De term 'gefestonneerd' is breder dan menig bouwprofessional in eerste instantie vermoedt, reikt verder dan enkel die nette rand van een tapijt. Er is het functionele festonneren, dat zien we het meest, de toepassing gericht op de afwerking van materialen. Dan hebben we het over die randen van textiel, zoals vloerkleden, tapijt, maar ook andere soepele materialen, die met garen worden omzoomd om rafelen te stoppen. Denk aan de levensduur, die verlengen we zo aanzienlijk. Binnen deze categorie zijn de varianten vooral procesmatig van aard: handmatig festonneren – puur ambacht, maximale controle – versus machinaal festonneren, waarbij snelheid en uniformiteit vooropstaan. En esthetisch, ja, de kleur van het garen, de dichtheid en breedte van de steek, allemaal aanpasbaar voor het gewenste uiterlijk.
Maar dan is er nog een andere betekenis, een meer architectonische interpretatie. Het is een volstrekt andere toepassing: de gefestonneeerde boog bijvoorbeeld. Deze bouwkundige constructie heeft niets van doen met garen of textiel, nee. Hier verwijst het naar een boog waarvan het binnenwelfvlak is opgebouwd uit een reeks kleinere, decoratieve boogjes. Het is een vormgevingsprincipe, vaak met steen of hout gerealiseerd, een sierlijke detaillering die een gebouw grandeur kan geven. Essentieel dus om het onderscheid te maken: enerzijds de functionele randafwerking, anderzijds de architectonische vorm. Twee werelden onder één benaming.
Een op maat gesneden tapijt voor die lastige nis in de directiekamer? Zonder een degelijke gefestonneerde rand blijft er geen fatsoenlijk tapijt over; rafelende kanten zijn dan onvermijdelijk, een onprofessionele aanblik. De afwerking met een strakke steek voorkomt dat, verlengt de levensduur aanzienlijk, en geeft bovendien een verzorgde uitstraling aan het geheel.
Neem die stevige deurmat bij de entree van een schoolgebouw. Dagelijks trotseren honderden leerlingen en personeelsleden deze mat. Als de randen niet vakkundig zijn gefestonneerd, slijten deze snel. Binnen de kortste keren ligt er een rommelige, haveloze mat die aan vervanging toe is, veel te vroeg. Een robuuste festonsteek houdt zo'n mat langer representatief en functioneel.
Of denk aan die fraaie, historische gebouwen die we koesteren. Daar zie je regelmatig gefestonneerde bogen. Een architectonisch element, vaak subtiel verwerkt in het binnenwelfvlak van een grotere overspanning. Deze bogen zijn niet omzoomd met garen, nee, ze zijn constructief gevormd uit een reeks kleinere, decoratieve boogjes. Het voegt een bijzondere detaillering en karakter toe aan het metselwerk, een vakmanschap dat men tegenwoordig zelden nog tegenkomt.
De oorsprong van het begrip 'gefestonneerd' is gelaagd, met wortels diep in zowel decoratieve kunsten als ambachtelijke textielbewerking. Het woord 'festoon' zelf komt van het Latijnse festum, dat feest betekent, en verwijst via het Italiaanse festone naar slingers of guirlandes. Deze werden traditioneel gebruikt om feestelijke gelegenheden te versieren; het beeld van een gedrapeerde, versierende lijn is hierin leidend.
In de bouwkunst heeft deze betekenis zich vertaald naar de 'gefestonneerde boog'. Deze architectonische vorm, vaak een boog met een binnenwelfvlak bestaande uit kleinere, decoratieve boogjes, heeft een geschiedenis die teruggaat tot de klassieke oudheid, waar vergelijkbare ornamenten – denk aan vruchten- of bloemenslingers – veelvuldig werden toegepast. Door de eeuwen heen, met name in de Renaissance, Barok en Neoclassicisme, zagen we een heropleving van deze rijke detaillering. Het was een methode om gebouwen grandeur en verfijning te geven, losstaand van constructieve noodzaak; puur esthetiek.
De textiele toepassing van 'gefestonneerd' ontwikkelde zich parallel hieraan, maar met een primair functioneel doel: het tegengaan van rafelen. Al sinds mensen stoffen produceren, probeert men de losse randen te fixeren. Eenvoudige omzomingen en handmatige steken, zoals de overhandse steek, zijn oeroud. Het 'festonneren' in deze context, een specifieke dicht op elkaar geplaatste steek langs de rand, was aanvankelijk een ambachtelijke techniek, zorgvuldig met de hand uitgevoerd. Met de industrialisatie, en de opkomst van de naaimachine en later gespecialiseerde overlockmachines, transformeerde deze techniek. Van een tijdrovende handeling evolueerde het naar een efficiënt, machinaal proces. Dit maakte de toepassing op grote schaal mogelijk, zoals bij tapijten en vloerkleden, waarbij duurzaamheid en een nette afwerking essentieel werden in de massaproductie.
Nl.wikipedia | Encyclo | Monument.heritage | Carmat | Denhartogdronten | Assets.nmm | Bezuidenhout