De uitvoering begint bij de exacte lokalisatie van de hartlijn van het krukgat ten opzichte van de deurstijl. Het is een ijkpunt. Bij de voorbereiding van een houten deur wordt de uitsparing voor de slotkast in de kopse kant gefreesd, waarbij de doornmaat de positie van de haakse boringen door het deurblad dicteert. Men zet de afstand uit vanaf de voorzijde van de voorplaat. Het gaat hier niet om een vrijblijvende keuze; de maat bepaalt de draaicirkel van de deurkruk en de fysieke ruimte die resteert tot de deuraanslag.
In situaties met smalle profielen, zoals bij aluminium of kunststof systemen, is de beschikbare inbouwdiepte vaak beperkt. Hier wijkt de maatvoering af van de gangbare standaarden voor woningbouw. Men hanteert dan gereduceerde maten van bijvoorbeeld 25 of 35 mm om te voorkomen dat de slotkast de glaslatten raakt of door de profielwand breekt. Bij renovatieprojecten leidt de bestaande situatie de handeling. Men meet de afstand van de voorplaat tot het hart van het cilindergat om te verifiëren of een nieuw insteekslot zonder extra freeswerk in de bestaande gatenpatronen past. Een minieme afwijking in de praktijk resulteert direct in een klemmende krukstift of een cilinder die onder spanning staat. Het mechanisme functioneert dan niet soepel. Precisie is bij deze handeling leidend.
De doornmaat kent verschillende standaarden die direct samenhangen met het materiaal van de deur en de gewenste esthetiek. In de Nederlandse woningbouw is de 50 mm doornmaat de onbetwiste norm voor houten binnendeuren. Bij zwaarder uitgevoerde utiliteitsdeuren verschuift dit vaak naar 60 of zelfs 65 mm. Grotere maten bieden meer ruimte voor de hand tussen de deurkruk en de kozijnstijl. Meer comfort. Minder kans op schrammen bij het openen.
Bij smalle profielen van aluminium, staal of kunststof voldoen deze standaardmaten niet. De beperkte inbouwdiepte dwingt hier tot het gebruik van smaldeursloten. Hierbij vindt men doornmaten van 25, 30, 35 of 40 mm. Elke millimeter telt. Wordt een te grote maat gekozen, dan raakt de slotkast de glaslat of doorboort deze de profielwand. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de antieke of monumentale sloten, waarbij doornmaten van 80 tot 100 mm geen uitzondering zijn om het beslag centraal op een brede stijl te positioneren.
Een veelvoorkomende fout in de praktijk is de verwisseling van de doornmaat met de PC-maat. Hoewel beide essentieel zijn voor de passing, meten ze verschillende assen. De doornmaat is horizontaal; de PC-maat is verticaal. De een bepaalt hoe diep het slot in de deur zit, de ander de afstand tussen kruk en cilinder. Let ook op bij oplegsloten. Hier is de doornmaat vaak gefixeerd op 50 of 60 mm en niet aanpasbaar, wat bij vervanging directe gevolgen heeft voor de positie van de cilinder aan de buitenzijde van de deur.
Stel, je staat in een jaren '70 woning en wilt een versleten slot vervangen. Je trekt het oude slot uit de vurenhouten opdekdeur. Even de rolmaat erbij. Precies 50 mm vanaf de voorplaat tot het midden van het krukgat. Het nieuwe insteekslot schuift erin en de krukstift glijdt zonder enige weerstand door de bestaande boringen. Geen boormachine nodig. Alles lijnt perfect uit.
Een heel ander beeld tref je aan bij een moderne kantoorpui van slank, zwart staal. De ruimte binnen het profiel is extreem beperkt. Hier kom je een smaldeurslot tegen met een doornmaat van slechts 35 mm. Zou je hier een standaard woningbouwslot van 50 mm proberen te forceren, dan boor je onherroepelijk dwars door de glaslatten of het isolatieglas heen. Een dure vergissing die direct zichtbaar is.
In een drukbezocht schoolgebouw of ziekenhuis zie je vaak bredere deurstijlen. Hier tref je regelmatig een doornmaat van 60 mm of meer aan. De reden? Gebruikerscomfort. Door de grotere afstand tussen de deurkruk en het kozijn stoten passanten hun knokkels niet tijdens het haastig openen van de deur. Ruimte loont hier.
Bij monumentale panden met massieve, brede stijlen zie je soms uitersten. Een doornmaat van 90 mm is daar geen uitzondering. Het deurbeslag komt hierdoor statig precies in het visuele hart van de brede stijl te zitten. Het is een esthetische keuze die direct de technische specificatie van het binnenwerk dicteert. Meet je bij zo'n renovatie verkeerd, dan zit je nieuwe schild plotseling asymmetrisch op de stijl, of erger: het slot past simpelweg niet in de diepe uitsparing.
Geen enkele wet dwingt een specifieke doornmaat af als absoluut getal, maar de NEN-EN 12209 fungeert als het technisch fundament voor mechanisch bediende sloten. Deze Europese norm classificeert sloten op basis van gebruikscategorieën, waarbij dimensionale consistentie essentieel is voor de vervangbaarheid van componenten in de utiliteitsbouw en woningbouw. Het gaat om uitwisselbaarheid. Een doornmaat die afwijkt van de Nederlandse marktstandaarden belemmert de toepassing van gestandaardiseerd SKG-gecertificeerd beslag.
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) wordt niet direct gesproken over millimeters in de slotkast, maar wel over de functionele eisen aan de bedienbaarheid van deuren. Ergonomie speelt hier de hoofdrol. Een te kleine doornmaat bij een diep invallende deurstijl zorgt ervoor dat de gebruiker zijn vingers klem draait tegen het kozijn. Dit botst met de algemene toegankelijkheidseisen voor publieke gebouwen. Voor vluchtwegen gelden aanvullende regels via de NEN-EN 179 of NEN-EN 1125. Hierbij moet de combinatie van slot, doornmaat en paniekbeslag als één gecertificeerd systeem functioneren. Wijzig je het slot naar een exemplaar met een andere doornmaat zonder het beslag aan te passen? Dan vervalt de conformiteit van de gehele vluchtdeurconstructie.
De NEN 5089 richt zich op de inbraakwerendheid van bouwbeslag. Bij montage volgens het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) is de passing van het slot in de deur cruciaal. Extra freeswerk om een afwijkende doornmaat passend te maken kan de sterkte van de deurstijl onaanvaardbaar verzwakken, waardoor het geheel niet meer voldoet aan de weerstandsklasse (weerstandsklasse 2 of 3). Het luistert nauw. De doornmaat bepaalt immers waar de cilinderboring komt, en daarmee hoe diep de verzwakking in het hout of profiel zit. SKG-sterren zijn alleen gegarandeerd als de installatie de structurele integriteit van de deur respecteert.
Vroeger was de maatvoering arbitrair. Bij handgesmede oplegsloten bepaalde de smid de positie van het sleutelgat puur op basis van de mechanische constructie van het slot zelf; een standaard bestond niet. De noodzaak voor een vaste doornmaat ontstond pas echt bij de overgang naar insteeksloten. Massaproductie eiste uniformiteit. De timmerindustrie moest immers deurbladen machinaal voorbereiden zonder dat voor elk specifiek slot de freesbank opnieuw ingesteld hoefde te worden.
In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog kristalliseerde de 50 mm doornmaat zich in Nederland uit als de universele norm voor de woningbouw. Efficiëntie was leidend. Houten stijlen van binnendeuren boden voldoende vlees voor een slotkast met deze diepte zonder de structurele stijfheid van de deur in gevaar te brengen. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zorgde de opkomst van aluminium en stalen slanke profielsystemen voor een nieuwe technische uitdaging. De standaard 50 mm was simpelweg te diep. Hierdoor ontwikkelde de industrie smaldeursloten met gereduceerde doornmaten zoals 25 en 35 mm, waarbij de techniek van het binnenwerk drastisch werd gecomprimeerd om in de smalle kamers van de profielen te passen. In de utiliteitsbouw verschoof de focus later naar ergonomie. De 60 mm maat werd daar de standaard. Meer ruimte voor de hand. Minder incidenten met knokkels tegen het kozijn. Deze evolutie van handwerk naar strikte industriestandaarden zoals de NEN-normen heeft ervoor gezorgd dat vervangbaarheid vandaag de dag de norm is, mits men de juiste historische maatvoering identificeert.