De montage van Eternitplaten start doorgaans bij het aanbrengen van een houten of metalen achterconstructie. Ventilatie is hierbij een sleutelfactor. Tussen de isolatie en de plaat blijft een luchtspouw open om vochtophoping achter de gevelbekleding te voorkomen. Het op maat maken gebeurt met diamantzagen of speciale knipscharen. Mechanische bevestiging overheerst. Bij gevelplaten worden rvs-schroeven of blindklinknagels gebruikt, waarbij het voorboren van de gaten vaak noodzakelijk is om spanningen in de plaat te vermijden en scheurvorming rond de boorgaten te beperken.
Golfplaten vragen een specifieke aanpak in de uitvoering. Deze worden in verband gelegd, waarbij de hoeken van de tussenliggende platen vaak worden afgeschuind om een te grote stapeling van diktes op de kruispunten te voorkomen. De overlapping volgt de heersende windrichting. Dit voorkomt inwatering bij zware regenval. Bij vlakke platen zijn de voegen cruciaal; deze blijven open voor werking of worden afgedicht met specifieke profielen. De platen rusten tijdens de montage op stelblokjes of startprofielen om een strakke horizontale uitlijning te waarborgen. Bevestigingspunten worden met precisie uitgezet. Te strakke aandraaimomenten van schroeven worden vermeden om de thermische uitzetting van het vezelcement op te vangen.
Verwering door atmosferische invloeden tast de integriteit van de plaat aan. Zure regen en uv-straling lossen de kalkverbindingen in het cement langzaam op. Dit proces leidt tot het verruwen van het oppervlak. Bij oudere, asbesthoudende platen komen hierdoor de minerale vezels bloot te liggen aan de oppervlakte. Ze raken los van hun binding. Een onomkeerbaar proces dat de plaat mechanisch verzwakt.
Vochtopname speelt een nevenrol. Vezelcement is inherent poreus. Wanneer water in de haarvaten dringt en vervolgens bevriest, ontstaan microscheurtjes. Vorstschade. De plaat kan gaan schilferen of in het ergste geval volledig delamineren. Algen en mossen nestelen zich bij voorkeur in deze beschadigde structuren. Hun wortels dringen dieper in de poriën. De plaat blijft langer nat. De cyclus van degradatie versnelt.
Onjuiste montage of externe krachten leiden vaak tot directe defecten. Te strak aangedraaide bouten vormen een bekend knelpunt. De plaat kan haar natuurlijke thermische werking niet kwijt. Spanning bouwt zich op rond de fixatiepunten. Het gevolg is stervormige scheurvorming. Of de plaat knapt volledig door midden onder invloed van windbelasting of temperatuurschommelingen. Bij verouderde, broze platen volstaat een minimale impact van hagel of een vallende tak voor een gat. De taaiheid verdwijnt. Het materiaal wordt glasachtig en bros. Breukvlakken bij asbesthoudende platen zorgen voor de directe emissie van vezels naar de omgeving.
De variatie in vezelcementproducten is groot. Meest herkenbaar zijn de golfplaten, technisch aangeduid als geprofileerde platen, die decennialang de standaard vormden voor stallen en loodsen. Men onderscheidt hierbij vaak de 'grote golf' (type 177/7) en de 'kleine golf', afgestemd op de schaal van het dakvlak. Voor de woningbouw zijn er de zogenaamde sidings. Dit zijn smalle gevelstroken die vaak voorzien zijn van een ingeperste houtnerfstructuur (cedar-look) om het uiterlijk van houten rabatdelen te imiteren zonder het bijbehorende onderhoud.
Vlakke platen vormen een andere categorie. Deze variëren van dunne, flexibele platen voor binnenwanden tot dikke, stijve panelen voor geventileerde gevelsystemen. In de utiliteitsbouw zie je vaak de grootformaat gevelplaten die in de massa zijn gekleurd of voorzien van een dekkende coating. Een specifieke variant is de vezelcementlei, een kunstmatig alternatief voor natuursteenleien, veelvuldig toegepast op zowel daken als gevels vanwege de gunstige prijs-kwaliteitverhouding.
Cruciaal voor de inspectie van bestaande bouw is het onderscheid tussen de oude asbestcementplaat en de moderne NT-plaat (New Technology). NT-platen zijn herkenbaar aan de opgedrukte codering en bevatten PVA- of cellulosevezels. Soms ontstaat er verwarring met HPL-platen, zoals Trespa, maar het verschil is fundamenteel: vezelcement is steenachtig, zwaarder en onbrandbaar, terwijl HPL uit met hars geïmpregneerd papier of houtvezels bestaat.
Binnen de professionele handel wordt vaak gesproken over 'geperste' en 'ongeperste' platen. Geperste platen hebben een hogere dichtheid en zijn beter bestand tegen mechanische belasting en vorst, wat ze geschikt maakt voor buitentoepassingen onder zware omstandigheden. Ongeperste platen zijn lichter en worden vaker binnen toegepast, bijvoorbeeld als brandwerende plaat of in vochtige ruimtes waar de eisen aan stootvastheid lager liggen.
Een aannemer staat op een ladder bij een garage uit 1982. De golfplaten op het dak zijn bedekt met een dikke laag mos en vertonen witte uitslag aan de broze randen. Bij de hoeken, waar de platen elkaar overlappen, is de cementstructuur verweerd. De vakman zoekt naar een productcode. Hij vindt niets. Omdat de plaat van vóór 1993 dateert en de typische 'wafelstructuur' aan de onderzijde ontbreekt, behandelt hij het materiaal direct als asbesthoudend. Dit is de dagelijkse realiteit bij renovaties: visuele herkenning is de eerste stap naar veilig werken.
In een nieuw kantorenpark glanzen antracietkleurige gevelpanelen in de zon. Het zijn grootformaat Eternitplaten, blind gemonteerd op een aluminium achterconstructie. Geen schroefkop te zien. De panelen hebben strakke, gezaagde kanten die een scherp lijnenspel vormen met de open voegen van acht millimeter. Hier dient het vezelcement niet als goedkope dakbedekking, maar als hoogwaardige, onderhoudsarme huid van het gebouw. De platen zijn in de massa gekleurd, waardoor krassen nauwelijks opvallen. Het is een wereld van verschil met de grijze platen van weleer.
Een bewoner wil af van het schilderwerk aan zijn dakkapel. De schilder stelt vezelcementstroken voor met een houtnerfstructuur. Tijdens de montage nagelt de vakman de stroken 'gepotdekseld' over elkaar heen. Het resultaat oogt als klassiek houten rabat. Pas wanneer je met een sleutel tegen de wand tikt, verraadt de heldere, steenachtige klank dat het om cementgebonden materiaal gaat. Geen houtrot meer. Nooit meer schilderen op grote hoogte. De stroken zijn simpelweg met een speciale knipschaar op maat gemaakt, zonder dat er stof vrijkwam.
De wetgeving rondom de Eternitplaat is onverbiddelijk en deelt de praktijk op in twee tijdperken. Wie een plaat van vóór 1993 hanteert, stapt direct in het domein van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het is geen vrijblijvende richtlijn. Voor elke sloop- of renovatiehandeling waarbij deze oude platen betrokken zijn, is een asbestinventarisatierapport door een gecertificeerd bureau verplicht. Zonder dit document mag geen enkele professionele partij het materiaal aanraken. De Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft hier streng op, aangezien de emissie van vezels bij ondeskundige bewerking een direct gevaar voor de volksgezondheid vormt.
Onder het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) is de eigenaar van een pand verantwoordelijk voor een veilige omgang met asbestverdachte materialen. Bij de verwijdering van meer dan 35 vierkante meter aan asbesthoudende Eternitplaten — of bij elk volume door een zakelijke partij — moet een sloopmelding bij het omgevingsloket worden ingediend. De afvoer is eveneens strikt gereguleerd; het materiaal moet dubbel verpakt in specifiek asbestfolie en voorzien van officiële waarschuwingsstickers worden aangeboden bij erkende stortplaatsen. Registratie via het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) sluit de keten van toezicht.
Voor de huidige asbestvrije generatie geldt een ander regime. Kwaliteit is hier geen gokwerk maar vastgelegd in de Europese norm NEN-EN 12467. Deze norm classificeert platen op basis van hun prestaties onder invloed van vocht, temperatuur en mechanische belasting. Een gevelplaat die direct aan weer en wind wordt blootgesteld, moet voldoen aan strengere eisen voor vorstbestendigheid dan een plaat voor binnengebruik. De CE-markering op de achterzijde van moderne Eternitplaten is het bewijs dat het product aan deze geharmoniseerde regels voldoet.
In het kader van de brandveiligheidseisen uit het BBL speelt de brandklasse een hoofdrol. Vezelcementplaten worden getoetst volgens NEN-EN 13501-1. Omdat het materiaal grotendeels uit cement bestaat, behalen deze platen doorgaans de hoogste classificaties, zoals A2-s1, d0. Dit betekent dat ze nagenoeg onbrandbaar zijn en nauwelijks rook ontwikkelen bij verhitting. Dergelijke specificaties zijn cruciaal bij het ontwerp van gevelconstructies, waar de brandoverslag naar aangrenzende compartimenten strikt binnen de perken moet blijven volgens de geldende bouwregelgeving.
De geschiedenis van de Eternitplaat begint bij de Oostenrijker Ludwig Hatschek. Hij patenteerde in 1900 een procedé om portlandcement te mengen met asbestvezels. Een revolutionaire stap. Hij noemde het materiaal naar het Latijnse 'aeternitas', wat eeuwigheid betekent. De productie stoelde op de Hatschek-machine. Deze machine maakte het mogelijk om een vloeibare brij van cement en vezels op een roterende zeefband te ontwateren. Laagje voor laagje werd het materiaal opgewikkeld tot de gewenste dikte was bereikt. Deze gelaagde opbouw gaf de plaat een voor die tijd ongekende treksterkte en buigstijfheid.
Vóór deze uitvinding was beton zwaar en bros. De Eternitplaat was echter licht en nagenoeg onverwoestbaar. In Nederland startte de massaproductie in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Fabrieken in Goor en Amsterdam werden de bakermat voor de verspreiding van het materiaal over heel Noord-Europa.
Na 1945 kwam de grote doorbraak. De wederopbouw vroeg om goedkope en brandveilige bouwmaterialen. Golfplaten van asbestcement werden de standaard voor schuren, stallen en industriële hallen. Het was dé oplossing voor de woningnood. Gevels, daken, ventilatiekanalen en zelfs bloembakken; alles werd van vezelcement gemaakt. De technische evolutie stond toen vooral in het teken van schaalvergroting en kostprijsoptimalisatie. Tot de jaren zeventig. De schaduwzijde van asbest werd toenmedisch onweerlegbaar.
De sector moest zichzelf opnieuw uitvinden. Een complexe technologische puzzel volgde. Hoe vervang je een mineraal met zulke unieke mechanische eigenschappen? In de jaren tachtig werd de 'New Technology' (NT) geïntroduceerd. Een ingrijpende wijziging van de receptuur. De fabrikant verving de asbestvezels door synthetische PVA-vezels en cellulose. Dit vereiste volledig nieuwe mengverhoudingen en droogprocessen. Sinds de definitieve ban op asbest in 1993 is de Eternitplaat geëvolueerd van een simpel utiliteitsproduct naar een hoogwaardig esthetisch afwerkingsmateriaal met complexe coatings en texturen.
Joostdevree | Nl.wikipedia | En.wikipedia | Sleiderink | Huisman | Asbestverwijderen-jk | Svk | Asbestverwijderen | Asbestverwijdering | Asbestverwijderen-jk | Gondwanatalks | Mijngelderland | Shop.perfectpro