Conus

Laatst bijgewerkt: 20-01-2026


Definitie

Een kegelvormig hulpstuk dat in de betonbouw wordt gebruikt als eindstuk voor afstandhouders om bekistingswanden op de juiste afstand te houden en gaten voor centerpennen strak af te werken.

Omschrijving

Zonder conussen is moderne systeembekisting nagenoeg onwerkbaar. Ze vormen de cruciale overgang tussen de centerpen, die de enorme druk van het verse beton opvangt, en de bekistingsplaat zelf. Door hun karakteristieke taps toelopende vorm zijn ze na de ontkisting eenvoudig uit het verharde beton te verwijderen. Er blijft een zogenaamd conusgat achter. Dit gat is niet alleen een esthetisch kenmerk van betonwanden, maar dient ook een technisch doel voor de latere afdichting. De conus voorkomt dat betonmortel in de spreidbuis loopt, waardoor de centerpen vrij blijft en de bekisting zonder schade kan worden gedemonteerd. Het resulteert in een repeteerbaar en strak gatenpatroon in het betonwerk.

Toepassing in de bekistingstechniek

De werkwijze start bij de voorbereiding van de afstandhouders. Elke spreidbuis krijgt aan weerszijden een conus opgestoken. Klemvast. Dit geheel fungeert als een starre verbinding tussen de bekistingsschotten. Zodra de wanden staan, worden de centerpennen door de conussen en de buis gestoken. Vastdraaien. De druk van de moeren trekt de bekisting strak tegen de vlakke kant van de conus aan.

Tijdens de stortfase houdt de conus de betonmortel buiten de spreidbuis. Geen lekkage. De taps toelopende vorm zorgt ervoor dat de druk gelijkmatig wordt verdeeld over het raakvlak met de bekistingsplaat. Na de uitharding van het beton volgt de ontkisting. Centerpennen worden verwijderd. De conussen zitten dan nog in het betonvlak geperst. Verwijdering gebeurt meestal met een conussleutel of een soortgelijk hulpstuk dat in de inkepingen van de conus grijpt. Draaien en trekken. Door de conische vorm komt het kunststof of rubberen onderdeel direct los van de wand.

Uiteindelijk blijft de karakteristieke kegelvormige uitsparing over. Dit gat markeert de plek waar de bekisting was gefixeerd. De afwerking van deze gaten vormt de laatste stap in de uitvoering, waarbij vaak betonpluggen of speciale reparatiemortel worden gebruikt om de wand weer water- of luchtdicht te maken.


Materialen en maatvoering

In de dagelijkse bouwpraktijk domineert de kunststof conus, meestal vervaardigd uit PE (polyethyleen) of PVC. Deze variant is goedkoop en door de gladde afwerking eenvoudig los te wrikken uit uitgehard beton. De standaardmaatvoering is vrijwel altijd gekoppeld aan de diameter van de gebruikte centerpen en spreidbuis. We spreken dan vaak over de 15/22 conus. Hierbij is de 15 de maat van de Dywidag-centerpen in millimeters en de 22 de binnendiameter van de kunststof afstandbuis waar de conus in steekt. Voor zwaardere constructies waarbij dikkere pennen nodig zijn, wijkt de markt uit naar de 20/26 variant. Maatvoering luistert nauw. Een verkeerde match leidt onherroepelijk tot lekkage van cementwater in de buis, wat de centerpen muurvast zet.

TypeToepassingKenmerk
Kunststof (Standaard)Algemene betonbouwHerbruikbaar, glad oppervlak
Rubber conusWaterdichte constructiesHoge dichting tegen de bekisting
Gekleurde conussenProjectspecifieke markeringVaak voor tijdelijke visuele controle

Schoonbeton en waterdichtheid

Schoonbeton stelt andere eisen. Hierbij is de esthetiek van het achterblijvende conusgat bepalend voor het gevelbeeld. Speciale schoonbetonconussen hebben een scherpere rand die zorgt voor een loepzuivere aftekening in het betonvlak. Geen rafels. Geen lekkagesporen. Bij projecten waar waterdichtheid een harde eis is, zoals in kelders of bassins, worden vaak rubberen conussen ingezet. Rubber vervormt onder de druk van de centerpenmoer. Het sluit de spreidbuis hermetisch af van de bekistingsplaat. Zo krijgt vloeibaar cement geen kans om tussen de naden te kruipen.

Er bestaat soms verwarring tussen de tijdelijke conus en de permanente afdichting. Hoewel de term 'conus' meestal slaat op het herbruikbare hulpstuk, worden ook de kegelvormige stoppen van glasvezelbeton soms zo genoemd. Deze betonconussen of conusplugs zijn echter bedoeld voor de afwerking; ze worden met tweecomponentenlijm in het gat verlijmd om de wand weer constructief en esthetisch te dichten. De herbruikbare conus is het gereedschap, de betonstop is het eindproduct.


Praktijkscenario's en visuele herkenning

Loop over een bouwterrein waar net een wand is ontkist. Een strak grid van schaduwrijke kuiltjes tekent zich af in het grijze oppervlak. Dit zijn de karakteristieke afdrukken van de conussen. In de utiliteitsbouw kom je dit patroon overal tegen. Denk aan de wanden van een parkeergarage of de enorme pijlers van een viaduct. De gaten verraden exact waar de bekisting met centerpennen werd vastgeklemd.

Een bekistingsmonteur vult zijn emmer met felgekleurde plastic dopjes. Meestal knalgeel of blauw. Hij duwt ze met een korte, krachtige beweging in de uiteinden van de spreidbuizen. Klik en vast. Geen ruimte voor speling. Zonder deze kleine onderdelen zou de vloeibare betonmortel de buizen verstoppen. Dan krijg je de centerpennen nooit meer los. Een vergeten conus betekent onherroepelijk ellende. De cementpasta loopt de buis in. De pen zit muurvast. In plaats van een soepele demontage volgt dan een middag met de slijptol en de breekhamer. Een klein kunststof onderdeel van enkele centen voorkomt hier uren aan kostbaar herstelwerk.

Bij villabouw met schoonbeton krijgt de conus een esthetische hoofdrol. De gaten worden hier niet zomaar dichtgesmeerd met een dot mortel. De architect heeft vaak een specifiek schaduweffect voor ogen. Hij kiest voor dieper liggende betonpluggen of juist rvs-stoppers. De gebruikte conus bepaalde tijdens de stort de exacte diepte en de scherpte van de rand van deze visuele details. Techniek die direct overgaat in architectuur.


Normatieve kaders voor uitvoering

Constructieve veiligheid en uitvoering

Beton moet staan. De basis ligt bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), dat algemene eisen stelt aan de sterkte en stabiliteit van constructies. Specifieker is de NEN-EN 13670. Deze norm voor het realiseren van betonconstructies stelt dat hulpmiddelen de duurzaamheid van het beton niet in gevaar mogen brengen. De conus is zon hulpmiddel. Hoewel tijdelijk van aard, mag de achterblijvende uitsparing de minimale betondekking op de wapening niet nadelig beïnvloeden. De integriteit van de wand is leidend.

Arbowetgeving speelt een rol bij de demontage. Het gebruik van passend gereedschap voor het verwijderen van conussen is noodzakelijk om fysieke belasting en ongevallen door losschietende onderdelen te beperken. Veilig werken is geen optie, maar een plicht.


Schoonbeton en esthetische richtlijnen

CUR-Aanbeveling 100

Het oog wil wat. Bij schoonbeton is de CUR-Aanbeveling 100 de bijbel voor de uitvoerder. Deze richtlijn classificeert de visuele kwaliteit van betonvlakken. De aftekening van de conusgaten valt hier direct onder. Posities moeten kloppen. Afwijkingen in het patroon van de centerpennen leiden tot esthetische afkeur. De conus moet scherp aansluiten op de bekisting om lekwater en bramen te voorkomen, zoals geëist voor de hogere kwaliteitsklassen (bijvoorbeeld klasse A of B).

  • Naleving van toleranties in het gatenpatroon.
  • Correcte diepte van de achterblijvende conische vorm.
  • Waterdichtheidseisen bij kelders conform de vigerende ontwerpnormen voor betonconstructies.

Bij waterdichte constructies is de conus niet alleen een afstandhouder. Hij is onderdeel van een systeem dat moet voorkomen dat de centerpen een lekpad vormt. De regelgeving eist hier een gegarandeerde dichtheid na afwerking.


Van offerstaal naar systeembekisting

Vroeger was betonbouw een kwestie van veel hout en nog meer improvisatie. Centerpennen bestonden simpelweg uit ijzeren staven of draadeinden die direct door de houten bekistingsplanken werden gestoken. Geen conus. Geen spreidbuis. Na het storten bleef het staal vaak permanent in de muur achter; men sleep de uiteinden simpelweg af. Dit leidde onherroepelijk tot roestvorming en lekkage. De industriële revolutie in de bouw, die na de Tweede Wereldoorlog echt op gang kwam, veranderde de spelregels volledig. Snelheid werd de nieuwe norm.

Met de introductie van herbruikbare stalen systeembekisting in de jaren vijftig en zestig ontstond een technisch probleem. Hoe voorkom je dat de centerpennen vastvriezen in het uithardende beton? Men experimenteerde aanvankelijk met houten klosjes of conische metalen hulzen, maar deze waren lastig te verwijderen en boden weinig bescherming tegen het binnendringen van cementwater in de beschermhuls. De doorbraak van thermoplastische kunststoffen zoals polyethyleen (PE) in de jaren zeventig bood de oplossing. Goedkoop. Glad. Maatvast.

De conus evolueerde van een rudimentair opzetstuk naar een gestandaardiseerd precisieonderdeel. Vooral de opkomst van de wereldwijd toegepaste Dywidag-draad zorgde voor een uniformering van de maatvoering. Fabrikanten stemden hun conussen af op deze specifieke schroefdraad en de bijbehorende kunststof afstandhouders. In de decennia daarna versverschoof de focus van puur functionele dichting naar esthetische perfectie. Wat ooit begon als een simpel hulpmiddel om te voorkomen dat een pen vast kwam te zitten, werd een onmisbaar instrument voor de architectuur. De karakteristieke 'conusafdruk' werd een symbool voor modern betonwerk, waarbij de historie van het ambacht zichtbaar blijft in het gladde eindresultaat.


Gebruikte bronnen: