Edelmanboor

Laatst bijgewerkt: 25-01-2026


Definitie

Een handbediende grondboor met twee conisch gevormde bladen, primair gebruikt voor het verkrijgen van grondmonsters bij civieltechnisch en milieukundig bodemonderzoek.

Omschrijving

Snijden, draaien, liften. De edelmanboor is het absolute werkpaard van de veldwerker. Twee stalen bladen komen onderaan samen in een scherpe punt en vormen een conisch lichaam dat de grond als een lepel opvangt. Dit specifieke ontwerp is essentieel; door de conische vorm is er nauwelijks wrijving met de wand van het boorgat, behalve bij de snijrand zelf. Dat bespaart de gebruiker aanzienlijk veel kracht tijdens een lange werkdag. De naam voert terug naar de Nederlandse bodemkunde en professor C.H. Edelman, al was het de bekende smederij Eijkelkamp die de productie perfectioneerde tijdens de oorlogsjaren. Het is gereedschap dat uitblinkt door functionele eenvoud. Geen complexe mechanica, maar een uitgekiende geometrie die ervoor zorgt dat het monster nagenoeg onverstoord bovenkomt. Voor dieper werk, soms tot wel tien meter diepte, worden verlengstangen met bajonetkoppelingen of conische schroefverbindingen ingezet. Simpel en doeltreffend.

Uitvoering van de handboring

Plaatsen en draaien. De boring vangt aan door de boorkop verticaal op het maaiveld te positioneren. Met een constante, rechtsom draaiende beweging happen de twee snijbladen zich vast in de bodemstructuur. Hierbij wordt lichte neerwaartse druk uitgeoefend. De specifieke geometrie van de bladen zorgt ervoor dat de grond naar binnen wordt geleid, waar het monster zich verzamelt in het conische hart van de boorkop. Na een aantal omwentelingen, meestal wanneer de boorkop volledig gevuld is met een kolom grond van circa 10 tot 15 centimeter, wordt het geheel met een gelijkmatige, verticale beweging uit het boorgat getrokken.

De conische vorm is cruciaal tijdens het ophalen; het vermindert de wrijving tussen de boorkop en de wand van het boorgat aanzienlijk, waardoor de fysieke belasting voor de gebruiker beperkt blijft. Eenmaal boven de grond wordt de boorkop geleegd. Dit gebeurt vaak door de boor voorzichtig op de grond of een monsterplank te tikken, of door de grond er handmatig uit te drukken. Het proces herhaalt zich vervolgens voor de volgende dieptelaag. Wanneer de gewenste diepte de lengte van de standaard stang overschrijdt, vindt koppeling van verlengstangen plaats. Deze stangen worden door middel van een bajonetsluiting of een conische schroefdraad verbonden, waardoor de boring tot enkele meters diepte kan worden voortgezet. Het ritme van draaien, liften en legen bepaalt de voortgang van het veldonderzoek.


Varianten naar bodemgesteldheid

De effectiviteit van een Edelmanboor staat of valt met de geometrie van de snijbladen, die nauwgezet is afgestemd op de textuur van de bodem. Er bestaan vier hoofdtypes. De kleiboor kenmerkt zich door relatief brede bladen. Omdat klei een hoge cohesie heeft en plakkerig is, zorgen deze brede bladen ervoor dat het monster stevig in de boorkop blijft zitten tijdens het omhooghalen. Bij de zandboor is dit precies andersom; deze heeft juist smalle bladen om de wrijving in de vaak compacte zandlagen te minimaliseren. Voor gronden met een wisselende samenstelling, zoals zavel of lemig zand, wordt meestal de combinatieboor ingezet. Dit is de meest universele variant. Tot slot is er de grofzandboor. Deze heeft extra brede bladen die bijna een gesloten kom vormen, essentieel om zeer losse, grofkorrelige zandlagen of fijn grind naar de oppervlakte te krijgen zonder dat het monster onderweg uit de boor stroomt.

Koppelingen en materiaalkeuze

Onderscheid wordt niet alleen gemaakt in de boorkop, maar ook in de wijze waarop de verlengstangen worden verbonden. De bajonetaansluiting is de meest voorkomende in het Nederlandse veldwerk. Snelheid is hier het sleutelwoord. Met een simpele draaibeweging en een borgring zit de stang vast. Voor diepere boringen waarbij grote torsiekrachten optreden, wordt vaker gekozen voor een conische schroefverbinding. Deze verbinding is stijver en elimineert speling in de boortrein. Qua materiaal is er de keuze tussen staal en roestvast staal (RVS). Voor civieltechnische boringen volstaat vaak gesmeed staal vanwege de sterkte. Echter, bij milieuhygiënisch bodemonderzoek is RVS de standaard. Men wil immers voorkomen dat corrosie op de boorkop de analyseresultaten van het grondmonster beïnvloedt. Een schone boor is een zuiver monster.

Afbakening met verwante boortypen

De Edelmanboor wordt vaak verward met andere handboren, maar de verschillen zijn functioneel groot. Neem de Riverside-boor. Waar de Edelman snijdt, daar hakt de Riverside zich een weg door harde, uitgedroogde toplagen of bodems met veel fijn grind. De Riverside heeft een meer gesloten, komvormige onderzijde met scherpe tanden. Voor puinhoudende grond of lagen met grove kiezels schiet de Edelman tekort en grijpt men naar de stenenboor of een pulsboor bij diep grondwater. De Edelman blijft de specialist voor ongeroerde monsters in relatief zachte formaties. Een precisie-instrument, geen breekijzer.

Praktijksituaties en toepassingen

Milieukundig bodemonderzoek

Op een braakliggend industrieterrein voert een milieu-inspecteur een verkennend onderzoek uit. De opdracht? De bovenste twee meter in kaart brengen op mogelijke verontreinigingen. Hij kiest voor een RVS-combinatieboor. Waarom RVS? Elke vorm van kruiscontaminatie door roest of materiaaloverdracht van de boor zelf moet worden uitgesloten om de laboratoriumuitslagen zuiver te houden. Hij draait de boor soepel de lemige grond in. Elke twintig centimeter belandt een monster in een glazen pot. Schoon werken is hier de enige standaard. Geen concessies.

Sondering in de polder

Taai, vet en zwaar. Dat is de polderklei waar een geotechnisch adviseur de draagkracht onderzoekt voor een kleine aanbouw. De kleiboor met zijn brede bladen bewijst hier zijn nut. De klei zuigt zich vast in de boorkop. De adviseur trekt de boor met een beheerste, verticale ruk omhoog. De grondkolom blijft perfect in de conische kop zitten, onverstoord en klaar voor visuele inspectie. Eén blik op de textuur en de stevigheid zegt hem genoeg over de stabiliteit van de ondergrond.

Diepteboringen met verlengstukken

Soms moet de boor dieper, voorbij de eerste drie meter. De veldwerker staat op een talud. Een standaardstang is te kort. Hij pakt een verlengstang uit de wagen. Klik. De bajonetsluiting borgt zich met een snelle draai van de borgring. Geen gereedschap nodig. Hij boort verder door compacte zandlagen. Omdat hij nu een zandboor met smalle bladen gebruikt, blijft de fysieke inspanning beperkt, zelfs op vijf meter diepte. De wrijving is minimaal. Meter voor meter brengt hij de bodemopbouw in kaart.


Normering en wettelijke kaders voor bodemboringen

NEN-normen en certificeringsschema’s dicteren de praktijk. Geen willekeur. Wie in de Nederlandse bodem roert voor milieukundig onderzoek, ontkomt niet aan de BRL SIKB 2000. Deze beoordelingsrichtlijn stelt harde eisen aan de uitvoering van het veldwerk en de gebruikte materialen, waarbij de Edelmanboor vaak als standaardinstrument fungeert voor het ongeroerd bemonsteren van de toplaag en de ondergrond tot aan de grondwaterspiegel.

De NEN 5740 vormt het fundament voor de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek en schrijft voor hoe locaties systematisch moeten worden onderzocht, waarbij de diepte en de spreiding van de boringen met de Edelmanboor direct invloed hebben op de juridische geldigheid van het eindrapport voor bouwvergunningen of grondtransacties onder de Omgevingswet. Materiaalkeuze is hierbij nooit vrijblijvend. Wanneer onderzoek wordt gedaan naar specifieke verontreinigingen zoals zware metalen of minerale olie, dwingen de protocollen tot het gebruik van roestvast staal (RVS) om kruiscontaminatie door corrosie of materiaalslijtage uit te sluiten.

De classificatie van de opgeboorde grondmonsters volgt eveneens een strikt regime. De boormeester dient de bevindingen vast te leggen conform de NEN 5104, een standaard die de textuur en lithologie van de bodem eenduidig beschrijft. Zonder deze gestandaardiseerde verslaglegging verliest het veldwerk zijn bewijskracht in het kader van milieuhygiënische beoordelingen. Het is een nauwgezet samenspel tussen fysiek handwerk en wettelijke protocollen die de bodemkwaliteit in Nederland moeten waarborgen.


De wording van een wereldstandaard

Wageningen, de vroege jaren veertig. Crisis dwingt tot vindingrijkheid. Professor Cornelis Hendrik Edelman zocht een oplossing voor de gebrekkige boren die in de taaie Nederlandse rivierklei telkens vastliepen of het bodemprofiel volledig ruïneerden. Hij ontwierp een boor met een unieke conische geometrie. Samen met de smederij van de familie Eijkelkamp in Giesbeek werd dit prototype tijdens de oorlogsjaren tot in detail geperfectioneerd. Een simpele schets die de basis legde voor de moderne bodemkartering.

Na 1945 versnelde de verspreiding. De wederopbouw en de grootschalige ruilverkavelingen vroegen om een snelle, handzame methode om de bodemvruchtbaarheid in kaart te brengen. De Edelmanboor bleek onverslaanbaar. Waar men voorheen met zware spades of inefficiënte avegaarboren worstelde, bood de conische snijkop minimale weerstand. De techniek bleef decennialang nagenoeg ongewijzigd.

De grote omslag kwam pas in de jaren tachtig met de opkomst van milieuhygiënisch onderzoek. Plotseling volstond het klassieke gesmede staal niet meer; de roep om roestvast staal (RVS) klonk luid om kruiscontaminatie van monsters te voorkomen. Ook de koppelingen evolueerden. De overgang van vaste stangen naar modulaire systemen met bajonetsluitingen maakte dieper onderzoek mogelijk zonder de hanteerbaarheid te verliezen. Van een lokaal hulpmiddel voor de Betuwse klei groeide de boor uit tot een mondiaal symbool voor bodemonderzoek. Functionele evolutie, gedreven door de drassige realiteit van de Nederlandse delta.

Vergelijkbare termen

Grondboor | Schroefboor

Gebruikte bronnen: