De theorie over geëxpandeerd polystyreen is één ding, maar hoe ziet dat er nu echt uit op de bouwplaats? Vaak kom je het tegen zonder erbij stil te staan, zo integraal is het materiaal inmiddels.
Denk aan de fundering van een nieuwbouwwoning. Voordat de betonvloer gestort wordt, zie je vaak een dikke laag EPS-platen liggen. Deze platen, soms wel 20 tot 30 centimeter dik, isoleren de vloer van onderaf, waardoor koude optrek vanuit de bodem geen kans krijgt en de warmte binnen blijft. Een stille kracht onder je voeten, essentieel voor comfort en energielabel.
Of een renovatie van een jaren '70-woning, waar de energieprestaties echt omhoog moeten. Daar blaast men regelmatig van buitenaf EPS-parels in de spouwmuur. Kleine, witte bolletjes die de ruimte tussen de binnen- en buitenmuur volledig opvullen, zo ontstaat een dichte isolatielaag die de warmte binnenhoudt en vocht buiten. Een relatief snelle ingreep, met direct merkbaar effect op de stookkosten.
Ook op platte daken, of het nu van een bedrijfspand is of die garage bij huis, zijn EPS-isolatieplaten een gangbare oplossing. Ze zijn licht, makkelijk te verwerken en bieden uitstekende thermische isolatie. Je ziet ze daar liggen, strak tegen elkaar, klaar om bedekt te worden met een waterdichte dakbedekking. Een betrouwbare laag die de binnenruimte beschermt tegen zowel de zomerhitte als de winterkou.
Zelfs in de weg- en waterbouw wordt EPS slim ingezet. Bij de aanleg van wegen of ophogingen in slappe veengronden gebruikt men vaak grote blokken EPS als lichtgewicht ophoogmateriaal. Dit vermindert de belasting op de ondergrond aanzienlijk, waardoor zettingen en verzakkingen worden voorkomen. Een ogenschijnlijk eenvoudig materiaal, maar met een onmisbare functie voor de stabiliteit van onze infrastructuur.
Materialen als geëxpandeerd polystyreen (EPS) worden in de bouw niet willekeurig toegepast; hun inzet is nauw verbonden met de geldende wet- en regelgeving die zowel de veiligheid als de prestaties van constructies garandeert. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), als fundament van de Nederlandse bouwregelgeving, stelt hiervoor de kaders.
Binnen het BBL zijn eisen opgenomen die direct relevant zijn voor isolatiematerialen zoals EPS. Het gaat dan om de energieprestatie van gebouwen; de isolatiewaarde die EPS levert, draagt bij aan het voldoen aan de energiezuinigheidseisen. Evenzo essentieel is de brandveiligheid: de reactie op brand van EPS, ingedeeld in specifieke brandklassen, moet aansluiten bij de BBL-eisen die afhankelijk zijn van de toepassing en het gebouwtype. Zo moet bij bepaalde constructies aan een minimale brandvertraging of -weerstand worden voldaan.
Op productniveau biedt de Europese norm NEN-EN 13163 de noodzakelijke specificaties. Deze norm definieert de eigenschappen van fabrieksmatig geproduceerde EPS-isolatieplaten, van de thermische geleidbaarheid (lambdawaarde) tot de druksterkte en wateropname. Deze specificaties zijn niet vrijblijvend, ze vormen de basis voor de CE-markering, een wettelijke verplichting die aangeeft dat het product voldoet aan de Europese productrichtlijnen. Zo wordt gewaarborgd dat het materiaal, eenmaal in de handel gebracht, de beloofde prestaties levert en veilig kan worden toegepast in de bouw.
De wortels van geëxpandeerd polystyreen (EPS), in de volksmond beter bekend als piepschuim, liggen niet direct in de bouwsector, maar diep in de chemie van de negentiende eeuw. Polystyreen zelf, de basisgrondstof, werd al in 1839 ontdekt door de Duitse apotheker Eduard Simon. Een bijproduct van styraxboomhars, het bleef lang een curiositeit, moeilijk te produceren en te verwerken voor grootschalige toepassingen. Pas in de jaren ’30 van de twintigste eeuw, met de opkomst van de moderne petrochemie, kwam de industriële productie echt op gang, vooral gedreven door bedrijven als I.G. Farben in Duitsland en Dow Chemical in de Verenigde Staten.
De ware revolutie voor het materiaal als isolator kwam echter in 1951. Dat jaar ontwikkelde Fritz Stastny bij het Duitse chemieconcern BASF een baanbrekend proces: het expansieproces van polystyreenparels. Door deze kleine bolletjes te verhitten met stoom, zwollen ze op tot honderden keren hun oorspronkelijke volume, vol met kleine, luchthoudende cellen. Een lichtgewicht, isolerend materiaal was geboren, aanvankelijk onder de merknaam Styropor. Een wereld van nieuwe mogelijkheden opende zich, ver buiten de toenmalige toepassingen van polystyreen.
Vanaf de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw vond geëxpandeerd polystyreen gestaag zijn weg naar de bouwwereld. Eerst mondjesmaat, later steeds prominenter. Zijn uitzonderlijke isolerende eigenschappen en ongekende lichtheid maakten het al snel tot een favoriet voor thermische isolatie in daken, vloeren en spouwmuren. De energiecrises van de jaren zeventig versnelden deze adoptie aanzienlijk; isolatie werd een absolute noodzaak, geen luxe meer. In de decennia daarna verfijnde men de productiemethoden, introduceerde men verschillende dichtheidsklassen voor specifieke draagkrachteisen en ontwikkelde men verbeterde varianten, zoals de grijze EPS met grafiettoevoeging, die een nog hogere isolatiewaarde biedt. Het materiaal heeft zich, van chemisch curiosum tot onmisbare bouwcomponent, continue aangepast aan de steeds strengere eisen aan energiezuinigheid en duurzaamheid in de bouw.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Wikikids | Isolatiemateriaal | Jongeneel | Duurzaamdoen