Drijfsteen

Laatst bijgewerkt: 21-01-2026


Definitie

Een lichtgewicht, poreuze bouwsteen vervaardigd uit vulkanisch puimsteengruis gebonden met cement of kalk, die door zijn lage volumegewicht drijft op water.

Omschrijving

Drijfsteen, in de praktijk ook bimsbetonsteen genoemd, is een klassieker in de binnenafbouw. Vooral geliefd om zijn isolerende vermogen. De steen dankt zijn naam letterlijk aan het drijfvermogen; de vele microscopische luchtbellen in het vulkanische bims maken het materiaal vederlicht. In de utiliteitsbouw en woningbouw zie je deze steen terug in niet-dragende scheidingswanden. Het materiaal laat zich gewillig bewerken. Zagen, frezen of spijkeren gaat zonder veel weerstand. Dat maakt het een favoriet voor installateurs die leidingwerk moeten wegwerken. Toch is het geen universele bouwsteen. De poreuze structuur werkt als een spons. Voor buitengebruik of vochtige kelders is drijfsteen ongeschikt. Zonder een goede afwerking met pleisterwerk blijft de muur kwetsbaar voor mechanische beschadigingen en vochtopname. De densiteit schommelt meestal tussen de 600 en 900 kg/m³.

Toepassing en uitvoering

De verwerking van drijfsteen vindt doorgaans plaats tijdens de afbouwfase, waarbij de blokken handmatig worden verwerkt tot niet-dragende binnenwanden. Men plaatst de stenen in een traditioneel metselverband. Cementmortel of een basismortel vormt hierbij de verbinding in zowel de lint- als stootvoegen. Vanwege de celstructuur van het vulkanische aggregaat vertoont het materiaal een sterke zuiging. Dit resulteert in een snelle onttrekking van aanmaakwater aan de mortel, wat de initiële hechting versnelt.

Het realiseren van sparingen geschiedt door verspaning. Omdat de matrix van bimsbeton relatief zacht is, laten sleuven voor leidingwerk en gaten voor contactdozen zich zonder zwaar materieel aanbrengen. Dit gebeurt vaak met handzagen of lichte freesmachines. Het materiaal splintert hierbij op karakteristieke wijze. In de praktijk worden de wanden na montage constructief verbonden met de omliggende bouwdelen, bijvoorbeeld via lijmkoppelstrips of door vertanding in het omliggende metselwerk.

De wand is pas voltooid na een volledige oppervlaktebehandeling. Een raaplaag of stucwerk is noodzakelijk. Deze laag dient niet alleen voor de esthetiek, maar fungeert als een mechanische bescherming en luchtdichte afsluiting van de poreuze kern. Zonder deze afwerking blijft de wand gevoelig voor puntbelastingen en is de geluidsisolatie, ondanks de interne luchtbellen, beperkt door de open poriënstructuur aan de buitenzijde.


Verschijningsvormen en verwante materialen

Drijfsteen is niet één enkel product. Hoewel de term vaak verwijst naar de traditionele grijze blokken, maken vakmensen een essentieel onderscheid tussen de massieve variant en de sporadisch voorkomende holle bouwsteen die vooral in oudere constructies opduikt. Grijs, licht en brokkelig. Zo herken je de steen direct. In de dagelijkse bouwpraktijk kom je hoofdzakelijk de massieve drijfsteen tegen omdat deze blokken een constante basis bieden voor freeswerk en een betere geluidsisolatie garanderen dan hun holle tegenhangers.

Het onderscheid met cellenbeton

Verwarring tussen drijfsteen en cellenbeton komt veel voor, maar het zijn totaal verschillende producten. Waar cellenbeton een industrieel vervaardigd product is op basis van kalk, zand en een gasvormend middel, vertrouwt drijfsteen op de natuurlijke porositeit van bims. Drijfsteen is herkenbaar aan de grijze, korrelige textuur en de zichtbare fragmenten vulkanisch puimsteen; cellenbeton is witter, egaler en lichter van structuur. De verwerkingsmethode verschilt fundamenteel: cellenbeton wordt meestal verlijmd met dunbedmortel, terwijl drijfsteen traditioneel wordt gemetseld met een relatief dikke mortelvoeg om de maatafwijkingen van de natuurlijke grondstof op te vangen.

Maatvoeringen en benamingen

De termen bimssteen, bimsbetonsteen en drijfsteen worden in de keet vaak door elkaar gebruikt, maar technisch gezien is drijfsteen de specifieke benaming voor de steen die daadwerkelijk een lager volumegewicht heeft dan water. De stenen verschijnen in diverse gedaanten op de bouwplaats. De meest gangbare vormen zijn:

  • Blokformaat: De standaard voor scheidingswanden met diktes variërend tussen de 50 en 100 mm, waarbij de grote afmetingen zorgen voor een snelle meterproductie.
  • Metselformaat: Kleiner van stuk en vergelijkbaar met waalformaat, tegenwoordig vooral een nicheproduct voor restauratiewerk of het opvullen van nissen in historisch metselwerk.

Het aggregaat bepaalt de klasse. Grove bims zorgt voor een vederlichte steen met een ruw oppervlak, ideaal voor een sterke aanhechting van stucwerk. Fijne bims resulteert in een dichtere matrix die minder zuigend is, maar weer zwaarder op de troffel ligt. Een subtiel verschil dat voor de verwerker het onderscheid maakt tussen een soepele dag of een fysiek zware klus.


Drijfsteen in de praktijk

Stel je een renovatie voor in een oude bovenwoning met een houten balklaag. De constructie is fragiel. Een zware kalkzandsteenwand zou de vloer laten doorbuigen, maar er moet wel een scheiding komen tussen de overloop en de nieuwe badkamer. Hier pak je drijfsteen. Je tilt drie blokken tegelijk de trap op zonder buiten adem te raken. Met een simpele handzaag kort je de blokken in op de juiste maat; het materiaal geeft nauwelijks weerstand en produceert een grof, grijs stof dat niet zo verwaait als cellenbetonstof. De wand staat in een ochtend.

De installateur aan het werk

Leidingwerk wegwerken is in veel materialen een strafwerk. Niet bij bims. De elektricien zet zijn freesmachine op de wand en de sleuven vallen er bijna vanzelf in. Geen vonken. Geen oververhitte diamantschijven. Zelfs met een eenvoudige hamer en beitel hak je zonder veel kracht de diepe gaten voor de inbouwdozen uit. Het materiaal brokkelt op een voorspelbare manier af langs de randen van de korrels. Een schroef of spijker voor een plint? Die sla je er direct in. De poriënstructuur klemt de nagel vast zonder dat er een plug aan te pas komt, mits de belasting beperkt blijft.

Herkenning bij sloopwerk

Tijdens een inspectie in een jaren '50 kantoorpand tref je een wand aan die hol klinkt, maar wel massief oogt. Je tikt met de achterkant van een schroevendraaier tegen het stucwerk. Een doffe plof volgt. Na het wegsteken van een stukje pleisterwerk komt de grijze, korrelige structuur bloot te liggen. De zwarte bims-korrels zijn duidelijk zichtbaar tussen de grijze cementmatrix. Pak een los brokstuk op en gooi het in een emmer water; het blijft drijven. Direct weet je dat dit geen dragende muur is, maar een vederlichte scheidingswand die je zonder zwaar materieel kunt verwijderen.


Normering en prestatie-eisen

Productnormen en CE-markering

Drijfsteen valt onder de categorie betonstenen met lichte toeslagmaterialen. De relevante productnorm is NEN-EN 771-3. Deze Europese standaard legt de specificaties vast voor metselstenen van beton. Fabrikanten moeten een prestatieverklaring, de zogenaamde Declaration of Performance (DoP), overleggen. Hierin staan essentiële kenmerken zoals druksterkte, maattoleranties en het volumegewicht. Zonder CE-markering mag de steen niet worden verhandeld voor constructieve toepassingen in de Europese Unie.

Brandveiligheid volgens het BBL

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn strikte eisen geformuleerd voor de brandveiligheid van bouwdelen. Drijfsteen scoort hier uitstekend. Het materiaal is onbrandbaar. Het wordt geclassificeerd in Euroklasse A1. Dit betekent dat de steen niet bijdraagt aan de brandvoortplanting en geen rook of brandende druppels vormt. Voor brandcompartimentering is de dikte van de wand in combinatie met de afwerking bepalend voor de brandwerendheid in minuten (WBDBO).


Geluidsisolatie en constructieve beperkingen

Massa is cruciaal voor geluidsisolatie. Hier botst de praktijk met de regelgeving. Het BBL stelt eisen aan de luchtgeluidisolatie tussen verblijfsruimten. Drijfsteen is licht. De lage dichtheid zorgt ervoor dat een enkelvoudige wand van 70 of 100 mm vaak niet voldoet aan de eisen voor woningscheidende constructies. Aanvullende maatregelen zijn dan noodzakelijk. Denk aan een spouwconstructie of het toevoegen van massa door dikke stuclagen.

Constructief gezien is drijfsteen beperkt. Het mag doorgaans niet worden toegepast in dragende wanden van meerdere verdiepingen zonder specifieke constructieve berekening conform NEN-EN 1996 (Eurocode 6). De druksterkte is simpelweg te gering voor zware lijnlasten uit betonvloeren.


Arbeidsomstandigheden en milieu

Stof is een risico. Bij het zagen en frezen van bimsbeton komt fijnstof vrij. De Arbowetgeving verplicht werkgevers om de blootstelling aan kwartsstof tot een minimum te beperken. Hoewel het kwartsgehalte in natuurlijk bims vaak lager is dan in kalkzandsteen, blijft bronafzuiging op gereedschap verplicht. Een stofzuiger van klasse M is hierbij de norm op de bouwplaats.

  • Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bij verspanende bewerkingen.
  • Verplichte inzet van waterverneveling of afzuiging bij machinaal frezen.
  • Regels voor handmatig tillen conform de NIOSH-methode blijven van kracht, ondanks het lage gewicht per blok.

Historische ontwikkeling van de drijfsteen

Het begon in de Eifel. Vulkanische as koelde af tot poreus puimsteen en de Romeinen begrepen de waarde daarvan al snel. Zij pasten het lichte aggregaat toe in de enorme koepel van het Pantheon; gewichtsbesparing was destijds al de drijvende kracht achter technische innovatie. Eeuwenlang bleef het materiaal echter een lokaal fenomeen in het Duitse Rijnland. Pas rond 1845 transformeerde de kleinschalige winning in een industrieel proces in het Neuwieder Becken nabij Koblenz. Handmatige productie maakte plaats voor gestandaardiseerde mallen. De 'Schwemmstein' was geboren.

De Nederlandse bouwsector omarmde het product pas echt tijdens de wederopbouw na 1945. Een schreeuwend tekort aan bouwmaterialen. Een enorme woningbehoefte. Drijfsteen bood de oplossing voor de snelle realisatie van niet-dragende binnenwanden. Vooral bij renovaties van negentiende-eeuwse stadspanden bleek de steen cruciaal. Houten vloeren die te zwak waren voor zware baksteen, droegen de lichte bimsblokken probleemloos. Geen complexe funderingsaanpassingen. Gewoon metselen op de bestaande balklaag. Een revolutie in efficiëntie voor de toenmalige aannemerij.

  • 1845: Start van de eerste industriële bimssteenfabrieken in Duitsland.
  • 1900-1940: Incidenteel gebruik in Nederland, vaak beperkt tot utiliteitsbouw.
  • Na 1945: Massale import en toepassing in de Nederlandse woningbouw voor binnenmuren.
  • Jaren '60: Overgang van kalk- naar cementgebonden varianten voor hogere druksterkte.

In de jaren zeventig en tachtig veranderde het speelveld door de opkomst van cellenbeton en gipsblokken. Deze materialen boden een hogere maatvastheid. Drijfsteen verloor terrein in de nieuwbouw, maar bleef een vaste waarde in de renovatiesector. De winning van bims in het Rijnland staat tegenwoordig onder strikte ecologische controle, waardoor het materiaal nu vaker als een technisch nicheproduct wordt gezien dan als het bulkproduct dat het ooit was tijdens de wederopbouw.


Vergelijkbare termen

cellenbeton | Puimsteen

Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Joostdevree