Een woning of een project een Politiekeurmerk Veilig Wonen geven, dat verloopt zelden ad-hoc. Integendeel, dit proces kenmerkt zich door een reeks weloverwogen stappen, steevast onder begeleiding van erkende professionals. Het begint niet zelden met een initiële inspectie, waarbij een gecertificeerd PKVW-adviseur de huidige staat van inbraakpreventie nauwkeurig in kaart brengt; men kijkt daarbij kritisch naar deuren, ramen, en andere potentiële zwakke plekken. Op basis van deze bevindingen volgt een advies, een blauwdruk eigenlijk, voor de benodigde aanpassingen. Dit kan variëren van het monteren van specifiek SKG-gekeurd hang- en sluitwerk, essentieel voor de robuustheid, tot het herpositioneren van buitenverlichting om donkere hoeken te elimineren. De uitvoering van deze veiligheidsverhogende ingrepen, dat is de volgende fase. Daarna, wanneer de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk zijn geïmplementeerd, volgt een finale toetsing. De adviseur verifieert dan of alles exact volgens de PKVW-normen is gerealiseerd. Pas na een positieve beoordeling wordt het definitieve certificaat uitgereikt. Zonder die formele validatie geen keurmerk.
De praktijk van het Politiekeurmerk Veilig Wonen, dat is een verhaal op zich. Je ziet de impact ervan vaak het best door concrete situaties voor te stellen, hoe huizen, of zelfs hele buurten, erdoor veiliger worden.
Neem nu die jonge familie die een charmante jaren '30 woning koopt. Prachtig huis, maar de houten kozijnen en deuren hadden nog het originele beslag, het type dat je met een stevige schroevendraaier al openwrikt. De PKVW-adviseur kwam langs. Zijn rapport was helder: alle toegankelijke ramen op de begane grond en de eerste verdieping moesten voorzien worden van dievenklauwen, plus SKG raamsluitingen. De voordeur? Die kreeg een driepuntssluiting, natuurlijk met een SKG* cilinder en veiligheidsbeslag. En bij de achterdeur, waar het vaak donker is, adviseerde hij een buitenlamp met bewegingssensor. Plots was die kwetsbare woning een stuk minder aantrekkelijk voor ongenode gasten.
Of denk aan een nieuwbouwproject van appartementen in een grotere stad. De projectontwikkelaar wilde direct een PKVW-certificering voor het hele gebouw. Dit betekende dat al bij de selectie van de kozijnleverancier gekozen werd voor profielen die van nature al een hogere inbraakwerendheid bezaten. Elke voordeur van de appartementen? Standaard voorzien van een gecertificeerde meerpuntssluiting en een deurspion. De bergingen op de begane grond kregen allemaal een gelijksluitend slot met een sterke beugel, SKG-gekeurd, uiteraard. De verlichting in de gemeenschappelijke ruimtes en galerijen, die werd zo geplaatst dat er geen donkere hoeken ontstonden, voortdurend aan of geschakeld via daglichtsensoren. Daar was over nagedacht.
En een vrijstaande garage, vaak een makkelijke prooi. Als die onderdeel moet zijn van een PKVW-gecertificeerde woning, dan volstaat een simpel kanteldeurslot echt niet meer. Dan verschijnen daar opeens solide grondpennen aan weerszijden van de deur, degelijk verankerd, of een robuuste stang die de deur van binnenuit vergrendelt, natuurlijk allemaal met een cilinderslot dat aan de SKG-eisen voldoet. Het zijn die kleine, gerichte aanpassingen die een wereld van verschil maken in de praktijk.
Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) is, belangrijk om te beseffen, geen wettelijk verplicht keurmerk; de implementatie ervan berust volledig op vrijwilligheid. Desalniettemin opereert het niet in een vacuüm. Het keurmerk sluit naadloos aan op en overstijgt zelfs de minimumvereisten die de Nederlandse overheid stelt aan de inbraakwerendheid van gebouwen, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit, tegenwoordig het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Waar het BBL de absolute ondergrens markeert voor veilige constructies, daar gaat het PKVW een stap verder, met als doel een significant hogere mate van inbraakpreventie te realiseren.
De technische grondslag van veel PKVW-eisen vindt men terug in diverse normen, waaronder de NEN-normen. Specifiek is hierbij de NEN 5087 van belang, die de methode beschrijft voor het bepalen van de inbraakwerendheid van woningen. Het PKVW vertaalt deze theoretische kaders naar praktische, controleerbare maatregelen op locatie. Bovendien is de relatie met het SKG-keurmerk cruciaal. Het SKG certificeert de inbraakwerendheid van afzonderlijke bouwproducten, met name hang- en sluitwerk, met sterrenwaarderingen die de mate van inbraakwerendheid aangeven. Het PKVW stelt dan als eis dat een woning alleen gecertificeerd kan worden indien al het relevante hang- en sluitwerk voldoet aan een minimale SKG-sterrenclassificatie, een direct verband tussen productnormering en het integrale woningkeurmerk.
De kiem voor het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) werd gelegd in een periode van groeiende maatschappelijke onrust. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw zag Nederland, helaas, een aanzienlijke toename in het aantal woninginbraken. Dit vroeg om een gecoördineerde respons, een aanpak die verder ging dan alleen repressie. Vanuit die urgentie, en met een heldere visie op preventie, lanceerde de Nederlandse politie in samenwerking met het toenmalige Ministerie van Justitie in 1995 officieel het Politiekeurmerk Veilig Wonen. De doelstelling was glashelder: het terugdringen van inbraakcriminaliteit door woningen structureel veiliger te maken.
De eerste jaren kenmerkten zich door een sterke focus op bouwkundige maatregelen en de bewuste aanpassing van het gedrag van bewoners. Men legde de nadruk op wat er direct aan de woning kon worden verbeterd, denk aan de kwaliteit van sloten en deuren, maar ook aan zichtbaarheid en verlichting. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) nam al snel de rol van beheerder op zich, waarmee een centrale coördinatie en kwaliteitsbewaking werd gewaarborgd. Gaandeweg evolueerde het keurmerk. De nadruk verschoof niet alleen naar de inbraakwerendheid van de totale woning, maar ook naar de kwaliteit van individuele componenten. Hierdoor groeide de integratie met het SKG-keurmerk; productnormering werd een essentieel onderdeel van het integrale PKVW-concept, waarbij producten als hang- en sluitwerk aan specifieke eisen moesten voldoen. Van een relatief eenvoudig lijstje met aanbevelingen transformeerden de richtlijnen naar een omvangrijk en dynamisch stelsel, constant bijgesteld aan de hand van nieuwe inzichten in inbraakmethoden en technische innovaties. Het PKVW is dus geen statisch gegeven; het is continu in beweging, een levend instrument ter bevordering van de woonveiligheid.