Schoon glas is het absolute startpunt. In de fabriek passeren de glasbladen een wasstraat met gedemineraliseerd water; elk stofje op het binnenoppervlak is immers een blijvende fout in het eindproduct. De afstandhouder bepaalt de spouwbreedte. Deze profielen worden op maat gebogen of gezaagd en gevuld met moleculaire zeven die eventueel restvocht uit de spouw absorberen. Op de zijkanten van de afstandhouder brengt men een primaire butylkit aan. Dit is de eerste barrière tegen vochtindringing. De glasbladen worden vervolgens in een pers tegen de afstandhouder gedrukt, waarbij de spouw vaak simultaan wordt gevuld met een edelgas. Een precieze balans tussen druk en volume is hierbij noodzakelijk om latere vervorming van de ruit te minimaliseren. Een secundaire afdichting van polysulfide, polyurethaan of siliconenkit vormt de structurele afsluiting aan de buitenzijde van het pakket. Deze laag beschermt de ruit tegen mechanische belastingen en weersinvloeden.
Plaatsing vraagt om een vakkundige benadering van de sponning. In het kozijn fungeren steun- en stelblokjes als de dragende elementen voor het gewicht van de beglazing. Deze blokjes voorkomen direct contact tussen het glas en de sponningbodem. Ventilatie is essentieel. De omtrekspeling rondom het glas zorgt ervoor dat vocht kan ontwijken en het glas kan uitzetten zonder te breken. Glaslatten borgen de ruit in het profiel. De definitieve afdichting geschiedt doorgaans met beglazingskit of doorlopende rubberprofielen, waardoor een water- en luchtdichte aansluiting ontstaat die de thermische isolatie van de gehele gevelopening waarborgt.
Glas is multifunctioneel. Soms volstaat standaard thermische isolatie niet. Geluidwerend dubbelglas maakt gebruik van asymmetrische glasdiktes of speciale akoestische PVB-folies tussen de glaslagen om resonantie te breken. Stilte is een luxe. In zones met hoge zonbelasting wordt zonwerend dubbelglas toegepast; een specifieke coating in de spouw reflecteert de infrarode straling van de zon terwijl de lichttoetreding behouden blijft. Dit voorkomt oververhitting in de zomermaanden zonder dat er actieve koeling nodig is.
Veiligheidsglas vormt een andere kritieke variant. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
Voor monumentale renovaties waar de sponningdiepte beperkt is, bestaat er 'monumentenglas'. Dit is een extreem dunne variant van dubbelglas, vaak voorzien van een licht golvend oppervlak om de authentieke uitstraling van getrokken glas te behouden, terwijl de thermische prestaties de moderne normen benaderen.
Denk aan de renovatie van een klassiek herenhuis. De originele houten schuiframen hebben ondiepe sponningen waar moderne HR++ ruiten simpelweg niet in passen. Hier zie je vaak monumentenglas: dubbelglas van slechts 8 tot 10 millimeter dik. De isolatiewaarde ligt lager dan bij standaard isolatieglas, maar het comfortverschil is direct merkbaar. De vensterbank blijft droog; de tijd van dagelijks dweilen langs beslagen enkelglas is voorbij.
| Situatie | Type dubbelglas | Praktisch effect |
|---|---|---|
| Slaapkamer aan drukke weg | Geluidsisolerend glas | Asymmetrische glasdikte breekt de geluidsgolf; het verkeerslawaai verstomt. |
| Grote schuifpui op het zuiden | Zonwerend dubbelglas | De subtiele coating reflecteert zonnewarmte; de airco hoeft minder hard te werken. |
| Glazen deur in een hal | Gelaagd dubbelglas | Bij een harde klap barst het glas, maar de folie houdt de scherven bij elkaar. |
In moderne kantoorpanden met glasgevels kom je ruiten van enorme afmetingen tegen. Hier wordt de glasdikte exact berekend op de windbelasting. Je herkent de kwaliteit vaak aan de afstandhouder in de spouw. Waar vroeger glimmend aluminium de standaard was, zie je nu steeds vaker 'warm-edge' afstandhouders van kunststof. Deze zwarte of grijze profielen voorkomen een koudebrug aan de randen van het glas, wat condensvorming op de glaslatten minimaliseert. Techniek verstopt in de rand, onzichtbaar voor de leek, maar cruciaal voor de energieprestatie.
NEN 3569 is de norm voor letselveiligheid. Onmisbaar bij glas op lage posities. Beglazing die lager begint dan 85 centimeter vanaf de vloer moet in de regel uitgevoerd worden als veiligheidsglas; gelaagd of gehard om ernstig letsel bij doorvallen te voorkomen. Dit geldt eveneens voor glas in deuren en zijlichten van deuren. Geen uitzonderingen voor dubbelglas.
De technische kwaliteit van de ruit zelf wordt geborgd door de NEN-EN 1279 serie. Deze normering ziet toe op de hermetische afdichting en de duurzaamheid van de randverbinding. Fabrikanten moeten aantonen dat het vochtgehalte in de spouw binnen de perken blijft en dat edelgassen zoals argon niet voortijdig weglekken. De CE-markering op de ruit of de afstandhouder is het bewijs dat het product voldoet aan deze Europese geharmoniseerde productnormen.
De kiem voor het huidige dubbelglas werd al in 1865 gelegd door Thomas Stetson. Hij vroeg een Amerikaans patent aan voor 'insulating glass'. Twee ruiten, gescheiden door een laag lucht. Een revolutionair idee dat destijds de technische infrastructuur miste voor grootschalige toepassing. Pas in de jaren dertig van de twintigste eeuw kwam de commerciële ontwikkeling echt op gang. C.D. Haven ontwikkelde toen het 'Thermopane'-systeem. Deze vroege ruiten hadden vaak nog een gesoldeerde metalen randverbinding om de spouw luchtdicht te houden. Een technisch huzarenstukje, maar zeer kwetsbaar voor thermische spanningen.
Na de Tweede Wereldoorlog versnelde de ontwikkeling door de opkomst van betere afdichtingsmiddelen. De rigide metalen verbindingen maakten plaats voor flexibele organische kitten. Dit loste veel breukproblemen op door temperatuurverschillen op te vangen.
In Nederland bleef enkelglas tot ver in de jaren zeventig de standaard. De energiekosten waren laag; isolatie was een bijzaak. De oliecrisis van 1973 bracht een abrupt einde aan die onbezorgdheid. Energiebesparing werd nationaal beleid. Dit markeerde het omslagpunt voor de bouwsector. Dubbelglas werd niet langer gezien als luxe, maar als noodzakelijke component voor de woningbouw. De eerste generaties standaard dubbelglas hadden nog een spouwvulling van droge lucht. De isolatiewaarde was een sprong vooruit ten opzichte van enkelglas, maar naar huidige maatstaven nog beperkt.
Vanaf de jaren tachtig en negentig volgde de technologische verfijning. De introductie van metaaloxide-coatings (Low-E) en het vervangen van lucht door edelgassen zoals argon transformeerde de ruit tot het huidige hoogrendementsglas. De overgang van de traditionele aluminium afstandhouder naar 'warm-edge' kunststof profielen is een van de recentere stappen in deze evolutie. Elke innovatie was direct gedreven door steeds strenger wordende thermische regelgeving en de noodzaak om koudebruggen aan de glasranden te elimineren.
Rvo | Centraalbeheer | Kennisbank.regionaalenergieloket | 12placedumarche | Tryba