De uitvoering van een curtainwall begint bij de nauwkeurige inmeting van de hoofddraagconstructie. Omdat beton- en staalbouw grovere toleranties kennen dan de fijnmechanica van een vliesgevel, vormt de stelruimte bij de ankers de basis. Stalen of aluminium consoles worden aan de vloerranden of kolommen bevestigd. Deze ankers zijn vaak voorzien van slobgaten of stelschroeven om afwijkingen in de ruwbouw in drie dimensies te corrigeren.
In de praktijk wordt meestal gekozen voor een van de twee onderstaande methodieken:
| Methode | Kenmerken van uitvoering |
|---|---|
| Stijl- en regelwerk (Stick system) | Opbouw op de bouwplaats. Eerst worden de verticale stijlen over de verdiepingen heen geplaatst. Daarna volgen de horizontale regels. De beglazing wordt van buitenaf met klemprofielen gemonteerd. |
| Elementengevel (Unitized system) | Pre-fabricage in de fabriek. Volledige secties inclusief glas en panelen worden aangevoerd en met een kraan in de ankers gehangen. De elementen grijpen met droge verbindingen in elkaar. |
Na het stellen van het frame volgt de invulling. Glasbladen of dichte panelen rusten op speciale glasdragers die het gewicht overbrengen naar de stijlen. De fixatie gebeurt met drukprofielen die met een specifiek koppel worden vastgeschroefd op de basisprofielen. Een afdekkap in de gewenste kleur klikt daar overheen voor de esthetische afwerking.
De waterhuishouding is intern geregeld. In de profielen zijn drainagekanalen aanwezig. Eventueel binnengedrongen vocht of condenswater loopt via de horizontale regels naar de verticale stijlen en wordt op strategische punten naar buiten geloosd. Luchtdichtheid wordt gerealiseerd door EPDM-slabbes die de overgang tussen de curtainwall en de aangrenzende bouwdelen overbruggen. De gevel staat nooit star tegen de constructie. Dilatatievoegen tussen de profielen vangen de thermische uitzetting op. Dit voorkomt kraken en spanning op het glas. Alles draait om bewegingsvrijheid binnen een waterdicht systeem.
De keuze voor een type curtainwall hangt vaak af van de gewenste esthetiek en de complexiteit van de bouwplaats. Naast de techniek van montage maken we onderscheid in de visuele afwerking van het glasoppervlak.
In de praktijk wordt de term vliesgevel soms onterecht gebruikt voor een pui of een glasgevel in een sparing. Het verschil zit in de positie. Een curtainwall loopt als een continu scherm vóór de vloeren en kolommen langs. Een pui daarentegen staat tussen de vloeren en het plafond van één verdieping geklemd. De curtainwall onderbreekt de vloerranden niet. Dit heeft grote gevolgen voor de brandveiligheid; de naad tussen de vloer en de vliesgevel moet brandwerend worden afgedicht met speciale steenwolcompartimentering en folies. Bij een pui is de vloer zelf de scheiding.
Schoonheid door techniek. Een vliesgevel is geen dragende muur met ramen. Het is een machine die beweegt. Thermische uitzetting tussen aluminium en glas is een constant gevecht. Waar een stenen muur star is, ademt de curtainwall mee met de temperatuur en de winddruk.
Stel je een kantoortoren aan de Zuidas voor. Grote kranen hijsen kant-en-klare elementen van drie bij vier meter omhoog. De gevelmonteurs staan binnen op de verdiepingsvloer en haken de elementen in de ankers. Binnen enkele dagen is een hele verdieping volledig wind- en waterdicht, zonder dat er een steiger aan te pas komt. Dit is de elementengevel in zijn meest efficiënte vorm.
Een ander beeld: de entree van een modern ziekenhuis. Een enorme glazen wand van twaalf meter hoog overspant de centrale hal. De stijlen zijn rank en slank. Omdat de gevel voor de betonconstructie langs loopt, zie je van buitenaf de verdiepingsvloeren niet. De constructie lijkt te zweven. De wind drukt op het glas, de profielen buigen millimeters mee, maar de ankers aan de vloerranden houden alles onvermoeibaar op zijn plek.
Op een snikhete zomerdag hoor je de vliesgevel soms werken. Een zachte 'tik' in de profielen verraadt dat het aluminium uitzet. In een gevel van vijftig meter breed kan die uitzetting oplopen tot centimeters. De rubberen afdichtingen en de ingenieuze dilatatieverbindingen tussen de stijlen vangen dit op. Zonder deze technische speelruimte zou de spanning op het glas zo groot worden dat de ruiten spontaan zouden knappen.
Bij een renovatie van een gedateerd jaren '70 pand biedt de curtainwall een tweede leven. De zware, dichte borstweringen maken plaats voor een lichte schil van glas en aluminium. Het gebouw krijgt een volledig nieuwe identiteit en een verbeterde schilisolatie, terwijl het oorspronkelijke betoncasco nagenoeg ongewijzigd blijft.
Zonder CE-markering komt een curtainwall de bouwplaats niet op. De geharmoniseerde productnorm NEN-EN 13830 vormt hiervoor de wettelijke basis. Hierin staan de essentiële kenmerken beschreven waar een vliesgevel aan moet voldoen, zoals luchtdoorlatendheid, waterdichtheid en weerstand tegen windbelasting. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vertaalt deze normen naar specifieke prestatie-eisen voor de Nederlandse markt. Veiligheid gaat voor alles.
Brandveiligheid is bij curtainwalls een kritiek punt. Omdat de gevel vóór de vloerranden langs loopt, ontstaat er een potentiële brandweg tussen verdiepingen. De aansluiting tussen de vloer en de vliesgevel moet voldoen aan strikte eisen voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). NEN 6068 en NEN 6069 zijn hierbij leidend. Vaak worden er speciale brandwerende schotten van minerale wol of stalen beplating geplaatst in de borstweringsecties. Dit voorkomt dat een brand in enkele minuten een heel hoogbouwcomplex in de as legt.
De energieprestatie is tegenwoordig een harde eis. BENG-normen dwingen tot lage U-waarden voor zowel het glas als de aluminium profielen zelf. De berekening volgens NTA 8800 kijkt naar het geheel. Koudebruggen bij de verankering aan de betonconstructie moeten worden geëlimineerd. Constructieve veiligheid? Eurocode 1 (NEN-EN 1991-1-4) dicteert de windbelasting. Een gevel op honderd meter hoogte vangt enorme klappen op. De ankers moeten deze krachten feilloos overbrengen op de hoofddraagconstructie van het gebouw. Het is een technisch samenspel tussen Europese producteisen en nationale bouwregels.
De scheiding tussen skelet en schil transformeerde de architectuur fundamenteel. Het begon in de negentiende-eeuwse kassenbouw. Joseph Paxtons Crystal Palace (1851) bewees dat glas en ijzer grote ruimtes konden omhullen zonder massieve muren. Maar de echte curtainwall, als vrijhangend scherm voor een beton- of staalskelet, kreeg pas gestalte aan het begin van de twintigste eeuw. Het Hallidie Building in San Francisco (1918) geldt als de pionier. Hier werd de gevel volledig losgekoppeld van de vloerconstructie. Een technisch waagstuk destijds.
Staal was aanvankelijk de standaard voor het frame. De Tweede Wereldoorlog bracht een omslag. De luchtvaartindustrie had de productie van aluminium geperfectioneerd. Dit lichte metaal verving staal razendsnel in de bouw. Extrusietechnieken maakten complexe profielvormen mogelijk die niet alleen glas vasthielden, maar ook inwendige ontwatering en thermische onderbrekingen faciliteerden. De modernistische beweging met architecten als Mies van der Rohe en Walter Gropius omarmde dit. Het Bauhaus in Dessau is daar het schoolvoorbeeld van.
De techniek verschoof van het stick system naar prefabricage. Grotere projecten vroegen om snellere montage. Elementengevels boden de oplossing voor de opkomende hoogbouw in de jaren zestig en zeventig. Tegelijkertijd dwongen de oliecrisis en strengere regelgeving tot een focus op isolatiewaarden. De enkelglas-vliesgevel maakte plaats voor dubbel- en later drievoudig glas. De introductie van structurele kitverbindingen (SSG) zorgde voor de strakke, spiegelende kantoortorens die de skyline van moderne steden bepalen. Vandaag is de vliesgevel een hightech machine. Het moet ademen, isoleren en krachten verdelen binnen een fractie van een millimeter.
Joostdevree | Encyclo | En.wikipedia | Archello | Goong | Bouwkundebedrijvendagen | Zenaluminium | Books.bk.tudelft | Dahp.wa