Draadklem

Laatst bijgewerkt: 21-01-2026


Definitie

Een mechanisch component voor het vastzetten, verbinden of lussen van staalkabels en elektrische geleiders.

Omschrijving

De draadklem is een essentieel hulpmiddel dat in de bouw twee gezichten heeft: de zware staalkabelklem voor constructieve doeleinden en de lasklem voor elektrische installaties. In de ruwbouw worden ze ingezet om lussen te vormen in staaldraden voor tijdelijke afschoringen of hijsconstructies, waarbij mechanische klemkracht de kabel op zijn plek houdt. In de afbouwfase en E-installatie zorgt de draadklem voor een veilige overgang tussen koperdraden in lasdozen en verdeelinrichtingen. De materiaalkeuze varieert van verzinkt staal en rvs voor buitenwerk tot vlamvertragend kunststof voor binnenshuis. Zonder de juiste klem is een kabelverbinding onbetrouwbaar en potentieel gevaarlijk.

Toepassing en mechanische werking

De mechanische verbinding via een draadklem manifesteert zich primair door gecontroleerde compressie. Bij staalkabelconstructies wordt het uiteinde van de kabel teruggeslagen om een lus te vormen, waarbij vaak een metalen kous wordt ingelegd om de draadkern tegen knikken en insnijden te beschermen. De zadelhelft van de klem wordt op het belaste deel van de kabel geplaatst. De U-bout omsluit het loze uiteinde. Moeren klemmen de delen vast. Door meerdere klemmen op gestandaardiseerde afstanden achter elkaar te positioneren, wordt de optredende trekkracht stapsgewijs overgedragen van het actieve kabeldeel naar de lus. Dit proces transformeert een lineaire draad in een functioneel hijs- of ankermiddel.

In de installatietechniek verloopt de uitvoering via insteek- of schroefmechanismen in een isolerende behuizing. Geleiders worden in de daarvoor bestemde klemkamers geduwd tot aan de interne aanslag. Binnenin oefent een verende metalen lip constante druk uit op de koperkern. Dit waarborgt een optimaal contactoppervlak en een lage overgangsweerstand. Bij schroefklemmen wordt deze druk handmatig gegenereerd door een bout die de geleider tegen een stroomrail perst, wat resulteert in een onwrikbaar knooppunt binnen verdeelinrichtingen of lasdozen. De klemkracht neutraliseert hierbij de effecten van mechanische trillingen en thermische uitzetting van het materiaal.


Mechanische staalkabelklemmen en hun varianten

Verschijningsvormen in de staalbouw

De klassieke beugelklem voert de boventoon bij tijdelijke constructies. Men noemt ze in de werkplaats vaak draadzadels of simpelweg 'ezeltjes'. Ze bestaan uit een U-bout, een zadel en twee moeren. Eenvoudig maar doeltreffend. Voor permanente verbindingen die een hoge treksterkte vereisen en die niet meer losgenomen hoeven te worden, zijn er persklemmen, in de volksmond Talurit-klemmen genoemd. Deze klemmen zijn meestal van aluminium of koper en worden met een hydraulische pers onlosmakelijk om de kabel geperst.

Simplex- en duplexklemmen vormen een esthetisch alternatief voor dunnere draden waarbij de kabel tussen een geprofileerd plaatje en een boutje wordt geklemd, wat een veel minder opvallende verbinding oplevert dan de grove U-boutvarianten die we kennen van het zware hijswerk. De grip verschilt. Waar een simplexklem met één bout werkt, verdubbelt de duplexklem de klemkracht door twee bevestigingspunten. Voor rvs-toepassingen in de jachtbouw of bij balustrades worden vaak eivormige klemmen of cilindrische klemmen gebruikt; deze zijn gladder en voorkomen dat kleding of huid achter uitstekende bouten blijft haken.


Elektrotechnische verbinders en onderscheid

Lasklemmen en installatievarianten

In de elektrotechniek is de term draadklem bijna synoniem geworden met de lasklem. De traditionele schroefklemmen, oftewel kroonsteentjes, kom je steeds minder tegen in de moderne woningbouw omdat ze de koperkern kunnen beschadigen bij te strak aandraaien. De moderne installateur kiest massaal voor steekklemmen. Sneller. Veiliger. Voor soepele bedrading zijn er varianten met bedieningshendels ontwikkeld. Hiermee voorkom je dat fragiele koperen aders afbreken tijdens het invoeren.

Rijgklemmen vormen een aparte categorie binnen verdeelinrichtingen. Ze worden op een DIN-rail geklikt en fungeren als brug tussen de interne bedrading van een kast en de externe kabels naar de verbruikers. Er is ook nog de aardklem. Deze is vaak robuuster en uitgevoerd in ongecoat messing of gegalvaniseerd staal om een optimale geleiding naar de aardelektrode te waarborgen. Pas op dat je een mechanische kabelklem voor constructiedraad niet verwart met een IDC-connector (Insulation-Displacement Contact) voor data; die laatste snijdt door de isolatie heen in plaats van de draad vast te klemmen.


Draadklemmen in de praktijk

De steigerbouwer spant een staalkabel voor extra stabiliteit. Hij plaatst drie draadzadels achter elkaar op het uiteinde. Altijd met de zadelhelft op het trekkende deel van de kabel om insnoering te voorkomen. De moeren glimmen in de regen. Een onwrikbaar ankerpunt is het resultaat.

Boven een systeemplafond in een kantoorpand vind je de lasklemmen terug. Een installateur verbindt fasedraden in een centraaldoos. Hij gebruikt klemmen met oranje bedieningshendels voor de soepele bedrading van de armaturen. Geen schroevendraaier nodig. De verbinding klikt vast en is direct bestand tegen de trillingen van de luchtbehandelingskast.

Bij de montage van een roestvaststalen balustrade langs een trap zie je de duplexklem in actie. Twee kleine boutjes op een metalen plaatje houden de dunne kabel strak. Het oogt minimalistisch. Geen uitstekende delen waar passanten met hun kleding achter blijven haken. Hier ontmoet constructieve veiligheid de esthetiek van de afbouw.

In de meterkast vormen rijgklemmen op een DIN-rail een strakke, geordende rij. Elke draad heeft zijn eigen genummerde plek. Het is het zenuwcentrum van de installatie waar mechanische klemkracht zorgt voor een lage overgangsweerstand en brandveiligheid.


Normering voor staalkabelverbindingen

Veiligheid is geen suggestie. In de constructieve sector is de NEN-EN 13411-5 de leidende norm voor draadklemmen met U-bouten. Deze norm specificeert niet alleen de materiaaleisen, maar ook de exacte montagevoorschriften. Het aantal benodigde klemmen en de onderlinge afstand zijn direct gekoppeld aan de kabeldiameter. Een foutieve montage, waarbij de beugel op het dragende deel van de kabel drukt, is volgens deze richtlijnen onacceptabel. Dit vermindert de breekkracht van de verbinding drastisch.

Voor hijstoepassingen gelden nog striktere kaders. De Machinerichtlijn (2006/42/EG) verbiedt vaak het gebruik van demonteerbare draadklemmen als primaire eindbevestiging bij permanent hijswerk. In die gevallen schrijft de regelgeving geperste verbindingen voor conform NEN-EN 13411-3. Keuringsinstanties controleren hier scherp op tijdens de periodieke EKH-inspecties. Gebruik je ze toch voor hijsen? Dan moet de veiligheidsfactor vaak minimaal vijf zijn. Dat is een harde eis. Geen discussie mogelijk.


Elektrotechnische voorschriften en brandveiligheid

In de installatietechniek vormt de NEN 1010 het fundament voor elke veilige verbinding. Draadklemmen, of ze nu in een lasdoos of verdeelkast zitten, moeten voldoen aan de NEN-EN-IEC 60998. Deze norm test de klemmen op mechanische sterkte, isolatieweerstand en vooral thermische stabiliteit. Een klem mag onder belasting niet zover opwarmen dat de behuizing vervormt. Brandgevaar loert altijd bij een loszittend contact.

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt daarnaast eisen aan de brandbaarheid van materialen in vluchtwegen. Hierdoor moeten lasklemmen vaak zelfdovend zijn. Ook de toegankelijkheid is wettelijk geregeld. Verbindingen gemaakt met schroefklemmen of steekklemmen moeten in principe bereikbaar blijven voor inspectie en onderhoud. Alleen onlosmakelijke verbindingen, zoals krimphulzen die met een specifieke perstang zijn aangebracht, mogen achter stucwerk of in onbereikbare holle wanden verdwijnen. Certificeringen zoals KEMA-KEUR of VDE op de draadklem zijn in de Nederlandse praktijk de standaard om aan te tonen dat het component voldoet aan de Europese laagspanningsrichtlijn.


Ontwikkeling van handwerk naar mechanische standaard

De evolutie van de draadklem weerspiegelt de fundamentele verschuiving van ambachtelijk handwerk naar industriële standaardisatie. Voor de opkomst van mechanische klemmen was het splitsen van staalkabels de enige methode om lussen te vormen. Tijdrovend vakmanschap. Met de massale productie van staaldraad in de 19e eeuw groeide de behoefte aan snellere borgingstechnieken voor de scheepvaart en mijnbouw. De introductie van de beugelklem met U-bout, aan het eind van de 19e eeuw, verving het complexe vlechtwerk door een eenvoudige schroefverbinding. Efficiëntie werd de nieuwe norm.

In de elektrotechniek verliep de ontwikkeling nog drastischer. Vroege installaties vertrouwden op het handmatig in elkaar draaien van aders. Vaak afgewerkt met soldeer en isolatietape. Onveilig bij warmteontwikkeling. De overgang naar porseleinen klemblokken halverwege de 20e eeuw markeerde de eerste stap richting brandveiligheid. Later volgde de introductie van thermoplastische schroefklemmen, het bekende kroonsteentje. De grootste technische sprong vond echter plaats in de jaren 70 met de uitvinding van de veerverbindingstechniek. Dit elimineerde de menselijke foutmarge bij het aandraaien van schroeven. Een constante klemkracht werd hiermee onafhankelijk van de monteur. Van statische schroefverbinding naar dynamische veertechniek.


Vergelijkbare termen

Kabelgeleider

Gebruikte bronnen: