De vaststelling van de draairichting geschiedt steevast vanaf de zijde waar de scharnierknopen of paumelles zichtbaar in het zicht hangen. Men kijkt simpelweg naar het vlak dat naar de persoon toe beweegt. Deze visuele actie vormt de kern van de hele werkvoorbereiding. Het bepaalt waar de freesmachine de uitsparingen voor de scharnieren in het kozijn plaatst en aan welke kant de slotkast in de deur moet komen. Bij een linksdraaiende variant bevinden de draaipunten zich aan de linkerhand, terwijl de sluitzijde rechts wordt gesitueerd. Op bouwkundige tekeningen ziet men vaak een kwartcirkel die de uitslag van het element in de ruimte markeert, handig voor het plannen van de inrichting en looproutes. Geen ruimte voor interpretatie. De monteur controleert de positie, lijnt het beslag uit en bevestigt de scharnieren volgens de DIN-richtlijn. De dagschoot moet immers soepel in de sluitplaat vallen zonder dat het beslag omgedraaid hoeft te worden. Snel en foutloos werken vereist deze vaste kijkhoek.
In de professionele werkvoorbereiding volstaat de term 'links' of 'rechts' vaak niet; men hanteert daar de specifieke DIN-nummering om vergissingen met de draaiwijze uit te sluiten. Deze systematiek verdeelt draairichtingen in vier categorieën. DIN 1 staat voor een linksbinnendraaiende deur. DIN 2 is de aanduiding voor rechtsbinnendraaiend. Zodra een element naar buiten toe openslaat, zoals gebruikelijk bij nooduitgangen of achterdeuren, verspringen de codes naar DIN 3 voor links en DIN 4 voor rechts. Scharnieren bepalen hierbij alles. Een slot dat ontworpen is voor DIN 1 zal bij een DIN 4 situatie niet direct passen omdat de dagschoot dan tegen de verkeerde zijde van het kozijn slaat. Omdraaien kan vaak, maar niet altijd. Voorkom faalkosten door deze codering direct op de stuklijst te vermelden.
Niet elk beweegbaar deel valt onder de standaard DIN-normering. Taatsdeuren vormen een interessante uitzondering. Omdat de draaipunten zich aan de boven- en onderzijde bevinden — vaak uit de hoek geplaatst — is de klassieke benadering van scharnierknopen niet van toepassing. Toch is de draairichting hier essentieel voor de positionering van de vloerveer. En dan zijn er nog de pendeldeuren. Doordraaiers. Deze hebben geen vaste aanslag en zwaaien naar beide zijden open, waardoor de term draairichting technisch gezien vervalt en plaatsmaakt voor een nulpuntinstelling. Verwar de draairichting van een deur ook nooit met de schuifrichting van een schuifpui. Totaal andere mechanica. Bij renovaties van monumentale panden kom je soms de 'Hollandse' methode tegen; men keek vroeger vanaf de kant waar de deur van je áf bewoog. Kijk uit. Dat is de omgekeerde wereld vergeleken met de huidige standaarden.
In de dagelijkse bouwpraktijk voorkomt een eenduidige draairichting kostbare fouten tijdens de montage en afbouw. Het bepaalt niet alleen hoe een deur beweegt, maar ook de logica van de rest van de ruimte.
Kijk altijd naar de zichtbare scharnierknopen. Trek de deur naar je toe. Zitten ze links? Dan is het links. Zitten ze rechts? Dan is het rechts. Geen ruimte voor interpretatie op de werkvloer.
Normen scheppen orde. In de Nederlandse bouwsector is de NEN 270 de leidende standaard voor het bepalen van de draairichting, een norm die nagenoeg identiek is aan de Duitse DIN 107. Deze uniformiteit voorkomt dat een timmerman een kozijn verkeerd om plaatst omdat de tekening van de architect anders gelezen wordt dan de bestellijst van de leverancier. Eenduidigheid troef. Het gaat hierbij niet alleen om gemak, maar om het uitsluiten van faalkosten in de keten. Een deur die verkeerd besteld is, past simpelweg niet in het logistieke proces van de prefab-industrie.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) kijkt met een andere blik naar de draairichting, vooral vanuit het perspectief van brandveiligheid en ontruiming. Vluchtdeuren. Een essentieel punt. Wanneer een ruimte bestemd is voor een aanzienlijk aantal personen, dwingt de wetgeving vaak af dat deuren in de vluchtrichting meedraaien. Ze moeten naar buiten openslaan. Geen discussie mogelijk. Een binnendraaiende deur in een drukke verzamelruimte is bij een calamiteit een dodelijke blokkade. De draairichting transformeert hier van een esthetische keuze naar een kritiek veiligheidsinstrument. Daarnaast stelt de NEN 5089 indirect eisen aan de draairichting via de inbraakwerendheidsklasse (SKG). De positie van de scharnieren ten opzichte van de aanvalszijde bepaalt immers welke aanvullende beveiligingsmaatregelen, zoals dievenklauwen, noodzakelijk zijn om aan het Bouwbesluit te voldoen.
Vroeger heerste de willekeur op de bouwplaats. Elke regio en elk gilde hanteerde eigen regels voor het bepalen van de draairichting. In Nederland domineerde decennialang de 'Hollandse methode'. Men keek naar de deur vanaf de zijde waar deze van de persoon af bewoog; de duwzijde was leidend voor de benaming. Onhandig bleek dat later. Met de opkomst van de grootschalige industrie en de dominantie van Duitse slotenfabrikanten ontstond er een onhoudbare frictie tussen lokale traditie en internationale standaardisatie. De Duitse DIN-normering won terrein. Logisch ook. De scharnierzijde werd het nieuwe ijkpunt. De vakman moest voortaan kijken naar de kant waar de deur naar hem toe bewoog. Deze verschuiving naar DIN 107, en later de Nederlandse vertaling in NEN 270, was een technische revolutie in alle stilte.
Geen misverstanden meer bij het inkrozen van kozijnen in de fabriek. De harmonisatie van de Europese bouwmarkt in de tweede helft van de twintigste eeuw bezegelde het lot van de Hollandse methode definitief. Efficiëntie in de keten vereiste één taal. Vandaag de dag is de historische methode enkel nog een struikelblok bij complexe renovaties van monumenten. Daar waar oude bouwtekeningen de huidige logica nog wel eens tarten. Wie nu een slot bestelt voor een historisch pand, moet extra alert zijn op deze oude leeswijze om te voorkomen dat de dagschoot de verkeerde kant op wijst. De transitie naar de huidige systematiek heeft de foutmarge in de moderne woningbouw nagenoeg geëlimineerd.