De applicatie start steevast bij de preparatie van de defecte zone. Stof moet weg. Vet ook. Bij betoninjectie worden boorgaten vaak onder een hoek geplaatst, kruisend met de scheurlijn, waarna injectienippels – de zogenaamde packers – stevig in het materiaal worden verankerd om een lekvrije toegang tot het inwendige van de scheur te garanderen.
De vloeibare hars wordt vervolgens onder gecontroleerde druk ingebracht. Men begint meestal bij het laagste punt. Terwijl de vloeistof stijgt, verdrijft deze de aanwezige lucht, wat zichtbaar wordt zodra de hars uit de bovenliggende controleopeningen of packers treedt. Bij houtrot of structurele houtreparaties volgt de uitvoering een ander pad: het aangetaste materiaal wordt verwijderd tot op de gezonde vezel, waarna de resterende holte wordt gevuld met een specifiek mengsel van hars en minerale vulstoffen of via een gietmethode in een bekisting wordt hersteld.
De polymerisatie vindt plaats in de kern van de constructie. Dit proces vraagt tijd. De omgevingstemperatuur stuurt de snelheid van de uitharding, waarbij een te koude ondergrond de reactie vertraagt of zelfs volledig stillegt, terwijl extreme hitte juist tot een te snelle, exotherme reactie kan leiden die de interne structuur van de hars nadelig beïnvloedt. Geen haastwerk. Na volledige uitharding wordt overtollig materiaal of de injectie-apparatuur mechanisch verwijderd, waarna de herstelde zone weer als één constructief geheel fungeert.
Een parkeerdek met een diepe, diagonale scheur in de constructieve vloer illustreert de noodzaak van deze techniek. Door lagedrukinjectie vloeit de hars tot diep in de kern van het beton. De scheur wordt niet alleen gedicht tegen indringing van strooizouten, maar de vloer krijgt zijn oorspronkelijke stijfheid volledig terug. Zwaar verkeer kan de vloer weer belasten zonder dat de scheur verder werkt.
Denk aan een historische kapconstructie waarbij de eikenhouten balkkoppen zijn aangetast door vocht en schimmels. In plaats van de gehele monumentale balk te vervangen, wordt het vergane deel verwijderd tot op het gezonde hout. Met behulp van ingeboorde glasvezelstaven en een bekisting wordt de balkkop met giethars opnieuw opgebouwd. De nieuwe 'kop' is immuun voor toekomstige rot en draagt de belasting weer moeiteloos over op de muur.
Een prefab betonkolom in een druk distributiecentrum heeft schade opgelopen door een aanrijding met een heftruck. Een flinke hap is uit de hoek geslagen en de wapening ligt bloot. Een standaard reparatiemortel op cementbasis zou door de constante trillingen in het gebouw na verloop van tijd onthechten. Een thixotrope epoxypasta daarentegen vormt een onverwoestbare verbinding met het oude beton. Het resultaat na uitharding is een hoek die mechanisch zwaarder belastbaar is dan het oorspronkelijke beton van de kolom.
Bij het achteraf aanbrengen van zware consoles aan een bestaande bakstenen gevel biedt epoxyhars uitkomst. De hars wordt in de boorgaten gespoten vlak voordat het draadeind wordt ingebracht. De vloeistof dringt in de poriën van de steen en vormt na polymerisatie één geheel met de muur. Trekbelastingen die een mechanisch anker zouden doen bezwijken, worden door de chemische hechting moeiteloos opgevangen.
Constructieve veiligheid is geen suggestie. Voor betonherstel vormt de NEN-EN 1504-reeks de Europese ruggengraat. Deze normenserie specificeert de eisen voor producten en systemen voor de bescherming en reparatie van betonconstructies. Voor injectieprocessen is specifiek deel 5 van deze norm van belang. Hierin staan de prestatie-eisen voor de harsen vastgelegd. Adhesie. Druksterkte. Glasovergangstemperatuur. Alles moet kloppen om te voldoen aan de fundamentele eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Een constructie moet immers tijdens de beoogde levensduur veilig blijven onder de voorgeschreven belastingen.
Werken met epoxy is niet zonder risico. Het is een chemisch proces op de bouwplaats. De Arbowet verplicht werkgevers tot het nemen van doeltreffende maatregelen tegen blootstelling aan schadelijke stoffen. Epoxyharsen kunnen bij huidcontact of inademing sensibiliserend werken. Allergieën liggen op de loer. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn verplicht. Handschoenen van nitril. Oogbescherming. Goede ventilatie. Bovendien stelt de Europese REACH-verordening strenge eisen aan de informatievoorziening via veiligheidsinformatiebladen (SDS). Sinds augustus 2023 geldt er bovendien een specifieke trainingsplicht voor professionele gebruikers die werken met diisocyanaten, hoewel dit vaker PU-systemen betreft, trekken de veiligheidseisen voor alle reactieve kunstharsen in de bouw aan. Veiligheid begint bij kennis van het materiaal.
In de Nederlandse praktijk zijn de CUR-aanbevelingen leidend voor de uitvoering. CUR-aanbeveling 118 geeft richtlijnen voor de uitvoering van betonreparaties. CUR-aanbeveling 98 richt zich specifiek op het herstellen van beton met kunststoffen. Deze documenten vertalen abstracte normen naar praktische handvatten voor de inspecteur en de applicateur. Ze borgen dat de theoretische krachtoverdracht ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gerealiseerd. Geen half werk bij constructief herstel.
De chemische kiem voor epoxyharsreparaties ligt in de jaren 30 van de vorige eeuw. Paul Schlack en Pierre Castan ontwikkelden onafhankelijk van elkaar de eerste harsen op basis van epichloorhydrine en bisfenol A. De bouwsector keek aanvankelijk de kat uit de boom. Pas in de jaren 50 en 60, toen de naoorlogse betonbouw zijn eerste gebreken begon te vertonen, werd de overstap naar de praktijk gemaakt. In eerste instantie diende epoxy vooral als beschermende laag of eenvoudige reparatiemortel voor oppervlakkige schades.
De jaren 70 markeerden een kantelpunt. De techniek van lagedrukinjectie werd verfijnd. Het idee dat je een constructie van binnenuit kon 'lassen' won terrein. In Nederland zagen we in de jaren 80 een specifieke evolutie in de monumentenzorg. Balkkoppen die voorheen volledig werden vervangen, kregen een tweede leven door de introductie van gietharstechnieken met mechanische verankeringen. Het was een periode van trial-and-error. Vroege harsen waren soms te bros of reageerden slecht op vochtige ondergronden. Moderne formuleringen zijn het resultaat van decennia aan materiaalkundige optimalisatie. De focus verschoof van puur vullen naar het garanderen van een monolithische samenwerking. Sinds de invoering van de Europese NEN-EN 1504-normering is de wildgroei aan methoden beteugeld en is het proces volledig geprotocolleerd. Geen experimenten meer. Alleen nog berekende zekerheid.
Joostdevree | Volandis | Sealteq | Libstore.ugent | Bodima