DPC-folie

Laatst bijgewerkt: 21-01-2026


Definitie

DPC-folie (Damp Proof Course) is een waterkerende en dampdichte polyethyleen folie die wordt ingezet om optrekkend of doorslaand vocht binnen bouwconstructies te blokkeren.

Omschrijving

Vocht is de vijand van elk duurzaam bouwwerk en DPC-folie vormt de fysieke scheiding tussen vochtige elementen en de rest van de constructie. Je vindt deze zwarte, gewafelde stroken terug op kritieke overgangen zoals tussen de fundering en het opgaande metselwerk of bij de aansluiting van kozijnen op de spouwmuur. De karakteristieke wafelstructuur is er niet voor de sier; het zorgt ervoor dat de metselspecie grip krijgt op het anders gladde kunststof, waardoor verschuivingen in het metselwerk worden voorkomen. Zuren uit de grond of alkaliën uit vers beton tasten het materiaal niet aan. Het rot niet. Het blijft decennialang zijn werk doen, mits de verwerker de folie niet beschadigt tijdens de ruwbouw. Vaak zie je rollen van uiteenlopende breedtes op de steiger liggen, van 100 mm voor smalle regels tot 600 mm of breder voor complexe spouwdetails.

Toepassing in de praktijk

De verwerking van DPC-folie op de bouwplaats is een kwestie van strategische positionering en mechanische opsluiting. Rollen gaan open. Bij de aanzet van het metselwerk op de fundering wordt de folie direct in de mortel gedrukt, waarbij het gewicht van de opvolgende steenlagen de definitieve fixatie vormt, een proces dat uiterste precisie vereist om te voorkomen dat de waterkerende laag tijdens het metselen verschuift of scheurt. Overlap is heilig. Bij het verlengen van de stroken of bij hoekaansluitingen worden de delen ruim over elkaar heen gelegd om capillaire werking van vocht te elimineren.

Rondom gevelopeningen zoals kozijnen vindt de montage vaak verticaal of in een z-vormige configuratie plaats. Hierbij wordt de folie veelal met nieten aan het stelkozijn bevestigd voordat het buitenblad wordt opgetrokken. In de spouwmuur fungeert de folie als een glijbaan voor inwendige condensatie; de stroken worden onder een lichte helling geplaatst zodat water onherroepelijk naar de open stootvoegen wordt gedreven. De karakteristieke wafelstructuur van de polyethyleen grijpt zich vast in de specie. Geen lijm. Geen chemische hechting. Puur fysieke barrières die door de stapeling van bouwmaterialen op hun plek worden gehouden terwijl de bouw vordert.

Varianten en materiaalspecifieke verschillen

Dikte en profilering

Niet elke rol zwart plastic op de bouwplaats is identiek. De variatie in DPC-folie zit voornamelijk in de dikte en de intensiteit van de profilering. De standaarddikte van 0,3 mm wordt het meest toegepast in de reguliere woningbouw. Voor projecten met een hogere mechanische belasting of in de utiliteitsbouw wordt vaak gekozen voor de 0,5 mm variant. Deze dikkere folie biedt meer weerstand tegen scheuren wanneer er zware prefab elementen op worden geplaatst. De wafelstructuur is essentieel. Gladde folies bestaan ook, maar deze zijn ongeschikt voor verwerking in mortelbedden omdat de noodzakelijke fysieke hechting met de metselspecie ontbreekt.

Zelfklevende uitvoeringen

Naast de standaard rollen die mechanisch of door het gewicht van de constructie op hun plek blijven, zijn er zelfklevende DPC-varianten. Deze worden vaak ingezet bij houtskeletbouw. De kleeflaag zorgt voor een directe fixatie op houten regels of plaatmaterialen, wat de montage bij verticale toepassingen rondom kozijnen aanzienlijk versnelt. Het elimineert de noodzaak voor talloze nietjes die de folie onnodig perforeren.

Onderscheid met EPDM en lood

DPC-folie wordt vaak verward met EPDM-stroken of ouderwets bladlood. Het verschil is fundamenteel. Waar DPC van polyethyleen (PE) is gemaakt, bestaat EPDM uit synthetisch rubber. EPDM is veel elastischer en, cruciaal, UV-bestendig. DPC-folie kan niet tegen zonlicht. Wordt de folie blootgesteld aan UV-straling, dan treedt er na verloop van tijd degradatie en brosheid op. Waar lood vroeger de standaard was voor waterkeringen boven kozijnen, heeft DPC dit in de moderne bouw grotendeels overgenomen vanwege de lagere kosten en het verwerkingsgemak. In monumentale restauraties blijft lood echter de voorkeur houden vanwege de esthetiek en de extreme levensduur.

  • DPC 0,3 mm: Standaard woningbouw, lichte belasting.
  • DPC 0,5 mm: Heavy duty, zand-cement dekvloeren, utiliteitsbouw.
  • Zelfklevende DPC: Specifiek voor luchtdichte aansluitingen en snelle montage op hout.

Praktijksituaties en toepassingen

De eerste steenlaag op een kletsnatte betonvloer. De metselaar rolt een strook van 30 centimeter breed uit over de funderingsbalk en drukt de mortel direct op de gewafelde structuur; hiermee is de barrière tegen optrekkend grondwater een feit. Geen vochtplekken meer onderaan de binnenmuur na de oplevering.

Een stelkozijn voor een raampartij aan de regenzijde van de woning. De timmerman bevestigt de folie verticaal in een Z-vorm. De strook overlapt de sponning ruim, zodat water dat door de buitenmuur dringt onherroepelijk op het polyethyleen stuit. Het vocht loopt via de spouw naar de open stootvoegen onderaan de gevel. Simpel. Doeltreffend.

Houten staanders van een overkapping die op betonpoeren rusten. Om te voorkomen dat houtrot ontstaat door direct contact met het beton, wordt een vierkant stukje DPC-folie tussen de kop van de paal en de poer geplaatst. De folie blijft nagenoeg onzichtbaar onder de paalhouder maar is cruciaal voor de levensduur van het hout. Het voorkomt dat de paal zich als een spons volzuigt met vocht uit de fundering.

Binnenwanden in een garage of berging. Bij de aanzet van kalkzandsteen elementen op de ruwe vloer zorgt een doorlopende folielaag ervoor dat bouwvocht of eventueel doorslaand water vanuit de vloerplaat niet in het poreuze materiaal trekt. Een kleine handeling tijdens de ruwbouw die grote schade aan stucwerk voorkomt.


Wet- en regelgeving rondom vochtwering

Regels zijn er niet voor niets. In de Nederlandse bouw draait de juridische kern om het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), de opvolger van het Bouwbesluit. Dit besluit schrijft weliswaar geen specifieke merknamen of materialen voor, maar stelt onverbiddelijke prestatie-eisen aan de waterdichtheid van de gebouwschil en de wering van vocht vanuit de grond. DPC-folie vormt in de praktijk de brug tussen deze abstracte wetgeving en de fysieke realiteit op de bouwplaats. Voldoet een detail niet aan de eisen voor vochtwering? Dan is het bouwwerk simpelweg niet conform de wet. Geen discussie mogelijk.

De technische kwaliteit van de folie zelf is vastgelegd in de Europese norm NEN-EN 13967. Deze geharmoniseerde norm stelt eisen aan flexibele banen voor waterafdichtingen, specifiek voor kunststof en rubber dampdichte lagen. Fabrikanten moeten aantonen dat hun DPC-folie bestand is tegen:

  • Chemische inwerking van zuren uit de bodem
  • Alkaliën uit vers beton en mortel
  • Mechanische belasting en treksterkte bij verwerking
  • Slagvastheid om scheuren tijdens de ruwbouw te voorkomen

Je kijkt naar de CE-markering op de rol; die is essentieel voor de kwaliteitsborging onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Daarnaast speelt NEN 2778 een grote rol in de engineeringfase. Deze norm beschrijft de methoden om de waterdichtheid van een constructie te bepalen. De positie van de DPC-folie in een spouwmuur of bij een kozijnaansluiting is direct herleidbaar naar de berekeningen die volgens deze norm worden uitgevoerd. De wet eist een resultaat, de norm biedt het kader, en de folie is het instrument om de schadelijke capillaire werking te stoppen. Zonder juiste toepassing faalt de constructie op papier én in de praktijk.


Historische ontwikkeling van vochtkeringen

Vóór de grootschalige introductie van polymeren in de bouwsector vormden lood, leisteen of bitumineuze viltbanen de enige barrière tegen capillair vocht. Effectief maar zwaar. Arbeidsintensief bovendien. De naoorlogse jaren dwongen de sector tot radicale efficiëntie en materiaalinnovatie. Polyethyleen (PE) bood de uitkomst; het was chemisch inert, goedkoop en ongevoelig voor micro-organismen die natuurlijke materialen aantastten. De eerste generaties PE-folies waren echter volkomen glad. Dit veroorzaakte stabiliteitsproblemen in het metselwerk. De specie hechtte niet. Constructies konden letterlijk van de fundering schuiven bij zijdelingse belasting.

De introductie van de kenmerkende wafelstructuur markeerde de belangrijkste technische evolutie van de DPC-folie. Deze profilering was geen esthetische keuze maar een pure noodzaak om mechanische vertanding met de mortel te forceren. In de jaren '70 en '80 werd DPC de onbetwiste standaard in de Nederlandse woningbouw, waarbij het de traditionele bitumineuze lagen bijna volledig verdrong uit de spouwmuurdetails. De transitie van lood naar kunststof was hiermee voltooid. Tegenwoordig verschuift de focus van enkel waterkering naar integrale luchtdichtheid, waarbij de klassieke DPC steeds vaker wordt gecombineerd met of vervangen door systeemgebonden membranen en zelfklevende butylstroken om aan de strengere BENG-eisen te voldoen.

Vergelijkbare termen

Fundering | Latei | Spouwmuur | dampscherm

Gebruikte bronnen: