Plaatsen en draaien. De boring vangt aan door de boorkop verticaal op het maaiveld te positioneren. Met een constante, rechtsom draaiende beweging happen de twee snijbladen zich vast in de bodemstructuur. Hierbij wordt lichte neerwaartse druk uitgeoefend. De specifieke geometrie van de bladen zorgt ervoor dat de grond naar binnen wordt geleid, waar het monster zich verzamelt in het conische hart van de boorkop. Na een aantal omwentelingen, meestal wanneer de boorkop volledig gevuld is met een kolom grond van circa 10 tot 15 centimeter, wordt het geheel met een gelijkmatige, verticale beweging uit het boorgat getrokken.
De conische vorm is cruciaal tijdens het ophalen; het vermindert de wrijving tussen de boorkop en de wand van het boorgat aanzienlijk, waardoor de fysieke belasting voor de gebruiker beperkt blijft. Eenmaal boven de grond wordt de boorkop geleegd. Dit gebeurt vaak door de boor voorzichtig op de grond of een monsterplank te tikken, of door de grond er handmatig uit te drukken. Het proces herhaalt zich vervolgens voor de volgende dieptelaag. Wanneer de gewenste diepte de lengte van de standaard stang overschrijdt, vindt koppeling van verlengstangen plaats. Deze stangen worden door middel van een bajonetsluiting of een conische schroefdraad verbonden, waardoor de boring tot enkele meters diepte kan worden voortgezet. Het ritme van draaien, liften en legen bepaalt de voortgang van het veldonderzoek.
Op een braakliggend industrieterrein voert een milieu-inspecteur een verkennend onderzoek uit. De opdracht? De bovenste twee meter in kaart brengen op mogelijke verontreinigingen. Hij kiest voor een RVS-combinatieboor. Waarom RVS? Elke vorm van kruiscontaminatie door roest of materiaaloverdracht van de boor zelf moet worden uitgesloten om de laboratoriumuitslagen zuiver te houden. Hij draait de boor soepel de lemige grond in. Elke twintig centimeter belandt een monster in een glazen pot. Schoon werken is hier de enige standaard. Geen concessies.
Taai, vet en zwaar. Dat is de polderklei waar een geotechnisch adviseur de draagkracht onderzoekt voor een kleine aanbouw. De kleiboor met zijn brede bladen bewijst hier zijn nut. De klei zuigt zich vast in de boorkop. De adviseur trekt de boor met een beheerste, verticale ruk omhoog. De grondkolom blijft perfect in de conische kop zitten, onverstoord en klaar voor visuele inspectie. Eén blik op de textuur en de stevigheid zegt hem genoeg over de stabiliteit van de ondergrond.
Soms moet de boor dieper, voorbij de eerste drie meter. De veldwerker staat op een talud. Een standaardstang is te kort. Hij pakt een verlengstang uit de wagen. Klik. De bajonetsluiting borgt zich met een snelle draai van de borgring. Geen gereedschap nodig. Hij boort verder door compacte zandlagen. Omdat hij nu een zandboor met smalle bladen gebruikt, blijft de fysieke inspanning beperkt, zelfs op vijf meter diepte. De wrijving is minimaal. Meter voor meter brengt hij de bodemopbouw in kaart.
NEN-normen en certificeringsschema’s dicteren de praktijk. Geen willekeur. Wie in de Nederlandse bodem roert voor milieukundig onderzoek, ontkomt niet aan de BRL SIKB 2000. Deze beoordelingsrichtlijn stelt harde eisen aan de uitvoering van het veldwerk en de gebruikte materialen, waarbij de Edelmanboor vaak als standaardinstrument fungeert voor het ongeroerd bemonsteren van de toplaag en de ondergrond tot aan de grondwaterspiegel.
De NEN 5740 vormt het fundament voor de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek en schrijft voor hoe locaties systematisch moeten worden onderzocht, waarbij de diepte en de spreiding van de boringen met de Edelmanboor direct invloed hebben op de juridische geldigheid van het eindrapport voor bouwvergunningen of grondtransacties onder de Omgevingswet. Materiaalkeuze is hierbij nooit vrijblijvend. Wanneer onderzoek wordt gedaan naar specifieke verontreinigingen zoals zware metalen of minerale olie, dwingen de protocollen tot het gebruik van roestvast staal (RVS) om kruiscontaminatie door corrosie of materiaalslijtage uit te sluiten.
De classificatie van de opgeboorde grondmonsters volgt eveneens een strikt regime. De boormeester dient de bevindingen vast te leggen conform de NEN 5104, een standaard die de textuur en lithologie van de bodem eenduidig beschrijft. Zonder deze gestandaardiseerde verslaglegging verliest het veldwerk zijn bewijskracht in het kader van milieuhygiënische beoordelingen. Het is een nauwgezet samenspel tussen fysiek handwerk en wettelijke protocollen die de bodemkwaliteit in Nederland moeten waarborgen.
Na 1945 versnelde de verspreiding. De wederopbouw en de grootschalige ruilverkavelingen vroegen om een snelle, handzame methode om de bodemvruchtbaarheid in kaart te brengen. De Edelmanboor bleek onverslaanbaar. Waar men voorheen met zware spades of inefficiënte avegaarboren worstelde, bood de conische snijkop minimale weerstand. De techniek bleef decennialang nagenoeg ongewijzigd.
De grote omslag kwam pas in de jaren tachtig met de opkomst van milieuhygiënisch onderzoek. Plotseling volstond het klassieke gesmede staal niet meer; de roep om roestvast staal (RVS) klonk luid om kruiscontaminatie van monsters te voorkomen. Ook de koppelingen evolueerden. De overgang van vaste stangen naar modulaire systemen met bajonetsluitingen maakte dieper onderzoek mogelijk zonder de hanteerbaarheid te verliezen. Van een lokaal hulpmiddel voor de Betuwse klei groeide de boor uit tot een mondiaal symbool voor bodemonderzoek. Functionele evolutie, gedreven door de drassige realiteit van de Nederlandse delta.Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Royaleijkelkamp | Sikb | Reflabos.vito | Bodems | Bureauvoorarcheologie