Daklicht

Laatst bijgewerkt: 22-01-2026


Definitie

Een daklicht is een vaste of beweegbare transparante constructie in een dakvlak die primair is ontworpen om natuurlijk daglicht in een onderliggende ruimte toe te laten.

Omschrijving

Waterdichtheid is bij een daklicht altijd het kritieke punt, zeker op platte daken waar wateraccumulatie dreigt bij hevige regenval. Een daklicht doorbreekt de thermische schil en de waterkerende laag van de dakconstructie. Architecten passen ze vaak toe om diepe plattegronden, waar gevelramen niet volstaan, van voldoende lux te voorzien. Het gaat hierbij niet enkel om esthetiek; in de utiliteitsbouw is de daglichtfactor een harde eis voor een gezond binnenklimaat. Waar een dakvenster doorgaans in een schuin dak wordt gemonteerd en van binnenuit wasbaar is, fungeert de term daklicht als verzamelnaam voor koepels en vlakglasoplossingen op zowel platte als hellende daken. De detaillering van de aansluiting op de dakbedekking bepaalt de levensduur. Een koudebrugvrije opstand is hierbij essentieel om condensproblematiek aan de binnenzijde van het profiel te elimineren.

Technisch-constructieve uitvoering

De fysieke integratie van een daklicht begint bij het realiseren van de constructieve uitsparing in het dakbeschot of de betonvloer. In houten daken is een raveling noodzakelijk wanneer balken of gordingen de sparing doorkruisen; de krachten moeten immers zorgvuldig worden omgeleid naar de omliggende constructie. De opstand vormt hierna de brug tussen het dakvlak en de transparante vulling. Deze wordt mechanisch op de dakconstructie verankerd, waarbij de hoogte cruciaal is om waterinloop bij sneeuwophoping of hevige neerslag te voorkomen.

De waterdichte inwerking vormt het technisch zwaartepunt. Dakdekkers trekken de dakbedekking, zoals bitumen, EPDM of PVC, volledig op tegen de wanden van de opstand. Vaak gebeurt dit tot over de bovenste rand. Een secuur proces. Pas daarna vindt de montage van het eigenlijke lichtelement plaats. Het frame, voorzien van hoogwaardig isolatieglas of een kunststof koepel, wordt op de opstand gefixeerd. Rubberen afdichtingsprofielen garanderen hierbij de luchtdichtheid en voorkomen dat neerslag tussen het frame en de opstand dringt. Aan de binnenzijde volgt de afwerking van de dagkanten, waarbij de thermische isolatie van het dak naadloos moet aansluiten op het profiel van het daklicht. Een goede aansluiting van de interne dampremmende laag voorkomt dat warme, vochtige binnenlucht condenseert tegen de koudere delen van de constructie.


Vormvarianten en materiaalkeuze

De klassieke lichtkoepel blijft een veelvoorkomende verschijning. Bolvormig of piramidaal uitgevoerd in acrylaat (PMMA) of het slagvaste polycarbonaat. Voor onverwarmde magazijnen volstaat een enkelwandige schaal, maar in de woningbouw zijn drie- of vierwandige systemen de norm om de warmteweerstand enigszins acceptabel te houden. Het bolsegment voert regenwater en vuil efficiënt af. Praktisch.

Vlakglasdaklichten vormen het esthetische alternatief voor de moderne architectuur. Geen kunststof, maar gehard en gelaagd isolatieglas. Vaak HR++ of zelfs drievoudig glas voor passiefhuis-standaarden. Deze elementen liggen vlak op de opstand, wat een strakker dakbeeld oplevert. Soms is een minimale hellingshoek van 3 tot 5 graden noodzakelijk. Dit voorkomt plasvorming op het glas, wat anders vervuiling en kalkaanslag in de hand werkt. Een randloos design zorgt voor een ongehinderde waterafvoer aan de zijden.


Onderscheid in functionaliteit

  • Vaste uitvoering: De meest eenvoudige variant. Geen bewegende delen, dus minder risico op lekkage via de dichtingen en een hogere luchtdichtheid.
  • Ventilerend daklicht: Voorzien van een scharnierend kader. Handbediend met een spindel of elektrisch met een kettingmotor. Cruciaal in ruimtes met een hoge vochtproductie.
  • Beloopbaar daklicht: Specifiek voor dakterrassen. Het glas is extreem dik uitgevoerd, opgebouwd uit meerdere lagen gelaagd glas. De bovenste laag is vaak voorzien van een antislipprofiel (zeefdruk of etsing). De constructie moet hier de nuttige belasting van een vloer kunnen dragen.
  • RWA-daklicht: Rook- en Warmteafvoer. Gekoppeld aan brandmeldinstallaties. Deze gaan bij rookdetectie automatisch open om de vluchtwegen rookvrij te houden.

Lichtstraten en modulaire systemen

Wanneer een enkel daklicht onvoldoende lux op de werkvloer brengt, verschuift de terminologie naar lichtstraten. Dit zijn in feite gekoppelde daklichten. Men ziet ze vaak als zadeldakconstructie of als lessenaarsdak op grote distributiecentra. Soms modulair opgebouwd uit polycarbonaat kanaalplaten. Deze platen zijn licht van gewicht maar bieden door hun interne celstructuur een goede isolatiewaarde. In de particuliere sector worden modulaire systemen van vlakglas vaak toegepast in uitbouw-situaties om een strook daglicht over de volledige breedte van de woning te realiseren.

TypeMateriaalToepassing
LichtkoepelKunststofUtiliteit, garages, eenvoudige uitbouw
VlakglasIsolatieglasWoningbouw, hoogwaardige renovatie
LichtstraatGlas of PCIndustriehallen, grote atria

Verwar een daklicht niet met een dakvenster. Een dakvenster, vaak geassocieerd met merken zoals Velux, wordt specifiek tussen de gordingen van een hellend dak geplaatst en is tuimelbaar of val-top-draaiend. Een daklicht zit vaker op de constructie (opstand) dan erin.


Praktijksituaties en toepassingen

Licht in de diepe uitbouw

Stel je een moderne woonkeuken voor in een uitgebouwde jaren '30 woning. De achtergevel bestaat volledig uit glas, maar door de diepte van de aanbouw blijft het gedeelte nabij de oorspronkelijke achtermuur somber. Hier biedt een strak, vlakglas daklicht uitkomst. Het wordt direct boven het kookeiland gepositioneerd. Het resultaat? Gericht werklicht overdag zonder de noodzaak voor armaturen, terwijl de bewoners 's avonds tijdens het koken de sterrenhemel zien.

Industriële efficiëntie

In een distributiecentrum van 5.000 vierkante meter zijn gevelramen vaak ontoereikend en kwetsbaar. Men kiest hier voor rijen slagvaste polycarbonaat lichtkoepels. Ze zijn functioneel. De koepels verspreiden het binnenvallende licht diffuus over de werkvloer, wat hinderlijke schaduwvorming en reflecties op scansystemen minimaliseert. Bij een eventuele brand fungeren specifieke elementen in deze reeks als RWA-installatie; ze klappen automatisch open om rook af te voeren.

Het beloopbare terras

Een dakterras in een binnenstedelijke context. De ruimte is schaars. Om de onderliggende slaapkamer van daglicht te voorzien zonder kostbaar terrasoppervlak op te offeren, wordt een beloopbaar daklicht toegepast. De glasplaat ligt exact gelijk met de omliggende keramische terrastegels. Een stroeve coating op het glas voorkomt uitglijden bij regen. Het is een constructief hoogstandje waarbij het glas de belasting van een tuinfeest moeiteloos opvangt terwijl de kamer eronder baadt in het licht.

Inpandige trappenhuizen

In appartementencomplexen bevinden trappenhuizen zich vaak in de kern van het gebouw. Geen direct contact met de buitenlucht. Een daklicht boven het centrale traphuis haalt het daglicht helemaal naar beneden tot op de begane grond. Dit verhoogt niet alleen de sociale veiligheid, maar bespaart ook aanzienlijk op de energiekosten voor de algemene verlichting.


Normen en wettelijke kaders

Licht is meer dan een esthetische keuze; het is een voorschrift. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) legt de lat voor daglichttoetreding in verblijfsgebieden vast, waarbij de equivalente daglichtoppervlakte vaak minimaal 0,5 m² of een percentage van het vloeroppervlak moet bedragen. Men rekent dit uit volgens de NEN 2057. Deze norm bepaalt hoe groot de glasopening effectief telt, rekening houdend met de belemmeringshoek en de transparantie van het glas. Een daklicht scoort hierin vaak hoog door de loodrechte instraling.

Isolatie is een ander kritiek punt in de regelgeving. De huidige BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen) dwingen ontwerpers tot het gebruik van hoogwaardige componenten. De U-waarde van het totale element, dus inclusief de opstand, mag de wettelijke grenzen niet overschrijden om warmteverlies in de winter en oververhitting in de zomer te beperken. Vaak ziet men dat de isolatiewaarde van de opstand achterblijft bij het glas. Dat is een risico voor condensvorming. De NEN 1068 helpt bij het berekenen van deze thermische bruggen.

Veiligheid mag niet ontbreken. Voor daklichten op beloopbare daken of locaties waar men op het dak kan vallen, is de NEN 3569 leidend. Deze norm voor veiligheidsglas schrijft voor dat het glas letselbeperkend moet zijn, wat in de praktijk neerkomt op gelaagd glas aan de binnenzijde. Zo voorkomt men dat bij breuk glasscherven naar beneden regenen op de bewoners. Ook de doorvalbeveiliging is een harde eis tijdens de bouwfase en onderhoudsmomenten. In de utiliteitsbouw zijn de normen voor Rook- en Warmteafvoer (RWA), zoals de NEN-EN 12101-serie, van toepassing indien het daklicht onderdeel is van de brandveiligheidsstrategie. Het moet dan onder extreme hitte betrouwbaar openen.

Inbraakwerendheid is een vaak vergeten hoofdstuk. Woningen moeten voldoen aan weerstandsklasse 2 volgens NEN 5087 en NEN 5096. Voor een daklicht op een bereikbaar dak betekent dit specifiek hang-en-sluitwerk of een constructie die niet eenvoudig te lichten is. Geen eenvoudige opgave. De detaillering moet kloppen.


Van oculus naar thermische scheiding

Licht van boven is nooit vanzelfsprekend geweest. Voor de negentiende eeuw bleef de toepassing beperkt tot monumentale lantaarns op koepels of de sporadische glazen dakpan in een boerenschuur. De echte technische versnelling vond plaats tijdens de industriële revolutie. Gietijzeren spanten maakten enorme overspanningen mogelijk. Fabriekshallen werden dieper. De noodzaak voor daglicht op de werkvloer dwong ingenieurs tot creatieve oplossingen met staal en enkel glas, wat leidde tot de opkomst van het sheddak. Vaak lekte het. Condens was een constante vijand die het proces op de vloer verstoorde. Pas met de introductie van gewapend glas, het bekende draadglas, werd de veiligheid bij breuk enigszins gewaarborgd, al bleef de thermische isolatie nagenoeg nihil.

Na 1945 veranderde de markt radicaal door de opkomst van de chemische industrie. Polymeren deden hun intrede. Acrylaat en later polycarbonaat maakten de weg vrij voor de lichtgewicht bolkoepel. Een revolutie in eenvoud. Deze kunststof elementen waren goedkoop, nagenoeg onbreekbaar en eenvoudig te monteren op een houten of metalen opstand. Het werd de standaard voor de talloze platte daken tijdens de wederopbouw. Van rookgat naar gestandaardiseerd bouwproduct.

De laatste decennia is er een verschuiving zichtbaar naar hoogwaardige glasarchitectuur. De cirkel is rond. Waar de kunststof koepel jarenlang domineerde vanwege het lage gewicht, dwingen de huidige energieprestatiecoëfficiënten tot het gebruik van zwaar isolatieglas. De ontwikkeling verschoof van het element zelf naar de detaillering van de randzone. Koudebruggen zijn uit den boze. Moderne systemen integreren de thermische onderbreking in de opstand, waardoor het daklicht is geëvolueerd van een simpel 'gat in het dak' naar een complex, luchtdicht bouwdeel dat even goed isoleert als de omliggende dakschil.


Vergelijkbare termen

Dakvenster | Lichtkoepel | Lichtstraat

Gebruikte bronnen: