Entrebordes

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

De netto afstand of het constructiedeel van een balk of spant dat zich bevindt tussen twee opeenvolgende steunpunten.

Omschrijving

De entrebordes bepaalt de effectieve overspanning van de vloer- of dakvulling. Het is de ruimte waar de belasting wordt overgedragen van het loopoppervlak naar de dragende balken. In de praktijk is deze maatvoering bepalend voor de dikte van het te gebruiken plaatmateriaal of de vellingdelen. Een te grote afstand tussen de balken leidt tot doorbuiging en trillingen, wat in de woningbouw als zeer storend wordt ervaren. Constructeurs rekenen met deze tussenmaten om de stijfheid van het geheel te waarborgen. Bij houten balklagen wordt de entrebordes vaak afgestemd op de standaardbreedte van isolatiematerialen en plaatmaten om snijverlies te minimaliseren. Het is een fundamentele maat die de logistiek en materiaalbehoefte op de bouwplaats direct beïnvloedt.

Uitvoering in de praktijk

Het uitzetten start bij de dragers. Men tekent de posities af op de muurplaat, vaak met een smetlijn of potlood, waarbij de maatvoering direct de uiteindelijke entrebordes dicteert die nodig is voor de passing van de vloer- of dakplaten. Een fractie ernaast zitten betekent later corrigeren en dat kost tijd. Bij houten balklagen wordt de entrebordes strikt bewaakt door het gebruik van afstandshoutjes die de flanken parallel houden tijdens de verankering; dit voorkomt dat balken gaan torderen of uit het lood lopen. Geen millimeter teveel.

De dagmaat tussen de balken vormt de kritieke grens voor de aansluiting van de afbouwmaterialen.

De praktijk leert dat de tussenmaat bij renovatieprojecten vaak grillig verloopt, wat dwingt tot het handmatig inmeten van elk individueel vak voordat de vellingdelen of het plaatmateriaal op maat worden gezaagd. Zodra de constructie gefixeerd is, fungeert deze vrije ruimte als de natuurlijke zone voor technische installaties en de isolatieschil. Men controleert de uniformiteit over de volle lengte van de overspanning. Indien de entrebordes afwijkt van de standaardmaat, worden vaak aanvullende regels of klossen aangebracht om de stijfheid van de vulling te garanderen en de belastingafdracht te optimaliseren.


Maatvoeringsvarianten en materiaalafhankelijke verschillen

In de dagelijkse bouwpraktijk varieert de entrebordes op basis van de gekozen draagstructuur en de gewenste stijfheid. Men ziet een scherp onderscheid tussen de gestandaardiseerde entrebordes bij houtskeletbouw en de meer variabele maten in de zware utiliteitsbouw. Bij houten balklagen wordt de maatvoering vaak gedicteerd door de afmetingen van isolatiedekens of plaatmaterialen. Een netto tussenruimte van 585 mm is hier een klassiek voorbeeld. Het garandeert een knellende passing van minerale wol zonder onnodig snijverlies. In staalconstructies ligt de focus anders. De flensbreedte van de gebruikte profielen, zoals een HEB of IPE, reduceert de entrebordes aanzienlijk ten opzichte van de hart-op-hart afstand. Het is deze specifieke dagmaat die bepaalt of een geprofileerde staalplaat of een breedplaatvloer direct kan worden opgelegd zonder extra raveelwerken. Bij gordingkappen fungeert de entrebordes als de vrije ruimte voor de dakbeschotplanken of sandwichpanelen. Er ontstaat vaak verwarring met de term hart-op-hart maat. Terwijl de hart-op-hart afstand de constructieve aslijnen definieert voor de stabiliteitsberekening, is de entrebordes de fysieke werkkamer voor de afbouwer. Geen enkele balklaag is exact hetzelfde. Bij renovaties van historische vloeren is de entrebordes zelden constant over de gehele lengte. De grilligheid van oude moerbalken dwingt daar tot maatwerk voor elk afzonderlijk tussenveld; het is dan geen standaardtype meer, maar een unieke, in het werk gemeten waarde die de dikte van de vellingdelen bepaalt.

Praktijkvoorbeelden van de entrebordes

In de dagelijkse bouwvoering vertaalt de entrebordes zich naar zeer specifieke situaties waarbij de netto tussenruimte direct het tempo en de kwaliteit van het werk bepaalt.

Isolatie van een houten balklaag

Een timmerman werkt aan de isolatie van een beganegrondvloer. De balken hebben een breedte van 71 mm en staan hart-op-hart 600 mm uit elkaar. De entrebordes bedraagt hier exact 529 mm. Hij kiest voor minerale wol met een breedte van 540 mm. Door de lichte overmaat van de wol ten opzichte van de entrebordes klemt het materiaal zichzelf vast tussen de flanken van de balken. Geen extra bevestiging nodig. De passing is perfect.

Maatvoering bij renovatie

Kijk naar een 19e-eeuws grachtenpand. De moerbalken liggen daar zelden parallel. De entrebordes aan de voorzijde van de kamer meet 82 centimeter, terwijl deze bij de achtergevel verloopt naar 76 centimeter. Voor de afwerking met vellingdelen betekent dit dat elk deel individueel moet worden ingemeten en afgekort. De theoretische hart-op-hart maat is hier irrelevant; alleen de fysieke dagmaat telt voor de timmerman die de vloer dichtlegt.

Stalen dakconstructies in de industriebouw

Bij een bedrijfshal rusten sandwichpanelen op stalen IPE-gordingen. De entrebordes is hier de vrije overspanning die het paneel moet overbruggen zonder dat er ontoelaatbare doorbuiging optreedt onder sneeuwbelasting. Is de entrebordes te groot? Dan knikken de panelen. Men past de dikte van de staalplaat van het paneel aan op de grootste tussenmaat in het werk. Veiligheid gaat voor alles.

Vloerplaten en naadverbindingen

Bij het leggen van underlayment op een balklaag moet de kopse naad van de plaat altijd ondersteund worden. Als de entrebordes niet exact is afgestemd op de plaatmaten (bijvoorbeeld 2440 mm), valt de rand van de plaat in de vrije ruimte in plaats van op de balk. Dit dwingt tot het zagen van elke plaat of het aanbrengen van extra klossen tussen de balken om de entrebordes lokaal te overbruggen. Extra werk. Verspilling van materiaal. Een strakke maatvoering voorkomt dit.


Wetgeving en constructieve kaders

Constructieve veiligheid is geen keuze. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt dwingende eisen aan de sterkte en stijfheid van een bouwwerk, waarbij de entrebordes als vrije overspanning de basis vormt voor elke statische berekening. Voor houten vloerconstructies zijn de rekenregels vastgelegd in NEN-EN 1995-1-1 (Eurocode 5). Deze norm bepaalt hoe de belastingafdracht plaatsvindt en welke doorbuiging acceptabel is voor het comfort van de bewoner. Bij een te ruime entrebordes voldoet de vloer simpelweg niet aan de wettelijke grenswaarden voor trillingen. Men toetst de constructie in de uiterste grenstoestand (UGT) en de bruikbaarheidsgrenstoestand (BGT). Geen speling toegestaan. Daarnaast stelt de Arbowet eisen aan de veiligheid op de werkplek; open ruimtes tussen balken die de 400 mm overschrijden, worden tijdens de uitvoering gezien als een risico op valgevaar. De entrebordes is dus meer dan een timmermansmaat. Het is een juridische grens voor constructieve integriteit en veilig werken.

Historische ontwikkeling van de tussenmaat

De etymologie voert direct terug naar de Franse traditie van de 'charpenterie'. Entre (tussen) en bord (rand of flank). In de periode van de gilden was de entrebordes een variabele waarde die dicteerde hoeveel materiaal er nodig was voor de vulling van een vloerveld. Men hanteerde geen universele standaarden; de beschikbare boomlengtes en de kwaliteit van het eikenhout bepaalden de maatvoering. De timmerman vertrouwde op empirische regels. Geen tabellenboekjes. Geen rekenmodellen.

Met de industrialisatie in de negentiende eeuw en de import van genormaliseerd vuren- en grenenhout verschoof de focus. De entrebordes werd een cruciale factor in de opkomende woningbouwstatica. De introductie van vellingdelen en later de eerste triplexplaten in de vroege twintigste eeuw dwongen tot een nog striktere definitie van deze tussenmaat. Wat begon als een ambachtelijke restruimte, evolueerde tot een mathematisch uitgangspunt voor materiaalbesparing en constructieve efficiëntie. Het is de overgang van intuïtief bouwen naar gestandaardiseerde engineering. De maat werd wet.


Gebruikte bronnen: