De montage vangt aan met de maatvoering op de ruwbouw. Het uitzetten van de hartlijnen bepaalt de positie van de ankers. Deze consoles worden doorgaans mechanisch aan de achterliggende wand verankerd, waarbij thermische onderlegplaten direct achter de voet van de console worden geplaatst. Zo blijft de isolatiewaarde van de schil intact. Focus op toleranties. De ruwbouw wijkt af; de onderconstructie corrigeert. Het uitlijnen van de verticale of horizontale draagprofielen volgt op deze basis. In deze fase wordt de uiteindelijke vlakheid van de gevel bepaald. Men werkt hierbij met een systeem van vaste en glijdende verbindingen. Vaste punten dragen de verticale lasten van de bekleding. Glijpunten laten de profielen vrij uitzetten en krimpen onder invloed van temperatuurwisselingen. Zonder deze mechanische vrijheid zou de constructie kromtrekken of de bevestigingsmiddelen overbelasten.
Tussen de koude buitenlucht en de warme constructie vindt een constante uitwisseling plaats, waardoor de thermische onderbreking van de ankers essentieel is om condensatieproblemen diep in de gevel te voorkomen. Bij systemen die direct tegen isolatiemateriaal worden geplaatst, waarborgt de diepte van de profielen de vereiste luchtspouw. De luchtstroom moet ongehinderd van onder naar boven kunnen bewegen. Precisie is hierbij leidend. Afwijkingen in de achterconstructie worden gecompenseerd door de instelbaarheid van de ankers, totdat een perfect verticaal vlak ontstaat waar de uiteindelijke gevelplaten of lamellen op rusten. Vaak volgt een laatste controle met laserapparatuur voordat de bekleding definitief wordt gefixeerd.
Hout is de klassieker. Verduurzaamd vurenhout of hardhouten rachelwerk wordt veelvuldig toegepast bij woningbouw met lichte bekleding, zoals houten delen of vezelcement. Het is eenvoudig te bewerken, maar beperkt in stijfheid. Aluminium systemen daarentegen vormen de standaard in de utiliteitsbouw en bij hoogbouwprojecten. Deze bestaan uit een modulair opgebouwd raster van consoles en profielen. Aluminium is licht, corrosiebestendig en door de vormvrijheid van extrusieprofielen zeer nauwkeurig instelbaar. Staal ziet men minder vaak, behalve wanneer extreme overspanningen of specifieke brandveiligheidseisen dit dicteren; denk aan verzinkt staal of roestvast staal voor zware natuursteenplaten.
| Type | Materiaal | Toepassing |
|---|---|---|
| Rachelwerk | Hout (verduurzaamd) | Lichte gevels, houtskeletbouw, renovatie |
| Consolesysteem | Aluminium | Grote gevelvlakken, zware panelen, hoge toleranties |
| Ankersysteem | RVS / Verzinkt staal | Natuursteen, zwaar prefab beton, grote uitkragingen |
Verwar de onderconstructie niet met de achterconstructie. De achterconstructie is het bouwkundige casco, zoals een kalkzandsteen wand of een betonkolom. De onderconstructie 'hangt' daaraan. In de volksmond wordt ook wel gesproken over het gevelskelet of het draagframe, maar technisch gezien dekken deze termen niet altijd de volledige lading van het secundaire draagsysteem.
Zichtbaar of onzichtbaar. Daar draait de keuze vaak om bij de detaillering van de onderconstructie. Bij zichtbare bevestiging worden de panelen direct met schroeven of nagels op de verticale profielen gefixeerd. De koppen van de bevestigers blijven in het zicht, vaak in kleur gecoat. Zoekt men een strakker beeld? Dan komt de blinde bevestiging in beeld. Dit kan via structurele verlijming op de profielen of door middel van mechanische haken, ook wel agraffen genoemd. Deze haken vallen in een uitsparing aan de achterzijde van het paneel, waardoor de voorzijde volledig onaangetast blijft.
Thermische varianten spelen een steeds grotere rol. De traditionele aluminium console vormt vaak een koudebrug door de isolatielaag heen. Om dit te mitigeren, bestaan er thermisch onderbroken systemen waarbij de console deels uit kunststof (zoals glasvezelversterkt polyamide) bestaat of is voorzien van een thermische isolator. Dit is essentieel bij passiefhuis-projecten of gebouwen met een zeer hoge BENG-eis. De keuze voor het type onderconstructie beïnvloedt dus direct de energetische prestatie van de gehele gebouwschil.
De betonnen gevel van een jaren '70 kantoor is verre van vlak. Voor de nieuwe esthetische schil met grote aluminium composietpanelen wordt een systeem van verstelbare wandconsoles gebruikt. De monteur stelt de uitkraging van de consoles ter plekke bij. Hij corrigeert zo een afwijking van drie centimeter in de ruwbouw. Het resultaat? Een kaarsrechte gevellijn waar de panelen met uiterste precisie op worden gemonteerd. De onderconstructie fungeert hier als de onzichtbare corrector van het verleden.
Een architect kiest voor een strak lijnenspel van verticale vuren latten. Direct op de achterliggende houtskeletwanden wordt eerst een horizontaal regelwerk geplaatst. Hierop volgt een tweede, verticaal laagje rachels. Deze 'dubbele omoming' is cruciaal. Zonder deze opbouw zou de ventilatie achter de latten stagneren, waardoor het hout binnen enkele jaren wegrot. De onderconstructie waarborgt hier de duurzaamheid door simpelweg ruimte te creëren voor lucht.
Bij de entree van een luxe warenhuis hangen massieve kalksteenplaten van dertig millimeter dik. Vanwege het enorme gewicht voldoet een standaard aluminium profiel niet. Men past hier zware RVS-ankerpunten toe die diep in de bouwkundige betonstructuur zijn geboord. Elk anker draagt individueel de last van een plaatdeel. Er is geen sprake van een doorlopend raster, maar van een punctuele onderconstructie die specifiek is berekend op de mechanische belasting en de noodzakelijke stelmogelijkheden voor de voegbreedte.
Windkracht 9 aan de kust. De onderconstructie van een woontoren krijgt het zwaar te verduren. De ontwerper kiest voor een versterkt aluminium systeem met extra glijpunten. Bij temperatuurwisselingen zie je de gevel niet bewegen, maar achter de schermen schuiven de profielen millimeters heen en weer in hun bevestigingen. Deze flexibiliteit voorkomt dat de gevelbekleding gaat bollen of dat de schroeven afschuiven door thermische spanningen. Windzuiging probeert de panelen van de gevel te trekken; de stevige mechanische verbinding van de profielen aan de consoles houdt alles op zijn plek.
Regels zijn geen suggesties. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor elke gevel. Constructieve veiligheid is de kern. De gevelonderconstructie moet voldoen aan de fundamentele eisen voor sterkte, waarbij berekeningen vaak terugvallen op de Eurocodes. NEN-EN 1991-1-4 is hierbij leidend voor het bepalen van de windbelasting. Winddruk is één ding, maar de zuiging aan de randen van een gebouw is vaak de werkelijke test voor de verankering.
Brandveiligheid dicteert materiaalkeuze. De brandklasse van het gevelsysteem wordt getoetst volgens NEN-EN 13501-1. Voor gebouwen hoger dan 13 meter of bij specifieke risicofuncties gelden strengere eisen aan de brandvoortplanting van de gebruikte materialen in de spouw. Een houten onderconstructie is niet overal zomaar toegestaan. NEN 6068 speelt een rol bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen verschillende compartimenten.
De energetische prestatie mag niet worden vergeten. De NTA 8800 methodiek rekent genadeloos af met puntvormige koudebruggen. Elk anker dat de isolatieschil doorbreekt, telt mee in de totale warmteweerstand (Rc-waarde) van de gevel. Wetgeving dwingt hiermee de toepassing van thermisch onderbroken systemen af om te kunnen voldoen aan de BENG-eisen. Het gaat niet alleen om het vasthouden van de plaat, maar om het bewaken van de thermische integriteit van de schil.
Vroeger was de gevel de constructie. Baksteen rustte op baksteen en hout werd direct op het dragende skelet gespijkerd. De scheiding tussen de constructieve kern en de esthetische schil, een direct gevolg van de opkomst van beton- en staalskeletbouw begin 20e eeuw, maakte een secundair draagsysteem noodzakelijk. De gevel werd een jas. Een losse schil die ergens aan opgehangen moest worden. Aanvankelijk volstond simpel houten rachelwerk voor lichte beplating, maar de technische eisen schaalden snel op.
De oliecrisis van de jaren 70 fungeerde als een katalysator. Isolatie werd geen luxe maar een voorschrift. Hierdoor ontstond een fysieke kloof; de gevelbekleding kwam steeds verder van de achterconstructie af te staan om ruimte te bieden aan dikke pakketten isolatiemateriaal en de noodzakelijke ventilatiespouw. Eenvoudige latten voldeden niet langer. De industrie reageerde met de ontwikkeling van metalen consoles die grote uitkragingen konden overbruggen. Mechanische stelmogelijkheden vervingen de houten wigjes van de timmerman. Precisie werd industrieel.
In de afgelopen decennia verschoof de focus naar de energetische integriteit. De onderconstructie werd lang beschouwd als een onvermijdelijke koudebrug. Moderne ontwikkelingen concentreren zich daarom op het minimaliseren van dit warmteverlies door de introductie van composietmaterialen en thermische onderbrekers binnen de ankersystemen. Wat begon als een eenvoudige drager voor planken, is getransformeerd tot een hoogwaardig technisch systeem dat rekenschap moet geven van windbelasting, thermische uitzetting en de strenge eisen van de energietransitie.