Hijsgereedschap

Laatst bijgewerkt: 03-02-2026


Definitie

Losse verbindingsmiddelen die de fysieke koppeling vormen tussen de haak van een hijswerktuig en de te verplaatsen last.

Omschrijving

Zonder de juiste middelen onder de haak blijft elke kraan machteloos staan. Hijsgereedschap is de cruciale schakel in het verticale transport op de bouwplaats. Het omvat alles wat niet permanent aan de hijsmachine is bevestigd, maar wel essentieel is om een object veilig van de grond te krijgen. De vakman kiest zijn gereedschap op basis van de last: van zware kettingstellen voor betonwanden tot soepele hijsbanden voor prefab dakelementen. Het draait om de Working Load Limit (WLL). Wie deze werklast negeert, provoceert het noodlot. Veiligheid is hierin geen abstract begrip maar een wettelijke verplichting, waarbij de norm NEN 818 de technische kaders schept voor een veilige uitvoering.

Toepassing en uitvoering

Het proces start bij het bepalen van het zwaartepunt van de last. Een vaak onderschatte factor. De feitelijke configuratie van de hijsmiddelen volgt de geometrie van het object, waarbij kettingsamenstellen met inkortschakels vaak de voorkeur krijgen voor het bereiken van een horizontale balans bij asymmetrische elementen. Het aanslaan gebeurt aan de kraanhaak en de specifieke hijspunten van de last. Textiele stroppen of hijsbanden omvatten de last wanneer mechanische hijspunten ontbreken of wanneer de oppervlaktegesteldheid van bijvoorbeeld gladde betonkolommen bescherming behoeft.

De tophoek waaronder de sprongen worden gepositioneerd, beïnvloedt direct de spanning in de materialen; een fysisch gegeven dat de effectieve capaciteit van het gereedschap reduceert naarmate de hoek toeneemt. Men brengt de middelen aan en trekt deze behoedzaam op spanning. Controle volgt. Tijdens de verticale en horizontale beweging vangen de middelen de dynamische krachten van versnelling en vertraging op. Zodra de last stabiel op de definitieve locatie rust en de spanning is weggevallen, worden de haken of sluitingen handmatig of via mechanische lossystemen ontkoppeld. Het gereedschap is daarna gereed voor een volgende cyclus.


Materiaalkeuze en constructieve varianten

Kettingwerk domineert de ruwbouw. Het is nagenoeg onverwoestbaar en laat zich met inkortschakels exact op maat brengen voor asymmetrische lasten, wat cruciaal is bij het waterpas stellen van prefab elementen. Waar Grade 80 decennialang de norm was, maken Grade 100 en 120 nu een opmars; deze staallegeringen bieden een aanzienlijk hogere werklast bij een lager eigen gewicht, wat de fysieke belasting voor de aanslaander vermindert. Staalkabelstroppen vormen hierop een aanvulling. Ze zijn minder flexibel in lengte-aanpassing dan kettingen, maar hun specifieke stijfheid en lagere prijs maken ze populair voor repeterend hijswerk waarbij de configuratie zelden wijzigt.

Daartegenover staan de textiele middelen: hijsbanden en rondstropen van hoogwaardig polyester. Hier regeert de kleurcodering. Paars staat voor één ton, groen voor twee, geel voor drie en grijs voor vier ton WLL. Ze sparen het oppervlak van de last. Geen krassen op die kostbare gepoedercoate kolommen of kwetsbare houten spanten. Toch schuilt hier een gevaar; zonder degelijke randbeschermers snijden scherpe hoeken door de vezels alsof het boter is. Het is de kwetsbaarheid van zacht materiaal versus de brute kracht van staal.


Specialistische hulpstukken en verbindingen

Wanneer een standaard viersprong niet volstaat, komen de evenaars en spreiders in beeld. Deze stalen frames transformeren de schuine trekkracht van de kraanhaak naar een zuiver verticale kracht op de last. Dit is essentieel voor lange, slanke objecten die anders onder hun eigen gewicht zouden knikken of waarbij de hijspunten geen zijwaartse belasting verdragen. Voor objecten zonder vaste hijsogen worden klemmen ingezet. Denk aan platenklemmen die zich door middel van excentrische tanden vastbijten in staalplaten, of vacuümunits die met atmosferische druk gladde glaspanelen fixeren.

De verbinding tussen al deze componenten wordt gevormd door sluitingen. Harpsluitingen hebben een ronde boog en zijn daardoor bij uitstek geschikt voor het opvangen van meerdere sprongen tegelijk, omdat de krachten zich beter over de boog verdelen. D-sluitingen zijn smaller en primair bedoeld voor een lineaire trekverbinding tussen twee punten. Een veelgemaakte fout is het verwisselen van de termen gereedschap en werktuig. Het hijswerktuig is de machine — de torenkraan, de shovel of de takel — terwijl het gereedschap de losse component is die men na de klus weer in de materiaalkist opbergt. Het één is de krachtbron, het ander de essentiële vertaling naar de last.


Praktijkvoorbeelden en situaties

Een prefab betonnen trap moet exact onder een bepaalde hoek worden gemonteerd. Omdat het zwaartepunt niet centraal ligt, hangt de trap bij een standaard kettingset direct scheef. De monteur gebruikt een kettingstel met inkortschakels. Door één zijde drie schakels korter te maken, hangt de trap exact in de hellingshoek van het trapgat. Eén man stuurt beneden bij, de kraan doet het zware werk.

In een vliesgevelproject moeten grote glasplaten op de vierde verdieping worden geplaatst. Er zijn geen hijsogen of gaten aanwezig. Een vacuümzuiger, aangesloten op de kraanhaak, fungeert hier als het specialistische hijsgereedschap. De rubberen napten zuigen zich vast op het glas. Een drukmeter controleert continu de grip. Zonder dit gereedschap is verticale montage van glas nagenoeg onmogelijk.

Kijk naar de montage van een slanke stalen vakwerkspant van twintig meter lang. Bij het hijsen in het midden zouden de uiteinden doorbuigen of het spant zelfs knikken. Men zet een evenaar in. Dit is een stalen balk die de krachten verdeelt. De kraanhaak pakt de evenaar in het midden, terwijl de evenaar op vier punten met verticale stroppen het spant ondersteunt. De belasting blijft zuiver verticaal. Stabiel en gecontroleerd.

Op de kade worden stalen rijplaten gelost. De machinist gebruikt een platenklem. De klem schuift over de rand van de plaat. Zodra de kraan de ketting strak trekt, graven de getande kaken zich in het staal. Hoe zwaarder de plaat, hoe harder de klem bijt. Snel lossen zonder handmatig knopen of lussen.

Bij het plaatsen van een houten gelamineerde legger in een sporthal kiest de vakman voor polyester hijsbanden. Staalkabels zouden de zachte houtvezels direct indrukken en blijvende schade veroorzaken. De brede hijsbanden verdelen de druk over een groter oppervlak. Met hoekbeschermers van kunststof wordt voorkomen dat de scherpe randen van de balk de band doorsnijden. Het resultaat is een onbeschadigde constructie in het zichtwerk.


Wettelijke kaders en certificering

De Machinerichtlijn 2006/42/EG vormt het fundament voor elk stuk hijsgereedschap dat in de handel wordt gebracht. Zonder CE-markering is gebruik op de bouwplaats simpelweg verboden. Dit is geen bureaucratisch vinkje. Het is de garantie dat het middel voldoet aan fundamentele veiligheidseisen. De fabrikant levert verplicht een IIA-verklaring of een certificaat van overeenstemming mee. Het Arbeidsomstandighedenbesluit, in het bijzonder hoofdstuk 7 over arbeidsmiddelen, vertaalt deze Europese kaders naar de Nederlandse werkvloer. Artikel 7.18 en 7.20 zijn hierbij leidend. De werkgever draagt de zorgplicht; hij moet aantonen dat het gebruikte materiaal veilig is en blijft. Geen certificaat in de keuringsmap betekent direct stilleggen van de hijsklus.

De Working Load Limit (WLL) is de heilige graal in de regelgeving. Deze maximale werklast moet onuitwisbaar en duidelijk leesbaar op het gereedschap zijn aangebracht. Is het label van een hijsband onleesbaar geworden door slijtage of verf? Dan is het middel wettelijk afgekeurd. Onmiddellijke vernietiging is dan de enige veilige weg om hergebruik te voorkomen.


Inspectieregime en normering

Keuren is een continu proces. De wet maakt onderscheid tussen de dagelijkse visuele controle door de gebruiker en de periodieke keuring door een deskundige. Jaarlijks. Dat is de minimale frequentie voor een grondige inspectie volgens artikel 7.4a van het Arbobesluit. In de Nederlandse praktijk vormen de richtlijnen van de EKH (Erkende Keurbedrijven Hijs- en Hefmiddelen) de feitelijke standaard voor deze inspecties. Men kijkt naar rek in kettingen, haarscheurtjes in haken en vlevleesverlies bij staalkabels. De NEN-EN 818-normenserie dicteert de technische specificaties voor kettingstellen, terwijl de NEN-EN 1492-reeks de eisen voor textiele hijsbanden en rondstropen vastlegt.

  • NEN-EN 13414: Eisen voor staalkabelstroppen.
  • NEN-EN 1677: Onderdelen voor samenstellen, zoals haken en sluitingen.
  • NEN-EN 13155: Afneembare hijshulpmiddelen zoals klemmen en evenaars.

Elke vier jaar, of vaker bij intensief gebruik, moet kettingwerk worden beproefd middels een trekbank of een andere non-destructieve onderzoeksmethode. Registratie in een hijsmiddelenregister is verplicht. De keurmeester tekent af. De machinist controleert de datum. Veiligheid door administratieve discipline.


Veiligheidsfactoren en gebruiksbeperkingen

De wetgever hanteert forse veiligheidsmarges, ook wel de 'safety factor' genoemd. Voor stalen kettingen is dit factor 4, voor staalkabels factor 5 en voor polyester hijsbanden zelfs factor 7. Dit vangt onvoorziene dynamische belastingen op. Toch mag deze marge nooit worden gebruikt om zwaarder te hijsen dan de aangegeven WLL. Misbruik is strafbaar onder de Arbowet. Ook de hoek waaronder men hijst is aan regels gebonden; bij een tophoek boven de 120 graden wordt het hijsgereedschap wettelijk overbelast, ongeacht het gewicht van de last. Het gaat om de krachtenverdeling. Fysica laat zich niet wegregelen door een certificaat. Bij een ongeval kijkt de Inspectie SZW eerst naar de staat van de middelen en de geldigheid van de keuringsrapporten. De keten van verantwoordelijkheid is sluitend. Van fabrikant tot de man die de haak inklikt.


Historische ontwikkeling

Van natuurlijke vezels naar hoogwaardig legeringsstaal. De geschiedenis van hijsgereedschap is er een van risicobeheersing. Vroeger was het simpel. Men gebruikte wat voorhanden was: dikke touwen van hennep of vlas en handgesmede kettingen die vaak onzichtbare zwaktes vertoonden. De industriële revolutie bracht de ommekeer. In 1834 ontwikkelde Wilhelm Albert de eerste staalkabel, een innovatie die de mijnbouw en later de bouw transformeerde omdat de redundantie van meerdere draden een veiligheidsnet bood dat massief ijzer simpelweg niet kende.

Na 1945 veranderde het speelveld opnieuw. De opkomst van de petrochemische industrie introduceerde polyester. Dit was revolutionair voor kwetsbare lasten. Geen krassen meer. Geen roest. Tegelijkertijd zorgde de metallurgie voor de overgang van 'Grade 30' kettingen naar de extreem sterke Grade 80 en later 100 legeringen. Hijsgereedschap werd lichter. De fysieke belasting nam af. Wat vroeger een loodzware ketting vereiste, kon nu met een fractie van dat gewicht veilig worden verplaatst.

De regelgeving vormde de laatste grote stap in de evolutie. Tot diep in de twintigste eeuw was keuren een kwestie van intuïtie en lokale traditie op de werkvloer. De invoering van de Europese Machinerichtlijn in de jaren '90 markeerde het einde van die vrijblijvendheid. Het dwong fabrikanten tot strikte documentatie en uniforme veiligheidsfactoren; een technisch proces werd een juridisch geborgd systeem. Van een simpel hulpmiddel naar een gecertificeerd onderdeel van de machineketen.


Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Vpt | Tooltagger | Kisgroup | Ekh