DBFM
Laatst bijgewerkt: 22-01-2026
Definitie
DBFM is een geïntegreerde contractvorm waarbij één private partij verantwoordelijk is voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het langdurige onderhoud van een project. Deze vorm van Publiek-Private Samenwerking (PPS) legt de nadruk op de totale levenscycluskosten van een object.
Omschrijving
Bij DBFM draait alles om de lange adem. Vergeet de aannemer die na de laatste verfstreken de sleutel overhandigt en nooit meer terugkeert; hier blijft het consortium decennialang verantwoordelijk. Elke ontwerpkeuze heeft direct invloed op de exploitatie. Kies je nu voor goedkope kozijnen die over acht jaar gaan rotten? Dan betaal je dat later zelf in het onderhoud. Die integrale aanpak dwingt een andere mentaliteit af. De financiering door de private partij fungeert als de ultieme stok achter de deur. Banken kijken namelijk kritisch mee over de schouder van de bouwer. De opdrachtgever, vaak een overheid zoals Rijkswaterstaat, betaalt pas een beschikbaarheidsvergoeding zodra het bouwwerk daadwerkelijk functioneert volgens de afgesproken normen. Het risico verschuift van de publieke naar de private sector. Dit model is vooral zichtbaar bij complexe infrastructuur zoals de verbreding van rijkswegen of de bouw van nieuwe zeesluizen, waarbij technische innovatie en efficiënt beheer cruciaal zijn.
Uitvoering en procesgang
De uitvoering start met de formatie van een Special Purpose Vehicle. In deze projectvennootschap vloeien juridische en financiële belangen van bouwers, financiers en onderhoudspartijen samen. Eén entiteit. Tijdens de dialoogfasen van de aanbesteding worden de functionele eisen vertaald naar technische oplossingen, waarbij de risicoverdeling tussen overheid en markt centraal staat. De focus ligt op output. Wat moet het bouwwerk presteren over dertig jaar? Zodra de financiering, de zogeheten financial close, definitief is afgerond, vangen de fysieke werkzaamheden aan.
Ontwerpbeslissingen worden continu getoetst aan de onderhoudsdoelstellingen voor de lange termijn. Dit proces is integraal. Materialen worden geselecteerd op basis van de totale levensduur en niet enkel op de laagste aanschafprijs op de korte termijn. Terwijl de bouw vordert, bereidt de onderhoudstak van het consortium de exploitatieperiode voor. Systeemgerichte Contractbeheersing vervangt hierbij het traditionele toezicht op de bouwplaats; de opdrachtgever controleert of het kwaliteitsmanagement van de private partij naar behoren functioneert.
Na de ingebruikname verschuift de dynamiek naar de prestatiefase. De private partij garandeert de afgesproken beschikbaarheid van de infrastructuur of het vastgoed. Periodieke betalingen door de opdrachtgever vormen de inkomstenstroom. Dit zijn de beschikbaarheidsvergoedingen. Voldoet het object niet aan de technische normen? Dan worden kortingen op de vergoeding toegepast. Dit mechanisme houdt de exploitant scherp. Aan het einde van de contractduur vindt een finale conditiemeting plaats. Het object moet op dat moment voldoen aan vooraf vastgelegde instandhoudingseisen voordat het weer volledig in handen van de publieke partij komt.
DBFM versus DBFMO
De toevoeging van de Operationele component
In de praktijk kom je vaak de variant DBFMO tegen. De extra 'O' staat voor Operate. Dit is geen cosmetisch verschil. Bij DBFM stopt de verantwoordelijkheid van het private consortium bij het technisch onderhoud van het object. Denk aan het asfalteren van een rijksweg of het smeren van een sluisdeur. Bij DBFMO gaat de dienstverlening verder. De private partij levert dan ook de facilitaire diensten. Schoonmaak, catering, beveiliging en zelfs de postkamer. Dit zie je bijna uitsluitend bij vastgoedprojecten zoals rechtbanken of rijkskantoren. Het dwingt de bouwer om al in de ontwerpfase na te denken over de looproutes van de glazenwasser. Logistiek en techniek versmelten.
Onderscheid met D&C en traditionele contracten
Houd DBFM strikt gescheiden van Design & Build (D&C). Het verschil is fundamenteel. Bij D&&C levert de aannemer een ontwerp en het bouwwerk op, waarna de opdrachtgever zelf het onderhoud en de financiering regelt. Geen langjarige exploitatie. Geen private financieringsdruk. DBFM is veel complexer. Het risicoprofiel verschuift radicaal. De aannemer is bij DBFM niet klaar na de oplevering. Hij blijft dertig jaar 'aan de lat' staan. Soms wordt er gesproken over DBM (zonder financiering), maar dat is een zeldzaamheid in de publiek-private samenwerking omdat juist de financiering de prikkel voor kwaliteit borgt.
Toepassingsgebieden en sectorale varianten
Infrastructuur versus Vastgoed
Er bestaan nuanceverschillen tussen hoe Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf DBFM inzetten. Bij infrastructuur draait alles om beschikbaarheid. Is de weg open? Zijn de vaarstroken vrij? De prestatie-indicatoren zijn technisch en kwantitatief. Bij de bouw van gebouwen verschuift de focus naar gebruikscomfort. Binnenklimaat. Lichtinval. Energieprestaties.
- Natte infra: Focus op constructieve veiligheid en waterkerend vermogen over zeer lange periodes.
- Droge infra: Focus op doorstroming en geluidsnormen.
- Utiliteitsbouw: Focus op flexibiliteit van de ruimte en synergie met facilitaire processen.
Hoewel de juridische kern van de contracten vaak gebaseerd is op de UAV-GC, zijn de specifieke DBFM-clausules per sector verfijnd. De markt kent deze varianten als de 'standaardmodellen'. Deze modellen zijn over jaren uitontwikkeld om juridische discussies te minimaliseren. Maatwerk blijft nodig. Elke locatie is immers uniek.
Praktijksituaties en toepassingen
Soms is het een kwestie van asfalt. Een consortium bij een wegverbreding kiest voor een type dat minder snel rafelt, ook al is de inkooprijs fors hoger. Logisch. Elke stremming voor herstelwerkzaamheden hakt direct in de beschikbaarheidsvergoeding die de overheid uitkeert. De bouwer investeert nu om later verlies door boetes te voorkomen. Geen lapwerk achteraf.
Betrouwbaarheid bij natte infra
Bij een nieuwe zeesluis kiest de technische tak voor overgedimensioneerde lagers in de sluisdeuren. Duurder in de bouw. Maar essentieel voor de continuïteit. Als de sluis door een technisch defect niet kan schutten, stopt de inkomstenstroom van de opdrachtgever onmiddellijk. Betrouwbaarheid is hier geen loze kreet, maar een financieel overlevingsmechanisme voor het consortium. Ze bouwen voor hun eigen toekomst.
Vastgoed en onderhoudslogistiek
De gevel van een rijkskantoor. In plaats van houten kozijnen die elke vijf jaar een schilderbeurt eisen, kiest de private partij voor hoogwaardig geanodiseerd aluminium. In een traditioneel contract telt de laagste stichtingsprijs; hier telt de onderhoudskalender van 2050. De architect moet schuiven. De glazenwasser moet immers overal veilig bij kunnen zonder dure hoogwerkers te huren, want die rekening ligt dertig jaar lang bij de bouwer zelf.
Juridische kaders en aanbestedingsrecht
De juridische ruggengraat van DBFM-overeenkomsten in Nederland wordt gevormd door de UAV-GC 2005. Deze Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen regelen de basisverhoudingen, maar bij DBFM worden deze fors uitgebreid met projectspecifieke bepalingen over financiering en exploitatie. Het is geen standaardwerkje. De Aanbestedingswet 2012 is hierbij leidend. Vanwege de complexiteit en de noodzaak voor innovatie kiezen opdrachtgevers vrijwel altijd voor de concurrentiegerichte dialoog. Dit is een intensief traject. Publieke en private partijen spreken elkaar maandenlang over risicoverdeling en technische haalbaarheid voordat er een handtekening wordt gezet. Wet Bibob vormt vaak de sluitpost in het proces; de integriteit van de financiers en bouwers moet boven elke twijfel verheven zijn.
Financiële wetgeving en begrotingsregels
DBFM raakt direct de staatsfinanciën. De Comptabiliteitswet 2016 dwingt de overheid tot uiterste zorgvuldigheid bij het aangaan van verplichtingen die decennia doorlopen. Een cruciaal en vaak onderschat aspect zijn de SEC 2010-richtlijnen van Eurostat. Deze Europese regels bepalen of een project 'on-balance' of 'off-balance' wordt geboekt. Voor de politiek is dit essentieel. Als de risico's voor de bouw en de beschikbaarheid aantoonbaar bij de private partij liggen, telt de investering niet mee als directe staatsschuld. Dit mechanisme stuurt de inrichting van het contract. Risico-overdracht is geen keuze, het is een comptabele noodzaak.
Standaardisatie door de Rijksoverheid
Wildgroei in contracten wordt voorkomen door het gebruik van Rijksbrede modelcontracten. Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf hanteren eigen, doorontwikkelde standaarden die juridisch zijn dichtgetimmerd op basis van jarenlange ervaring met PPS-trajecten. Deze modellen borgen de uniformiteit in de markt. Ze bevatten strikte mechanismen voor de beschikbaarheidsvergoeding. Ook de Wet op de vennootschapsbelasting is relevant voor de Special Purpose Vehicle (SPV), de projectvennootschap die de leningen en inkomsten beheert. Geen fiscaal gepruts, maar strakke structurering binnen de kaders van de Belastingdienst.
Ontstaan en Europese invloeden
De wortels van DBFM liggen in het Britse Private Finance Initiative (PFI) uit de jaren negentig. De Britse overheid zocht destijds naar methoden om grootschalige infrastructuur te realiseren zonder directe impact op de staatsschuld. In Nederland vond deze contractvorm rond de eeuwwisseling zijn ingang. Het was een reactie op de traditionele RAW-bestekken. De focus verschoof van gedetailleerde processturing naar functionele outputspecificaties. Pioniersprojecten zoals de HSL-Zuid en de Tweede Coentunnel fungeerden als proeftuinen. Soms pijnlijk. Veel leergeld. De markt moest wennen aan de verantwoordelijkheid voor financiering en langdurig onderhoud, terwijl de overheid de rol van regisseur leerde spelen.
Standaardisatie en de UAV-GC
Cruciaal voor de brede uitrol was de introductie van de UAV-GC 2005. Deze juridische basis maakte geïntegreerd contracteren beheersbaar voor zowel opdrachtgevers als consortia. Vóór die tijd was elk contract maatwerk. Dat kostte tijd. En geld. Rijkswaterstaat en het toenmalige Rijksgebouwendienst (nu Rijksvastgoedbedrijf) ontwikkelden op basis van deze voorwaarden hun eigen modelovereenkomsten. De markt werd volwassen. Risico-overdracht werd niet langer gezien als een abstractie maar als een mathematische exercitie in de rekenmodellen van banken. De focus op Life Cycle Costing werd leidend in het ontwerp. Geen goedkope materialen meer die na vijf jaar vervangen moesten worden; duurzaamheid werd een financiële noodzaak.
De rol van de SEC-richtlijnen
De evolutie van DBFM in Nederland kan niet los worden gezien van de Europese begrotingsregels. Eurostat stelde strikte eisen. De SEC 2010-richtlijnen bepaalden of een project on-balance of off-balance op de rijksbegroting kwam te staan. Voor de politiek was dit de heilige graal. Lag het risico aantoonbaar bij de private partij? Dan telde de investering niet mee voor het overheidstekort. Dit dreef de technische en juridische inrichting van contracten tot in de kleinste details. Tegenwoordig is de DBFM-praktijk uitgekristalliseerd, al blijft de balans tussen risico en rendement een continu punt van discussie in de sector, vooral bij sterk fluctuerende bouwkosten en rentestanden.
Vergelijkbare termen
Design and Construct |
PPS |
DBFMO
Gebruikte bronnen: