De fysieke controle van de glansgraad start meestal pas nadat de afwerklaag volledig is doorgehard. Een reflectometer voert de meting uit. Dit instrument projecteert een lichtbundel onder een vooraf ingestelde hoek op het materiaal, waarbij sensoren de teruggekaatste intensiteit opvangen en direct omzetten naar een numerieke waarde. De hoekkeuze luistert nauw. 20 graden voor hoogglans. 60 graden voor de meeste standaardtoepassingen. Voor extreem matte oppervlakken is 85 graden de norm om minieme reflectieverschillen te detecteren. In de bouwpraktijk worden metingen over het gehele oppervlak verdeeld voor een betrouwbaar gemiddelde. Men vergelijkt de verzamelde data vaak met referentieplaten van gepolijst zwart glas. Resultaten worden uitgedrukt in Gloss Units. Afwijkingen ontstaan regelmatig door laagdikteverschillen of een ongelijkmatige zuiging van de ondergrond. Spuitapplicaties leveren doorgaans een constantere reflectie op dan handmatige verwerking met een roller. Het draait om de optische rust. Op de bouwplaats vindt de eerste beoordeling vaak plaats onder strijklicht, een methode die genadeloos elke onvolkomenheid in de glansverdeling blootlegt voordat de technische instrumenten worden ingezet.
De indeling van glansgraden volgt in de bouwpraktijk vaak de 60-graden-meting, waarbij de waarden worden onderverdeeld in vaste categorieën die elk hun eigen esthetische en functionele eigenschappen hebben. Hoogglans voert de boventoon bij lakwerk voor buitenkozijnen. Het glinstert. De harde, gesloten film van hoogglansproducten biedt een superieure weerstand tegen weersinvloeden en vuilaanhechting, maar de verwerker moet een vlekkeloze ondergrond realiseren om optische vervormingen te voorkomen. Zijdeglans vormt het middensegment. Deze variant is minder kritisch bij strijklicht en wordt veelvuldig toegepast op binnendeuren en plinten vanwege de balans tussen reinigbaarheid en een zachte visuele reflectie.
| Categorie | Gloss Units (GU) bij 60° | Karakteristieken |
|---|---|---|
| Extra mat / Diepmat | 0 - 5 | Maximale camouflage, absorbeert bijna alle lichtinval. |
| Mat | 6 - 15 | Klassieke muurverfuitstraling, verbergt reparatieplekken. |
| Zijdemat / Satijn | 16 - 35 | Subtiele gloed, makkelijker afneembaar dan matte varianten. |
| Zijdeglans / Halfglans | 36 - 60 | Duidelijke glans, zeer populair voor houtwerk binnenshuis. |
| Hoogglans | > 80 | Spiegelend effect, extreem duurzaam en hard. |
Verwarring ontstaat regelmatig tussen de termen satijn en zijdeglans. Hoewel fabrikanten deze namen soms door elkaar gebruiken, neigt satijn vaak naar een iets zachtere, meer diffuse reflectie dan een technisch gespecificeerde zijdeglans. In de wereld van stucwerk en minerale afwerkingen spreken we bovendien over een natuurlijke glansgraad die ontstaat door polijsttechnieken, zoals bij beton ciré of Venetiaans pleisterwerk. Hier wordt de glans niet bepaald door een coating, maar door de verdichting van het materiaal zelf. Hoe dichter de korrelstructuur, hoe hoger de natuurlijke reflectie. Bij transparante lakken en vernissen is de glansgraad eveneens doorslaggevend voor de kleurbeleving; een hoogglans vernis verdiept de kleur van het onderliggende hout, terwijl een matte vernis de natuurlijke, onbehandelde uitstraling conserveert.
Kijk naar een monumentaal pand met een diepzwarte voordeur. De schilder kiest hier vaak voor een extreem hoge glansgraad. Waarom? De kleur krijgt diepte en de harde laklaag biedt maximale bescherming tegen regen en uv-straling. Maar let op. Elke kleine imperfectie in het hout of een achtergebleven stofje in de laklaag valt direct op. De reflectie werkt als een vergrootglas voor fouten in de voorbehandeling.
Een moderne aanbouw met grote raampartijen van vloer tot plafond. Het zonlicht valt hier zijdelings op de lange wanden. Gebruik je hier een verf met een te hoge glansgraad? Dan zie je exact de banen van de roller en de overgangen tussen de gipsplaten. De vakman adviseert in zulke situaties een diepmatte muurverf. De lichtstralen worden verstrooid in plaats van gereflecteerd, waardoor de muur optisch volledig vlak lijkt. Rust aan de ogen.
De wand achter een aanrechtblad vraagt om een andere benadering. Vetspatten en sausvlekken zijn onvermijdelijk. Een matte muurverf is poreus; probeer je die schoon te boenen, dan 'polijst' je de verf lokaal weg en ontstaat er een lelijke glimmende vlek. Een zijdeglans lak of een speciale schrobbare muurverf met een hogere glanswaarde is hier de standaard. De gesloten film laat zich eenvoudig afnemen zonder dat de esthetiek verloren gaat.
Traptreden die intensief worden belopen. Na verloop van tijd zie je in het midden van de treden de glansgraad veranderen. Door wrijving van schoenzolen wordt een zijdeglans lak lokaal 'opgepoetst' naar hoogglans, of juist dof door micro-krassen. Bij de inspectie van schilderwerk na een jaar is dit een directe indicator voor de gebruiksintensiteit en de kwaliteit van de toegepaste coating.
NEN-EN-ISO 2813 staat centraal. Het is de technische meetlat voor elke laklaag die in de utiliteitsbouw of woningbouw wordt aangebracht. Deze internationale standaard specificeert de methode voor het bepalen van de spiegelglans met behulp van reflectometerhoeken van 20°, 60° en 85°. Voor de Nederlandse markt is daarnaast NEN-EN 13300 cruciaal. Deze norm classificeert watergedragen coatingmaterialen voor binnenmuren en plafonds. Het deelt verven in categorieën in op basis van hun glanswaarde bij een specifieke hoek. Een fabrikant mag een product niet willekeurig als 'mat' of 'glanzend' bestempelen; de gemeten Gloss Units onder 60 of 85 graden bepalen de officiële kwalificatie op het technisch informatieblad.
Hoewel het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) geen directe voorschriften bevat over de esthetische glansgraad van een kozijn of wand, zijn er indirecte raakvlakken. Denk aan de reinigbaarheidseisen in de zorg of voedingsmiddelenindustrie. In dergelijke omgevingen is een minimale glansgraad vaak noodzakelijk om een gesloten, porievrije film te garanderen die voldoet aan de wettelijke hygiënenormen. In de praktijk dienen deze standaarden als juridisch ankerpunt bij geschillen over de optische kwaliteit van het geleverde schilderwerk. Voldoet de glans niet aan de in het bestek vastgelegde waarden conform de genoemde normen? Dan is er sprake van een technisch gebrek. De STABU-bestekssystematiek verwijst daarom standaard naar deze classificaties om de gewenste afwerking objectief vast te leggen.
Vroeger was glans geen keuze, maar een technisch bijproduct. Lijnolie en natuurlijke harsen dicteerden de reflectie. Wie een spiegelend effect wenste, moest polijsten. Laag over laag. Monnikenwerk met schellak of was. In de 18e en 19e eeuw was een hoge glansgraad het ultieme bewijs van vakmanschap en rijkdom, simpelweg omdat de arbeidstijd die nodig was voor de voorbehandeling onbetaalbaar was voor de massa. Kalk- en distemperverven waren de doffe realiteit voor de gewone bouw.
De industriële revolutie in de chemie kantelde dit proces. Met de opkomst van alkydharsen in de vroege 20e eeuw werd de glansgraad voor het eerst een instelbare parameter in de fabriek. De schilder hoefde niet meer te boenen; de pot bepaalde het resultaat. Fabrikanten experimenteerden met de Pigment-Volume Concentratie (PVC). Door de verhouding tussen bindmiddel en vaste stoffen aan te passen, ontstonden de eerste gestandaardiseerde categorieën zoals zijdeglans.
De noodzaak voor objectieve metingen ontstond pas echt bij de schaalvergroting in de utiliteitsbouw na de Tweede Wereldoorlog. Subjectieve beoordelingen leidden tot juridisch getouwtrek. In de jaren '70 leidde dit tot de internationale ratificatie van de ISO 2813. De reflectometer verving het menselijk oog. Interessant is de recente technische omslag: waar vroege watergedragen verven in de jaren '90 moeite hadden om een overtuigende hoogglans te produceren, dwingt de huidige architectuur juist de ontwikkeling af van extreem matte coatings die ondanks hun open structuur toch reinigbaar blijven.
Nl.wikipedia | Architectuur | Hesse-lignal | Ankerstuyshop | Barcol-air | Braxo