Inbusschroevendraaier

Laatst bijgewerkt: 04-02-2026


Definitie

Handgereedschap voorzien van een zeskantige stift voor het handmatig aandraaien of lossen van schroeven en bouten met een binnenzeskant-profiel.

Omschrijving

De inbusschroevendraaier is de ergonomische variant van de klassieke L-vormige inbussleutel. Dankzij de vaste handgreep — vaak met een zachte grip voor meer torsie — draai je bouten sneller en met meer controle in het materiaal. Het werkt intuïtief. Geen gedoe met het telkens opnieuw insteken van de sleutel in een beperkte ruimte. Vooral in de interieurbouw, bij het afstellen van hang- en sluitwerk of in de fijnmechanica is dit gereedschap de standaard. De stalen schacht moet bestand zijn tegen hoge draaikrachten. Meestal uitgevoerd in chroom-vanadiumstaal om torderen of afbreken te voorkomen.

Toepassing in de praktijk

Het proces vangt aan bij de passing. De zeskantige stift verzinkt volledig in de uitsparing van de boutkop. Directe aansluiting is cruciaal. Axiale druk voorkomt dat de punt uit de binnenzeskant omhoog komt tijdens het krachtzetten. Door de verticale positionering blijft het gereedschap exact in het verlengde van de schroefas staan. Men draait met een vloeiende, continue beweging. Dit verschilt fundamenteel van de beperkte slag die kenmerkend is voor het werken met een haakse sleutel.

De vrije hand ondersteunt dikwijls de schacht; zo blijft de stift gecentreerd, zeker bij diepliggende verbindingen in smalle ruimtes waar direct zicht op het werkstuk ontbreekt. Tactiele feedback speelt een grote rol. De gebruiker voelt de weerstand in de schroefdraad direct toenemen via de greep. Zodra de bout de ondergrond raakt, wordt het aandraaimoment gecontroleerd voltooid. Geen zijwaartse krachten. De passing blijft intact. Juist bij seriematig werk of de fijne afstelling van hang- en sluitwerk bewijst deze directe overbrenging zonder speling zijn nut.


Geometrische puntvariaties en de kogelkop

Geometrische puntvariaties en de kogelkop

Een cruciaal onderscheid binnen het assortiment inbusschroevendraaiers is de vorm van de zeskantige punt. De standaarduitvoering heeft een vlakke kop. Deze biedt het maximale contactoppervlak met de binnenzeskant van de bout. Voor locaties waar de toegang direct en loodrecht is, blijft dit de superieure keuze. De passing is rigide. De krachtoverbrenging is optimaal.

De kogelkopvariant, ook wel ball-end genoemd, is een technisch vernuft voor lastige hoeken. De stift eindigt in een bolvormige zeskant. Hiermee kan men de schroevendraaier onder een hoek van circa 25 tot 30 graden ten opzichte van de schroefas gebruiken. Ideaal voor plekken waar een frame of leiding de weg blokkeert. Let wel: de kogelkop heeft een kleiner raakvlak met de boutkop. Gebruik deze variant nooit voor het 'schrikken' of het finaal vastzetten van bouten; de kans op het doldraaien van het profiel is aanzienlijk groter dan bij een rechte punt.


Maatvoering en specialistische uitvoeringen

Vergis u nooit in de maatvoering. Er gaapt een diepe kloof tussen de metrische standaard en de imperiale SAE-maten, die we vooral in Amerikaanse apparatuur en klassieke voertuigen vinden. Een metrische 3 mm stift lijkt op het oog identiek aan een 1/8 inch variant (3,175 mm), maar de minimale speling bij een foute match is funest voor de integriteit van de bout. De schroevendraaier vreet zich vast of slipt door.

Naast de standaard handgrepen bestaan er specifieke types voor uiteenlopende disciplines:

  • VDE-geïsoleerde inbusschroevendraaiers: Onmisbaar voor elektrotechnici. Deze zijn getest tot 1000 Volt en herkenbaar aan de kenmerkende rood-oranje isolatielaag op zowel de greep als de schacht.
  • Precisie-inbusschroevendraaiers: Ontwikkeld voor de fijnmechanica en elektronica. Deze hebben vaak een slanke schacht en een draaibare kap op het handvat. Zo kan de gebruiker met de palm van de hand druk uitoefenen terwijl de vingers de draaibeweging uitvoeren.
  • T-greep inbusschroevendraaiers: Een hybride vorm. De handgreep staat dwars op de schacht. Dit levert een enorme hefboomwerking op voor het serieuzere werk waarbij meer torsie vereist is dan een standaard schroevendraaiergreep kan bieden.

Materiaalkeuze en duurzaamheid

Niet elke inbusschroevendraaier is van hetzelfde hout gesneden. Of liever gezegd: staal. De meeste professionele varianten zijn vervaardigd uit chroom-vanadiumstaal (Cr-V) of chroom-molybdeen. Dit maakt de stift taai en hard tegelijk. Voor kritische omgevingen, zoals de voedingsmiddelenindustrie of bij werkzaamheden aan roestvaststalen constructies, gebruikt men inbusschroevendraaiers van RVS. Dit voorkomt kruisbesmetting. Als je een gewone stalen schroevendraaier op een RVS bout gebruikt, kunnen microscopische deeltjes achterblijven. Die deeltjes gaan later roesten. Dat is een klassieke fout. Vliegroest op een RVS verbinding is het resultaat van verkeerd gereedschap.


Praktijkvoorbeelden van de inbusschroevendraaier

Denk aan een monteur die de scharnieren van een zwaar aluminium raamkozijn afstelt. Met een haakse sleutel raak je bij elke slag de muur of het profiel. De inbusschroevendraaier staat loodrecht op de schroef. Snelle rotatie. Geen beschadigingen. Een simpele kwartslag is vaak al genoeg om de val van het raam te corrigeren.

Bij de assemblage van een complexe serverkast moeten tientallen kleine boutjes worden aangedraaid. De ruimte is krap. Je hand blokkeert het zicht. Hier biedt de schroevendraaiergreep het nodige voordeel; je draait puur op gevoel. De vingers op de schacht sturen de punt blindelings naar de binnenzeskant. Repetitief werk wordt minder belastend voor de pols.

Een technicus in de procestechniek vervangt een printplaat achter een beschermkap. De boutjes zijn van roestvast staal. Hij pakt bewust een RVS-inbusschroevendraaier uit zijn kist. Essentieel. Zo voorkomt hij dat er microscopische staaldeeltjes in de boutkop achterblijven die later voor lelijke roestplekken zorgen op de dure installatie. Precisie gaat hier hand in hand met materiaalkennis.

Stel een deurdranger af op hoogte. Je staat op een wankel trapje. Eén hand houdt de ladder vast, de andere hanteert de inbusschroevendraaier. Omdat de stift niet uit de kop valt bij elke omwenteling, behoud je de controle zonder te prutsen met een sleuteltje dat telkens naar beneden klettert op de vloer.


Richtlijnen en normering

De passing luistert nauw. NEN-EN-ISO 2936 dicteert de geometrie. Zonder deze internationale afspraken over toleranties en afmetingen zou elke boutkop direct sneuvelen onder de kracht van een slecht passende stift, wat in de professionele bouw of fijnmechanica simpelweg onacceptabel is. Het waarborgt dat een 4 mm stift ook daadwerkelijk de exacte frictie levert die nodig is.

Veiligheid kent geen compromis. Werk je aan elektra? Dan regeert de IEC 60900. Deze norm eist dat de isolatie van de inbusschroevendraaier bestand is tegen 1000 Volt wisselspanning, een keiharde voorwaarde die vaak wordt bevestigd door het rood-gele VDE-keurmerk op de schacht. De Arbowet is hierin onverbiddelijk; het gebruik van niet-gecertificeerd gereedschap op een spanningsvoerende installatie wordt beschouwd als een ernstige tekortkoming in de zorgplicht van de werkgever.

Ergonomie is geen luxe. Het is een Arbo-eis. Waar de traditionele L-sleutel de pols vaak in onnatuurlijke hoeken dwingt bij repetitief werk, bevordert de inbusschroevendraaier met zijn ergonomische handgreep een neutrale positie, wat de kans op gewrichtsklachten zoals RSI aanzienlijk verlaagt. Goed gereedschap voorkomt uitval. Dat is de kern.


De wording van het binnenzeskant-profiel

Het fundament voor de inbusschroevendraaier werd gelegd in 1910. De Amerikaanse Allen Manufacturing Company patenteerde toen een proces om schroeven met een binnenzeskant te fabriceren. Industriële veiligheid was de primaire drijfveer. In die tijd zorgden uitstekende boutkoppen aan draaiende machineassen voor levensgevaarlijke situaties waarbij kleding verstrikt raakte. De verzonken zeskant loste dit probleem op. De 'Allen key' werd de norm. In Europa nam de firma Bauer & Schaurte het concept over. Zij introduceerden de merknaam INBUS, een acroniem voor *Innensechskant Bauer und Schaurte*. Decennialang domineerde de haakse L-sleutel de werkplaats. Efficiënt voor hoge kracht, maar traag in gebruik. De overgang naar de schroevendraaier-vorm volgde uit de behoefte aan snelheid in de fijnmechanica en assemblage. De technische evolutie van het gereedschap versnelde na de Tweede Wereldoorlog door de standaardisatie van metrische maten via DIN- en later ISO-normen. Waar vroege varianten vaak nog leden onder slechte staalkwaliteit en snelle slijtage aan de zeskantige punt, dwong de industrie hogere standaarden af. De introductie van chroom-vanadiumstaal in de tweede helft van de twintigste eeuw maakte de productie van slanke, torsiebestendige schachten mogelijk. Dit opende de weg voor de ergonomische handgrepen die we vandaag kennen; de focus verschoof van louter kracht naar gecontroleerde precisie.

Vergelijkbare termen

Inbussleutel | Zeskantsleutel

Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Baptist