimmen bestaan ook. Deze worden in de fabriek al op de juiste hoogte gezaagd of gestort. Op de bouwplaats is het dan enkel nog een kwestie van stellen en ondersabelen. Dit versnelt het proces aanzienlijk, hoewel de flexibiliteit op de bouwplaats zelf iets afneemt.
Een betonvloer vertoont na het storten vaak kleine welvingen. De laser geeft aan dat de rechterhoek 12 millimeter lager ligt dan de linkerzijde. Hier bewijst de kimlaag zijn nut. De verwerker brengt aan de lage zijde een dikker bed kimlaagmortel aan, terwijl hij aan de hoge zijde juist schraalt. Door deze nuance staan de eerste kalkzandsteenblokken snaarstrak waterpas. Zonder deze ingreep zouden de lijmvoegen in de lagen erboven gaan 'trappen', wat later bij het stucwerk onherroepelijk zichtbaar wordt.
Bij een nul-op-de-meter woning sluit de ongeïsoleerde fundering direct aan op de verwarmde binnenvloer. Een kritiek punt voor warmteverlies. In plaats van een standaard kimblok kiest de aannemer hier voor een rij cellenbeton met een hoge isolatiewaarde of een specifiek gerecycled glasgranulaatblok. De kimlaag vormt hier de isolerende buffer. Warmte blijft binnen. De koude van de fundering trekt niet op in de wanden. Geen condensatie achter de plinten. Een simpele ingreep met grote gevolgen voor de energieprestatie.
Soms komt de verdiepingshoogte niet lekker uit met de standaard blokmaten. Een resterende ruimte van drie centimeter is te klein voor een heel blok en te groot voor een lijmvoeg. De oplossing ligt beneden. Door de kimlaag exact op de juiste hoogte te stellen — bijvoorbeeld door een kimblok van 100 mm in een speciebed van 20 mm te leggen — wordt de totale wandhoogte vooraf gecorrigeerd. De metselaar rekent van boven naar beneden. De kimlaag vult het gat. Zo komt de laatste laag blokken exact uit onder de rand van de breedplaatvloer zonder hak- of breekwerk.
In een halfverdiepte garage kan spatwater of lichte lekkage bij de vloerrand voor problemen zorgen. De kimlaag wordt hier uitgevoerd met een vette mortel, verrijkt met een waterdichtmiddel. De blokken zelf zijn vaak van betonmortel in plaats van kalkzandsteen. Deze opbouw voorkomt dat vocht vanuit de vloeraansluiting de muur in trekt. Een preventieve barrière. Simpel, doeltreffend en essentieel voor het behoud van de constructie op de lange termijn.
De kimlaag moet voldoen aan strikte kaders. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het wettelijk fundament waarop elke constructie rust. Veiligheid staat voorop. De constructieve eisen voor metselwerk en lijmwerk zijn vastgelegd in de NEN-EN 1996-serie, ook wel bekend als Eurocode 6. Deze normen bepalen hoe de druksterkte van de kimlaag zich moet verhouden tot de rest van de wand. Een zwakke schakel onderaan kan de stabiliteit van het gehele gebouw ondermijnen. De constructeur berekent de optredende krachten en de kimlaagmortel moet deze belasting zonder krimp of bezwijken overdragen naar de fundering.
Energieprestaties zijn tegenwoordig leidend. De BENG-eisen dwingen tot een integrale aanpak van de schil. De aansluiting tussen vloer en wand is een berucht punt voor warmteverlies. Volgens de NEN 1068 moeten lineaire koudebruggen bij de kim worden beperkt om condensatie en schimmelvorming te voorkomen. Isolerende kimblokken worden hierbij getoetst op hun lambdawaarde. Het BBL eist daarnaast een waterdichte barrière tegen optrekkend vocht uit de bodem of fundering. De wet schrijft de prestatie-eis voor; de NEN-normen bieden de rekenmethodiek om aan te tonen dat de gekozen materialen en diktes daadwerkelijk voldoen aan de eisen voor vochtwering en thermische isolatie.
Vroeger was de voeg de redder van de metselaar. In de traditionele baksteenbouw vingen dikke mortelvoegen kleine ongelijkheden in de fundering moeiteloos op; correcties vonden verspreid over de gehele muurhoogte plaats. Deze flexibiliteit verdween met de opkomst van lijmsystemen en kalkzandsteenelementen in de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw. Lijmvoegen van slechts twee millimeter dik boden geen enkele ruimte meer voor foutmarges tijdens het opbouwen. De kimlaag transformeerde daardoor definitief van een eenvoudige aanzet naar een cruciaal technisch nulpunt.
De methodiek verschoof van ambachtelijk naar industrieel. Waar voorheen de slangwaterpas en het timmermansoog volstonden, dwong de behoefte aan snelheid en precisie tot het gebruik van rotatielasers en gestandaardiseerde stelprofielen. In deze periode verschenen de eerste gespecialiseerde kimblokken op de markt. Dit waren niet langer willekeurige reststukken, maar specifiek gezaagde blokken met exacte hoogtematen om direct aan te sluiten op de gewenste verdiepingshoogte. De meest recente stap in deze evolutie is de functionele verbreding naar thermische isolatie. Onder druk van strengere energie-eisen is de kimlaag geëvolueerd tot een kritieke thermische onderbreking. Het element moet tegenwoordig niet alleen de constructieve belasting dragen, maar ook energetische lekken in de gebouwschil dichten.
Joostdevree | Encyclo | Wienerberger | Murprotec | Bruil | Toeronzent | Alphavochttechniek