De opbouw geschiedt laag voor laag. Hoewel de mortelmethode klassiek blijft, waarbij cementgebonden specie de ruimtes tussen de blokken vult, is de integratie van horizontale en verticale wapening essentieel voor de constructieve stijfheid van het veld. Het kader is cruciaal. Geen dragende functie. Een glasblokkenwand mag nooit direct belast worden door bovenliggende constructies, waardoor men doorgaans kiest voor glijdende aansluitingen of dilatatiebanden aan de randen van het paneel.
Dunne rvs-staven fungeren als ruggengraat. Deze staven rusten in de voegen, maar raken het glas nooit; thermische uitzetting vereist nu eenmaal die ruimte. Kunststof kruisjes bewaken de symmetrie. Naast de natte verwerking winnen droogbouwsystemen met profielen en lijmverbindingen aan terrein. Snelheid is hier de drijfveer. De afwerking gebeurt door het inwassen van de voegen, een proces dat uiterste precisie vereist om hardnekkige vervuiling van het glasoppervlak te voorkomen. Prefabricage komt ook voor. Hele wanddelen worden dan in gecontroleerde omstandigheden samengesteld en later in de sponning gehesen.
Textuur bepaalt de beleving. Waar een 'helder' glasblok direct zicht toelaat, breekt een 'wolkstructuur' de inkijk zonder lumen op te offeren. Er is een fundamenteel verschil tussen het klassieke holle glasblok en de massieve glassteen. Massieve stenen missen de isolerende luchtspouw maar bieden een unieke, diepe lichtbreking. Esthetiek drijft de keuze. Men kan kiezen uit zijdemat (geëtst), golvend, geruit of zelfs gekleurd glas in de massa. Bij gekleurde varianten varieert de intensiteit; van subtiele pasteltinten tot diep verzadigde pigmenten die de lichttransmissie drastisch beïnvloeden.
Standaardmaten zoals 19x19 cm en 24x24 cm vormen de basis. Soms vraagt een ontwerp om meer. Voor de beëindiging van een vrijstaande wand worden eindblokken en hoekblokken van 90 graden ingezet. Deze hebben aan één of twee zijden een afgeronde, glazen afwerking. Gebogen wanden? Hiervoor bestaan taps toelopende blokken. Hiermee realiseert men vloeiende lijnen zonder de voegbreedte aan de buitenzijde buitensporig groot te maken.
Niet elk blok dient enkel de esthetiek. Brandwerendheid dicteert vaak de materiaalkeuze in vluchtwegen of bij perceelgrenzen. Certificering conform de Europese normen is hier leidend. De classificaties E (vlamdichtheid), EW (stralingsbeperking) en EI (thermische isolatie) bepalen of een wand 30, 60 of 90 minuten standhoudt. Besparingsblokken zijn een andere tak. Door argonvullingen en metaalcoatings op de binnenzijde van het glas wordt de U-waarde omlaag gebracht. Het resultaat is een betere thermische schil.
| Type | Kenmerk | Toepassing |
|---|---|---|
| Beloopbaar | Extra dik, hoge druksterkte | Vloeren en trappen |
| Kogelwerend | Versterkte wanddikte | Beveiligde ruimtes |
| Geluidsisolerend | Hoge massa, asymmetrische opbouw | Geluidsgevoelige gevels |
Horizontale toepassingen vereisen een specifieke benadering. Beloopbare glasblokken. Deze zijn herkenbaar aan hun grotere wanddikte en vaak kleinere formaat om de druksterkte te maximaliseren. Ze worden gevat in gewapende betonrasters of stalen frames. Verwar deze nooit met verticale wandblokken; de constructieve veiligheid hangt af van dit onderscheid.
Glasblokken lossen specifieke ruimtelijke puzzels op. In de praktijk kom je ze overal tegen waar licht moet reizen, maar inkijk ongewenst is. Vaak op plekken waar een standaard kozijn constructief of esthetisch niet past.
Soms gaat het puur om sfeer. Een barmeubel in een horecagelegenheid, opgebouwd uit heldere blokken en van binnenuit verlicht met RGB-leds. De voegen zijn hier vaak dun en strak. Het is decoratie met een constructieve basis.
Geen willekeur. NEN-EN 1051-1 dicteert de spelregels voor de productie van glazen bouwstenen en tegels. Hierin staan de toleranties en kwaliteitsnormen zwart op wit. Fabrikanten moeten een prestatieverklaring (DoP) overleggen. Zonder CE-markering komt een product de professionele bouwplaats simpelweg niet op. Dat is de keiharde basis onder de Europese Verordening Bouwproducten (CPR).
Brandveiligheid blijft het hete hangijzer. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn de eisen voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) vastgelegd, wat direct invloed heeft op de keuze voor type E, EW of EI wanden. Testen gebeuren volgens NEN-EN 13501-2. Let wel: de classificatie geldt voor het totale wandsysteem. Niet louter voor het losse blok. Specie, wapening en de aansluiting met de hoofddraagconstructie moeten exact overeenkomen met de testopstelling van het certificaat. Een afwijkende voegbreedte kan de theoretische brandwerendheid al tenietdoen. Details maken hier het verschil tussen goedkeuring en afkeur.
Beloopbaar glas is een vak apart. Hier gelden zware constructieve eisen uit de Eurocodes. Doorbuiging moet binnen de perken blijven. De NEN-EN 12600 classificeert de weerstand tegen impact voor verticale toepassingen, maar bij vloeren eist het BBL aanvullende garanties over de restdraagkracht en de stroefheid van het oppervlak. Gladheid leidt tot aansprakelijkheid. Berekeningen van een constructeur zijn bij horizontale glasvelden onvermijdelijk; een glasblok is immers geen dragend element van zichzelf.
Het fundament van de glazen bouwsteen ligt in de late negentiende eeuw. Gustave Falconnier, een Zwitserse architect, patenteerde in 1886 het eerste concept. Geen massief glas. Mondgeblazen holle vormen. Deze 'Falconnier-stenen' werden door hun hermetische sluiting gewaardeerd om hun isolatiewaarde en lichtbreking. De techniek evolueerde snel naar industriële schaal. Rond 1907 introduceerde de Luxfer Prism Company in de Verenigde Staten de methode om twee geperste glashelften op hoge temperatuur samen te smelten. Dit proces vormde de blauwdruk voor de moderne variant.
Architecten omarmden het materiaal massaal tijdens het modernisme van de jaren dertig. Licht en hygiëne waren de nieuwe dogma's. Pierre Chareau creëerde met het Maison de Verre in Parijs (1932) een technisch manifest; een gevel vrijwel volledig opgetrokken uit glasblokken. Na een periode van puur functionele toepassing in de naoorlogse utiliteitsbouw, volgde in de jaren tachtig een golf van decoratief gebruik in woninginterieurs. Badkamerwanden werden synoniem met de glazen bouwsteen. Tegenwoordig drijft strenge regelgeving de innovatie. De focus verschoof van esthetiek naar thermische prestaties. Hoogwaardige coatings en edelgasvullingen zijn nu de norm om aan moderne isolatie-eisen te voldoen.