De uitvoering van funderingsherstel vindt doorgaans plaats vanuit de binnenzijde van het pand. Vloeren worden lokaal verwijderd. Graafwerk in de kruipruimte of kelder legt de bestaande fundering bloot. De kern van het proces is het creëren van een nieuwe draagstructuur onder de bestaande bouw. Hiervoor worden vaak stalen buispalen gebruikt. Deze palen bestaan uit segmenten die hydraulisch de grond in worden geperst. Het eigen gewicht van het gebouw dient hierbij als reactiekracht. Geen zware heistellingen, maar compacte vijzelapparatuur domineert de werkvloer. Trillingsarm werken is de norm.
Nadat de palen de draagkrachtige zandlaag hebben bereikt, volgt de constructieve verbinding. Er worden uitsparingen, de zogenaamde kassen, in het bestaande metselwerk aangebracht. In deze sparingen worden stalen of betonnen dwarsbalken gemonteerd die de belasting van de muren overnemen. Soms kiest men voor een doorgaande betonbalk langs de gevels. Het moment van overdracht is kritisch. Door middel van vijzels kan de constructie op spanning worden gezet. Bij ernstige scheefstand wordt het pand soms gecontroleerd teruggebracht naar een horizontaal niveau. De resterende ruimte in de kassen wordt met krimpvrije mortel of beton aangestort. De nieuwe paalfundering draagt nu het volledige gewicht. De oude, aangetaste fundering blijft achter in de bodem maar heeft geen dragende functie meer.
Funderingen begeven het zelden zonder reden. De bodemgesteldheid in grote delen van Nederland, gekenmerkt door dikke lagen veen en klei, vormt de basis van de problematiek. Houten paalfunderingen zijn extreem gevoelig voor veranderingen in de waterhuishouding. Zodra het grondwaterniveau structureel daalt en de paalkoppen droog komen te staan, treedt schimmelvorming op. Palenpest. Het hout verliest zijn structurele integriteit en verpulvert onder het gewicht van de bovenbouw. Ook bacteriële aantasting tast het grenen of vuren aan, zelfs onder de waterlijn.
Negatieve kleef is een minder bekend maar minstens zo destructief fenomeen. Wanneer de omliggende bodem inklinkt door grondwateronttrekking of zware belasting op het maaiveld, trekt de grond de heipalen mee naar beneden. De wrijving die de paal normaal gesproken op zijn plek houdt, werkt dan juist tegen de constructie. Tel daarbij op de toenemende belasting door dakopbouwen of zware renovaties en het fundament bereikt zijn uiterste grenstoestand.
Zodra de fundering faalt, reageert de rest van het pand direct. Scheefstand is een direct gevolg. Het metselwerk, dat slecht bestand is tegen trekspanningen, begint te scheuren. Deze scheuren vertonen vaak een getrapt verloop langs de voegen van de gevel. Kozijnen vervormen mee. Deuren klemmen. Ramen sluiten niet meer naar behoren of het glas barst zelfs door de enorme spanning op de sponningen.
De effecten beperken zich niet tot de schil. Interne scheidingswanden scheuren los van het plafond of de vloer. Vloeren vertonen een merkbaar verloop, wat meubels doet wankelen en een onveilig gevoel geeft. Constructieve verbindingen tussen balken en muren komen onder druk te staan. Op de lange termijn leidt dit tot een onbewoonbaarverklaring als de constructieve veiligheid niet langer gegarandeerd kan worden.
Niet elk funderingsherstel volgt hetzelfde stramien. De keuze tussen een tafel- of balkenmethode bepaalt vaak de ingrijpendheid voor de bewoner. Bij de tafelmethode fungeert een nieuw gestorte gewapend betonnen vloer als de verdeelinrichting voor alle krachten. Deze plaat rust volledig op de nieuwe paalfundering. Een rigoureuze ingreep. De oude vloer moet eruit. Volledig. Daartegenover staat de balkenmethode, ook wel de kassenmethode genoemd, waarbij men alleen onder de dragende muren betonbalken aanbrengt. Dit is selectiever. Het spaart de rest van de vloerconstructie als die nog in goede staat verkeert.
Soms is een nieuwe paalfundering simpelweg overkill of technisch niet uitvoerbaar bij funderingen 'op staal'. In die gevallen biedt bodeminjectie soelaas. Hierbij worden kunstharsen of cementmengsels onder hoge druk in de zand- of kleilaag gespoten. De grond verdicht. Het draagvermogen stijgt. Het is een snelle variant. Vaak binnen een dag geregeld. Maar pas op: bij houten palen met bacteriële aantasting is deze methode volstrekt zinloos. Het stopt de rotting niet. Nooit.
De keuze van de paal is cruciaal. Meestal ziet men de trillingsvrije stalen buispaal. Segmenten van ongeveer een meter lang die aan elkaar gelast worden tijdens het vijzelen. Een variant hierop is de schroefinjectiepaal. Deze wordt niet geperst, maar de grond in gedraaid. Tijdens het boren injecteert de aannemer een cementmortel rondom de punt. Dit creëert een paal met een grotere schachtwrijving. Ideaal voor locaties waar de bovenbouw te licht is om als tegengewicht te dienen voor hydraulisch persen. De reactiekracht ontbreekt dan.
Er bestaat vaak verwarring tussen funderingsherstel en constructief herstel. Constructief herstel richt zich op de bovenbouw. Scheurherstel met spiraalankers. Het lijmen van metselwerk. Dit zijn echter symptoombehandelingen. Zonder een solide basis onder de grond komen de scheuren onherroepelijk terug. Een funderingsreparatie pakt de bron aan. De rest is cosmetica.
Stel je een monumentaal grachtenpand voor. De statige gevel vertoont plotseling grillige, getrapte scheuren die met de week breder lijken te worden. De oorzaak? De grondwaterstand in de wijk is verlaagd, waardoor de eeuwenoude houten paalkoppen zijn blootgesteld aan zuurstof. Paalrot. Binnen klemt de massieve eiken voordeur zo erg dat de bewoners via de achterom naar binnen moeten. Hier is geen sprake van achterstallig schilderwerk, maar van een fundering die letterlijk wegrot. Funderingsherstel met stalen buispalen is de enige optie om het pand voor de volgende eeuw te behouden.
Een ander herkenbaar scenario doet zich voor bij naoorlogse woningen gebouwd op slappe kleigrond, de zogenoemde fundering op staal. Na een extreem droge zomer klinkt de bodem in. De woning zakt ongelijkmatig weg. De bewoners merken dat een knikker op de keukenvloer steevast naar de achtergevel rolt. In dit geval biedt bodeminjectie met kunsthars soms een snelle oplossing om de grond weer te stabiliseren en verdere zetting te stoppen.
In de utiliteitsbouw zien we vaak reparaties bij functiewijzigingen. Een oud pakhuis wordt getransformeerd tot luxe appartementencomplex inclusief een extra dakterras en zware glazen puien. De originele fundering is berekend op opslag, niet op deze nieuwe, puntvormige belastingen. De aannemer brengt dan in de kelder via de kassenmethode nieuwe betonbalken aan. Deze balken rusten op trillingsvrij ingebrachte schroefinjectiepalen. Zo wordt de oude structuur ontlast zonder dat de gevel hoeft te wijken.
Funderingsherstel is geen vrijblijvende ingreep. De Omgevingswet is leidend. Voor het wijzigen van de hoofddraagconstructie is vrijwel altijd een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit vereist. De technische toetsing vindt plaats via het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit besluit vervangt het oude Bouwbesluit 2012 en stelt strikte eisen aan de constructieve veiligheid. Veiligheid is immers een publiek belang. Geen mitsen of maren.
Constructeurs baseren hun berekeningen op de Eurocodes, met name NEN-EN 1997 voor het geotechnisch ontwerp. Voor bestaande bouw is de NEN 8700-serie cruciaal. Deze normenserie biedt de handvatten om de veiligheid van een bestaand pand te beoordelen zonder dat het direct aan alle nieuwbouweisen hoeft te voldoen. Het zogenaamde 'rechtens verkregen niveau' is hierbij vaak het uitgangspunt, maar bij funderingsherstel wordt voor de nieuwe onderdelen vaak een hoger ambitieniveau gehanteerd.
| Norm | Toepassing |
|---|---|
| NEN 8700 | Beoordeling van de constructieve veiligheid van bestaande gebouwen. |
| NEN-EN 1997 (Eurocode 7) | Ontwerp van funderingen, damwanden en andere geotechnische werken. |
| NEN-EN 1990 (Eurocode 0) | Grondslagen van het constructief ontwerp. |
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) brengt een verschuiving in het toezicht. Een onafhankelijke kwaliteitsborger controleert of het geleverde werk daadwerkelijk voldoet aan de voorschriften in het BBL. Dossiervorming is essentieel. Wat in de grond verdwijnt, moet aantoonbaar goed zijn uitgevoerd.
Naast landelijke wetgeving spelen lokale verordeningen een grote rol. De waterschapsverordening (keur) kan beperkingen opleggen aan werkzaamheden die de grondwaterstand beïnvloeden. Bemaling is vaak nodig om droog te kunnen werken. Hiervoor is vaak een melding of vergunning bij het waterschap nodig. Het ongecontroleerd onttrekken van grondwater kan schade toebrengen aan naburige panden. Civielrechtelijke aansprakelijkheid ligt dan op de loer. In sommige gemeenten, zoals Amsterdam, gelden specifieke funderingsverordeningen die eigenaren verplichten tot onderzoek bij splitsing of grootschalige renovatie.
Holland drijft op modder. Al in de middeleeuwen besefte men dat zonder hout geen houvast bestond. Korte palen, vaak niet dieper dan de eerste zandlaag, vormden de basis voor de vroege verstedelijking. De techniek was simpel: slaan tot het niet verder ging. De overgang naar de zogenaamde 'Amsterdamse methode' met dubbele paalrijen en houten sloven markeerde een professionalisering in de funderingsbouw, maar de fundamentele kwetsbaarheid bleef verborgen onder de waterspiegel.
De industrialisatie bracht de grote ommekeer. Grootschalige bemalingen verlaagden het polderpeil structureel. Wat eeuwenlang geconserveerd lag in zuurstofarm water, rotte plotseling in sneltreinvaart weg. De massale ontdekking van paalrot in de vroege twintigste eeuw dwong de sector tot een radicale herbezinning. Hout maakte definitief plaats voor beton voor nieuwbouw, maar de bestaande stadskernen bleven achter met een tikkende tijdbom onder de drempel.
Vanaf de jaren '60 en '70 ontwikkelden ingenieurs methoden om trillingsarm te werken in de beperkte ruimte van bestaande kelders. Hydraulische technieken werden de nieuwe standaard. Het principe van de stalen buispaal — korte segmenten die met de reactiekracht van het pand zelf de grond in worden geperst — verving de zware heimachine op de werkvloer. Deze technologische verschuiving transformeerde funderingsreparatie van een wanhopige, ambachtelijke noodgreep naar een gecontroleerd civieltechnisch proces. De wetgeving volgde dit tempo pas veel later. Pas met de introductie van de NEN 8700-serie ontstond er een uniform kader voor het beoordelen van de constructieve veiligheid van bestaande funderingen, waardoor de willekeur in de hersteladviezen werd ingeperkt.
Rvo | Woningherstel | Brefu | Bfo-brc