De vervaardiging vindt plaats in een etagepers waar de gestapelde lagen kraftpapier en decorpapier onder een druk van minimaal 7 MPa en een temperatuur boven de 120 graden Celsius samensmelten. Tijdens deze compressie ondergaat de hars een chemische reactie die zorgt voor een onomkeerbare uitharding, waardoor een massieve kern ontstaat. In de uitvoeringsfase vereist de verwerking van deze platen een methodiek waarbij de dimensionale tolerantie van het materiaal centraal staat. HPL werkt. De platen zetten uit of krimpen onder invloed van luchtvochtigheid en temperatuurverschillen.
Montage aan een achterconstructie geschiedt doorgaans via een systeem van vaste en glijdende punten. Hierbij worden de boorgaten voor de glijpunten groter uitgevoerd dan de diameter van de bevestigingsmiddelen om bewegingsvrijheid te waarborgen. Bij geveltoepassingen is het gebruikelijk een doorlopende luchtspouw aan te houden die zorgt voor noodzakelijke ventilatie achter de beplating. Dit voorkomt vochtophoping en temperatuurspanningen. Bevestiging vindt mechanisch plaats met specifieke rvs-gevelschroeven of popnagels, maar ook structurele verlijming op een gereinigde en geprimerde ondergrond is een gangbare praktijk. Voor de bewerking zijn hardmetalen gereedschappen noodzakelijk vanwege de hoge densiteit van de plaat. Zagen en frezen gebeurt met een hoog toerental om splintervorming aan de decorzijde te minimaliseren.
In de bouw maken we een scherp onderscheid tussen zelfdragende compactplaten en dunne laminaten. Dunlaminaat, vaak slechts 0,6 tot 1,2 millimeter dik, fungeert louter als decoratieve toplaag. Het vereist altijd een drager. Denk aan MDF, spaanplaat of multiplex. De compactplaat daarentegen is een massief constructiemateriaal met diktes variërend van 3 tot wel 20 millimeter. Deze platen zijn constructief stijf genoeg om zonder volledige ondersteuning te overbruggen, mits de achterconstructie correct is gedimensioneerd.
Niet elke HPL-plaat is geschikt voor buitenwerk. Platen voor buitentoepassingen, vaak aangeduid als exterieurkwaliteit (EDF - Extra Durable Exterior), zijn voorzien van een specifieke toplaag die bestand is tegen ultraviolette straling. Zonder deze bescherming treedt er binnen enkele jaren significante verkleuring op door degradatie van de pigmenten in het decorpapier. Interieurkwaliteit mist deze UV-blocker en is uitsluitend bedoeld voor binnenbetimmeringen, meubilair of sanitaire ruimtes waar direct zonlicht beperkt blijft.
Vaak ontstaat verwarring met CPL (Continuous Pressure Laminate). Hoewel de materialen op elkaar lijken, verschilt de productiemethode wezenlijk. CPL wordt op een rollenpers geproduceerd onder een lagere druk. Het resultaat is een dunner, flexibeler materiaal dat meestal op rollen wordt geleverd. HPL is harder. Het is stootvaster. Voor zwaarbelaste horizontale oppervlakken zoals werkbladen is HPL de standaard, terwijl CPL vaker wordt toegepast op lichtbelaste verticale vlakken zoals binnendeuren.
| Kenmerk | HPL (High Pressure) | CPL (Continuous Pressure) |
|---|---|---|
| Persmethode | Statische etagepers | Continu draaiende rollen |
| Drukhoogte | Zeer hoog (>7 MPa) | Gemiddeld tot laag |
| Flexibiliteit | Star en bros | Relatief buigzaam |
| Slijtvastheid | Superieur | Gemiddeld |
Voor specifieke projecteisen bestaan er technische varianten die afwijken van de standaardopbouw. Postforming HPL is een type dat onder gecontroleerde verhitting vervormbaar is, waardoor naadloze overgangen bij ronde randen van aanrechten mogelijk zijn. Daarnaast is er de brandvertragende variant (FR-grade), waarbij additieven in de kern de vlamuitbreiding en rookontwikkeling beperken tot een minimum. In laboratoriumomgevingen wordt bovendien vaak gekozen voor platen met een verhoogde chemische resistentie tegen zuren en basen.
HPL kom je overal tegen waar eisen aan duurzaamheid en hygiëne samenkomen. De veelzijdigheid van het materiaal vertaalt zich naar uiteenlopende scenario's in de bouw- en interieursector.
Een VvE besluit de houten boeiboorden en gevelpanelen van een complex te vervangen. De keuze valt op 8 mm dikke HPL-compactplaten in exterieurkwaliteit. De platen worden mechanisch bevestigd met rvs-schroeven op een houten achterconstructie, waarbij de kleur van de schroefkop exact matcht met het decor van de plaat. Dankzij de uv-bestendige toplaag hoeven de bewoners de komende dertig jaar niet meer te schilderen. Af en toe een doekje erover volstaat. Het resultaat blijft strak.
In een farmaceutisch laboratorium zijn de werkbladen en wanden kritieke onderdelen. Men kiest hier voor HPL vanwege de gesloten oppervlaktestructuur. Geen poriën. Aggressieve desinfectiemiddelen en zuren krijgen geen grip op het materiaal. Zelfs na jarenlang intensief reinigen vertoont het oppervlak geen sporen van degradatie of verkleuring. De platen zijn inert en geven geen gassen af die het onderzoek zouden kunnen verstoren.
Denk aan de kleedhokjes in een lokaal zwembad. De luchtvochtigheid is daar constant hoog en het gebruik is ruw. Traditioneel houtwerk zou binnen de kortste keren rotten of opzwelling vertonen. HPL-compactplaten van 13 mm dikte fungeren hier als zelfdragende wanden. Ze zijn ongevoelig voor water. De platen zijn bovendien 'hufterproef'; een harde trap of een kras met een sleutelbos laat nauwelijks sporen na op de keiharde persing.
In een drukbezochte bedrijfskantine worden de tafels dagelijks honderden keren belast met schuivende dienbladen en gemorste vloeistoffen. Hier wordt vaak HPL-dunlaminaat toegepast, verlijmd op een stabiele drager van multiplex of mdf. De randen zijn vaak afgewerkt met een stevige abs-kantband of de plaat is 'gepostformd' om een naadloze overgang te creëren van het bovenblad naar de voorzijde. Dit voorkomt dat vocht bij de kern van het meubelstuk kan komen. Het materiaal blijft esthetisch representatief, ook bij zwaar gebruik.
NEN-EN 438 dicteert de spelregels. Het is de Europese meetlat voor alles wat met High Pressure Laminate te maken heeft. Van krasvastheid tot de reactie op kokend water; de norm laat weinig aan de verbeelding over. In de Nederlandse bouwpraktijk dwingt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) tot scherpte. Vooral bij gevels en vluchtwegen. Brandveiligheid is hier geen keuze maar een harde eis.
De classificatie conform NEN-EN 13501-1 bepaalt of een plaat de gevel op mag of in de kantine blijft hangen. Voor kritieke toepassingen is brandklasse B-s1, d0 vaak de ondergrens voor brandvertragende varianten. CE-markering op basis van EN 438-7 is verplicht voor elke plaat die structureel in een gebouw wordt verwerkt. Geen prestatieverklaring (DoP)? Dan geen plek in het bestek. Het draait om de Verordening Bouwproducten (CPR) die de marktwerking en veiligheid binnen de Europese Unie stroomlijnt.
Soms eist een opdrachtgever aanvullende zekerheid over de herkomst. FSC- of PEFC-certificaten voor de papierkern zijn dan noodzakelijk om aan duurzaamheidseisen te voldoen. Ook de emissieklassen voor de binnenluchtkwaliteit spelen een rol bij certificeringen zoals BREEAM. Het gaat om de bewijslast. Zonder de juiste documentatie blijft een plaat technisch gezien slechts een stuk geperst papier in de ogen van de toezichthouder.
Joostdevree | Nl.wikipedia | En.wikipedia | Vinkkunststoffen | Plexideal | Plastica | Keukenaankoopmakelaar | Acryplex | Conservation-wiki