Niet elke rol zwart plastic op de bouwplaats is identiek. De variatie in DPC-folie zit voornamelijk in de dikte en de intensiteit van de profilering. De standaarddikte van 0,3 mm wordt het meest toegepast in de reguliere woningbouw. Voor projecten met een hogere mechanische belasting of in de utiliteitsbouw wordt vaak gekozen voor de 0,5 mm variant. Deze dikkere folie biedt meer weerstand tegen scheuren wanneer er zware prefab elementen op worden geplaatst. De wafelstructuur is essentieel. Gladde folies bestaan ook, maar deze zijn ongeschikt voor verwerking in mortelbedden omdat de noodzakelijke fysieke hechting met de metselspecie ontbreekt.
Naast de standaard rollen die mechanisch of door het gewicht van de constructie op hun plek blijven, zijn er zelfklevende DPC-varianten. Deze worden vaak ingezet bij houtskeletbouw. De kleeflaag zorgt voor een directe fixatie op houten regels of plaatmaterialen, wat de montage bij verticale toepassingen rondom kozijnen aanzienlijk versnelt. Het elimineert de noodzaak voor talloze nietjes die de folie onnodig perforeren.
DPC-folie wordt vaak verward met EPDM-stroken of ouderwets bladlood. Het verschil is fundamenteel. Waar DPC van polyethyleen (PE) is gemaakt, bestaat EPDM uit synthetisch rubber. EPDM is veel elastischer en, cruciaal, UV-bestendig. DPC-folie kan niet tegen zonlicht. Wordt de folie blootgesteld aan UV-straling, dan treedt er na verloop van tijd degradatie en brosheid op. Waar lood vroeger de standaard was voor waterkeringen boven kozijnen, heeft DPC dit in de moderne bouw grotendeels overgenomen vanwege de lagere kosten en het verwerkingsgemak. In monumentale restauraties blijft lood echter de voorkeur houden vanwege de esthetiek en de extreme levensduur.
De eerste steenlaag op een kletsnatte betonvloer. De metselaar rolt een strook van 30 centimeter breed uit over de funderingsbalk en drukt de mortel direct op de gewafelde structuur; hiermee is de barrière tegen optrekkend grondwater een feit. Geen vochtplekken meer onderaan de binnenmuur na de oplevering.
Een stelkozijn voor een raampartij aan de regenzijde van de woning. De timmerman bevestigt de folie verticaal in een Z-vorm. De strook overlapt de sponning ruim, zodat water dat door de buitenmuur dringt onherroepelijk op het polyethyleen stuit. Het vocht loopt via de spouw naar de open stootvoegen onderaan de gevel. Simpel. Doeltreffend.
Houten staanders van een overkapping die op betonpoeren rusten. Om te voorkomen dat houtrot ontstaat door direct contact met het beton, wordt een vierkant stukje DPC-folie tussen de kop van de paal en de poer geplaatst. De folie blijft nagenoeg onzichtbaar onder de paalhouder maar is cruciaal voor de levensduur van het hout. Het voorkomt dat de paal zich als een spons volzuigt met vocht uit de fundering.
Binnenwanden in een garage of berging. Bij de aanzet van kalkzandsteen elementen op de ruwe vloer zorgt een doorlopende folielaag ervoor dat bouwvocht of eventueel doorslaand water vanuit de vloerplaat niet in het poreuze materiaal trekt. Een kleine handeling tijdens de ruwbouw die grote schade aan stucwerk voorkomt.
Regels zijn er niet voor niets. In de Nederlandse bouw draait de juridische kern om het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), de opvolger van het Bouwbesluit. Dit besluit schrijft weliswaar geen specifieke merknamen of materialen voor, maar stelt onverbiddelijke prestatie-eisen aan de waterdichtheid van de gebouwschil en de wering van vocht vanuit de grond. DPC-folie vormt in de praktijk de brug tussen deze abstracte wetgeving en de fysieke realiteit op de bouwplaats. Voldoet een detail niet aan de eisen voor vochtwering? Dan is het bouwwerk simpelweg niet conform de wet. Geen discussie mogelijk.
De technische kwaliteit van de folie zelf is vastgelegd in de Europese norm NEN-EN 13967. Deze geharmoniseerde norm stelt eisen aan flexibele banen voor waterafdichtingen, specifiek voor kunststof en rubber dampdichte lagen. Fabrikanten moeten aantonen dat hun DPC-folie bestand is tegen:
Je kijkt naar de CE-markering op de rol; die is essentieel voor de kwaliteitsborging onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Daarnaast speelt NEN 2778 een grote rol in de engineeringfase. Deze norm beschrijft de methoden om de waterdichtheid van een constructie te bepalen. De positie van de DPC-folie in een spouwmuur of bij een kozijnaansluiting is direct herleidbaar naar de berekeningen die volgens deze norm worden uitgevoerd. De wet eist een resultaat, de norm biedt het kader, en de folie is het instrument om de schadelijke capillaire werking te stoppen. Zonder juiste toepassing faalt de constructie op papier én in de praktijk.
Joostdevree | Bouwbestel | Morgofolietechniek | Houthandelvandeuveren